Anda di halaman 1dari 44

Koe

SI GNAL EN

Vruchtbaarheid
Prakt i j kgi ds voor tocht i ghei d en dracht i g kr i j gen
Titel Vruchtbaarheid 06-12-2007 12:14 Pagina 1
Vruchtbaarheid0208.indd 1 18-02-2008 10:18:39
Auteur
Jan Hulsen, Vetvice

Fotos:
Jan Hulsen (tenzij anders vermeld)
Anneke Hallebeek (p. 13, 33, 35, 43)
Marcel Christianen (p. 25)
Tekeningen:
Marleen Felius (p. 4, 13, 17, 21, 32,
36, 38, 41)
Dick Rietveld (p. 7, 14, 20, 22, 27, 31)
Vormgeving:
Erik de Bruin, Varwig Design
Eindredactie:
Maud van der Woude
Met medewerking van:
Dick de Lange
Kritische lezing manuscript:
Paul Hulsen
Dick de Lange
Nico Vreeburg
Met alle dank aan:
Joep Driessen, Marcel Drint, Frido
Hamoen, Henk Hogeveen, Joost Klop,
Adri Maas, Toon Meesters, Adri Peeters,
Jeroen Peeters, Kees Peeters, Annelies
Pernot, Maarten Pietersen, QMPS/
Cornell University, Alfons van Ranst, Jack
Rodenburg, Roel Roelofs, Ad Rijvers,
Roodbont Uitgeverij
Postbus 4103
7200 BC Zutphen
tel. (0575) 54 56 88
fax: (0575) 54 69 90
www.roodbont.nl
info@roodbont.nl
Roodbont Uitgeverij is onderdeel
van Tirion Uitgevers.
Vetvice BV

Moerstraatsebaan 115
4614 PC Bergen op Zoom
tel. (0165) 30 43 05
www.vevice.com
info@vetvice.com
Kees Simons, Ren de Theije, Bill Tranter,
UGCN, Jansje van Veersen, Sietse Venema,
Peter Vercauteren, Peter Vos, Bertjan
Westerlaan, Dirk Zaaijer.
En vele veehouders en anderen die op een
of andere wijze inspiratie, kennis, hulp en
openheid hebben geboden.
Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd
en/of openbaar gemaakt door middel van druk,
fotokopie of op welke andere wijze dan ook, zon-
der voorafgaande schriftelijke toestemming van
de uitgever.

Auteur en uitgever hebben de inhoud van deze
uitgave met grote zorgvuldigheid en naar beste
weten samengesteld. Auteur en uitgever aanvaar-
den evenwel geen aansprakelijkheid door schade,
van welke aard dan ook, die het gevolg is van
handelingen en/of beslissingen die gebaseerd zijn
op bedoelde informatie.
Koesignalen

is een gedeponeerd merk van


Vetvice

.

Jan Hulsen, december 2007
ISBN: 978-90-8740-011-8
NUR: 940

Vruchtbaarheid maakt deel uit van de
Koesignalenreeks, samen met: Koesignalen,
Klauwen, Jongvee en Uiergezondheid.
Colofon

2
Vruchtbaarheid0208.indd 2 18-02-2008 10:18:42
Elk jaar een kalf 4
1 Opschonen en tochtig worden 6
Voeding 6
Succesfactoren bij transitie 8
Vaarzenintroductie 9
Organisatie afkalven 10
Verloshulp 11
Opstarten: de koe 12
De nageboorte 13
Huisvesting en management 14
Controle van geslachtsapparaat 15
2 Tochtig zien 16
Succesfactoren bij tochtig zien 16
Gebruik hulpmiddelen 17
Tochtigheidssignalen 18
Cyclus en cyclussignalen 19
Inseminatietijdstip 20
Pinken 21
Inseminatietechniek 22
Standaard werkwijzen 24
Inseminatie en organisatie 25
3 Drachtig worden en blijven 26
Veel embryos sterven af 26
Minder stress, minder embryo-sterfte 28
Voeding 29
Niet-drachtigheidsdiagnostiek 30
Niet drachtig: en nu? 31
Meer weten van de dracht 32
Embryotransplantatie en OPU 33
De stier 34
Verwerpen 35
4 Doelen, meetpunten,
procesmanagement 36
Management 37
Procesmanagement 38
Kengetallen en fokkerij 39
Werkwijze veehouders in het buitenland 40
Tochtig spuiten en hormoonprogrammas 41
Economie 42
Ozos en weetjes 43
Index 44

Inhoudsopgave
3
Vruchtbaarheid0208.indd 3 18-02-2008 10:18:43
4
Droogstands-
rantsoen,
comfort,
beweging,
ventilatie,
geen stress,
fris water,
gezonde
klauwen,
gezond uier.
Juiste
moment,
juiste
techniek.
Vruchtbaar
sperma.
Rust,
geen stress,
geen ziektes.
Geen
stress,
rust,
hygine.
Geen
beschadi-
gingen van
geboorte-
weg.
Geen infecties
Positieve energiebalans, goede voedingstoestand
incl. mineralen, gezond, gezonde benen en klauwen.
Baarmoeder schoon
en gezond.
Droogstand Afkalven Opstart lactatie (wachttijd) Insemineren/
dekken
Dracht
Kalf
Vraag:
Je wilt dat al je koeien de komen-
de tijd goed drachtig worden. Hoe
doe je dat?
Antwoord:
Een koe wordt drachtig als haar baar-
moeder gezond is en als haar voeding,
energiestatus en gezondheid goed zijn.
Vervolgens moet je haar op het juiste
moment en op de juiste wijze insemi-
neren met vruchtbaar sperma.
Wees succesvol,
denk vooruit
I n l e i d i n g
Elk jaar een kalf
Bedrijfseconomisch is het nog
altijd optimaal om elke koe elk
jaar een kalf te laten krijgen.
Makkelijker gezegd dan gedaan
Koeien drachtig maken klinkt eenvou-
dig, maar toch is vruchtbaarheid op veel
bedrijven een probleem. Allereerst is er,
rond afkalven en in de eerste maand van
de lactatie, de grote invloed van voeding
en koegezondheid. Deze twee zaken goed
voor elkaar krijgen is de grootste houde-
rij-uitdaging op vrijwel elk melkveebe-
drijf. Ten tweede is het drachtig maken,
meestal door inseminatie, van koeien
een nauwgezet karwei dat veel betrokken-
heid, zorg en vakmanschap vraagt. Zorg

kost tijd en die staat nogal eens onder
druk. Vakmanschap kun je trainen.
Vakmanschap, zorg, betrokkenheid en
motivatie worden gestimuleerd als je
direct het resultaat ziet van wat je doet.
Dit vraagt om scherpe controlepunten,
die je direct vertellen hoe het n gaat
(procesindicatoren). Terwijl het na inse-
minatie nog minstens een maand duurt
voordat je zeker weet of de koe drachtig
is geworden.
Vruchtbaarheid0208.indd 4 18-02-2008 10:18:50
5
Droogstands-
rantsoen,
comfort,
beweging,
ventilatie,
geen stress,
fris water,
gezonde
klauwen,
gezond uier.
Juiste
moment,
juiste
techniek.
Vruchtbaar
sperma.
Rust,
geen stress,
geen ziektes.
Geen
stress,
rust,
hygine.
Geen
beschadi-
gingen van
geboorte-
weg.
Geen infecties
Positieve energiebalans, goede voedingstoestand
incl. mineralen, gezond, gezonde benen en klauwen.
Baarmoeder schoon
en gezond.
Droogstand Afkalven Opstart lactatie (wachttijd) Insemineren/
dekken
Dracht
Kalf
De oppervlakte van de pijlen geeft het belang weer voor de vruchtbaarheid. Het succes van inseminatie hangt dus sterk af van de voeding
en gezondheid in de voorliggende periode. De lengte van deze periodes zijn managementkeuzes. Die bepaal je dus zelf.
Droogstand
De droogstand legt het fundament voor
probleemloos afkalven, opschonen van
de baarmoeder en voor een vlotte start
van de lactatie wat betreft voeropname
en stofwisselingsproblemen.
Opstart: 8 weken voorbereiding
Na afkalven krijgt de koe een rustperiode
van circa 8 weken. In deze wachttijd
verkleint de baarmoeder zich en schoont
die zich op, zodat ze klaar is voor de
volgende dracht. De koe mag niet te
veel conditie verliezen en moet zo snel
mogelijk uit de negatieve energiebalans
zijn. Alleen dan zullen haar eierstokken
en hormooncyclus goed functioneren.
Voorts moet ze sterk zijn en gezonde
benen hebben, zodat ze haar tochtigheid
duidelijk zal tonen.
Inseminatieperiode: 6 weken oplet-
ten en insemineren
Na de wachtperiode moet de koe zo
snel mogelijk drachtig zijn, dus op het
juiste moment succesvol gensemineerd
worden. Succesvol insemineren bete-
kent allereerst dat je het moment van de
eisprong (ovulatie) moet weten. Want je
wilt 6-12 uur voor de eisprong insemi-
neren. Het moment van de eisprong kun
je inschatten door middel van tochtig-
heidswaarneming. De eisprong kan met
hormooninjecties gepland worden.
Nazorg: 8 weken uitzonderingen en
controles
Koeien die niet tochtig worden heb je
tijdens de inseminatieperiode al opge-
spoord. Nu wil je de niet-drachtige koeien
zo snel mogelijk opsporen, zodat je kunt
besluiten of je doorgaat met insemineren
en om zo nodig te behandelen. De
drachtigheidsgegevens laten je zien of de
wachtperiode en de inseminatieperiode
goed verlopen zijn.
De fases van vruchtbaarheidsmanagement
Je controleert voortdurend
hoe het gaat, waarbij je voor-
uit denkt. Ook probeer je te
leren van het verleden.
Vruchtbaarheid0208.indd 5 18-02-2008 10:18:51
Vo e d i n g 1 . Op s c h o n e n e n t o c h t i g wo r d e n
6
Voeding
Bij droogstand is een maximale droge-
stofopname doel n middel. De koe moet
altijd kunnen en willen vreten, n ze mag
niet vervetten. Daarvoor moet het rant-
soen lekker zijn. En het dient de juiste
hoeveelheid energie- en eiwit te bevat-
ten, plus vitaminen, mineralen en spoor-
elementen. Meestal lopen droge koeien
gedurende de eerste vijf weken in de far
off-groep, die structuurrijk, energiearm
voer krijgt. Vanaf drie weken voor afkal-
ven lopen ze in de close up-groep, met het
transitierantsoen.
Na de tweede afkalving lijkt het beter de
droge koe 40 dagen in n groep te hou-
den. Voorwaarde is dat je de verwachte
kalfdatum exact kent en de koeien droog
zet met een dagproductie van minder
dan 15 kg melk!
Goed voeren, goed berekenen
Een goed rantsoen is een zorgvuldig bere-
kend en zorgvuldig gevoerd rantsoen, dat
de koeien op de gewenste wijze opnemen
en verteren. Smakelijkheid is erg belang-
rijk. Niemand kan een goed rantsoen
voeren met matige voedermiddelen. Ook
droogstandvoeding begint met een goed
gewonnen product, goed inkuilen, goed
uitkuilen en goed voeren. Win en/of koop
jij doelgericht ruwvoer voor de droge
koeien (en voor het jongvee)?
De droogstand legt de basis
voor probleemloos afkalven en
probleemloos opstarten, en dus
voor een vlotte volgende drachtig-
heid. Sleutelwoorden zijn: een
uitgebalanceerd rantsoen, een
vitale koe, controle/beheersing
en probleemloos afkalven.
Elke koe met de juiste conditie laten afkalven
bereik je door de dieren met de juiste conditie
droog te zetten. Dit vraagt een zorgvuldige voe-
ding in de tweede helft van de lactatie. Deze
koe heeft de ideale conditie van 3,25.
Opschonen en tochtig worden
Succesfactoren droogstand: uitstekend koecomfort,
bewegingsruimte, goed opzicht, correct rantsoen, geen
stress, geen risicos, hoge kwaliteit van werken.
Vruchtbaarheid0208.indd 6 18-02-2008 10:18:55
Goed voeren, goed eten!
De belangrijkste voedingsfactor die het
tochtig worden benvloedt, is de energie-
balans. Het verloop daarvan toont zich in
de conditiescore (BCS). Een doel van de
voeding in de transitieperiode zou moe-
ten zijn dat elke koe tochtig is geweest
vr de 40ste dag. Dat doet ze als ze
gn of weinig conditie verliest (<1 punt).
De meeste koeien maken een periode
met een negatieve energiebalans door.
Deze begint enkele dagen voor afkalven,
bereikt een dieptepunt op twee weken en
eindigt gemiddeld zes weken na afkalven.
De diepte van de negatieve energiebalans
hangt vooral af van de voeropname, veel
meer dan van de melkproductie.
Een goede voeropname tijdens de eerste
maanden na afkalven begint in de weken
vr afkalven. Koeien die op de dag voor
afkalven veel vreten, doen dit ook in de
eerste maand na afkalven. En vice versa.
Vo e d i n g 1 . Op s c h o n e n e n t o c h t i g wo r d e n
7
De pensflora breekt de energiedragers in het voer af tot
vluchtige vetzuren. Deze vetzuren worden door de vlok-
ken op de penswand opgenomen en zijn een energiebron
voor de koe. Structuur en speeksel (herkauwen) zorgen
ervoor dat de pens-pH niet te veel daalt (buffering).
Om begin lactatie pensverzuring te voorkomen, moe-
ten de pensvlokken zo veel mogelijk vetzuren per
minuut opnemen, dus zo talrijk en zo lang mogelijk zijn.
Propionzuur stimuleert de ontwikkeling van lange pens-
vlokken. Dit zuur ontstaat uit suikers en onbestendig
zetmeel. Vandaar dat deze bestanddelen in een transi-
tierantsoen horen (bijv. behandelde granen).
Pensverzuring maakt dat de koe minder vreet n ver-
mindert de opname van voedingsstoffen. Het is een
belangrijke oorzaak van overmatige vermagering en
klauwproblemen.
Droge koeien moeten onbeperkt lekker eten hebben en
niet selecteren. Je ziet schone snuiten en geen zoekge-
drag zoals hier . Vergelijk het structuurgehalte van het
restvoer met het rantsoen.
Controleer tweemaal daags de pensvulling en de mest
van lke koe, en wekelijks de conditie.
Onbeperkt schoon water, uitstekende ventilatie, optimaal
ligcomfort en beweging stimuleren de vitaliteit van de
droge koe.
Vermijd verder alle vormen van stress: verplaatsing, hitte
( 21 C), jeuk, verwondingen, kreupelheid, enzovoort.
Oppervlak strooiselbed: 9 m
2
per koe.
Voeding kan tot
wel tweederde
van de verschil-
len veroorzaken
in vruchtbaar-
heidsresultaten
tussen
bedrijven
De transitieperiode:
van drie weken voor tot drie weken na afkalven
De voeropname vermindert gedurende de laatste drie weken voor afkalven. Deels is dit
onvermijdbaar. Deels hangt het af van beheersbare factoren: stress, smakelijkheid van het
rantsoen, beschikbaarheid van water, vitaliteit van de koe.
Vruchtbaarheid0208.indd 7 18-02-2008 10:19:01
Tweelingdracht
Een koe met een tweelingdracht neemt in
de laatste vijf weken voor afkalven min-
der voer op. Geef haar een rantsoen met
een hoger gehalte aan energie, eiwit en
andere voedingsstoffen, zodat ze zo min
mogelijk conditie verliest. Plaats haar de
gehele droogstand in de close up-groep. En
zorg dat ze niet te mager is bij droogzet-
ten (BCS > 2,5).
Let extra op bij afkalven. Een koe met een
tweeling heeft meer kans op geboortepro-
blemen, door melkziekte en/of verkeerde
ligging van een kalf.
S u c c e s f a c t o r e n b i j t r a n s i t i e 1 . Op s c h o n e n e n t o c h t i g wo r d e n
8
De koe is gezond en vrij van
parasieten, wonden, kneuzingen en
ontstekingen. Ze heeft gezonde,
goedgevormde klauwen.
De koe vreet en drinkt met
graagte en zonder te selecte-
ren. Ze heeft continu een pens-
vulling tussen 3,5 en 4. Haar
mest is goed verteerd en redelijk
gevormd (consistentie 3 tot 4 ).
Ze kan continu beschikken over
lekker voer en water.
Regelmatige controle van:
voer:temperatuur,
selectie, samenstelling
bloed:mineralenen
spoorelementen
bloed:NEFAs
(energiebalans)
urine:pH
Op geen enkel
moment verliest een
koe het contact met
haar groep. Ze heeft
ruim plaats om te
kalven (met name
vaarzen) in een
frisse, vertrouwde,
comfortabele ruim-
te.
Succesfactoren bij transitie
De koe is actief
en alert.
D
e
z
e

p
a
s

a
f
g
e
k
a
l
f
d
e

v
a
a
r
s

h
e
e
f
t

g
a
v
e

h
a
k
k
e
n
,

g
o
e
d
e

b
e
n
e
n

e
n

e
e
n

m
a
t
i
g

g
e
v
u
l
d
e

p
e
n
s

(
s
c
o
r
e

2
)
.

