Anda di halaman 1dari 7

Het Concept van Bid`ah in de Shari`ah

In naam van Allah, de Barmhartige, de Genadevolle Er zijn weinig onderwerpen die vandaag de dag zoveel controversie veroorzaken in de Islam, dan de vraag wat Sunnah en wat Bid`ah (verwerpelijke vernieuwing) is. Wellicht komt dit door de tijden waarin Moslims vandaag de dag leven en de uitdagingen waar zij mee geconfronteerd worden. En van de grootste gebeurtenissen in termen van invloed op Moslims in de laatste duizend jaar, was zonder twijfel het einde van het Islamitische Kalifaat aan het begin van de afgelopen eeuw. Dit was een gebeurtenis die niet alleen het einde van een tijdelijke, politieke autoriteit betekende, maar in veel opzichten ook het einde van de consensus van de orthodoxe Soennitische Islam tot gevolg had. Het zal niemand, die vertrouwd is met de klassieke literatuur in enig van de Islamitische wetenschappen zoals Koranexegese (tafsr), Hadth of jurisprudentie (fiqh), ontgaan dat de vragen die vandaag de dag worden gesteld over de basisfundamenten van de Shar`ah en haar nevenwetenschappen, niet eveneens gesteld zijn in de Islamitische geschiedenis. Dit is niet omdat de Islamitische geleerden niet briljant genoeg waren om de vragen te stellen, maar omdat ze de antwoorden al kenden. Het doel van dit artikel is om sommige mogelijke misverstanden over het concept van innovatie (bid`ah) in de Islam op te helderen, in verband met de Profetische Hadth:

Wees op je hoede voor vernieuwing, want iedere vernieuwing is een innovatie en iedere innovatie is een dwaling en iedere dwaling is in de hel.
De bronnen die ik gebruik zijn de traditionele Islamitische bronnen, en mijn bespreking zal zich richten op 3 punten. Het eerste punt is dat geleerden zeggen dat de bovenstaande Hadth niet zonder enige beperking verwijst naar alle nieuwe zaken, maar alleen naar die zaken waarvan niets in de Heilige Wet de geldigheid ervan bekrachtigt. Het gebruik van het woord iedere in de bovenstaande Hadth duidt geen absolute veralgemening aan. Er zijn namelijk vele voorbeelden van zulke veralgemeningen in de Koran en Sunnah die niet zonder beperkingen toepasbaar zijn, maar integendeel [wel degelijk] beperkingen hebben die in andere primair tekstuele bronnen gevonden worden. Het tweede punt is dat de Sunnah van de Profeet (Allah zegene hem en geve hem vrede) ook het aanvaarden van nieuwe zaken in Islam betekende, zaken die goed waren en niet in tegenstelling waren met de gevestigde waarden van de Heilige Wet, en het verwerpen van zaken die dit niet waren. Het derde en laatste punt is dat nieuwe zaken in de Islam niet verworpen zouden moeten worden enkel omdat ze niet bestonden in de eerste eeuw, maar ze zouden gevalueerd en beoordeeld moeten worden volgens de veelomvattende methodologie van de Heilige Wet, welke de laatste en universele, morele code is en blijft voor alle mensen tot het einde der tijden. Ons eerste punt, namelijk dat de Hadth niet verwijst naar alle nieuwe dingen, zonder beperking, maar enkel naar die dingen waar de Heilige wet de geldigheid niet van bekrachtigt, mag op het eerste zicht vreemd lijken als men kijkt naar de verwoording van de genoemde Hadth. Nu betekent het woord bid`ah of innovatie taalkundig gezien alles wat nieuw is. Dus moet onze eerste vraag gaan over de veralgemening van het woord iedere in de Hadth. Betekent het letterlijk dat iedere nieuwe zaak in de wereld Harm is? Het antwoord is nee. Waarom? Als antwoord op deze vraag, kunnen we stellen dat er vele gelijksoortige veralgemeningen te vinden zijn in de Koran en Sunnah. Elk van hen erkent een beperking, zoals het woord van Allah (Hoog en Verheven is Hij!) in Srat al-Najm:

En dat de mens slechts dat krijgt waarnaar hij gestreefd heeft.


