Anda di halaman 1dari 3

Het Koninklijk Conservatorium naar het muzikale hart

van de Hofstad
Het Koninklijk Conservatorium is al bijna twee eeuwen onlosmakelijk verbonden met Den Haag.
Sinds 1980 is het gevestigd aan de Juliana van Stolberglaan. Maar het gebouw is oud en bovendien
te klein geworden. In 2018 krijgt het Koninklijk Conservatorium een plek in het nieuwe
cultuurpaleis Spuiforum. Tijd om terug te kijken en vooruit te blikken.
Goedemorgen, wat kan ik voor u doen?. Wie zich meldt bij het Koninklijk Conservatorium, krijgt
vaak met Bob van Pamelen te maken. De baliemedewerker begroet al zestien jaar iedereen die
binnenkomt. Maar hij werkt al langer bij het conservatorium. Ik heb ook in de kantine gestaan. Hij
weet nog goed dat het gebouw 33 jaar geleden geopend werd. En herinnert zich zelfs de vorige
locatie aan de Prinsengracht. Het conservatorium zat waar nu het Koorenhuis is gevestigd. Ik kwam
daar wel eens omdat ik toen verkering had met een danseres, vertelt het geheugen van het
conservatorium met een jongensachtige grijns. Bob kent het gebouw als zijn broekzak en geeft graag
een rondleiding. Hij begint met de bijzondere voorgevel van het door de architecten Leon Hijman en
Paul Waterman in 1974 ontworpen gebouw. Het lijkt wel een passage uit een notenbalk: zes etages
met uitstekende glazen raampartijen als muzieknoten. In het hart van het gebouw is een binnenhof
waarop alle bouwdelen uitkijken. Pal boven de hoofdingang zit de bibliotheek. Het plan is dat deze na
de verhuizing naar het Spuiforum wordt ondergebracht in de Openbare Bibliotheek aan het Spui. Dus
op een steenworp afstand van het nieuwe cultuurpaleis, maar toch doet de scheiding een beetje pijn.
De bibliotheek hrt er gewoon bij. Maar ja, dingen veranderen nu eenmaal, zegt bibliothecaresse
Hanne. Ze werkt net als Bob al vanaf dag n in het gebouw aan de Juliana van Stolberglaan.

Postvakjes
In het conservatorium draait het natuurlijk om de studenten. Dat het er veel zijn, kun je zien aan de
enorme hoeveelheid postvakjes bij de balie. Voor elk van de nu achthonderd studenten n. Bij het
ontwerp werd rekening gehouden met vierhonderd studenten. Het is duidelijk dat het gebouw de
verdubbeling amper aan kan. Het ruimtegebrek is nijpend. Achter de balie en de postvakken bevindt
zich de koffiecorner. Koffie, thee, broodjes en andere versnaperingen zijn hier verkrijgbaar.
Studenten en docenten zitten door elkaar, druk in gesprek met elkaar. Aan diverse tafels lijkt de
bladmuziek die voor hen op tafel ligt, de inhoud van het gesprek te bepalen. Maar het gebouw is niet
alleen van de musici. De tweede boezem van het hart klopt voor de dans. Bob gaat ons voor. Via
klapdeuren komen we terecht op een tweesprong. We gaan linksaf richting de balletstudios. Hier
zwaait Nancy Euverink de scepter. De directeur van de Dansvakopleiding heeft in het huidige gebouw
vijf balletstudios tot haar beschikking. In het Spuiforum hoopt zij er een studio bij te krijgen.
Vanachter de deur van studio vijf klinkt pianomuziek en dan: binnen. Acht kinderen in danskleding
doen grondoefeningen. Feel your power house!, roept de docente hen toe. Bob vervolgt zijn weg
langs muren vol fotos van voormalige studenten. Studio vier biedt ruimte aan acht meisjes die een
split maken alsof het niets is. Een studio verderop trainen drie jongens en vijf meisjes. Ze zijn
allemaal erg jong. Bob kent iedereen.

Akoestiek
Volgende stop is de Arnold Schoenbergzaal. Iedereen heeft een positief woord over voor deze
concertzaal die plaats biedt aan 650 toeschouwers. De zaal is helemaal afgewerkt met hout, wat het
een warme uitstraling geeft. De akoestiek wordt alom gewaardeerd. Het opdoen van
podiumervaring, is een belangrijk aspect van het leertraject dat de studenten doorlopen. En daar kun
je maar het beste zo jong mogelijk mee beginnen. Daar weet Jobine Siekman alles van. De 18-jarige
Groningse is een opvallende verschijning met haar lange, golvende rode haar.
Ze volgt al bijna zes jaar onderwijs aan de School voor Jong Talent (SvJT), de middelbare school die
deel uitmaakt van het Koninklijk Conservatorium. Dit jaar doet ze eindexamen gymnasium. Naast de
lessen die bij het gymnasium horen, volgt Jobine natuurlijk ook muzieklessen. En keer per week
haar hoofdvak cello, drie keer per week theorie, koor, ensemble zang en orkest. Wekelijks heeft ze
de mogelijkheid om samen met een pianist te repeteren.
Met het gymnasiumdiploma op zak wil ze verder met het leren bespelen van de cello aan het
conservatorium. Daarvoor moet ze dit jaar toelating doen. Ik wil verder in de kamermuziek het liefst
met een eigen ensemble. Ze heeft het naar haar zin.Het is altijd gezellig. Van maandag tot en met
vrijdag studeer ik en op zaterdag speel ik mee met het orkest. Ik maak lange dagen, vanaf acht uur s
ochtends tot soms wel zeven uur s avonds. Dat is een beetje afhankelijk van repetities voor
concerten en festivals. Er gebeurt hier best veel.