Z
e

i
s

v
u
i
l
,

d
u
s

e
r

i
s

m
e
e
r

k
a
n
s

o
p

b
a
a
r
m
o
e
d
e
r
o
n
t
s
t
e
k
i
n
g
.

C
o
n
t
r
o
l
e
e
r

d
i
t
.

Z
e

h
o
u
d
t

h
a
a
r

s
t
a
a
r
t

a
f
:

w
a
a
r
s
c
h
i
j
n
-
l
i
j
k

d
o
o
r

b
e
s
c
h
a
d
i
g
i
n
g

(
p
i
j
n
)

v
a
n

d
e

g
e
b
o
o
r
t
e
w
e
g
.

B
e
h
a
n
d
e
l

h
a
a
r

h
i
e
r
v
o
o
r

e
n

z
o
r
g

d
a
t

z
e

g
e
n
o
e
g

e
e
t
,

d
r
i
n
k
t

e
n

l
i
g
t
.

Wat vertelt deze vaars
over haar transitie?
Zoekplaatje
Vruchtbaarheid0208.indd 8 18-02-2008 10:19:10
Va a r z e n i n t r o d u c t i e 1 . Op s c h o n e n e n t o c h t i g wo r d e n
9
Introductie van vaarzen
De introductie van vaarzen begint 8-6
weken voor de verwachte kalfdatum. Ze
behoren dan tot de droge koeien. Start je
dichter bij afkalven, dan is de vaars veel
minder in staat grote veranderingen op
te vangen.
Goed
Ook voor vaarzenintroductie geldt, dat
het succes voortkomt uit de voorberei-
ding. Je start met een grote, sterke, gezon-
de vaars. Het dier gaat kalven op een
datum die je vrij zeker kent, van een stier
die lichte kalveren geeft. Je hebt een plan-
ning, met datums, doelen en uitgewerkte
werkwijzen, waarmee je die doelen gaat
bereiken. Bijvoorbeeld klauwcontrole en
-behandeling bij introductie.
Voeg de vaarzen in groepjes toe aan de
droge koeien.
Te laat
Door stress daalt de weerstand van de
vaars en krijgt ze eerder baarmoederont-
steking en uierontsteking.
Een gestresste vaars blijft veel te lang
staan. Dus ontstaan zoolbloedingen en
bevangenheid, en schade door bevangen-
heid herstelt zich nooit meer. Ze zal ook
te weinig vreten en drinken, dus eerder
pensverzuring krijgen. Fouten in de voe-
dingstoestand (te hoge conditie, tekorten)
zorgen dat het opschoningsproces van de
baarmoeder slechter verloopt.
Stress rondom afkalven maakt dat het
geboorteproces niet goed doorzet, waar-
door het risico op geboortewegbeschadi-
ging, napijn en baarmoederontsteking
stijgt.
Succesvoorwaarden voor introductie
Gewend
De vaars is volledig vertrouwd
met het rantsoen, het voerhek,
de vloer en de ligboxen. Ze kent
de geluiden en de geuren in de
stalenzekentdekoppel.Enze
kan grazen. (bij weidegang).]
Gezond
De vaars heeft gezonde, goed gevormde
klauwen. Ze is vrij van wonden, ont-
stekingen, ziektes (onder andere BVD,
para-tbc) en parasieten (schurft, luizen,
maagdarm- en longwormen, leverbot).
Afgestemdopdebedrijfssituatiebezitze
gerichte weerstand tegen parasieten en
infectieziektes als longwormen, IBR, BVD,
E.coli/rota/coronavirus,enzovoort.
Gevoed
De vaars heeft een conditiescore
van 3,5. Haar mineralen-, vitamine-
en spoorelementenbalans zijn op
orde(Mg,Se,Cu,Co,I,vitE,vitA,
enzovoort). Je hebt dit gecheckt met
een bloedonderzoek.
Gemak
De vaars kan comfortabel twaalfmaal daags vre-
ten, drinken en rusten. Succesfactoren hiervoor
zijn: voldoende bewegingsruimte (oppervlakte,
grip, geen risicoplaatsen, rustplaatsen), weinig
rangordestrijd (voermanagement, ruimte) en geen
angst voor de veehouder en diens acties. In open
stallen vertonen koeien minder schrikreacties.
Voorkom een te groot zucht-uier, dat slecht
lopen en mastitis tot gevolg heeft.
Vruchtbaarheid0208.indd 9 18-02-2008 10:19:16
Or g a n i s a t i e a f k a l v e n 1 . Op s c h o n e n e n t o c h t i g wo r d e n
1 0
Controle en ingrijpen
Een koe die vlot en zonder hulp afkalft is
gezond n lijdt het minst van het afkal-
ven. Zorg voor een ruime stal en weinig
stress. Je wilt elke kalvende koe goed kun-
nen zien en beoordelen, om te weten dat
het goed gaat. En je wilt gemakkelijk en
hyginisch ontsluiting en ligging van het
kalf kunnen controleren.
In een goede afkalfruimte kun je een koe
snel vastzetten, waarbij ze ook kan gaan
liggen. Je hebt veel licht, veel ruimte en
kunt gemakkelijk bij de koe komen met
allerlei spullen. Bovendien heb je alle
hulpmiddelen bij de hand voor koe en
kalf.
Vakmanschap en organisatie
Slecht uitgevoerde afkalfhulp vergroot
het risico op aan de nageboorte blijven
staan, schedeontsteking en witvuilen.
Witvuilen veroorzaak je doordat je tij-
dens verloshulp de baarmoeder bescha-
digt. Deze is daardoor minder goed in
staat om zich samen te trekken en om
bacterin op te ruimen. Bij onhyginisch
werken breng je bovendien veel bacterin
in de baarmoeder, waardoor je de kans
op witvuilen sterk vergroot. Een schede-
ontsteking komt door overrekking en
inscheuren. Door de pijn vreet het dier de
eerste dagen slecht. Zonder behandeling
ontstaat vaak een acute baarmoederont-
steking en/of witvuilen.
Vanaf het moment dat je de eerste blaas
ziet, duurt de geboorte bij een koe 1 tot
4 uur, en bij een vaars 2 tot 6 uur.
Om elke koe de beste verzor-
ging te geven moet je altijd op
dezelfde manier werken. Juist
de routine zorgt dat je nooit
een onderdeel overslaat. Doe je
telkens wat anders, dan heb je
geen houvast voor controle en
verbeteringen.
Zorg dat je elke stap hebt
doordacht. Bij voorkeur zet je
je werkwijzen op papier. Of
leg ze eens uit, bijv. aan een
stageloper. Met een standaard
werkwijze kun je ook de stal
zo inrichten dat je altijd snel,
gemakkelijk, prettig en goed
kunt werken. En je weet wat je
nodig hebt en wat niet.
Als koe kalft, dan afzonderen.
Schrijf tijd+wat je ziet op bord.
Voel de koe op als:
2 uur na ui ttreden van (blauwe) water-
blaas geen pootjesblaas (slijmblaas/wi t) of
pootjes te zien zijn;
als je t wijfel t.
Verleen verloshulp als:
bij een persende koe het kalf na een half
uur niet verder is gekomen;
het kalf verkeerd ligt;
als je t wijfel t.
Verloshulp: standaard
werkwijze.
Koe na afkalven:
zoveel lauw water
geven als ze lust;
vers voer geven;
ui tmelken, kalf biest geven,
rest in koelkast;
emmernummer
opschrij ven op bord.
elk uur controleren;
als je t wijfel t aan een
t weeling: opvoelen;
als nageboorte
eraf is naar
verse koeiengroep.
Een frisse, droge stal met veel
bewegingsruimte. Ook met een
groot uier kunnen de koeien
eenvoudig gaan liggen. Met de
hekken kun je snel een kalvende
koe afzonderen en vastzetten.
Het looppad biedt gemakkelijke
toegang. Buiten de foto is een
werkhok met opslag van mate-
rialen, biest en een wasplaats.
Maten voor een afkalfhok:
5 x 5 m.
Na het melken:
check banden. Als die gezakt
zijn, geef koe groene streep.
Overdag:
check elk uur de groengestreepte
koeien (plus snel de rest).
Vruchtbaarheid0208.indd 10 18-02-2008 10:19:23
Ve r l o s h u l p 1 . Op s c h o n e n e n t o c h t i g wo r d e n
1 1
Standaard werkwijze verloshulp
Materialen: Een verlosjas, een emmer lauw
water met ontsmettingmiddel voor jezelf,
een emmer koud water voor het kalf, een
halster voor de koe en heel veel glijmiddel.
Verlosapparaat staat klaar. De verlostouwtjes
zitten in het ontsmettingswater.
Stap 1
Kan het kalf geboren worden?
Je probeert in te schatten hoe groot het kalf is ten opzichte van
de bekkeningang.
Normale ligging: Voel bij de bekkeningang de ruimte boven de
kop van het kalf en voel hoe de boegen (schoudergewrichten)
liggen ten opzichte van de bekkeningang. Liggen deze voor
of buiten de bekkeningang? Hoe ver liggen ze van de
bekkeningang?
Normen:
- - .- - -o
/ o----jj o-- o-j-
o - - -- < .
o - jj-- -- < .
(meet de lengte van je wijsvinger).
Bij een achterstevoren kalf (stuitligging): Draai het achterstel
. - -/ - / -. | ---- ---.
moeten de hakjes in het vlak van de kling komen.
Neem bij een vaars veel tijd om de geboorteweg
op te rekken. Vraag de dierenarts hoe.
Stap 4
De koe staat vast. Was je armen en het ach-
terstel van de koe met het ontsmettingsmid-
del. Zorg dat er niets terugloopt in de emmer.
Gebruik veel glijmiddel. Bind de staart aan
het halster.
Stap 2
Voel na de geboorte of er nog een kalf zit en
check de geboorteweg op beschadigingen.
Is de schede erg blauw of ingescheurd, koel
-- .- - -. -
water. Vraag de dierenarts om een behandel-
plan voor zulke dieren.
Stap 6
Met een redelijke trekkracht van het ver-
losapparaat voel je of het kalf geboren kan
worden. Oefen jezelf in het herkennen van de
bekkeningang en de onderdelen van het kalf.
De meeste kalfkoeien gaan vanzelf liggen.
Stap 3
Een zijdelings liggende koe heeft een ruimere
bekkeningang en kan harder persen. Met
een touw onder de buik, achter de voorpoten
en voor het uier, kun je de koe neerleggen.
Neem tijd voor de verlossing. Trek als de koe
perst en geef het kalf rust als de koe
niet perst, door niet te trekken.
Stap 5
Vruchtbaarheid0208.indd 11 18-02-2008 10:19:40
Controle
ls een koe problemen krijgt, wil je dat
snel weten. Want vroeg en adequaat ingrij-
pen beperkt de schade en biedt maximale
kans op herstel. Ten tweede geeft controle
continu informatie over hoe het proces
van afkalven en opstarten verloopt. De
beste manier van controleren is alle verse
koeien de eerste week tweemaal daags
te temperaturen. Dat gaat makkelijk als

ze in een aparte versekoeiengroep staan
met een vastzetvoerhek. Is de tempera-
tuur hoger dan 39,5C, dan heeft de koe
koorts. De meest voorkomende oorzaak
hiervan is baarmoederontsteking. Op
plaats twee staat uierontsteking.
Andere controlepunten zijn: activiteit,
temperatuur van de oren, pensvulling,
mest en productie.
Op s t a r t e n : d e k o e 1 . Op s c h o n e n e n t o c h t i g wo r d e n
1 2
Alle problemen tijdens
het opstarten
versterken elkaar.
Ze maken dat de cyclus
trager op gang komt.
Het tien-dagen plan
Temperatuur de eerste tien
dagen na afkalven dage-
lijks alle verse koeien en
controleer hun pensvulling
en mest. Je vindt zo zieke
koeien vrdat ze ernstige
problemen hebben.
< c~ .--
c~ -
.--
> 39,5C: behandelen
Op dit grote bedrijf tempe-
ratuurt iemand elke dag de
pas-afgekalfde koeien. Bij
een afwijkende tempera-
tuur controleert hij andere
punten, zoals pensvulling,
uier en slepende melkziekte
(met een sneltest). Het
bedrijfsbehandelplan vertelt
bij welke signalen hij welke
(be-)handeling moet toepas-
sen.
Verse koeien moeten gemakkelijk kunnen eten en drinken, in een goed geven-
tileerde omgeving. Ze zijn zwak, hun klauwen kwetsbaar en hun uiers pijnlijk
gezwollen. De ligplaatsen moeten dus zeer ruim en comfortabel zijn.
In een aparte verse koeiengroep hoeven de dieren minder te concurreren om
voer, water en ligplaatsen. Veel ruimte zorgt dat ze vrijelijk kunnen rondlopen.
Plaats de versekoeiengroep dicht bij de melkstal en melk deze dieren als eer-
- --- j-- ~ j- -- j-o .--- j-
-/-j- -
2
per koe, plus looppaden. Ligbox voor een
.-- -- . -j -- o -- .oo-- -- / --
de muur. Breedte: 1,35 meter. Met open kopruimte tot 1,15 meter hoogte,
-- j- --o , . / -' - -- .- o-
Vruchtbaarheid0208.indd 12 18-02-2008 10:19:51
Op s t a r t e n : d e n a g e b o o r t e 1 . Op s c h o n e n e n t o c h t i g wo r d e n
1 3
Afkomen van nageboorte
Het niet afkomen van de nageboorte (pla-
centa) komt door een verstoring van de
complexe reactie waarmee het immuun-
systeem van de koe de aanhechting van de
nageboorte aan de baarmoeder afbreekt.
Bekende zijn:
voedingsgebreken: onder andere
gebrek aan seleen, vitamine E, jodium
en vitamine A;
Magnesium- en Calciumgebrek (melk-
/kalfziekte)
leververvetting: te vette koe,
conditieverlies in droogstand;
stress;
trauma van de baarmoederwand:
zwaar afkalven, slag in de baarmoeder;
vroeggeboorte, dode vrucht voor de
geboorte;
ziekte of infecties, inclusief een slechte
hygine bij afkalven.
Als de nageboorte er na 12 uur nog niet
af is, is sprake van een ziektekundig
probleem. Officieel spreekt men pas na
24 uur van aan de nageboorte staan
(retentio secundinarum). Vertraagd
afkomen (6 - 24 uur) kan komen door
weenzwakte. Vaak ligt daar melkziekte
(kalfziekte) aan ten grondslag: om samen
te trekken heeft de baarmoeder namelijk
calcium nodig en daaraan is een tekort
bij melkziekte. Gemiddeld blijft 5 procent
van de koeien aan de nageboorte staan.
Koeien die aan
de nageboorte
staan, hebben een
verhoogde kans op een
baarmoederontsteking.
Hun cyclus komt later
op gang en ze worden
later drachtig.
Tijdens de dracht vindt de uitwisseling van voedingsstoffen,
ademhalingsgassen en afvalstoffen in de baarmoeder plaats
in gespecialiseerde gebieden: de placentomen. Hier heeft de
nageboorte via talloze uitstulpinkjes hecht contact met de
baarmoederwand. Deze structuren op de nageboorte heten
cotyledonen. Op de baarmoederwand heten ze carunkels.
Er bestaat nog geen goede
manier om een vastzittende
nageboorte los te krijgen. Wacht
tot deze na 2-11 dagen vanzelf
afkomt. Handmatig verwijde-
ren levert geen beter resultaat.
Temperatuur de koe tweemaal
daags. Is de temperatuur boven
- - - ..-j
dan is er een baarmoederontste-
king ontstaan. Check ook het uier!
Behandel de koe met antibiotica
volgens advies van de dierenarts.
Hormonen laten de baarmoeder
samentrekken (oxytocine en
PgF2). De baarmoeder perst
haar inhoud naar buiten en
knijpt daarbij de cotyledonen uit
de carunkels. Het gewicht van
de nageboorte doet de rest.
Oxytocine komt ook vrij bij stimu-
latie van de spenen (zuigend kalf,
melken). De koe produceert in de
eerste zeven dagen na afkalven
continu zoveel PgF2, dat injec-
ties geen zin hebben.
De nageboorte zit alleen in
de placentomen (rozetten)
vast aan de baarmoeder.
De geboorte vormt het sig-
naal voor het afweersysteem
van de koe om de verbinding
tussen baarmoeder en
nageboorte te gaan
verbreken.
= 1 cm
Vruchtbaarheid0208.indd 13 18-02-2008 10:20:04
Hu i s v e s t i n g e n ma n a g e me n t 1 . Op s c h o n e n e n t o c h t i g wo r d e n
1 4
Het succes bepaal je zelf
De erfelijkheidsgraad van problemen
rondom afkalven is ongeveer nul. Dit
betekent dat het succes en de proble-
men bij afkalven vrijwel volledig worden
bepaald door jouw management en de
huisvesting.
Ideaal
In de optimale situatie heeft de koe op
dag 8 tot 14 haar eerste eisprong.
Daarbij vertoont zij geen tochtigheid (de
zogenoemde stille tocht). Op dag 35 is ze
tochtig geweest. Zogen door een kalf remt
de cyclus. Een goed functionerende pens
geeft de koe gezondheid.
A
l
s