(Koran, Srat al-Najm 53:39) Dit ondanks de overweldigende hoeveelheid aan bewijs dat een Moslim voordeel haalt uit het spirituele werk van anderen, bijvoorbeeld van zijn medemoslims, gebeden van de engelen voor hem, het begrafenisgebed voor hem, liefdadigheid door anderen gegeven in zijn naam, en de smeekbeden van de gelovigen gegeven voor hem. Of overweeg de woorden van Allah (Hoog en Verheven is Hij!) gericht aan de ongelovigen in Srat al-Anbiy :

Voorwaar, jullie en wat jullie naast Allah aanbidden zal brandstof zijn voor de hel, jullie zullen er binnengaan.
(Koran, Srat al-Anbiy 21:98)
Wat jullie naast Allah aanbidden is een algemene uitdrukking is, terwijl er geen twijfel over bestaat dat Jezus (vrede zij met hem), zijn moeder en de engelen allemaal werden aanbeden naast Allah (Hoog en Verheven is Hij!), maar ze zijn geen brandstof voor de hel, dus ze behoren niet bij diegenen die bedoeld worden met dit vers. Of het woord van Allah in Srat al-An`m over de voorbije naties die geen aandacht schonken aan de boodschappers die hen werden gestuurd:

En toen zij vergaten waarmee zij gewaarschuwd waren, openden Wij voor hen vervolgens de poorten naar alle zaken.
(Koran, Srat al-An`m 6:44)
Hoewel de deuren van barmhartigheid niet voor hen geopend werden. En de Hadth overgeleverd door Muslim dat de Profeet (Allah zegene hem en geve hem vrede) zei:

Niemand die voor zonsopgang en voor zonsondergang bidt zal de hel binnengaan
Dit is een een algemene uitdrukking is, die zeker niet betekent wat het op het eerste gezicht lijkt te impliceren, want diegene die het ochtend- en namiddag gebed bidt en de andere gebeden en andere verplichte werken verwaarloost, wordt hier zeker niet naar verwezen. Het is eerder een veralgemening met een specifieke bedoeling, of een veralgemening die beperkt is door andere teksten, want wanneer er volledig authentieke Hadths bestaan is het verplicht om een overeenstemming tussen hen te vinden, want ze zijn in werkelijkheid als n enkele Hadth. De teksten die zonder beperkingen lijken worden beperkt door teksten die beperkingen opleggen, zodat de gecombineerde implicaties van hen tesamen gebruikt kan worden. Laten wij even kijken naar bid`ah of innovatie in het licht van de Sunnah van de Profeet (Allah zegene hem en geve hem vrede) met betrekking tot nieuwe zaken. Sunnah en Bid`ah zijn 2 tegengestelde termen in taal van de Profeet (Allah zegene hem en geve hem vrede), zo dat geen n ervan gedefinieerd kan worden zonder te verwijzen naar de andere. Dat betekent dat ze elkaars tegenpool zijn, en zaken worden duidelijk door hun tegenpool. Veel schrijvers hebben geprobeerd bid`ah te definiren zonder sunnah te definiren, terwijl dit van primair belang is, en zo zijn ze in onontwarbare moeilijkheden en conflicten gekomen met de primaire tekstuele bronnen, die in tegenstelling staan met hun definitie van innovatie. Terwijl wanneer ze eerst Sunnah hadden gedefinieerd, ze een norm zouden hebben voortgebracht die vrij zou zijn van tekortkomingen. Sunnah, in zowel de taal van de Arabieren als die van de Heilige Wet, betekent handelswijze, zoals is gellustreerd door de woorden van de Profeet (Allah zegene hem en geve hem vrede):