Wachtstapel
Haar enige klacht: het gebouw is aantoonbaar te klein. Voor een studieruimte moet je je
studentenkaart inleveren aan de balie. Als er een ruimte vrijkomt, word je naam omgeroepen en mag
je anderhalf uur studeren. Op maandag liggen er al gauw veertig kaarten of meer op de wachtstapel.
In de ochtend is het nog wel te doen, maar s middags moet je toch al gauw rekening houden met
een minimale wachttijd van anderhalf uur. Vooral pianokamers zijn schaars.
Ook het onderhoud van de kamers laat een hoop te wensen over. De werk- en studiekamers hebben
enkel glas en de verwarming zit tegen het raam. In de winter is het niet warm te krijgen en
gedurende de rest van het jaar is het benauwd. Het gebouw heeft haar beste tijd gehad. Jobine is
enthousiast over het ontwerp van het Spuiforum. Ze volgt de ontwikkelingen op de voet. Het
Spuiforum wordt volgens mij een heel aantrekkelijk gebouw. Door de centrale ligging kunnen we ook
meer samenwerken met andere mensen. Ik hoop ook dat de contacten tussen het conservatorium
en het Residentie Orkest nog beter worden. Het lijkt me geweldig als ons schoolorkest les zou krijgen
van musici van het Residentie Orkest. Dat soort samenwerkingsverbanden zou een fantastische
nieuwe impuls geven.

Betonrot
Tijdens de rondleiding ontmoeten we ook Marise Nagtegaal. Zij cordineert de facilitaire zaken
binnen het conservatorium. Dit betekent dat ze zich bezig houdt met het onderhoud aan het
gebouw. In 2012 heeft een architectenbureau de staat van het gebouw onderzocht en de
mogelijkheden om de capaciteit uit te breiden in kaart gebracht, deze grondige renovatie en

uitbreiding kost een hoop geld. Vanaf 1980 is er minimaal onderhoud gepleegd aan het gebouw. Op
meerdere plekken is betonrot geconstateerd, waardoor het poreus wordt en afbrokkelt. Een collega
van Marise vult aan: Je hebt het pas door als er stukken beton naar buiten worden gedrukt. Zes jaar
geleden is dat begonnen en inmiddels hebben we er op tientallen plekken last van. De facilitaire
dienst heeft ook de handen vol aan het aan de praat houden van de installaties, zoals de
klimaatbeheersing. Het werkt nog wel, maar valt niet meer goed te regelen, geeft Marise aan. Voor
de instrumenten in het gebouw is een constante en bepaalde vochtigheidsgraad van cruciaal belang.
Daarnaast wordt het steeds moeilijker om de legionella te controleren die in de waterleidingen zit.
Twee keer per jaar spoelen we de leidingen met een schoonmaakmiddel, maar helemaal weg krijgen
we het niet.
Maar het hinderlijkste zijn de dagelijkse interne verhuizingen die nodig zijn wegens ruimtegebrek.
We verhuizen bijna non-stop om de juiste spullen op het juiste moment op de juiste plek in het
gebouw te krijgen. Elk hoekje en gaatje in het gebouw wordt benut. Opslagruimte fungeert als
lesruimte en de spullen die voorheen in de opslag stonden, staan tegenwoordig in de gangen of in de
zaal. Om met de spaarzame ruimte uit te komen, zijn de mensen van de facilitaire dienst de hele dag
in de weer met interne verschuivingen. Voor Marise en haar collega is het zo klaar als een klontje:
We zitten aan het maximum van de mogelijkheden die het gebouw biedt. .
Dat het gebouw ook qua vormgeving door de tijd is ingehaald, wordt pas goed duidelijk als Bob ons
naar de zesde en bovenste verdieping brengt. Van daaruit heb je een prachtig uitzicht op het gebouw
Center Court met daarvoor de netkous. Overal om ons heen is de 21ste eeuw begonnen, maar wij
zijn in dit oude betonnen gebouw blijven steken in de jaren tachtig van de vorige eeuw. Afscheid
nemen van dit gebouw doet pijn, we hebben hier veel mooie muzikale herinneringen. Maar het is tijd
voor een nieuw geluid in het Spuiforum. Het Koninklijk Conservatorium keert terug naar het hart van
de stad.

Geschiedenis van het Koninklijk Conservatorium


Hofleverancier van muziek
Het Koninklijk Conservatorium werd in 1826 door Koning Willem I opgericht. Het is dus al vanaf het
begin hofleverancier van muziek en dans. Het muzikale hart van de Hofstad klopte op diverse
locaties. De eerste locatie van het conservatorium was aan de Prinsegracht. De geschiedenis van het
conservatorium is nauw verweven met een bijzonder orgel dat in 1855 aan het conservatorium werd
geschonken. Dit orgel deed eerst dienst in de Gotische Zaal die door koning Willem II in 1839 was
gebouwd. Later verhuisde het conservatorium naar de Korte Beestenmarkt, waar het orgel in 1883 in
de nieuwe concertzaal werd geplaatst. Toen het conservatorium in 1980 naar de Juliana van
Stolberglaan verhuisde, werd het orgel na wat omzwervingen in 1990 weer terug geplaatst in de
Gotische zaal. In de bijna twee eeuwen dat het Koninklijk Conservatorium bestaat, is de school op
internationaal gebied uitgegroeid tot een instituut waar de muziek en de dans, de wetenschap en de
praktijk, de studie en de prestaties op een hoog niveau samenkomen. Het conservatorium heeft in
haar roemruchte bestaan veel beroemde directeuren gehad en bracht talrijke bekende musici en
dansers voort. Henk van der Meulen is sinds 2008 directeur van het Koninklijk Conservatorium.

Minat Terkait