e
l
k
e

k
o
e

e
e
n

v
r
e
e
t
p
l
a
a
t
s

h
e
e
f
t
,

z
u
l
l
e
n

d
e

k
o
e
i
e
n

i
n

e
e
n

g
r
o
e
p

g
e
m
i
d
-
d
e
l
d

m
e
e
r

m
a
a
l
t
i
j
d
e
n

v
r
e
t
e
n
,

m
e
e
r

v
o
e
r

o
p
n
e
m
e
n
,

b
e
t
e
r

k
a
u
w
e
n

e
n

m
e
e
r

d
r
i
n
k
e
n
.

A
l
s

z
e

i
n

e
e
n

n
e
g
a
t
i
e
v
e

e
n
e
r
g
i
e
b
a
l
a
n
s

k
o
m
e
n
,

z
a
l

d
e
z
e

k
o
r
t
e
r

d
u
r
e
n

e
n

m
i
n
d
e
r

n
e
g
a
t
i
e
f

z
i
j
n
.

D
e

k
o
e
i
e
n

z
u
l
l
e
n

m
i
n
d
e
r

p
r
o
b
l
e
m
e
n

h
e
b
b
e
n

m
e
t

p
e
n
s
v
e
r
z
u
r
i
n
g

e
n

v
e
r
m
i
n
d
e
r
d
e

k
l
a
u
w
k
w
a
l
i
t
e
i
t
.
I
n

t
e

v
o
l
l
e

s
t
a
l
l
e
n

h
e
b
b
e
n

d
e

k
o
e
i
e
n

m
i
n
d
e
r

r
u
i
m
t
e

o
m

h
u
n

t
o
c
h
t
i
g
h
e
i
d

t
e

t
o
n
e
n
.

E
e
n

h
o
g
e

v
e
e
b
e
z
e
t
t
i
n
g

g
e
e
f
t

s
t
r
e
s
s

e
n

w
e
e
r
s
t
a
n
d
s
d
a
l
i
n
g
.

D
e

v
e
n
t
i
l
a
-
t
i
e

i
s

m
i
n
d
e
r

e
f
f
e
c
t
i
e
f
,

d
u
s


i
s

e
r

e
e
n

h
o
g
e
r
e

z
i
e
k
t
e
d
r
u
k

e
n

e
e
r
d
e
r

h
i
t
t
e
s
t
r
e
s
s
.
Amerikaanse onderzoekers vergeleken bedrijven en vonden een
rechtlijnig verband tussen het percentage drachtige koeien op
150 dagen en de vreetruimte per koe (van 30 tot 60 cm). Wat zijn
volgens jou de onderliggende oorzaken? (Wiltbank et al, 2007)
Vraagstuk
In een tweerijige stal heeft elke
koe een ruime vreetplaats.
Afstand tussen doorsteken:
jo-
In een gevulde drierijige stal kunnen de
koeien niet tegelijk aan het voerhek en
zijn zij beperkt in hun loopruimte.
Kom in actie bij:
meer dan 20% verloshulp (1 op 5);
meer dan 10% melkziekte bij
tweedekalfs en ouder (1 op 10);
meer dan 5% aan de nageboorte
(1 op 20);
meer dan 4% lebmaagdraaiingen
(1 op 25);
meer dan 10% witvuilen (1 op 10).
Droogstands-
rantsoen,
comfort,
beweging,
ventilatie,
geen stress,
fris water,
gezonde
klauwen,
gezond uier
Juiste
moment,
juiste
techniek,
Vruchtbaar
sperma,
Rust,
geen stress,
geen ziektes

Geen
stress,
rust,
hygiene.
Geen
beschadi-
gingen
geboorte-
weg

Geen infecties
Positieve energiebalans, goede voedingstoestand
incl mineralen, gezond, gezonde benen en klauwen
Baarmoeder schoon
en gezond.
Droogstand Afkalven Opstart lactatie (wachttijd) Insemineren/
dekken
Dracht
Kalf
Verlies conditie na afkalven
0 0,5 1
D
r
a
c
h
t
p
e
r
c
e
n
t
a
g
e


n
a

1
e

i
n
s
e
m
i
n
a
t
i
e

De invloed van de energiebalans in de
maand na afkalven op het succes van de
eerste inseminatie.
Te volle stallen
verminderen
de arbeids-
vreugde en
dus de
motivatie
Vruchtbaarheid0208.indd 14 18-02-2008 10:20:08
Involutie en opschonen
De baarmoeder van een koe verkleint
zich in de loop van vier weken van een
zak waarin een kalf van circa 40 kg, de
nageboorte en circa 20 liter vruchtwater
zaten, naar een zakje van 2 3 liter.
Dit proces heet involutie. Gedurende
de involutie moet de baarmoeder zich
ook ontdoen van vocht en bacterin in
haar inwendige holte: rond het afkalven
raakt de baarmoeder onvermijdelijk
genfecteerd met bacterin. Of zich daaruit
een baarmoederontsteking ontwikkelt,
hangt allereerst af van de weerstand van
de koe. Ten tweede van de hoeveelheid
bacterin en hun ziekteverwekkend
vermogen.
Co n t r o l e v a n g e s l a c h t s a p p a r a a t 1 . Op s c h o n e n e n t o c h t i g wo r d e n
1 5
Baarmoederontsteking
Dunne, stinkende uitvloeiing. Je
ziet geen stevig, doorzichtig slijm.
Deze koe moet behandeld worden.
Mogelijk is het dier algeheel ziek.
Om drachtig
te worden
moet de
baarmoederholte
vrij zijn van
ontsteking.
De geur en de kleur van baarmoederuitvloeiing geven informatie over het stadium van genezing van
de baarmoeder en of behandeling nodig is. In onderstaande gevallen is behandeling nodig.
Dikke uitvloeiing die niet stinkt. Je
ziet flarden doorzichtig, taai slijm.
Deze koe is zichzelf aan het
opschonen.
Dunne uitvloeiing die niet stinkt.
Je ziet geen doorzichtig, taai slijm.
Geen tekenen van spontaan herstel.
De koe is verder gezond.
Stinkende baarmoederontsteking betekent een actieve ontsteking die behandeld moet worden met anti-
biotica. Dit kan met injecties, of lokaal in de baarmoeder (injector). Witvuilen is een niet-stinkende gele
uitvloeiing of bijmenging van tochtslijm. Dit is te behandelen door de koe tochtig te spuiten, of via lokale
antibiotica (injector). Vraag de dierenarts om uitleg en om een bedrijfsbehandelplan. Een bedrijfs-
behandelplan beschrijf voor juw bedrijf de beste behandeling bij goed omschreven symptomen.
o j- . - .-- / - -- j-- o---
ontsteking heeft. Ook dit vereist vakmanschap. De beste
methode is kijken met een speculum. Deze lepel is de
tweede keuze, net als rectaal voelen.
Een lebmaagdraaiing ontstaat door een te grote
opname aan snel fermenteerbaar voer, meestal
in de eerste tot derde week na afkalven. Voer
een structuurrijk en compleet basisrantsoen. En
zorg dat de pens altijd vol is.
Vruchtbaarheid0208.indd 15 18-02-2008 10:20:21
2 . To c h t i g z i e n
1 6
Met een verrekijker kun je op afstand een toch-
tige koe herkennen , in de wei en in de stal.
Voor een uitstekende herkenning van
tochtige koeien zijn technische hulp-
middelen noodzakelijk, in combinatie
met goed en gestructureerd kijken. Het
doel is om het optimale inseminatie-
moment in te schatten. Een zorg-
vuldige inseminatietechniek zorgt
vervolgens voor een maximaal
bevruchtingsresultaat. Koeien laten
hun tochtigheid het duidelijkst zien
als ze veel kracht en veel durf hebben.
Tochtig zien
Efficintwerken
Het aantal koeien dat tochtig wordt
gezien op een bedrijf, hangt samen met
de volgende kenmerken:
Koekenmerken:
1. Goede tochtigheidscyclus: positieve
energiebalans, gezonde baarmoeder.
2. Veel kracht en gezondheid: klauwen,
beenwerk, bespiering, enzovoort.
3. Stimulatie: meerdere koeien tegelij-
ker tochtig.
Stalkenmerken:
1. Plaats om te springen: veel ruimte,
lage bezettingsgraad.
2. Grip: zachte vloer waarop de poten
niet wegglijden.
3. Licht: ruim licht (180 lux, 16 tot
18 uur/dag)).
4. Overzicht: geen obstakels die waarne-
men lastig maken.
5. Concentratie: te insemineren dieren
bij elkaar, in het zicht.
Mens- en organisatiekenmerken:
1. Planning: op de beste tijden en vol-
doende lang kijken.
2. Vakmanschap: herkennen van de sig-
nalen.
3. Organisatie: koeien herkennen, note-
ren, doorgeven, actie ondernemen,
feedback.
4. Motivatie.
S u c c e s f a c t o r e n b i j t o c h t i g z i e n
Koeherkenning wordt lastiger naarmate
de stal en het aantal koeien groter
worden. Met een zakcomputer en een
draadloos netwerk heb je altijd attentie-
lijsten en koegegevens bij je en kun je
direct invoeren dat een koe tochtig is.
Vruchtbaarheid0208.indd 16 18-02-2008 10:20:29
Ge b r u i k h u l p mi d d e l e n 2 . To c h t i g z i e n
1 7
Maak met de volgende informatie je eigen tochtwaarneemplan.
Koeien tonen 70% van hun tochtigheden op de rustige, koele
momenten van de dag: tussen 19.00 uur en 7.00 uur. s Middags
zie je de weinig tochtigheden, evenals op onrustige momenten
zoals voeren en melken.
Vraagstuk
Aantal keer
kijken/dag lengte kijkperiode
10 min 20 min 30 min 60 min
1x 22% 31% 36% 39%
2x 33% 43% 55% 61%
3x 45% 55% 65% 71%
4x 49% 61% 71% 78%
Vergroot de kansen
Tochtigheidswaarneming dient om het
juiste moment voor inseminatie te kie-
zen. Je hebt een duidelijk signaal nodig
dat op een vast moment voor de eisprong
optreedt. De eerste keuze is het moment
waarop de koe begint te springen. Ook
het begin van de staande tocht en het
einde van de tochtigheid zijn goed bruik-
bare signalen. Het begin van het springen
kun je behoorlijk goed oppikken met
stappentellers en cameras. Om het begin
van de staande tocht en het einde van
de tocht te zien moet je gewoon veel en
goed kijken.
Vanwege de grote variatie tussen koei-
en berusten de inseminatieadviezen op
kansberekeningen. Ze gaan uit van n
inseminatie.
Drukdetectoren
Drukgevoelige stickers die je op het
staartbeen plakt, verkleuren bij circa 90
procent van de tochtige koeien. Je moet
ze tweemaal daags aflezen. Ze verkleuren
ook bij niet-tochtige koeien die bespron-
gen worden. Plak ze niet te ver naar ach-
teren, zodat ze alleen verkleuren als de
koe werkelijk besprongen wordt. De stic-
kers vallen er soms af door bespringen,
maar ook door schuren (koeborstels!). Zet
daarom het nummer van de koe erop.
Andere hulpmiddelen om het besprongen
worden op te merken zijn een dikke streep
veekrijt op het staartbeen. Deze wordt
uitgesmeerd als de koe wordt besprongen.
Plaats elke 1 tot 3 dagen een nieuwe streep
van 25-30 cm lang en 5-8 cm breed.
Elektronischkijken
Als een koe met de kop boven een bepaalde lijn komt, maakt een
camera een opname van haar. Koeherkenning is vervolgens hand-
werk. De tijd svermelding van de opnames laat zien wanneer de koe
begon te springen.
Door goed kijken te combineren met een technische waarneming, vind je
90 procent van de tochtige koeien. Met alleen kijken zie je zon 60 procent.
Een goede stappenteller geeft betrouwbaar
het moment aan waarop de activiteit van de
koe stijgt, dat samenvalt met het moment
waarop de koe begint te springen. Er bestaan
nog grote verschillen tussen stappentellers.
B
r
o
n
:

U
n
iv
e
r
s
it
y

o
f

A
r
k
a
n
s
a
s
,

J
o
d
ie

P
e
n
n
in
g
t
o
n
B
e
d
r
i
j
f

m
e
t

e
e
n

m
e
l
k
s
t
a
l
:

k
i
e
s

v
o
o
r

t
e
n
m
i
n
s
t
e

d
r
i
e

v
a
s
t
e
,

g
e
p
l
a
n
d
e

k
i
j
k
p
e
r
i
o
d
e
s
.

E
e
n

v

r

h
e
t

o
c
h
t
e
n
d
m
e
l
k
e
n
,

n

d
a
a
r
n
a

e
n

n

l
a
n
g
e

i
n

d
e

a
v
o
n
d
.
M
e
l
k
r
o
b
o
t
b
e
d
r
i
j
f
:

c
o
m
b
i
n
e
e
r

t
o
c
h
t
i
g
h
e
i
d
s
c
o
n
t
r
o
l
e

m
e
t

l
i
g
b
o
x
v
e
r
z
o
r
g
i
n
g

(


3
x

d
a
a
g
s
)
.