hij die een goede Sunnah introduceert in de Islam en hij die een slechte Sunnah introduceert in de Islam
Sunnah betekent manier of gewoonte. Het is de handelswijze van de Profeet (Allah zegene hem en geve hem vrede) in het geven van leiding, aanvaarding en verwerping; dit is de Sunnah. Want goede Sunnah en slechte Sunnah betekenen een goede manier en een slechte manier, en kunnen absoluut niets anders betekenen. De betekenis van Sunnah is niet wat de meeste studenten, laat staan gewone mensen, begrijpen. Het is namelijk de profetische Hadth (wanneer Sunnah met Kitb, de Koran in contrast staat, in het onderscheiden van tekstuele bronnen), of het tegenovergestelde van verplicht (wanneer Sunnah betekent aanbevolen en in contrast staat met verplicht of fard in de wettelijke context). Het eerste is een technisch begrip van de term Sunnah zoals deze gebruikt wordt door Hadthgeleerden, terwijl de laatste een technisch begrip is van de term Sunnah zoals deze gebruikt wordt door rechtsgeleerden en specialisten in de fundamenten van jurisprudentie. Beiden zijn toepassingen van een latere herkomst en zijn niet wat hier wordt bedoeld met Sunnah.

De Sunnah van de Profeet (Allah zegene hem en geve hem vrede) is eerder zijn manier van handelen, zijn bevelen, zijn goedkeuringen en afkeuringen, en de manier van zijn rechtgeleide kaliefen, die zijn weg van bevelen, goedkeuren en afkeuren volgden. Dus gewoonten die nieuw begonnen zijn, moeten onderzocht worden in het licht van de Sunnah van de Profeet (Allah zegene hem en geve hem vrede) en zijn manier en weg van het accepteren en verwerpen van zaken. Nu zijn er een groot aantal Hadths, de meeste van hen van de bekende authentieke (sahh) verzamelingen, die aantonen dat veel van de metgezellen van de Profeet (Allah zegene hem en geve hem vrede) nieuwe daden invoerden, vormen van gedenken van Allah (Hoog en Verheven is Hij!) (dhikr), smeekbeden (du`a) enzovoorts, die de Profeet (Allah zegene hem en geve hem vrede) nooit voorheen had gedaan of had bevolen om te doen. De metgezellen kwamen tot deze daden door middel van afleidingen en de overtuiging dat zulke daden tot het goede behoorden waarmee de Islam en de Profeet van de Islam (Allah zegene hem en geve hem vrede) waren gekomen en over het algemeen aanmoedigde om naar te handelen, in overeenstemming met het woord van Allah in Srat al-Hajj:

en doet het goede. Hopelijk zullen jullie welslagen


(Koran, Srat al-Hajj 22:77)
En zo ook in de Hadth van de Profeet (Allah zegene hem en geve hem vrede) overgeleverd door Muslim:

Diegene die een goede Sunnah in de Islam introduceert zal de beloning hiervoorkrijgen en de beloning voor al diegenen die hem hierin volgenzonder dat hun eigen beloning in het minste afneemt.
Hoewel de originele context van deze Hadth ging over het geven van liefdadigheid, is het interpretatieve principe vastgesteld door de consensus van gespecialiseerde juristen in de fundamenten van de Heilige Wet. Het interpretatieve principe is dat het belangrijkste betreffende de primaire teksten ligt in de algemeenheid van hun taalkundige betekenis, en niet in de specificiteit van hun historische context, zonder te impliceren dat zomaar iedereen bepalingen in de Heilige Wet zou mogen maken. De Islam wordt immers gedefinieerd door principes en maatstaven, op een manier dat wanneer iemand iets begint als een Sunnah, het onderworpen dient te worden aan regels, beperkingen en primaire tekstuele bronnen. Vanuit dit onderzoekende vertrekpunt, kan men vaststellen dat veel van de metgezellen zulke daden deden, volgens hun eigen redenering (ijtihd), en dat de Sunnah en wijze van de Profeet (Allah zegene hem en geve hem vrede) zowel het aanvaarden van die zaken, die daden van aanbidding waren en goede daden inhielden, conform met wat de Heilige Wet had vastgesteld en niet in conflict hiermee was; en het verwerpen van daden die hier niet mee overeenstemden. Dit was zijn Sunnah en wijze, wat zijn kaliefopvolgers en metgezellen voortzetten, en waarvan Islamitische geleerden de regel afleidden dat iedere nieuwe zaak beoordeeld moet worden volgens de principes en primaire teksten van de Heilige Wet. Datgene wat de Wet als goed verklaart wordt als goed erkent, en datgene wat door de Wet als een overtreding en slecht is verklaard wordt als een afkeurenswaardige innovatie erkent, een bid`ah. Soms noemen ze het eerste een goede innovatie (bid`ah hasana) met het oog op het taalkundig een vernieuwing te noemen, maar wettelijk gezien is het niet echt een innovatie maar eerder een afgeleide Sunnah, voor zolang als de primaire teksten van de Heilige Wet getuigen dat het acceptabel is. We richten ons nu tot de primaire tekstuele bewijzen, waar we eerder over gesproken hebben, met betrekking tot de daden van de metgezellen en hoe de Profeet (Allah zegene hem en geve hem vrede) hiermee omging [genoemd door Sheikh Ysuf al-Rif`i in zijn adilla ahl-alsunnah wal jam`ah]: (1) Bukhr en Muslim leveren over van Ab Hurayra dat met het ochtendgebed de Profeet (Allah zegene hem en geve hem vrede) tegen Bill zei:Bill, zeg me over welke van jouw daden in de Islam je het meeste hoop hebt, want ik heb de stappen van je sandalen gehoord in het Paradijs, en hij antwoordde, Ik heb niets gedaan waarover ik meer hoop heb dan het feit dat ik geen wud` verricht op elk moment van de dag of nacht zonder te bidden met deze wud die voor mij voorbestemd was om mee te bidden.

Ibn Hajar al-Asqln zegt in zijn fath al-br dat de Hadth aantoont dat het is toegestaan om persoonlijk te redeneren (ijtihd) in het kiezen van momenten van de daden van aanbidding, omdat Bill door zijn eigen gevolgtrekking tot deze conclusie kwam en de Profeet (Allah zegene hem en geve hem vrede) stemde hierin toe. Soortgelijk is de Hadth in Bukhr over Khubayb, die vroeg om 2 raqaas te bidden voordat hij gexecuteerd zou worden door de afgodendienaars in Mekka, en die daarmee de eerste was die de Sunnah van 2 raqaas vestigde voor diegenen die standvastig zijn in hun sterven. Deze Hadths zijn expliciete bewijzen dat Bill en Khubayb hun eigen redenering (ijtihd) gebruikten om de tijd waarop ze daden van aanbidding verrichtten te kiezen, zonder enig voorgaand bevel of voorbeeld van de Profeet (Allah zegene hem en geve hem vrede), anders dan het algemene bevel om het gebed te verrichten. (2) Bukhari en Muslim leveren over dat Rifa`a ibn Rf zei, toen we achter de Profeet (Allah zegene hem en geve hem vrede) aan het bidden waren en hij zijn hoofd hief van het buigen en zei, Allah hoort diegene die Hem looft, zei een man achter hem, Onze Heer, alle lof zij aan U, overvloedig en in het geheel met zegeningen daarin. Wanneer hij weer rechtop stond om te vertrekken vroeg de Profeet (Allah zegene hem en geve hem vrede) wie zei dit?, en wanneer de man antwoordde dat hij het was, zei de Profeet (Allah zegene hem en geve hem vrede): Ik zag zon 30 engelen die ieder ernaar streefde om het op te

