Anda di halaman 1dari 2

In de scheepsstabiliteit zijn er 3 mogelijkheden voor de GM-afstand dit is positief,

negatief of nul.
Wanneer een schip een positieve GM afstand heeft zal er wanneer er een helling
ontstaat een richtend koppel het schip weer proberen terug te krijgen in de
oorspronkelijke positie. Dit koppel zal dan de helling op proberen te heffen.
(tekening stabiel)
De mogelijkheid dat G en M samenvallen is te zien in de tekening indifferent, de
punten G en M liggen dan op hetzelfde punt.
Als de punten G en M op hetzelfde punt liggen zal er indien het schip een kleine
helling krijgt geen/een verwaarloosbaar richtend koppel ontstaan GM blijft 0. dit
betekend dat het schip onder deze helling zal blijven liggen.
Wanneer het schip een grotere helling krijgt zal het metacentrum wel verplaatsen
(GM is niet meer 0) en ontstaat er een richtend koppel.
Bij een negatieve GM-afstand ligt M onder G zoals te zien in de tekening instabiel.
Een schip met een negatieve GM zal bij een kleine helling niet kapseizen(indien
varend in een rechte lijn door kalm water en windstil) en zich gedragen als een
indifferent schip. Als het schip een grotere helling krijgt door bijvoorbeeld een
golf, windstoot of roer geven zal het richten koppel (aangegeven door de zwarte
pijl) groter worden, waardoor de helling nog groter wordt en het richtend koppel
weer nog groter word enzovoort. Of het schip zal kapseizen, ligt aan de grootte
van loll. Wanneer er bij deze loll bijvoorbeeld veel water aan dek komt en er
vrije vloeistof momenten ontstaan en/of verschuiven van lading zal het schip
kapseizen.

Negatieve stabiliteit

In figuur 1 is de rechtliggende
beginsituatie
van een schip met een negatieve
stabiliteit te zien. KM-KG=negatief.
Aangezien het schip recht ligt is GZ=0
en is er geen richtend koppel.

In figuur 2 krijgt een schip door een


uitwendige kracht een kleine helling. Als
het schip een kleine helling krijgt zal de
opwaartse kracht gaat nog steeds door
het initiele metacentrum gaan. Aangezien
de GM negatief is zal er een richtend
koppel ontstaan dat het schip een nog
grotere helling zal geven. (Mocht de
uitwendige kracht nu wegvallen, dan zal

In figuur 3 is te zien datInhet


schip
blijft
figuur
4 is
te zien wat er gebeurt als een
doorhellen totdat de werklijn
van de
uitwendige
kracht het schip verder laat hellen
opwaartse kracht door dan
het de angle of loll. GM wordt dan positief
gewichtszwaartepunt gaat.
en erGZ=0
ontstaat een richtend koppel dat zal
geworden en er is geenproberen
richtend het
koppel
schip terug te brengen naar
meer. Het gaat hier omangle
een grote
of loll .
helling, waardoor de werklijn van de
In werkelijkheid
opwaartse kracht niet meer
door het is de kans groot dat bij grote
hellingen
het dek onder water komt te liggen,
initiele metacentrum gaat. De hoek
waardoor
er of
een vrije vloeistof moment
waaronder dit gebeurt heet
angle
en het schip door extra gewicht
loll. In deze situatie is ontstaat
er evenwicht:
dieper zal inzinken. Het schip zal hierdoor

Minat Terkait