P
l
a
n

a
l
t
i
j
d

e
e
n

l
a
n
g
e

c
o
n
t
r
o
l
e
-
r
o
n
d
e

s

a
v
o
n
d
s
.
P
l
a
n

o
o
k

h
o
e

j
e

t
i
j
d
e
n
s

d
e

a
n
d
e
r
e

w
e
r
k
z
a
a
m
h
e
d
e
n

t
o
c
h
t
i
g
e

k
o
e
i
e
n

n
o
t
e
e
r
t

e
n

d
o
o
r
g
e
e
f
t
.
Percentage waarneming tochtige koeien
Veel licht: beter tochtig, beter zien
Vruchtbaarheid0208.indd 17 18-02-2008 10:20:35
Tochtigheidskenmerken
Gemiddeld toont een koe 12 uur lang
tochtsignalen in de vorm van springen.
Staande tocht en bespringen aan de kop
doet ze gemiddeld zon 6 uur (2-8 uur).
Ongeveer 90 procent van de tochtige
koeien springt en ongeveer 50 procent
wordt besprongen. Ongeveer 40 procent
vertoont geen staande tocht.
Zon 70 procent van de tochtigheden
speelt zich af tussen 7 uur s avonds en
7 uur 's morgens. In warme periodes
toont de koe haar tocht slechter ( 21C).
Hoe hoger de productie, des te korter de
lengte van de tochtigheid. De gemiddelde
tochtigheidsduur varieert van ca. 15 uur
bij 25-30 kg dagproductie, tot ca. 5 uur bij
40-50 kg dagproductie.
To c h t i g h e i d s s i g n a l e n 2 . To c h t i g z i e n
1 8
Hier plaatst de veehouder de
tochtige koeien in een afzon-
deringsruimte. Na inseminatie
gaan ze terug de koppel in.
Tochtige koeien tonen hun
tochtigheid veel duidelijker als
ze samen lopen met andere
tochtige koeien. Want ze zor-
gen ook voor onrust in de kop-
pel, wat de bewegingsvrijheid
van andere koeien beperkt en
verwondingen veroorzaakt.
Dit pleit voor een stalont-
werp met een grote open
ruimte (speelplein). Zet tochtige
koeien zo kort mogelijk vast:
op het hoogtepunt van hun
springgedrag en tijdens inse-
minatie.
Afzonderenofniet?
Tochtigheidssignalen
De kling besnuffelen, verhoogde onrust en kinleg
gedrag zijn het signaal om meer aandacht aan
de koe te geven, maar je kunt er niet op vertrou-
wen dat de koe tochtig is of wordt.
Let beter op
Je weet zeker dat een koe tochtig is, als ze stil blijft
staan wanneer ze besprongen wordt en/of als ze andere
koeien aan de kopkant bespringt.
o.- . - .j- --- .-
ojj-j - o-j - j-- .. . -
eisprong mee. Als de besprongen koe meteen weg-
loopt, is vrijwel zeker de springende koe tochtig.
1 2 3
Start tochtigheit Zekerheid
Vruchtbaarheid0208.indd 18 18-02-2008 10:20:51
Cy c l u s e n c y c l u s s i g n a l e n 2 . To c h t i g z i e n
1 9
De cyclus
Na de eisprong verandert het eiblaasje
(follikel) in een geel lichaam (corpus
luteum), dat het drachtigheidshormoon
progesteron produceert. Rond dag 13
checkt de baarmoederwand of er een
embryo in de baarmoeder zit. Is dit niet
het geval, dan krijgt het geel lichaam op
dag 18 het teken om te verdwijnen.
Tijdens de cyclus vinden twee groeigolven
van eiblaasjes plaats. De eerste start op
dag 5 en bereikt een hoogtepunt rond dag



8-10. De tweede start op dag 15. Na dag 18
groeit n eiblaas door, waaruit op dag 21
een eitje springt (ovulatie).
De eiblaasjes geven tochtigheidshormo-
nen af (oestrogeen). In het midden van de
cyclus tonen sommige koeien lichte toch-
tigheidsverschijnselen (rond dag 10-14).
De cyclus duurt bij koeien gemiddeld 21
dagen (18-25 dagen) en bij pinken gemid-
deld 20 dagen. De eerste cyclussen na afkal-
ven zijn nogal eens korter en soms langer.
De meeste pinken en een deel van de
koeien hebben drie groeigolven tijdens de
cyclus, met pieken rond dag 8 en dag 14.
Een eierstok met een grote eiblaas (1) en een
. .-/ j-- . ,j c' -
gele lichaam (2) puilt uit op de plaats van de
eisprong (ovulatielitteken). Het inschatten van
het cyclusstadium door het aftasten van de
eierstokken is moeilijk en vaak onbetrouwbaar.
Vroeg
Matige spanning
baarmoeder.
Koe is volgende
dag nog steeds
tochtig.
Op het juiste
moment
Stevig gespannen
baarmoeder
(goede tonus).
Erkomthelder
slijm af.

Koe bloedt twee
dagen later af.
Laat
Matige spanning
baarmoeder.
Veel terugkomers
op 18-21 dagen.
Controle-signalen inseminatietijdstip
1
2
LH-puls vanuit hersens
Baarmoederwand checkt:
wel/niet drachtig
PgF2 vanuit
baarmoederwand
dag 18
follikel ovuleert na LH-puls
cl produceert progesteron
cl stopt met progesteronproductie en verschrompelt
follikel groeit uit en produceert oestrogenen
KOE IS
TOCHTIg
Koe is drachtig
cl = corpus luteum = geel lichaam
LH = luteniserend hormoon
ovulatie = eisprong
follikel = eiblaas
oestrogeen = tochtigheidshormoon
progesteron = drachtigheidshormoon
dag 21/0 dag 5 dag 11 dag 15 dag 18 dag 21/0
KOE IS
TOCHTIg
PgF2 vanuit
baarmoederwand
Niet
drachtig
CI blijft functioneel
LH-puls vanuit hersens
Vruchtbaarheid0208.indd 19 18-02-2008 10:20:55
I n s e mi n a t i e t i j d s t i p 2 . To c h t i g z i e n
2 0
Theorie en inseminatietijdstip
Het beste inseminatiemoment is 24-12
uur voor de eisprong. Inseminatie tot
36 uur vr de eisprong levert ook nog
goede resultaten. Na inseminatie doorlo-
pen de spermacellen een rijpingsproces,
noodzakelijk om te kunnen bevruchten.
Deze rijping (capacitatie) duurt circa 8
uur.
De eisprong vindt plaats op ongeveer 30
uur na het begin van het springgedrag.
Het eitje arriveert circa een half uur na
de eisprong op de plaats van bevruchting,
in de eileider. Op dat moment zouden
daar vruchtbare spermacellen aanwezig
moeten zijn.
Het ei blijft na de eisprong zon 10-12 uur
bevruchtbaar. Sperma blijft zeker 18 tot
24 uur vruchtbaar, met uitschieters tot
twee dagen. De drachtigheidspercentages
dalen naarmate eicel en/of sperma ouder
zijn.
J
e

c
h
e
c
k
t

o
p

d
e

z
a
k
c
o
m
p
u
t
e
r

o
f

d
e

k
o
e

k
a
n

w
o
r
d
e
n

g
e

n
s
e
m
i
n
e
e
r
d
.

J
e

v
o
e
r
t

i
n

d
a
t

h
e
t

d
i
e
r

t
o
c
h
t
i
g

i
s

e
n

b
e
s
t
e
l
t

e
v
e
n
t
u
e
e
l

d
e

i
n
s
e
m
i
n
a
t
o
r
.
J
e

i
n
s
e
m
i
n
e
e
r
t

z
e
l
f
:

!
-

.
-

.
-
-


.
.


.
.


!
-

s
t
e
l
t

d
e

k
o
e

i
n

v
o
o
r

s
e
p
a
r
a
t
i
e

o
f

d
r
i
j
f
t

h
a
a
r

i
n

d
e

s
e
p
a
r
a
t
i
e
.

J
e

i
n
s
e
m
i
n
e
e
r
t

o
p

v
e
r
s
c
h
i
l
l
e
n
d
e

m
o
m
e
n
t
e
n
.

D
o
e

d
i
t

i
n

d
e

s
e
p
a
r
a
t
i
e
-
r
u
i
m
t
e
.

Z
o
r
g

d
a
t

j
e

d
e

k
o
e

s
n
e
l

k
u
n
t

v
i
n
d
e
n

a
l
s

j
e

h
a
a
r

i
n

d
e

k
o
p
p
e
l

l
a
a
t
.
I
e
m
a
n
d

a
n
d
e
r
s

i
n
s
e
m
i
n
e
e
r
t
:

J
e

p
l
a
a
t
s
t

d
e

k
o
e

i
n

d
e

s
e
p
a
r
a
t
i
e
r
u
i
m
t
e

o
f

l
a
a
t

h
a
a
r

s
e
p
a
r
e
r
e
n
.

P
r
o
b
e
e
r

v
a
s
t
e

t
i
j
d
e
n

a
f

t
e

s
p
r
e
k
e
n

o
f

l
a
a
t

d
e

i
n
s
e
m
i
n
a
t
o
r

j
e

b
e
l
l
e
n
.
Detectie en inseminatie.
Je werkt op dit bedrijf met twee melkrobots, die 120 koeien
melken. Je ziet een koe tochtig. In de separatieruimte is
voer, water en een ligplek. Maak een standaard werkwijze
voor de daaropvolgende acties.
Zoekplaatje
Timing inseminatietijdstip
Op welk moment insemineer je de
koe? Drie werkwijzen:
1.Insemineer de koe 6-18 uur na het
begin van het springgedrag.
De koe vertoont gemiddeld 12 uur lang
springgedrag. Bij matige tochtwaarne-
ming insemineer je 6 uur nadat je de
koe ziet springen. Bij goede tochtwaar-
neminginsemineerjena12uur.Alsdat
gemakkelijker is, insemineer je direct.
Dit geeft een minimale daling van de
resultaten.
2.Insemineer de koe als de tochtig-
heidsverschijnselen afnemen.
Om dit te kunnen waarnemen moet je
de koe goed in beeld hebben.
3.'s morgens tochtig zien: 's middags
insemineren, 's avonds tochtig zien:
volgende ochtend insemineren.
Dit geldt voor bedrijven met een gemid-
delde of lage productie, en bij minstens
2x daags aandachtige tochtwaarnem-
ing. Iemand die 1x daags observeert,
moet de koe direct insemineren.
Werkwijze 1 is het meest nauwkeurig,
3 het minst.
Insemineer de koe nogmaals als ze
24 uur na de eerste inseminatie nog
duidelijk tochtig is.
Deze adviezen
kloppen bij 90%
van de koeien
Vruchtbaarheid0208.indd 20 18-02-2008 10:20:58
Voeding legt de basis
Ook bij jongvee legt een goed voorbere-
idend rantsoen de basis voor vruchtbaar-
heid. Laat het rantsoen berekenen. En
zorg dat lk dier het complete rantsoen
eet: voorkom selectie en geef mineralen
gemengd door het voer.
Te vette pinken tonen hun tochtigheid
slecht en zijn moeilijk te insemineren. Te
veel ruw eiwit geeft slechte bevruchtings-
resultaten door een hoog ureumgehalte
in het bloed. Tekorten aan mineralen,
vitamines en spoorelementen leiden
eveneens tot tegenvallende bevruchtings-
resultaten. Bacterin en schimmeltoxines
kunnen velerlei problemen veroorzaken,
inclusief slechte vruchtbaarheid.
Zet te insemineren pinken in een groep die je
heel vaak en heel goed kunt zien. Geef ze de
ruimte, frisse lucht en een vloer die grip biedt.
Zorg dat je ongestoord kunt insemineren.
Pi n k e n 2 . To c h t i g z i e n
2 1
Zoekplaatje
Conditiescore 2,5 Conditiescore 3,0 Conditiescore 3,5
De ondergrens
Gewenste score
bij inseminatie Te vet
Je verplaatst een groep pinken die
bijna gensemineerd mogen worden
en ziet dat ze te vet zijn. Wat doe je?
V
o
e
r

d
e
z
e

p
i
n
k
e
n

e
e
n

c
o
m
p
l
e
e
t

r
a
n
t
s
o
e
n

m
e
t

b
e
p
e
r
k
t

-

-

-

1
7

p
r
o
c
e
n
t

r
u
w

e
i
w
i
t
)
.

G
e
e
f

z
e


z
o

m
o
g
e
l
i
j
k


v
e
e
l

b
e
w
e
g
i
n
g
.

L
a
a
t

d
e

d
i
e
r
e
n

d
o
o
r

e
e
n

k
u
n
d
i
g
e

p
e
r
s
o
o
n

i
n
s
e
m
i
n
e
r
e
n
.

A
l
s

j
e

v
e
t
t
e

p
i
n
k
e
n

l
a
a
t

v
e
r
m
a
g
e
r
e
n
,

r
a
k
e
n

z
e

i
n

e
e
n

n
e
g
a
t
i
e
v
e

e
n
e
r
g
i
e
b
a
l
a
n
s
.

H
i
e
r
d
o
o
r

w
o
r
d
e
n

z
e

n

g

s
l
e
c
h
t
e
r

d
r
a
c
h
t
i
g
.
P
r
e
v
e
n
t
i
e
:

v
e
r
b
e
t
e
r

h
e
t

r
a
n
t
s
o
e
n

v
a
n

d
e

j
o
n
g
e
r
e

k
a
l
v
e
-

j
-


-
.


-
j

l
i
c
h
a
a
m
s
g
e
w
i
c
h
t
)
.

V
e
r
v
e
t
t
i
n
g

o
n
t
s
t
a
a
t

m
e
e
s
t
a
l

d
o
o
r
d
a
t

h
e
t

r
a
n
t
s
o
e
n

t
e

w
e
i
n
i
g

e
i
w
i
t

(
b
o
u
w
s
t
o
f
f
e
n
)

b
e
v
a
t

e
n

v
e
e
l

e
n
e
r
g
i
e
.

D
a
n

b
l
i
j
v
e
n

d
e

d
i
e
r
e
n

t
e

k
l
e
i
n
.
F
o
t
o

s
:

V
e
e
p
r
o
Te vet en te mager worden slecht drachtig
Vruchtbaarheid0208.indd 21 18-02-2008 10:21:06
I n s e mi n a t i e t e c h n i e k 2 . To c h t i g z i e n
2 2
Een vrij grote baarmoeder met schede en
blaas. De baarmoeder van een pink is circa
eenderde van deze grootte.
Als je je hand naar achteren haalt en naar
onderen drukt, opent de kling zich en kun je de
pipetpunt schoon naar binnen schuiven.
De ingang van de cervix stulpt uit in de schede.
Geleid met je duim en hand de cervixingang
voor de punt van de pipet. De punt van de
pipet loopt anders vast in de blinde ring naast
de cervix. Dit vraagt subtiliteit en gevoelige
vingertoppen.
Techniek van insemineren
Plaats de pipet in de schede en schuif
hem het eerste stuk op onder een hoek
. .-.j- ..j
doorschuiven tot bij de cervix.
1
Voorzichtig de pipet in de cervixopening
brengen door de cervix over de pipetpunt
heen te schuiven. Daarbij heb je de cervix-
ingang tussen duim en hand.
2
Pak de volledige cervix in de hand en
geleid de pipet door de cervixplooien.
3
Als de pipetpunt nt de vierde cervixplooi
is gepasseerd, insemineer je. Zorg dat de
pipet niet verschuift tijdens het leegdruk-
ken.
4
1 2 3
Doe-het-zelf-KI: ga jaarlijks op herhalingscursus
Vruchtbaarheid0208.indd 22 18-02-2008 10:21:15
I n s e mi n a t i e t e c h n i e k 2 . To c h t i g z i e n
2 3
Theorie van insemineren
Je insemineert een koe door voorzichtig de
pipet in de schede op te schuiven naar de
cervixopening. Met de andere hand heb je
het begin van de cervix en het eind van de
schede vast, zodat je de pipet kunt geleiden.
Je duwt nauwelijks bij het opschuiven.
Het sperma wordt door samentrekkingen
van de baarmoeder naar de hoornpun-
ten gebracht. Prikkeling van de clitoris,
schede, cervix en baarmoeder stimuleren
deze samentrekkingen. Bij te diep inse-
mineren zal het meeste sperma in n
hoorn belanden.
Als de koe mogelijk drachtig is van een
recente inseminatie, insemineer je haar
juist vr de laatste cervixplooi. Pas op:
door het bevoelen van de eierstokken
voor of na inseminatie daalt het drachtig-
heidspercentage.
Werk schoon en uitermate voorzichtig.
Duw de pipet nooit door als je weerstand
voelt, want je veroorzaakt al snel een wond-
je. Wondvocht en bloed doden sperma.
In de cervix moet je meestal vier plooien
passeren: achtereenvolgens drie grote en
een kleintje.
De juiste positie voor inseminatie. De pipetpunt
ligt juist voorbij de vierde cervixplooi, die maar
een lichte verhevendheid is.
Controleer na insemineren altijd de punt van de
pipet op bloed, pus en rariteiten.
Inseminatietechniek
Fout:
Deze baarmoeder werd gensemineerd met
een kleurstof. Die is vrijwel volledig in de
linkerhoorn terechtgekomen. Dit gebeurt
als je:
- te diep insemineert;
- de cervix draait, waardoor de ingang
van een hoorn wordt dichtgedrukt;
De derde fout is dat de pipetpunt tegen de
baarmoederwand is gedrukt, waardoor de
puntbloedingen zijn ontstaan (zie pijlen).
4 5 6
Goed:
De baarmoeder is op de juiste plaats
gensemineerd, met blauwe inkt. Merk op
dat het baarmoederlichaam al heel snel in
de beide hoorns vertakt.
Vruchtbaarheid0208.indd 23 18-02-2008 10:21:26
S t a n d a a r d we r k z wi j z e n
2 4
2 . To c h t i g z i e n
2 4
Standaard werkwijzen
Succesvol insemineren schreeuwt om
zorgvuldigheid en vraagt om aparte werk-
plekken. Werken volgens een standaard
werkwijze is onmisbaar bij het organise-
ren van kwaliteit, kwaliteitsverbetering
en arbeidsefficintie.
Zet de werkwijze op papier in een protocol.
Stem materialen, inrichting, mensen en
planning hier vervolgens optimaal op af.
Standaard werkwijze voor sperma ontdooien
1. Zet een thermoskan met water van
- ,..-o'
Gebruik hiervoor een thermostaat-
kraan.
2. Zorg dat je exact weet welk rietje in
welk canister je wilt pakken.
3. Laat de canister zo diep mogelijk in
de stikstofcontainer en pak met een
pincet het rietje dat je nodig hebt.
4. Verplaats het rietje heel snel vanuit de
stikstof in het warmwaterbad, zodat
het zo snel mogelijk ontdooit. Hier blijft
- - ~ -.- j-
en gedeeltelijke ontdooiing beschadi-
gen de spermacellen.
5. Warm de pistolet op tot lichaamstem-
peratuur (37 C) door deze in de hand
te wrijven. Voel met je wang of hij niet
te heet is (c '
6. Plaats het rietje in de pistolet. Knip
de punt eraf. Doe de huls eromheen
en zet deze goed vast. Vervoer nu
de pistolet warm in je kleren op je
lichaam, bijvoorbeeld op je borst.
Insemineer de koe binnen 5 minuten.
Sperma en embryos
zijn in vloeibare stikstof
(196C) vrijwel
onbeperkt houdbaar.
Informatie ophalen
Welke koe/welke koeien?
Welk stier?
Extra informatie (waar staat
de koe, ...)
Pipetten met
sperma vullen
Ander materialen
pakken
Naar de koe(-ien)
Insemineren
Terug van de
koe(-ien)
Informatie opslaan
en overdragen
Alles klaar voor de
volgende keer
Spermavat
Warmwaterbad
Pincet en schaar
Pipet en hulzen
Handschoenen,
poetspapier,
glijmiddel
Hyginische drempel

Insemineren
Hyginische drempel
Koe-informatie noteren
Inseminatie-informatie noteren
Spermavoorraad noteren
Andere informatie noteren
Vruchtbaarheid0208.indd 24 18-02-2008 10:21:33
I n s e mi n a t i e e n o r g a n i s a t i e 2 . To c h t i g z i e n
Standaard werkwijze insemineren
Je hebt
informatie,
materialen en
administratie
op n punt.
Daar start je
en daar ein-
dig je.
1
Wat maakt dat jij of de inseminator uitstekend werk levert? Een gastvrij en schoon bedrijf en een comfortabele en functionele werkplek. Zorg hiervoor. Mensen doen
hun werk goed als dit gewaardeerd wordt, als ze de resultaten zien, als ze de capaciteiten en hulpmiddelen hebben n als de werkomstandigheden prettig zijn.
De koe is
herkenbaar
en staat
goed vast.
Je kunt
ongestoord,
geconcen-
treerd en
prettig wer-
ken.
4
Hou jezelf
schoon en
zorg voor
een schone
werkplek.
Versleep
geen mest,
vuil en ziek-
tekiemen.
2
Tussen vuil
en schoon
kun je je
laarzen goed
reinigen.
5
Een korte,
logische en
makkelijke
toegang tot
de koeien.
3
Bij het start-
en eindpunt
kun je je
handen
wassen en
afdrogen. Je
bent klaar
als alles
klaar is voor
de volgende
keer n als
de informa-
tie is over-
gedragen.
6
2 5
Als de koe moet wachten, plaats haar dan los in een hok met
voer, water en een ligplaats.
Vruchtbaarheid0208.indd 25 18-02-2008 10:21:46
Ve e l e mb r y o ' s s t e r v e n a f 3 . Dr a c h t i g wo r d e n e n b l i j v e n
2 6
Veel embryo's sterven af
Wetenschappers vinden na inseminatie
ruim 85 procent bevruchting, waaruit
ca. 55 procent drachtigheid ontstaat. Het
merendeel van deze sterfte vindt plaats
vr de 13e dag. Allerlei lichamelijke
fouten in het embryo vormen hiervoor
een belangrijke oorzaak. De koe wordt
gewoon weer tochtig op 21 dagen.
Na de 13e dag vindt de innesteling plaats,
waarbij het embryo zichzelf met de
vruchtvliezen vasthecht aan de baarmoe-
derwand. Als het embryo nu afsterft, zal
de koe verlaat terugkomen (24 dgn).
Oudere koeien worden minder goed
drachtig dan jongere. Dit komt onder-
meer doordat bij elke afkalving verwon-
dingen en ontstekingen van baarmoeder
en eileiders kunnen ontstaan. Met het
aantal keer afkalven stijgt hierdoor de
kans op onvruchtbaarheid. Oudere koei-
en hebben bovendien een grotere kans op
stofwisselingsproblemen bij afkalven en
een diepe negatieve energiebalans.
De rol van insemineren
Te vroeg en te laat insemineren leidt tot
minder levensvatbare embryos. Bij te
vroeg insemineren daalt het drachtig-
heidspercentage minder dan bij te laat
insemineren. Veroudering van de eicel
leidt veel sneller tot vermindering van
de vitaliteit van het embryo dan verou-
dering van sperma. De timing van de
inseminatie luistert bij gesekst sperma
nauwer dan bij normaal sperma.
Voer dekpinken een berekend rantsoen
(ook mineralen) en geen mislukte kuil.
Drachtig worden en blijven
De koe moet drachtig worden. Dus je wilt zo vroeg
mogelijk de niet-drachtige koe opsporen en deze
alsnog drachtig maken.
Op het juiste moment insemineren, geen stress, uit-
stekende voeding en maximale gezondheid zorgen dat
de bevruchte eicel zich ontwikkelt tot drachtigheid.
Afwezigheid van infecties en een goede weerstand
verkleinen de kans op verwerpen c.q. sterfte rondom
de geboorte.
Zo veel mogelijk bevruchte eicellen moeten
uitgroeien tot een drachtigheid.
Vruchtbaarheid0208.indd 26 18-02-2008 10:21:51
Ve e l e mb r y o s s t e r v e n a f 3 . Dr a c h t i g wo r d e n e n b l i j v e n
2 7
De innesteling bestaat uit de koppeling van
de vruchtvliezen met de baarmoederwand.
De synchronisatie en hormonale regulatie
van dit proces luisteren nauw.
Want normaliter ruimt de baarmoederwand
alle vreemde objecten op. Op dag 18 is de
innesteling voltooid.
De eerste week zwerft het groeiend embryo
vrij rond. Voeding en zuurstof neemt het op
uit de baarmoedervloeistof. Het blijft
nagenoeg altijd in dezelfde hoorn.
Plaats van de bevruchting. Vanuit n cel
ontwikkelt zich het embryo.
Eierstok
Baarmoederhoorns
Eileider
V
r
i
j
w
e
l

a
l
l
e

p
i
n
k
e
n

e
n

e
e
n

d
e
e
l

v
a
n

d
e

v
o
l
w
a
s
s
e
n

k
o
e
i
e
n

b
l
o
e
d
t

c
i
r
c
a

a
n
d
e
r
h
a
l
v
e

d
a
g

n
a

d
e

o
v
u
-
l
a
t
i
e

a
f
.

G
e
b
r
u
i
k

d
i
t

a
l
s

c
o
n
t
r
o
l
e
:

.
-
-

.
-
-
-

.
-

j

,
~
c


u
u
r
)

v

r

h
e
t

a
f
b
l
o
e
d
e
n

h
a
d

d
e

k
o
e

g
e

n
s
e
m
i
n
e
e
r
d

m
o
e
t
e
n

w
o
r
-
d
e
n
.

H
e
t

b
l
o
e
d

i
s

a
f
k
o
m
s
t
i
g

v
a
n

g
e
s
p
r
o
n
g
e
n

b
l
o
e
d
v
a
a
t
j
e
s

i
n

d
e

b
a
a
r
m
o
e
d
e
r
w
a
n
d
.
Je ziet een koe afbloeden.
Wat doe je met deze informatie? Vraagstuk
Na-effect negatieve energiebalans
Door een negatieve energiebalans hapert
de hormonale regulatie van de eiblaas-
groei, de eisprong n de vorming van een
goed functionerend geel lichaam. Deze
hormonale aansturing is essentieel voor
de timing van eisprong en innesteling.
Als de eicel verlaat springt, is zij min-
der vitaal. Als de baarmoederwand het
embyo onvoldoende van voedingsstoffen
voorziet, zal die afsterven. En als het gele
lichaam te weinig progesteron maakt, zal
de koe opnieuw tochtig worden.
Eicellen die zich ontwikkelen tijdens een
negatieve energieperiode zijn sowieso al
minder vitaal.
Geen overmaat aan eiwit
Als pinken en koeien in de periode vr
de tochtigheid een hoog ureumgehalte
in het bloed hebben, ontwikkelt zich een
minder levensvatbare eicel. Het resultaat
is een lager drachtigheidspercentage. Dit
probleem wordt groter, als het dier ook
in een negatieve energiebalans verkeert.
Deze koe is matig tochtig op 65 dagen na afkalven.
Insemineer je wel of niet?
Zoekplaatje
M
a
t
i
g

t
o
n
e
n

v
a
n

t
o
c
h
t
i
g
h
e
i
d

i
s

e
e
n

t
e
k
e
n

v
a
n

z
w
a
k
k
e

h
o
r
m
o
n
a
l
e

a
a
n
s
t
u
r
i
n
g
,

n
e
t

a
l
s

e
e
n

l
a
n
g
d
u
r
i
g
e

t
o
c
h
t

(

~

.
.

'

-

-

-
-
/


-
-

j
-

'

'


-
-

-
j

-
.
-

-

-
o

-
o
o
-

o

.


d
a
g
e
n

s
o
w
i
e
s
o

e
e
n

l
a
g
e
r
e

d
r
a
c
h
t
k
a
n
s

d
a
n

o
p

7
5

d
a
g
e
n
.
M
a
a
r
:

n
i
e
t

g
e
s
c
h
o
t
e
n

i
s

a
l
t
i
j
d

m
i
s
.