schrijven.
Ibn Hajar zegt in fath al-bri dat de Hadth het toestaat om nieuwe uitdrukkingen van dhikr te beginnen in het gebed, anders dan diegenen die overgeleverd zijn in Hadthteksten, zolang ze niet tegenovergesteld zijn aan diegenen die overgeleverd zijn door Hadth (gezien de bovenstaande woorden slechts een versterking en toevoeging zijn aan de bekende sunnah dhikr) (3) Bukhr levert over van `Aisha dat de Profeet (Allah zegene hem en geve hem vrede) een man stuurde [om] aan het hoofd van een militaire expeditie [te staan], die de Koran reciteerde voor zijn metgezellen tijdens het gebed, elke recitatie eindigend met Srat al-Ikhls. Toen ze terugkeerden, zeiden ze dit aan de Profeet (Allah zegene hem en geve hem vrede) die [vervolgens] tegen hen zei: Vraag hem waarom hij dit doet. En wanneer ze hem dit vroegen, antwoordde hij: omdat dit de Barmhartige omschrijft, en ik houd ervan om het te reciteren. De Profeet (Allah zegene hem en geve hem vrede) zei tegen hen: Zeg hem dat Allah van hem houdt. Ondanks dit, is ons geen enkele geleerde bekend die wat hierboven is omschreven aanbeveelt, want de daden die de Profeet (Allah zegene hem en geve hem vrede) regelmatig deed zijn superieur. Maar de bevestiging dat hij dergelijke zaken goedkeurde illustreert zijn Sunnah met betrekking tot zijn aanvaarden van verscheidene vormen van gehoorzaamheid en daden van aanbidding. Het duidt aan dat hij deze zaken niet als afkeurenswaardige innovatie (bid`ah) beschouwde, zoals de extremisten doen die met elkaar concurreren om de eerste te zijn die daden als innovatie en dwaling brandmerkt. Verder moet worden opgemerkt dat de voorgaande Hadths over het gebed gaan, wat de belangrijkste vorm van aanbidding is en waarvan de Profeet (Allah zegene hem en geve hem vrede) heeft gezegd, bidt zoals je mij hebt zien bidden. Desondanks heeft hij de bovenstaande voorbeelden aanvaard als persoonlijke redenering, omdat ze niet afwijken van de vorm aangegeven door de Wetgever, want aan iedere grens moet gehoor gegeven worden, terwijl er een zekere breedte is in alles daartussenin, zolang het binnen de algemene categorie valt waartoe opgeroepen wordt door de Heilige Wet. Dit is de Sunnah van de Profeet (Allah zegene hem en geve hem vrede) en zijn weg en het is zo duidelijk als het maar zijn kan. Islamitische geleerden maken hieruit op dat iedere daad waarvoor bewijzen zijn in de Heilige Wet waar naar wordt opgeroepen, en die niet in tegenstelling zijn met de primaire teksten of schadelijke gevolgen bevatten, niet behoort tot de categorie van afkeurenswaardige innovaties. Het is dan eerder van de Sunnah, ook al bestaat er een daad die superieur is. (4) Bukhar levert over van Ab Sa`d al-Khudr dat een groep metgezellen van de Profeet (Allah zegene hem en geve hem vrede) op n van hun reizen vertokken, en toen ze aankwamen bij een kamp van bedoeenen in de woestijn en hen vroegen of ze bij hen mochten overnachten, zij [de bedoeenen] hen weigerden als gasten te ontvangen. De leider van het kamp werd gestoken door een schorpioen, en zijn volgelingen probeerden alles om