E
e
n

i
n
j
e
c
t
i
e

m
e
t

e
e
n

l
u
t
e
o
t
r
o
o
p
h
o
r
m
o
o
n

z
o
r
g
t

v
o
o
r

e
e
n

b
e
t
e
r

f
u
n
c
t
i
o
n
e
r
e
n

v
a
n

h
e
t

g
e
l
e

l
i
c
h
a
a
m
.
Voor het ontwikkelen
van een drachtigheid
zijn nodig: een vitaal
embryo, een gezond
functionerende baar-
moederwand n een
uitgebalanceerde
hormonale regulatie.
Vruchtbaarheid0208.indd 27 18-02-2008 10:21:56
Mi n d e r s t r e s s , mi n d e r e mb r y o - s t e r f t e 3 . Dr a c h t i g wo r d e n e n b l i j v e n
2 8
Geen stress
Alle vormen van stress, ziekte en onge-
mak vergroten het percentage vroeg
afstervende vruchten. Koorts en ontste-
king (met name mastitis), onrust en hitte-
stress zijn de belangrijkste vormen van
stress: die moet je voorkomen. Vermijd
klauwinfecties en huidwonden. Zorg dat
de koe altijd kan drinken en rusten. Rust,
gezondheid en goede voeding stimuleren
een gezonde voortzetting van de dracht.
Ventilatie en hittewering
Het moment waarop je moet gaan ven-
tileren en koeien moet koelen, verschilt
sterk tussen stallen. Dit hangt samen met
de luchtvochtigheid, de windrichting, de
bezettingsgraad, het productieniveau en
de natuurlijke ventilatie van de stal.
Bij een hoge luchtvochtigheid ( 90%)
krijgen hoogproductieve koeien vanaf
circa 21C moeite om hun warmte kwijt
te raken. Ze ademen sneller, blijven lan-
ger staan en zoeken koele en frisse plek-
ken op. Boven circa 27C gaan ze minder
vreten om hun warmteproductie te ver-
minderen. Bij dagtemperaturen boven
25C wisselen koeien hun dag-nacht-
ritme en gaan ze s nachts grazen.
Hittestress bij droge koeien
Door hittestress verschuift de mineralen-
en hormoonhuishouding, n de droge
koeien vreten minder met als gevolg een
negatieve energiebalans en leververvet-
ting.
Na afkalven hebben ze vervolgens veel
problemen met melkziekte, slepende
melkziekte, mastitis, baarmoederontste-
king en lebmaagdraaiing.
Stress door ziekte, ontsteking en onrust
Uierontsteking (mastitis) tijdens de eerste drie weken na
inseminatie halveert de kans op drachtigheid. Vr inse-
minatie heeft het nauwelijks effect op de vruchtbaarheid.
Dit pleit voor het toedienen van ontstekingsremmers
(nsaids) bij mastitis en ziekte kort na inseminatie.
Stressvrije koeien glimmen en vreten, zijn actief en
nieuwsgierig en schrikken niet van mensen. Deze koeien
glimmen niet. Sommige zijn te mager. Je ziet tweemaal
een te lege pens en rechts staat een kreupele koe in
een ligbox. Stress ontstaat altijd door fouten in manage-
ment, huisvesting of uitvoering van het werk.
Stress door hitte en onvoldoende ventilatie
In hoog bezette en matig geventileerde stallen ontstaat
tussen de koeien gemakkelijk een slecht klimaat, met een
hoge luchtvochtigheid en ophoping van uitademings- en
mestgassen. De temperatuur zal er ook hoger zijn. Dus
- - o--- -.. .---
-- - - .-- o
Hoe koel je dit mooie hok en deze transitiekoeien
op hete dagen? Oplossingen: koel het dak met een tuin-
sproeier, plaats een ventilator die op de koeien blaast,
isoleer het dak. Open de achterwand.
Vruchtbaarheid0208.indd 28 18-02-2008 10:22:08
Vo e d i n g 3 . Dr a c h t i g wo r d e n e n b l i j v e n
2 9
Het 21 graden-actieplan
Neem de volgende maatregelen als de buiten-
temperatuur boven 21 graden Celsius stijgt.
Omgeving: schaduw,
hou de stal koel.
Dak: isoleren, wit maken, koelen met
water; voorkom zoninstraling (ramen/
lichtplaten blinderen)
Stal: optimale ventilatie van alle delen
van de stal: verwijder alle obstakels
die natuurlijke ventilatie hinderen
(je hebt ventilatoren al planmatig
geplaatst en geregeld).
Hygine: let extra op hygine en
behandel tegen vliegen.
Door hittestress tonen koeien
hun tochtigheid minder en daalt
het bevruchtingsresultaat.
Voeding: voorkom pensverzuring,
geef extra mineralen.
Pensverzuring: minder krachtvoer
per kg droge stof; meer snel fermen-
teerbare ruwe celstof (bietenpulp,
sojahullen). Voer pensbuffer: per koe
150-200 gram NaHCO3 of 50
gram MgO.
Eiwit: verlaag ruw eiwitgehalte en
verhoog aandeel bestendig eiwit.
Mineralen: meer mineralen per kg
droge stof: geef extra Ca, Na en K
(DCAB: +25 mEq).
Energie: gebruik vet als energiebron
(maximaal 6 procent droge stof).
Smaak: maak dagelijks de voerbak
schoon en voorkom broei!
Voer 2x daags.
Water: zorg voor voldoende en
schoon water.
Controleren: controleer tweemaal
daags alle drinkpunten op reinheid
en stroomsnelheid.
N.B. Je hebt eerder al voldoende drink-
capaciteit geplaatst (de optimale water-
temperatuur is 17C).
In de stal staat n sneldrinker (20 liter/
min) per 15 koeien of n voorraadbak
(50 liter + 30 liter/min) per 20 koeien,
verdeeld over de lig- of vreetruimte.
In de wei kan 10 procent van de koeien
tegelijkertijd drinken (20 liter/drinkbeurt
van 1 min).
Koeien: hou de dieren koel en zorg
voor rust.
Koelen: zet ventilatoren haaks op de
koeien volgens een ventilatorenplan;
neem traploos geregelde ventilatoren
die afslaan op 19C, zodat ze de
koeien nog nakoelen; vanaf 27C de
koe tot op de huid natmaken (korte
haren, grote druppels, uier
droog) n koelen met ventilatoren.
Bezetting: verspreid de koeien over
een maximale ruimte; wachtruimtes
en andere hoogbezette ruimtes
vragen veel ventilatie en goede
koe-koeling.
Planning: plan samendrijven en
inspannende handelingen, zoals mel-
ken, beweiden en voeren, op koele
delen van de dag.
N.B. Na een hitteperiode is de koe nog
3-5 dagen vatbaar voor pensverzuring
door de lege pens en de verminderde
buffercapaciteit van haar speeksel.
Vruchtbaarheid0208.indd 29 18-02-2008 10:22:16
Ni e t - d r a c h t i g h e i d s d i a g n o s t i e k 3 . Dr a c h t i g wo r d e n e n b l i j v e n
3 0
Niet-drachtigheidsdiagnostiek
Drachtigheidsonderzoek dient om zo
vroeg mogelijk niet-drachtige koeien op
te sporen. Je kunt dan vroeg maatregelen
nemen om deze koeien alsnog drachtig te
krijgen. Het gaat om koeien met een lege
baarmoeder, koeien met een baarmoeder-
ontsteking en koeien met een steenvrucht
(mummificering). Let wel: het eerste sig-
naal van niet-drachtigheid is natuurlijk
opnieuw tochtig worden.
Vroege diagnostiek van niet-drachtigheid
eist vakkundig en zorgvuldig onder-
zoek van baarmoeder en eierstokken. De
betrouwbaarheid neemt toe met de zeker-
heid waarmee je de inseminatiedatum
weet. Stel de diagnose drachtig altijd op
basis van twee kenmerken. Bijvoorbeeld
vergroting van de baarmoeder n het voe-
len van vruchtvliezen. Werk voorzichtig.
Methode Vanaf Zekerheid Opmerkingen
niet drachtig
Echoscopie 29edag 95%
Rectaal voelen 42e dag 98% Kan eerder, met
lagere zekerheid.
Stoten (in flank) 7e mnd laag Je vindt 50-80% van
de drachtigheden.
Mogelijkhedenvoorvaststellendrachtig/nietdrachtig
Naarmate de drachtigheid vordert, stijgt de zekerheid van de conclusie niet drachtig. Als je
een goede administratie hebt en geen bedrijfsproblemen, is hercontrole niet nodig.
Voor het opsporen en
behandelen van pro-
bleemkoeien heb je een
deskundige nodig: de
dierenarts. Als de koeien
geselecteerd zijn en vast
staan, kan deze snel en
goed werken. Na afloop
van dit onderzoek moet je
ook weten of het opscho-
nen van de baarmoeders
en de lactatiestart goed
verlopen, bij vaarzen n
bij oudere koeien.
Rectaal voelen
Echobeeld van een dracht van 55 dagen. Je
ziet de twee vruchtblazen goed. Het kalf ligt
in het amnion (de slijm- of pootjesblaas). De
omhullende blaas heet allantos (de kalf- of
waterblaas).
water- of kalf-
blaas (allantos)
slijm- of pootjes-
blaas (amnion)
kop
voorpoot
romp
B
r
o
n
:

D
r
.

M
a
a
r
t
e
n

P
ie
t
e
r
s
e
n
,

U
n
iv
e
r
s
it
e
it

U
t
r
e
c
h
t
Tekenen van dracht
Vanaf circa dag 35 vergroting in n
baarmoederhoorn, met een dunne wand
en dunvloeibare inhoud. De eierstok aan
dezelfde zijde bevat een geel lichaam.
Vanaf ongeveer dag 40 kun je de
vruchtvliezen voelen.
Vanaf 65-70 dagen zijn de rozetten te
voelen.
Tekenen van niet drachtig
Afwezigheidvandebeschreventekenen
van dracht.
Je voelt op beide eierstokken geen geel
lichaam.
Afwijkendeinhoudvandebaarmoeder.
Eenmetettergevuldebaarmoeder
(pyometra).
Eensteenvrucht(mummie).
Anderespelingenvandenatuur.
Vruchtbaarheid0208.indd 30 18-02-2008 10:22:24
Ni e t d r a c h t i g : e n n u ? 3 . Dr a c h t i g wo r d e n e n b l i j v e n
3 1
Niet actief/niet tochtig gezien
Een magere koe. Als haar conditie toeneemt
moet ze minstens n goede cyclus doormaken
om weer goed vruchtbaar te zijn. Check of haar
baarmoeder niet ontstoken is (vuil slijm, pusvlok-
jes). Helder slijm met pusvlokjes kun je daags
na inseminatie behandelen met antibiotica in de
baarmoeder.
Niet-actieve eierstokken komen met name voor
bij koeien die veel conditie hebben verloren. De
eierstokken zijn klein en eventueel aanwezige
eiblaasjes en gele lichamen zijn eveneens klein.
De baarmoeder trekt niet of nauwelijks samen.
Als de koe actieve eierstokken heeft, kun je wach-
ten tot de volgende tochtigheid. Je kunt haar
meestal ook tochtig spuiten (zie pag. 41), zodat je
weet dat ze circa drie dagen later tochtig is.
Niet drachtig: en nu?
Vier weken na de start van de inseminatieperiode moet elke koe minstens n keer
gensemineerd zijn. Controleer de dieren als dit niet het geval is.
Cystes
Eierstok met redelijk ontwikkelde
eiblaas/follikel (op circa dag 17).
Blaasjes of cystes op de eierstokken zijn ontaarde
eiblaasjes of gele lichamen groter dan 2,5 cm. De
koe wordt meestal niet tochtig gezien. Soms is
ze onregelmatig tochtig, soms voortdurend (bruls,
nymfomaan, bandeloos). Vanwege de complexi-
teit horen de diagnostiek van cystes en de keuze
van behandeling bij de dierenarts.
Knijp nooit rectaal cystes kapot. Er ontstaan dan
bloedingen en wonden, die tot vergroeiingen en
onvruchtbaarheid kunnen leiden.
eiblaas / follikel
Baarmoederontsteking (pyometra)
Op dit echobeeld zie je de troebele baarmoederinhoud bij een
pyometra. Vruchtwater van een gezonde vrucht is altijd helder.
Het geoefende oog ziet ook een verdikte baarmoederwand.
Bij een gesloten baarmoederontsteking is de baar-
moeder gevuld met pus. De koe is gezond, wordt niet
tochtig en kan af en toe witvuilen. Rectaal voel je een
vergrote baarmoeder met een dik-vloeibare inhoud. Er
is een geel lichaam, dat in de eierstok kan zitten die bij
de kleinste hoorn hoort. Rectaal lijkt een pyometra dus
sterk op een drachtige baarmoeder.
De behandeling bestaat uit het tochtig spuiten van de
koe. Gelijktijdige behandeling met antibiotica heeft wei-
nig toegevoegde waarde.
De tekening toont de
baarmoederdoorsnede
in het echobeeld.
De drie belangrijkste oorzaken van niet drachtig zijn
Daarnaast kan de administratie niet kloppen en/of kan het dier toch drachtig blijken.
Eierstok met cyste.
B
r
o
n
:

D
r
.

M
a
a
r
t
e
n

P
ie
t
e
r
s
e
n
,

U
n
iv
e
r
s
it
e
it

U
t
r
e
c
h
t
cyste
Vruchtbaarheid0208.indd 31 18-02-2008 10:22:32
Tweelingdiagnostiek
Hier zie je twee vruchten in n echo-
beeld. Ze kunnen ook ver uiteen liggen.
Je zoekt eerst naar twee gele lichamen
op de eierstokken. Vind je die, dan kijk
je nauwgezet hoeveel embryos de
baarmoeder bevat. Herkennen van een
tweelingdracht lukt vanaf 28-80 dagen.
Vrijwel alle tweelingen zijn twee-eiig
(96%), dus ontstaan uit twee eisprongen.
Tweelingen
Een koe met een tweelingdracht heeft
een hogere voerbehoefte tijdens de droog-
stand. Gemiddeld is 2,5 procent van de
afkalvingen een tweelinggeboorte, met
grote verschillen tussen bedrijven. Er
zijn bedrijven met 5 procent tweelingen.
Vaarzen krijgen minder vaak een tweeling
(ca. 1%) dan vierde- en ouderekalfskoeien
(ca. 4%). Met het stijgen van de melkpro-
ductie stijgt ook de kans op een tweeling.
Me e r we t e n v a n d e d r a c h t 3 . Dr a c h t i g wo r d e n e n b l i j v e n
3 2
Geslachtsbepaling
Tussen dag 60 en dag 90 kun je met een echoscoop zien welk geslacht het
embryo heeft. Dit vraagt goed vakmanschap en goede apparatuur.
B
r
o
n
:

D
r
.

M
a
a
r
t
e
n

P
ie
t
e
r
s
e
n
,

U
n
iv
e
r
s
it
e
it

U
t
r
e
c
h
t
Zoekplaatje
Je weet van geen enkele koe of ze een
tweelingdracht heeft. Hoe zorg je dat koei-
en met een tweelingdracht niet te mager
afkalven?
D
o
o
r

k
o
e
i
e
n

d
i
e

b
i
j

d
r
o
o
g
z
e
t
t
e
n

v
e
e
l

b
u
i
k
o
m
v
a
n
g

h
e
b
b
e
n

e
n

e
e
n

c
o
n
d
i
t
i
e
s
c
o
r
e

2

o
f

m
i
n
d
e
r
,

d
i
r
e
c
t

i
n

d
e

c
l
o
s
e

u
p
-
g
r
o
e
p

t
e

p
l
a
a
t
s
e
n
.

Z
o
r
g

d
a
t

j
e

b
i
j

s
c
o
r
e
n

d
e

v
e
t
b
e
d
e
k
-
k
i
n
g

b
e
o
o
r
d
e
e
l
t

(
v
o
e
l
e
n
)

e
n

n
i
e
t

d
e

b
e
s
p
i
e
r
i
n
g
.

B
l
i
j
f

d
e

k
o
e

g
o
e
d

i
n

h
e
t

o
o
g

h
o
u
d
e
n

e
n

b
e
s
t
e
e
d

m
a
x
i
m
a
l
e

a
a
n
d
a
c
h
t

a
a
n

d
e

p
r
e
v
e
n
t
i
e

v
a
n

t
r
a
n
s
i
t
i
e
p
r
o
b
l
e
m
e
n
.
Vruchtbaarheid0208.indd 32 18-02-2008 10:22:39
Embryotransplantatie (ET)
Via injecties met follikel stimulerend
hormoon (FSH) groeien meerdere eiblaas-
jes en ontstaat een tochtigheid waarbij
meerdere eitjes vrijkomen (superovu-
latie). Door inseminatie worden deze
eicellen bevrucht, waarna ze zich tot
embryos ontwikkelen.
Ovum pick-up (OPU)
Bij ovum pick-up (OPU) prikt een technicus
met speciale apparatuur onrijpe eiblaasjes
in de eierstokken aan, om er de eicellen
uit te zuigen. Deze eicellen rijpen in het
laboratorium. Na bevruchting ontwikkelen
zichembryos,dieweerbijkoeienworden
ingezet. OPU stelt hoge eisen aan de
apparatuur en het laboratorium. Voordelen
zijn dat je zonder hormoonbehandeling
tweemaal per week eicellen kunt oogsten
en dat het ook bij een jonge pink kan.
./ j .j- -j -
donorkoe vijf dagen tweemaal daags een
FSH-injectie. Eventueel worden de ont-
vangsters ca. 2 dagen na de tochtigheid
van de donor PgF2 gespoten. Op dag
12 krijgt de donor een injectie PgF2,
evenals de ontvangsters. De donorkoe
. o j ~ - j----
Met een speciale vloeistof wordt op
dag 22 elke baarmoederhoorn uitge-
spoeld. Na het spoelen worden
eventuele achtergebleven embryos
gedood met een baarmoederinjector.
In het laboratorium haalt de technicus
de embryos uit de spoelvloeistof en
beoordeelt ze onder de microscoop op
kwaliteit en leeftijd. Een leeftijdsverschil
van twee dagen komt voor. Gemiddeld
levert een spoeling zes goede embryos
op, met een spreiding van nul tot wel
twintig. Daarnaast zitten er vaak embryos
met gebreken en onbevruchte eicellen in
de spoelvloeistof.
De leeftijd van het embryo is gelijk aan
het aantal dagen na de tochtigheid dat
het embryo moet worden ingezet bij de
ontvangster. Inzetten gebeurt met een
speciale pipet en wel in de baarmoe-
derhoorn bij de eierstok waar het gele
lichaam op zit. Het drachtigheidspercen-
tage na embryo-inplanting is vrijwel gelijk
-- ,'' o,
zijn vrijwel oneindig te bewaren in vloei-
bare stikstof.