hem te genezen. Toen niets hielp zei n van hen: als je naar de groep hier vlakbij zou gaan, misschien heeft iemand van hen iets. Dus zij kwamen bij hen [de groep metgezellen] aan en zeiden: Oh groep mannen, onze leider is gestoken en we hebben alles geprobeerd. Heeft iemand van jullie iets? En n van hen antwoordde,Ja, bij Allah, ik reciteer genezende woorden voor mensen, maar bij Allah, we vroegen jullie om bij jullie te mogen overnachten en jullie weigerden ons, dus zal ik niets reciteren tenzij jullie een prijs betalen. Ze kwamen toen overeen om een kudde schapen te betalen, dus de man ging, begon te spugen en reciteerde Al-Ftiha over het slachtoffer tot hij kon rechtstaan en kon lopen alsof hij een kameel was die van zijn last was bevrijdt, en er niets meer mis met hem was. Ze betaalden de overeengekomen prijs, welke sommige metgezellen wilden verdelen, maar de man die had gereciteerd zei hen, Niet doen tot we bij de Profeet (Allah zegene hem en geve hem vrede) aankomen en hem vertellen was er is gebeurd, zodat hij kan zeggen wat we moeten doen. Ze kwamen aan bij de Profeet (Allah zegene hem en geve hem vrede) en vertelden hem wat er was gebeurd en hij zei: Hoe wist je dat het

van de woorden zijn die genezen? Je had gelijk. Verdeel de kudde en geef mij een deel.
De Hadth is duidelijk over het feit dat de metgezel er geen kennis van had dat het reciteren van al-Ftiha om te genezen toegestaan was door de Heilige Wet, maar hij deed dit door zijn eigen ijtihd, en omdat het niet in tegenspraak was met iets wat wettelijk was vastgelegd, bevestigde de Profeet (Allah zegene hem en geve hem vrede) hem hierin omdat het van zijn Sunnah was. Het was van zijn manier van het aanvaarden van dat wat iets goeds en niets schadelijks bevat, ook al kwam het niet voort uit de daden van de Profeet (Allah zegene hem en geve hem vrede) zelf. (5) Bukhr levert over van Ab Sa`d al-Khudr dat een man iemand anders steeds opnieuw en opnieuw Srat alIkhls hoorde reciteren. Toen de ochtend kwam ging hij naar de Profeet (Allah zegene hem en geve hem vrede) en vermeldde dit op een sarcastische wijze. De Profeet (Allah zegene hem en geve hem vrede) zei: Bij Hem in wiens hand mijn ziel ligt, het is gelijk aan 1/3 deel van de Koran. Daraqutn leverde een andere versie van deze Hadth over waarin de man zei: Ik heb een buur die s nachts bidt en die niets anders reciteert dan al-Ikhls. De Hadth toont aan dat de Profeet (Allah zegene hem en geve hem vrede) bevestigde dat de persoon die zichzelf beperkt tot het reciteren van al-Ikhls tijdens het nachtgebed, ondanks dat het niet iets is wat de Profeet (Allah zegene hem en geve hem vrede) zelf deed omdat de gewoonte van de Profeet (Allah zegene hem en geve hem vrede) om uit de hele Koran te reciteren superieur was, nog binnen de algemene grenzen van de Sunnah handelde en er niets verkeerds aan was. (6) Ahmad en Ibn Hibbn leveren over van `Abdallh ibn Burayda dat zijn vader zei: Ik ging samen met de Profeet (Allah zegene hem en geve hem vrede) de moskee binnen en daar was een man in gebed en deed een smeekbede, O Allah, ik vraag U door het feit dat ik getuig dat U Allah bent, er is geen God dan U, de Ene, de Ultieme, die niet heeft verwekt noch verwekt is, en aan wie niemand gelijk is, en de Profeet (Allah zegene hem en geve hem vrede) zei: Bij Hem in wiens

hand mijn ziel is, hij vroeg het aan Allah met Zijn mooiste naam, waar als Hij erbij gevraagd Hij het geeft en wanneer Hij erbij aangeroepen wordt Hij antwoordt. Het is duidelijk dat deze smeekbede spontaan
opkwam bij de metgezel, en omdat het overeenstemt met de Heilige Wet bevestigde de Profeet (Allah zegene hem en geve hem vrede) het met de hoogste graad van bekrachtiging en aanvaarding, terwijl het niet bekend is dat de Profeet (Allah zegene hem en geve hem vrede) hem dit ooit geleerd heeft. Wij kunnen nu terugkeren naar de Hadth waarmee ik dit artikel ben begonnen, waarin de Profeet (Allah zegene hem en geve hem vrede) zei: Wees op je hoede voor vernieuwing, want iedere vernieuwing is een innovatie en iedere innovatie is een dwaling en iedere dwaling is in de hel. En begrijp het zoals het verklaard is door een klassieke geleerde van de Islam, Sheikh Muhammed ibn `Abdullh al-Jurdn [in zijn werk al-jawhir al-luluiyya f sharh al-arba`n al-nawawiyya], die zei:

Wees op je hoede voor vernieuwing, neem afstand van en wees voorzichtig met vernieuwingen die voorheen niet bestonden. Dat zijn zaken uitgevonden in de Islam die de Heilige Wet tegenspreken. iedere innovatie is een dwaling , betekent dat iedere innovatie het tegenovergestelde van de waarheid is, en valsheid is. Een Hadth die elders is overgeleverd als, Iedere vernieuwing is een innovatie en iedere innovatie is een dwaling en iedere dwaling is in de hel., betekent dat iedereen die dwalend is, of dit nu door zichzelf is of door iemand te