E mb r y o t r a n s p l a n t a t i e e n OPU 3 . Dr a c h t i g wo r d e n e n b l i j v e n
3 3
Vruchtbaarheid0208.indd 33 18-02-2008 10:22:49
De s t i e r 3 . Dr a c h t i g wo r d e n e n b l i j v e n
3 4
Oplossing of probleem
Het inzetten van een stier lijkt een gemak-
kelijke manier om de koeien drachtig te
krijgen. Echter, als je de nadelen uit-
rekent ten opzichte van de voordelen,
blijft er meestal geen economische winst
over. De enige winst is gemak, maar daar
tegenover staat het voortdurende gevaar
dat de stier je aanvalt.
Sommige veehouders gebruiken een
vleesveestier voor groepen waar toch-
tigheidswaarneming veel moeite kost.
Rassen als limousin en piemontese geven
kalveren die bij verkoop meer opbren-
gen en (meestal) gemakkelijk geboren
worden. Het kalf van een eigen stier zal
gemiddeld altijd minder waard zijn dan
het kalf van een fokstier. Dat merk je dui-
delijk bij verkoop, maar het geldt des te
meer bij gebruik op het eigen bedrijf.
Een stier tussen de koppel geeft gelijke
of slechtere drachtigheidsresultaten dan
KI met goede tochtigheidswaarneming.
Als je een stier aanvoert van een ander
bedrijf, kan hij ziektes meebrengen. Denk
aan BVD, IBR, mortellaro en schurft.
Voordelen stier:
doet tochtwaarne-
ming en inseminatie;
is altijd aanwezig;
krijgt sommige
probleemkoeien
wel drachtig.
KI of stier
Nadelen stier:
is levensgevaarlijk;
minder genetische
vooruitgang;
risicosopafkalf-
problemen;
kan (tijdelijk)
onvruchtbaar zijn;
extra voorzieningen
en extra werk;
kalfdatum is een gok
als stier vrij bij de
koeien loopt;
brengt dekinfecties
over
in grote groepen
dekt n stier niet
alle tochtige koeien.
Tochtige koeien
melden zich vaak bij
de stier. Je ziet ze
dan gemakkelijker.
Waarschijnlijk is het
even effectief om het
stierenhok op te rui-
men en er rubber in
te leggen. Dan komen
tochtige koeien er ook
naar toe en is er meer
(vreet)ruimte in de stal.
Een stier in de stal
betekent dat je steeds
moet opletten en geen
onervaren mensen bij
het vee kunt laten. Deze
stier heeft een bel om,
zodat je hem altijd hoort
aankomen, en een
neusring in voor een
betere hanteerbaarheid.
Vruchtbaarheid0208.indd 34 18-02-2008 10:22:56
1.Neospora
Parasiet. Infectie via de ontlasting van
een hond. 80 procent van de kalveren
van besmette koeien is ook besmet.
De belangrijkste oorzaken van verwerpen
Ve r we r p e n 3 . Dr a c h t i g wo r d e n e n b l i j v e n
3 5
Verwerpen
Het afbreken van een dracht tussen 45
en 260 dagen heet verwerpen (abortus).
Gemiddeld verwerpt 3 procent van de
koeien. Is dit meer, dan wil je de oorzaak
weten. In de praktijk betekent dit dat
je naar elk geval onderzoek moet laten
doen. Laat elke verworpen vrucht mt
nageboorte onderzoeken. Elke verwerper
kan de eerste zijn van een reeks. En ver-
werpen geeft hoge kosten in de vorm van
gedwongen afvoer, gemiste productie en
gemiste kalveren.
Regelmatig blijkt het moeilijk om de
oorzaak van verwerpen en vruchtbaar-
heidsproblemen vast te stellen. Voor een
deel komt dit door de (meestal) kleine
aantallen verwerpers.
Stuur altijd vruchtvliezen (nageboorte)
mee voor onderzoek. Bepaalde oorzaken
van verwerpen vindt het laboratorium
alleen in de vruchtvliezen (o.a. Q-fever).
,
|

.
'
(
F
o
t
o
:

B
r
o
e
r

H
u
ls
e
n
)
Vanwege de controle
op besmettelijk verwer-
pen door abortus bang
(brucellose), moet in
Nederland van elke ver-
werper een bloedmon-
ster worden onderzocht.
De kosten hiervan
worden vergoed. Dit
bloedmonster kun je
ook laten onderzoeken
op andere besmettelijke
oorzaken van verwer-
pen, zoals BVD, IBR,
leptospirose, leverbot
en neospora.
In bijna de helft van de gevallen vindt men bij sectie geen oorzaak. Soms is dan een
ontsteking van de nageboorte de oorzaak, maar denk ook aan zaken als stress, koorts,
trauma (vallen, stoten), giftige stoffen (onder andere nitraat in kuilvoer) en vitamine- en
mineralengebrek(vitamineE,seleen,jodium).
2.A.pyogenes
De etterbacterie van de koe. Komt
via (huid)wonden in de bloedbaan en
besmet vervolgens het kalf. Voorkom
en behandel wonden.
3.Aangeborenafwijkingen
Treden meestal toevallig op, zijn soms
erfelijk (o.a. CVM). Sectie helpt om
vroegtijdig een nieuwe erfelijke afwijking
op te sporen.
4. Infecties door diverse
bacterinenvirussen
Bijvoorbeeld salmonella, BVD, IBR en
listeria. Laboratoriumonderzoek kan de
kiem identificeren, wat de basis is voor
een actieplan.
Voorkom contact tussen
koeien en honden(poep).
Honden verspreiden
Neospora canis, de
belangrijkste oorzaak van
verwerpen. De hond raakt
besmet door het eten van
nageboortes, verworpen
vruchten, vruchtwater en
baarmoederuitvloeiing. De
koe raakt besmet door eie-
ren (ocysten) afkomstig uit
hondenpoep. Honden zijn
levenslang besmettelijk.
Vruchtbaarheid0208.indd 35 18-02-2008 10:23:01
Ma n a g e me n t 4 . Do e l e n , me e t p u n t e n , p r o c e s ma n a g e me n t
3 6
Management
Management betekent: het besturen van
een organisatie. Een organisatie is in
dit geval de doelgerichte samenwerking
tussen mensen en koeien, met behulp
van hulpmiddelen, gebouwen en proces-
sen. Een proces is een verzameling van
handelingen die leiden tot een bepaald
resultaat.

Voor het managen van een melkveebedrijf
heb je dus allereerst organisatie nodig.
Vanuit inzicht in de processen maak je
een ordening, taakverdeling en planning.
Vervolgens ga je je resultaten en organisa-
tie meten, beoordelen en verbeteren.
Kalf
tochtwaarneming
afkalven
hormooncyclus
voeding/
stofwisseling/
water
comfort,
gezondheid,
rust
baarmoeder
drachtcontrole
insemineren
Stroomschemas en diagrammen helpen om processen in beeld te brengen, zodat je deze beter kunt managen.
Je kunt het beste de inseminatieperiode als apart proces managen. De
opstartperiode bepaalt in hoge mate de resultaten in de eerste weken van
de inseminatieperiode, maar is dermate complex dat je ook deze beter apart
kunt managen. Je sluit de opstartperiode af en begint de inseminatieperiode
met een koe die een gezonde baarmoeder heeft en goed cyclisch is. Dit moet
je dus van elke koe op dag 55 weten.
Doelen, meetpunten, procesmanagement
Management vraagt om een helicopterview. De manager moet
van een afstand naar zichzelf en de processen op het bedrijf
kunnen kijken.
Transitie en opstart Drachtig maken
Vruchtbaarheid0208.indd 36 18-02-2008 10:23:20
Ma n a g e me n t 4 . Do e l e n , me e t p u n t e n , p r o c e s ma n a g e me n t
3 7
De rode lijn toont het starten van de cyclus bij
koeien waarvan de conditie nauwelijks vermin-
- | --- - -- o. |'
dalen start de cyclus later of helemaal niet.
Managementtermen
Feedback beantwoordt de vraag: hoe
ginghet?Jekijktdusterug.Vanfeedback
kun je leren en weet je of je processen
moet verbeteren. Bijvoorbeeld de tussen-
kalftijd en het drachtigheidspercentage.
Feed forward beantwoordt de vraag:
wat zal er in de toekomst gebeuren? Je
schat in of je het gewenste resultaat gaat
behalen of dat je iets moet veranderen.
Bijvoorbeeld: die verse koe vreet nog
weinig, dus ik moet de krachtvoergift nog
niet opvoeren. En: alle vaarzen met een
conditiescore tussen 1,5 en 2 insemineren
we pas vanaf 100 dagen na afkalven bij
spontane tocht.
Arbeidsorganisatie
Organiseer vruchtbaarheid als een team-
proces. Zorg dat iedereen die erbij betrok-
ken is, kennis heeft van vruchtbaarheid en
eenvoudig tochtige koeien kan melden.
Vervolgens moeten de teamleden op de
hoogte zijn van de resultaten en worden
verlokt tot het neerzetten van toppresta-
ties. Houd regelmatig een teambespre-
king.Alleendanzijnmedewerkersbetrok-
ken en zullen ze hun best doen.
Inseminatieperiode
Het besturen van de inseminatieperiode
is erg lastig, doordat je veel informatie
mist. Je weet niet wanneer een koe toch-
tig wordt. Je weet niet exact wanneer
haar eisprong is. Je weet pas na ander-
halve cyclus of ze drachtig is.
Dit betekent dat je veel moet investeren
in controles en hulpmiddelen, n tijd en
kennis moet inzetten om deze te gebrui-
ken. Denk aan administratie van elke
tochtigheid, tochtigheidswaarneming,
controles in het inseminatieproces en
evaluatie van kengetallen. Zie ook de
volgende pagina.
Opstartperiode
De opstartperiode moet een koe opleve-
ren die vlot drachtig kan worden. Dus
moet het dier zonder schade kunnen
afkalven, de eerste maand van de lactatie
gezond blijven en gn of een minimale
negatieve energiebalans doormaken.
Noteer alle
tochtigheden
en gebruik
deze informatie.
Dagen na afkalven
Daling BCS < 0,5
Daling BCS > 0,5
0 10
0
10
P
e
r
c
e
n
t
a
g
e

o
v
u
l
e
r
e
n
d
e

k
o
e
i
e
n
20
30
40
50
60
70
80
90
100
20 30 40 50 60 70 80 90 100 110
1e ovulatie voor dag 50
1e ovulatie voor dag 50
Dagen na afkalven
0 50 100 150 200 250 300 350 400
0%
10%
20%
30%
40%
50%
60%
70%
80%
90%
P
e
r
c
e
n
t
a
g
e

d
r
a
c
h
t
i
g
e

k
o
e
i
e
n
Dagen na afkalven
Daling BCS < 0,5
Daling BCS > 0,5
0 10
0
10
P
e
r
c
e
n
t
a
g
e

o
v
u
l
e
r
e
n
d
e

k
o
e
i
e
n
20
30
40
50
60
70
80
90
100
20 30 40 50 60 70 80 90 100 110
1e ovulatie voor dag 50
1e ovulatie voor dag 50
Dagen na afkalven
0 50 100 150 200 250 300 350 400
0%
10%
20%
30%
40%
50%
60%
70%
80%
90%
P
e
r
c
e
n
t
a
g
e

d
r
a
c
h
t
i
g
e

k
o
e
i
e
n
BCS-daling en cyclus Start cyclus en drachtkans
Conditieverlies begin lactatie stelt de eerste
ovulatie uit en vergroot de kans op afvoer van
de koe doordat ze niet drachtig wordt
,
|
.

'
Vruchtbaarheid0208.indd 37 18-02-2008 10:23:24
Hoe gaat het nu?
Om de vraag hoe gaat het nu te beant-
woorden, gebruik je zogenoemde proces-
indicatoren. Bij vruchtbaarheid moet je
dan denken aan:
aantal (wit)vuilende koeien;
conditiescore;
(klauw)gezondheid en bezettingsgraad;
ruimte in de stal en type vloer;
wijze van tochtigheidswaarneming;
zorgvuldigheid bij en organisatie van
insemineren;
percentage openstaande koeien dat je
tochtig ziet;
timing van inseminatie.
Deze lijst is veel te lang en bevat een
aantal punten die je niet wekelijks zult
meten, zoals de ruimte in de stal en de
inseminatieprocedure. En wellicht mis je
een paar controlepunten?
De beste controlepunten beantwoorden
exact de vraag die jij jezelf stelt. Als je
die vraag niet kent, kun je de controle-
punten (kengetallen) niet goed gebruiken.
Pr o c e s ma n a g e me n t 4 . Do e l e n , me e t p u n t e n , p r o c e s ma n a g e me n t
3 8
Productie en
vruchtbaarheid
Met het stijgen van de productivi-
teit van de koeien daalt hun vrucht-
baarheid. Desondanks lukt het veel
bedrijven met een hoge productie de
koeien even goed drachtig te krijgen
als bedrijven met lagere producties.
Goed management is de sleutel.
Vraagstuk
Kengetallen en meetpunten
Je bent manager en je wilt weten of:
1. alle baarmoeders op dag 50 in staat zijn
drachtig te worden;
2. alle koeien tochtig worden;
3. je alle tochtige koeien ziet;
4. je op het juiste moment insemineert;
5. gensemineerde koeien drachtig worden.
Hoe controleer jij dit?
1
.


J
e

c
h
e
c
k
t

e
n

b
e
h
a
n
d
e
l
t

w
i
t
v
u
i
l
e
r
s
,

j
e

n
o
t
e
e
r
t

t
o
c
h
t
i
g
h
e
d
e
n
.

-
-

-
-

j
-

-

j
-
-

-

-

-

-

j

~


j
-
.
-
-

2
+
3
.

J
e

n
o
t
e
e
r
t

a
l
l
e

t
o
c
h
t
i
g
h
e
d
e
n
.

D
e

d
i
e
r
e
n
a
r
t
s

o
n
d
e
r
z
o
e
k
t

k
o
e
i
-
-

j
-


j
-
.
-
-


!
-

o
-

-
-


d
e

o
o
r
z
a
a
k

h
i
e
r
v
a
n
.
~



!
-

o
-

-
-

-

o

/
o


h
e
t

d
r
a
c
h
t
p
e
r
c
e
n
t
a
g
e

e
n

d
e

t
o
c
h
t
i
g
h
e
i
d
s
i
n
t
e
r
v
a
l
l
e
n
.
5
.


J
e

b
e
o
o
r
d
e
e
l
t

h
e
t

d
r
a
c
h
t
i
g
h
e
i
d
s
p
e
r
c
e
n
t
a
g
e
.
Vruchtbaarheid0208.indd 38 18-02-2008 10:23:30
Ke n g e t a l l e n e n f o k k e r i j 4 . Do e l e n , me e t p u n t e n , p r o c e s ma n a g e me n t
3 9
Een voorbeeld van een
kengetallenoverzicht. De
kleurenbalken laten zien
waar dit bedrijf hoger
(groen) of lager scoort
dan vergelijkbare bedrij-
ven. Hiermee vind je dus
snel verbeterpunten.
Dit soort overzichten heb-
ben alleen waarde als je
ze gebruikt. En door ze
te gebruiken haal je er
steeds meer waarde uit.
Kies het management-
systeem dat bij je past.
Let op overzicht, eenvoud
en functionaliteit.
Leer kengetallen te begrij-
pen en te gebruiken. Dit
kan door middel van cur-
sussen en studiegroepen,
of via adviseurs.
Vruchtbaarheidsgemiddelden
in Nederland
Tussenkalftijd:
415 dagen
Is gelijk voor alle pariteiten (pariteit =
aantal keren dat een koe heeft gekalfd).
Vertelt niet hoeveel koeien je opruimt
vanwege onvruchtbaarheid.
Inseminaties per dracht:
koeien: 1,8
pinken 1,4
Non-returnpercentage (NR) op
56 dagen:
68 procent
Het percentage koeien dat niet opnieuw
wordt gensemineerd binnen 56 dagen
na de eerste inseminatie. Is een (te hoge)
schatting van het drachtigheidspercen-
tage.
Kengetallen
Kengetallen zijn onmisbaar om de gang
van zaken op je bedrijf te kennen. Daartoe
vergelijk je ze met de kengetallen van de
voorliggende periodes. En je gebruikt ken-
getallen om in te schatten of je beter kunt
presteren dan je doet. Daartoe vergelijk je
ze met andere bedrijven (benchmarking).
De beste kengetallen geven je informatie
over hoe het zal gaan (feed forward), of
over hoe het op dit moment loopt (proces-
indicatoren). Veel vruchtbaarheidskenge-
tallen vertellen hoe het de afgelopen
periode is gegaan (feed back).
Zorg dat je weet welke informatie een
kengetal geeft. Anders gezegd: welke
vraag een kengetal beantwoordt.
Aantal keren gekalfd bij afvoer:
3,4
De productieve levensduur hangt sterk
samen met de beslissing c.q. mogelijk-
heid om een oude koe nog een keer te
laten afkalven.
Fok op vruchtbaarheid
Fokken is een eenvoudige manier
om de vruchtbaarheid te
verbeteren. Gebruik hiervoor de
vruchtbaarheidsindex.
En gebruik stieren die goed
bevruchten.
Drachtigheid na eerste
inseminatie (koeien):
55 procent.
Vruchtbaarheid0208.indd 39 18-02-2008 10:23:34
We r k wi j z e v e e h o u d e r s i n h e t b u i t e n l a n d 4 . Do e l e n , me e t p u n t e n , p r o c e s ma n a g e me n t
4 0
KengetalleninAustrali
In Australi gebruiken veehouders primaire kengetallen, die je focussen
op het economisch optimum: 365 dagen tussenkalftijd en geen gedwon-
gen afvoer. Hiervoor moeten de koeien gemiddeld op 80 dagen na afkal-
ven drachtig worden. Niet drachtig na 200 dagen betekent afvoeren.
Kengetallen:
het aantal koeien dat 100 dagen na afkalven drachtig is;
het aantal koeien dat 200 dagen na afkalven niet drachtig is.
Om deze resultaten te bereiken gebruiken
veehouders de volgende controles:
het aantal koeien dat is gensemineerd op 80 dagen na afkalven;
het drachtigheidspercentage.
Zo werken veehouders in het buitenland
Collegasinanderelandengebruikensomsanderekengetallen,omdatzeopeenandere
manier tegen vruchtbaarheidsmanagement en -werkzaamheden aankijken.
Deze kengetallen passen goed op bedrijven met grote koppels koeien
die in het voorjaar afkalven. Men begeleidt de dieren volgens een strakke
agenda naar drachtigheid (of niet). Ook hier moet men zorgen dat de koei-
- o ~ j- .,.. - . o-- j-
Een wachtruimte in Australi. De koe op de voorgrond
heeft een drukgevoelige sticker op het staartbeen, die
verkleurt als ze besprongen is.
|