volgen die dwalende is, in de hel is. De Hadth verwijst naar zaken die geen goede innovaties zijn en dus geen basis in de Heilige Wet kennen. Het werd gesteld [door `Izz ibn `Abd al-Salm] dat innovaties (bid`ahs) onder de vijf categorien van de Heilige Wet vallen [namelijk: verplicht, verboden, aanbevolen, aanstootgevend en toegestaan]. (1) De eerste categorie bestaat uit innovaties die verplicht zijn, zoals het op schrift vastleggen van de Koran en de wetten van de Islam toen er werd gevreesd dat iets ervan verloren zou gaan; het bestuderen van de disciplines van het Arabisch die nodig zijn om Koran en Sunnah te begrijpen, zoals grammatica, woordenschat en lexicografie; het classificeren van Hadths om onderscheid te maken tussen authentieke en vervalste Profetische overleveringen; en de theologische weerleggingen van de argumenten [die] voortgebracht [waren] door de Mu`tazila en dergelijke [sekten]. (2) De tweede categorie bestaat uit verboden innovaties zoals niet-Islamitische belastingen en heffingen, belangrijke posities van autoriteit in de Heilige Wet van de Islam geven aan diegenen die er eigenlijk niet geschikt voor zijn, en je tijd toewijden aan het bestuderen van ketterse sekten die de principes van het geloof van Ahl al-Sunnah tegenspreken. (3) De derde categorie bestaat uit aanbevolen innovaties zoals het bouwen van Islamitische logementen en scholen, het op schrift vastleggen van studies binnen de Islamitische rechtsscholen, het schrijven van boeken over nuttige onderwerpen, diepgaande onderzoek in de fundamenten en specifieke toepassing van de Heilige Wet, dieptestudie van de Arabische taal, gezamenlijk wirds reciteren, het herdenken van de mawlid van de Profeet (Allah zegene hem en geve hem vrede) en je het best kleden en je er over verblijden. (4) De vierde categorie bestaat uit innovaties die aanstootgevend zijn, zoals het verfraaien van moskeen, het versieren van de Koran en een tweede man hebben (muballigh) die de gesproken Allahu Akbar luid herhaald na de Imam, wanneer hij al goed verstaanbaar is door de biddende mensen achter hem. (5) De vijfde categorie is dat van innovaties die toegestaan zijn, zoals het zeven van bloem, het gebruik van lepels en beter voedsel, drank en inboedel te genieten. Ik zal dit artikel afronden met een vertaling van Sheikh `Abdullah al-Ghumr [in het werk van Sheikh Ysuf al-Rif`i genaamd adilla ahl-al-sunnah wal jam`ah], die zei: `Izz ibn `Abd al-Salm classificeert innovaties (bid`ahs) in zijn al-qawid al-kubra volgens hun voordeel, kwaad of onverschilligheid, binnen de vijf categorien van wetgeving. Deze zijn het verplichte, het aangeraden, het verboden, het aanstootgevende en het toegestane. Hij geeft hierbij voorbeelden van ieder van deze en vermeld erbij de principes van de Heilige Wet die zijn [`Abd al-Salms] indeling bevestigen. Zijn woorden over dit onderwerp tonen zijn scherpe inzicht en veelomvattende kennis aan van zowel de principes van jurisprudentie als de menselijke voordelen en nadelen, vanuit het oogpunt waarmee de Wetgever de Heilige Wet gevestigd heeft. Omdat zijn indeling van innovaties gevestigd is op een stevige basis in Islamitische jurisprudentie en juridische principes, werd het bevestigd door Imam Nawaw, Ibn Hajar Asqln en de overgrote meerderheid van Islamitische geleerden. Zij aanvaardden zijn woorden en zagen het als een verplichting om deze toe te passen op gebeurtenissen en eventualiteiten die samenvallen met het veranderen der tijden en de mensen die erin leven. Men mag de ontkenning van de classificatie van bidah niet ondersteunen met als argument de Hadth iedere innovatie is een dwaling, want de enige vorm van innovatie die zonder uitzondering dwalend is, heeft betrekking op de principes van geloof. Dit zijn bijvoorbeeld de innovaties van de Mu`tazila, Murji`a, Qadaris enzovoorts, omdat zij de geloofsovertuigingen van de vroege Moslims tegenspraken. Dit zijn de dwalende innovaties omdat zij schadelijk zijn en geen voordelen kennen. Wat betreft innovaties in werken, die verwijzen naar [bepaalde] daden met betrekking tot aanbidding of iets anders dat niet bestond in de eerste eeuw van de Islam, deze dienen noodzakelijkerwijs te worden beoordeeld volgens de vijf categorien die `Izz ibn `Abd al-Salm vermeld. Het beweren dat zulke innovaties dwalingen zijn, zonder verdere kwalificatie, is gewoonweg niet aanvaardbaar. Nieuwe dingen dienen immers genterpreteerd te worden als het product van nieuwe tijden en generaties, en voor

niets nieuws ontbreekt het oordeel van Allah (Hoog en Verheven is Hij!) dat erop van toepassing is; of het nu wordt vermeld in de primaire teksten of op een andere manier ervan afleidbaar is. De enige reden dat de Islamitische Wet geldig is voor alle tijden en plaatsen en de vervolmaakte en meest perfecte van alle Goddelijke wetgeving is, ligt hem in het omvatten van algemene methodologische principes en universele criteria. Samen met de bekwaamheid die de Islamitische geleerden gegeven is om de primaire teksten te begrijpen, de kennis van verschillende types van analogie en parallellisme te beheersen en de andere voortreffelijkheden die het kenmerkt te bevatten. Als wij zouden oordelen dat iedere nieuwe daad die is ontstaan na de eerste eeuw van de Islam een innovatie van dwaling is, zonder te overwegen of het voordeel of kwaad omvat, dan zou dat een groot aandeel van de fundamentele grondslagen van de Heilige Wet, evenals die van de wetten die door analogische redenering opgemaakt worden, ongeldig maken. Dit zou het enorme en veelomvattende bereik van de Heilige Wet vernauwen en beperken.

wa-jazkum Allhu khayran, wal hamdu lillhi rabbil `lamn