/

|

-

,

.
'
KengetalleninNoord-Amerika
De pregnancy rate is het aantal koeien dat drachtig wordt tijdens een
periode van 21 dagen, ten opzichte van het aantal koeien dat gensemi-
neerd kan worden. Dit kengetal neemt zowel de tochtigheidswaarneming
als het drachtigheidspercentage mee. Goede bedrijven zitten in de buurt
van 20 procent.
Met de heat detection rate schat men de tochtigheidswaarneming in,
door het aantal tochtig geziene koeien in een periode van 21 dagen te
delen door het aantal openstaande koeien.
Na de heat detection rate wordt de pregnancy rate to AI (het drachtig-
heidspercentage per 21 dagenperiode) bepaald om in te schatten hoe de
tochtigheidswaarneming, de inseminatie en de innesteling verlopen.
Deze kengetallen richten de aandacht heel sterk op de inseminatieperiode.
Ze stimuleren de doelstelling om de koe zo snel mogelijk drachtig te krijgen
na het begin van de inseminatieperiode.
In grote koppels is tochtwaarneming zonder technische
hulpmiddelen een hele opgave. In deze Canadese stal
hebben de koeien stappentellers om.
Vruchtbaarheid0208.indd 40 18-02-2008 10:23:41
To c h t i g s p u i t e n e n h o r mo o n p r o g r a mma s 4 . Do e l e n , me e t p u n t e n , p r o c e s ma n a g e me n t
4 1
Geplande tochtigheid
Met hormoonbehandelingen kun je een
koe met actieve eierstokken op een voor-
af bekende datum tochtig laten zijn.
Vervolgens kun je haar op een gepland
moment (blind) insemineren, of je kunt
haar insemineren op geleide van tochtig-
heidssignalen. Het drachtigheidspercen-
tage bij inseminatie op tochtigheidssigna-
len is hoger dan bij blind insemineren.
Op grote bedrijven valt tijd te besparen
door koeien groepsgewijs injecties toe
te dienen, waarna ze ook groepsgewijs
gensemineerd kunnen worden. Je wint
daarbij ook tijd als je nauwelijks tochtig-
heidswaarneming doet.
Er bestaan meerdere hormoonprogram-
mas, waarvan OvSync een belangrijke is.
Deze programmas vragen om een goede
planning, een goede koeherkenning en
ze vragen veel werk. De programmas zijn
economisch alleen rendabel op bedrijven
met slechte tochtigheidswaarneming.
Tochtigheidsprogrammas
Je kunt een koe tochtig laten worden
als ze een actief geel lichaam op de
eierstokken heeft. Door een injectie met
prostaglandine F2 (PgF2) verdwijnt het
gele lichaam en zal een follikel (eiblaas)
uitgroeien. De meeste koeien worden
twee tot drie dagen na de prostaglandine-
injectie tochtig, met een spreiding van
1-5 dagen.
Alle geplande tochtigheidsprogrammas
zijn gebaseerd op een prostaglandine-
injectie tijdens de aanwezigheid van een
geel lichaam. In de eerste vijf dagen na de
eisprong reageert het gele lichaam niet
op deze injectie. Als je koeien met actieve
eierstokken willekeurig PgF2 inspuit,
heb je dus 75 procent kans dat ze in
de volgende dagen tochtig worden. Bij
koeien met inactieve eierstokken of cystes
boekt deze injectie geen resultaat.
OvSync
Dag 0 Dag 7 (<50-60 uur>) Dag 9 (<16-24 h>) Dag 10
GnRH PgF2 GnRH KI
De tweede GnRH-injectie stimuleert de eisprong en dient tevens om het
succes van blind insemineren te verbeteren. Circa 90 procent van de
behandelde koeien heeft een eisprong. Het OvSync-programma werkt
slecht bij pinken.
Duurzaam ondernemen
Hou jezelf regelmatig een spiegel voor wat betreft je omgang met dieren,
personeel, milieu en omgeving. Standaard hormonen gebruiken moet niet
nodig zijn en stuit op maatschappelijke weerstand.
Ook met vaginale implan-
taten kun je tochtigheid
opwekken. Dit zijn flexibele
kunststof spiralen, die hor-
monen afgeven. De bijko-
mende lichte schedeontste-
king heeft geen gevolg voor
drachtig worden en herstelt
direct na verwijdering van
het implantaat.
Vruchtbaarheid0208.indd 41 18-02-2008 10:23:47
Tussenkalftijd: kosten/baten
Vanuit productieoogpunt is een tussen-
kalftijd van 365 dagen optimaal omdat
koeien kort na afkalven meer melk geven
dan eind lactatie. Koeien moeten boven-
dien afkalven om te zorgen voor nieuwe
koeien. Met gesekst sperma hoeven ze
hiervoor minder vaak af te kalven.
Maar afkalven vraagt ook investeringen
en tijd, n gaat nogal eens gepaard met
problemen. Vele daarvan voorkom je met
goed droogstands- en transitiemanage-
ment.
Het liefst heb je de opbrengsten en kosten
van vruchtbaarheid voor jouw bedrijf,
maar meestal werk je met richtgetal-
len, zoals schattingen van de kosten van
een verlengde tussenkalftijd. Deze nemen
wel inseminatiekosten mee, maar niet
kosten voor behandelingen zoals tochtig
spuiten. Dit soort behandelingen is vaak
alleen rendabel om de koe drachtig te
krijgen, zodat je het dier niet hoeft af te
voeren.
Tussenkalftijd: de praktijk
Eigenlijk is het doel dat je de koe drachtig
kunt maken als jij dat wilt. Dat doe je met
minder dan 2,0 inseminaties/dracht en
minimale hormonale ingrepen. Je kiest
vaste datums voor begin en eind van de
inseminatieperiode, die je afstemt op het
conditieverloop van de koeien. Eventueel
insemineer je koeien met geen of weinig
conditieverlies eerder (v.a. 60 dgn) dan
koeien die vermagerd zijn (v.a. 90 dgn).
Echter, bedrijven waar de koeien gezond
opstarten en dus gemakkelijk drachtig
worden, hebben een lage tussenkalftijd
(
~
385 dgn; 415 dgn). Dus je moet je
niet richten op tussenkalftijd, maar op
kengetallen voor een gezonde opstart,
voor tochtigheidswaarneming en voor
inseminatieresultaat.
De beste behandeling
verschilt per bedrijf en
per koe. Overleg met
de dierenarts. Het
resultaat is belang-
rijker dan de kosten,
de koe moet drachtig.
Met een lage persi-
stentie en/of matige
drachtigheidsresul-
taten mag je meer
uitgeven om koeien
drachtig te krijgen.
Lactatie (dgn)
M
e
l
k
p
r
o
d
u
c
t
i
e

(
k
g
)
Hoge persistentie (groene lijn) levert een kleiner verschil op tussen de pro-
ductie begin lactatie en eind lactatie. Daarmee wordt het financieel voordeel
van een korte tussenkalftijd minder. Bovendien daalt het risico van een te
negatieve energiebalans begin lactatie en van vervetting eind lactatie.
Een schatting van de gemiste opbrengst in euros bij een langere tus-
--/ . j- -- j-- - -- oj--
vanwege (be)handelingen rond afkalven, 15 euro per koe.
-- o----j j-- . o-.- - -- j- o..-
. -j .-.-- -- /-.- - - oj--

j
-
.
-
-


'

.
-


'

-
.

,
|

~
'
Tussenkalftijd (dagen)
Productie (kg/305) 386 407 428 449 470
7.000 7 15 24 34 47
8.000 7 15 24 34 47
9.000 5 11 18 25 37
10.000 3 6 11 16 26

Gemiste opbrengst per dag, met en zonder melkquotum
>396 426 457
Met quotum 0,34 0,73 0,86
Zonder quotum 0,67 1,71 2,11
E c o n o mi e 4 . Do e l e n , me e t p u n t e n , p r o c e s ma n a g e me n t
4 2
Hogere persistentie
Vruchtbaarheid0208.indd 42 18-02-2008 10:23:50
Oz o ' s e n we e t j e s 4 . Do e l e n , me e t p u n t e n , p r o c e s ma n a g e me n t
4 3
Ozosenweetjes
Koeien die veel
helder en
dradentrekkend
slijm hebben,
worden beter
drachtig. Het is
nog onbegrepen
waarom dit zo
is en hoe je dit
gegeven kunt
gebruiken. De
vaginawand vlak
bij de cervix
produceert dit
slijm.
1
Ozos zijn onbegrepen zaken die opvallen. Wellicht leveren deze zaken
aanknopingspunten voor het bereiken van een betere vruchtbaarheid.
2
Maand van inseminatie
Non Return 56 dagen
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12
60
61
P
e
r
c
e
n
t
a
g
e
62
63
64
65
66
67
68
69
70
Koeien die in het voorjaar afkalven, worden beter
drachtig. Waarschijnlijk komt dit doordat koeien
van nature in het voorjaar afkalven en in de
zomer worden gedekt. De dip in september ont-
staat door een diepere negatieve energiebalans
en hittestress tijdens de zomermaanden.
3
Seizoensvoordeel
Het onderbreken
van de zaadlei-
ders geeft een
onvruchtbare
stier. Je kunt dit
dier een halster
omdoen met
een merkstift
onder de kin,
zodat hij tochtige
koeien merkt. De
tweede bal wordt
vaak gecas-
treerd, zodat de
stier zichtbaar
onvruchtbaar is.
4
Door een
zuigend kalf
ontstaat een
zogenoemde
lactatie-
anoestrus:
de koe wordt
later cyclisch.
Verlies van
conditie
versterkt dit
effect.
5
Een vaarskalf dat een tweeling
vormt met een stier, is in 92
procent van de gevallen een
kween (freemartin). Doordat
tijdens de dracht mannelijke
hormonen in haar bloed zijn
gekomen, zijn baarmoeder en
schede nauwelijks ontwikkeld.
Een kween heeft een vergrote
clitoris en vaak een kleine kling
met lange haren.
Bij een kween van n tot
vier weken oud is de schede
. . -o , ~
cm). Meet met een afge-
ronde sonde en glijmiddel.
Bloedonderzoek geeft zeker-
heid. Bij een voldoende grote
pink kun je rectaal de afwij-
kende baarmoeder voelen.
6
De kleine baarmoeder heeft n keer gedragen,
de grote drie keer. De baarmoederhoorns van
een pink zijn amper 2 cm in doorsnede.
Vruchtbaarheid0208.indd 43 18-02-2008 10:24:01
4 4
aan de nageboorte staan 13
afbloeden 27
afkalfruimte 10
afkalven 10, 11
anatomie baarmoeder 27
arbeidsorganisatie 37
baarmoeder 22, 23, 27, 43
baarmoederontsteking 15, 31
behandeling 15, 42
bruls 31
cervix 22, 23, 27
conditie (lichaams) 6, 21, 37
cyclus 19
cystes op eierstokken 31
drachtigheidsonderzoek 30
drachtigheidspercentage 26, 39
droogstand 6
duurzaam ondernemen 41
echoscopie 30, 31, 32
economie 42
eicel 19, 20
eisprong 14, 19, 20
embryonale sterfte 26
embryotransplantatie (ET) 33
fokkerij 39
geslachtsbepaling 33
hittestress 29
innesteling 26, 27
inseminatiegetal 39, 40
inseminatiemoment 20
inseminatieperiode 5, 31
inseminatietechniek 22, 23, 37
involutie 15
jongvee 21
kengetallen 15, 38, 39
kween 43
lactatieanoestrus 43
lebmaagdraaiing 15
management 36, 37
mineralen 6, 13
nageboorte 13
negatieve energiebalans 7, 14, 27
niet-actieve eierstokken 31
non-return 39
oestrogenen 19
onregelmatig terugkomen
(zie ook: opbreken) 27, 35
ontstekingen 28
opbreken/verwerpen door:
- hittestress 29
- infecties (div.) 35
- koorts 28
- mastitis 28
- neospora 35
opschonen 7, 14
opstartperiode 5, 37
ovsync 41
ovulatie (zie eisprong)
ovum pick-up (OPU) 33
persistentie 42
PgF2a 13, 41
pinken 21
pregnancy rate 40
procesindicatoren 5, 38
progesteron 19
rectaal voelen 30, 31
aan de nageboorte 13
seizoensinvloed 43
tochtigheidsslijm 43
sperma 20, 22, 23, 24
standaard werkwijze:
- verloshulp 11
- afkalven 10, 11
- insemineren 22, 23, 24, 25
- sperma ontdooien 24
stappenteller 17
steenvrucht 30
stier 34
stierkeuze 39
stoten 30
stress 9, 28
temperatuur opnemen 12
tien-dagenplan 12
tochtig spuiten 41
tochtig worden 16
tochtigheidssignalen 18
tochtigheidswaarneming 17
transitieperiode 7, 8, 12, 15
tussenkalftijd 4, 40, 42
tweelingdracht 8, 32
ureumgehalte 27
vaarzenintroductie 9
ventilatie 28
verloshulp 11
verse koeien 12
verwerpen (zie: opbreken) 35
voeding 6, 7
vruchtvliezen 13
witvuilen 10, 13, 15
zakcomputer 16
zoekstier 43
Koesignalen

Kijk voor meer informatie over lezingen, trainingen en andere Koesignalen-


boeken op de website: www.koesignalen.nl.
Veterinair adviesbureau Vetvice is een internationaal adviesbureau op het
gebied van melkveehouderij. Onze adviseurs verzorgen trainingen, geven
bedrijfsadviezen en ontwikkelen informatiematerialen. De kennisgebieden
zijn Koesignalen, large herd management, stallenbouw en management van
diergezondheid. Kijk voor meer informatie op onze website: www.vetvice.com.
Agrarische uitgaven van Roodbont
Bestellen kan bij de boekhandel of direct via Roodbont, tel. (0575) 54 56 88,
e-mail: info@roodbont.nl of via de website: www.roodbont.nl.
Koesignalen
Praktijkgids voor
koegericht management
ISBN 978-90-75280-47-0
96 paginas, 17,90
Koesignalen
thema-edities
Klauwen
Praktijkgids voor klauwgezondheid
ISBN 978-90-75280-56-2
40 paginas, 11,90
Jongvee
Praktijkgids voor opfok van kalf tot vaars
ISBN 978-90-750280-66-1
40 paginas, 11,90
Uiergezondheid
Praktijkgids voor een uitstekende uiergezondheid
ISBN 978-90-810974-1-3
52 paginas, 14,50
Varkenssignalen
Praktijkgids voor diergericht
varkenshouden
ISBN 978-90-75280-53-1
96 paginas, 29,90
Varkenssignalen
thema-edities
Zeugen
Praktijkgids voor lactatiemanagement
en vruchtbaarheid
ISBN 978-90-75280-91-3
48 paginas, 19,90
Vleesvarkens
Praktijkgids voor groei, gezondheid
en gedrag
ISBN 978-90-75280-92-0
48 paginas, 19,90
Andere uitgaven
Handboek melkveehouderij
ISBN 978-90-75280-80-7
512 paginas, 49,50
Krachtige kruisingen
ISBN 978-90-75280-83-8
96 paginas, 24,50
Index
Vruchtbaarheid0208.indd 44 18-02-2008 10:24:08