Anda di halaman 1dari 2

Vloer & Verharding

Het computerprogramma FLOOR 1.0 had de nodige onvolkomenheden. Dat kwam deels door mancos in de technische regelgeving van de CUR-Aanbeveling 36. Inmiddels is deze aanbeveling herzien n is medio 2002 een geheel herziene versie van het programma FLOOR 2.0 uitgebracht.

verhardingen en vloeren

FLOOR 2.0 voor ontwerp van

- gewapend: bij voorkeur voegloos - voorgespannen: altijd voegloos Ondergrond en fundering: - soort ondergrond - soort fundering Geconcentreerde (punt)lasten: - grootte van de lasten (geparkeerde trailerpoot, stellingpoot, wiellasten) - soort last (statisch of mobiel) - contactoppervlak van de last op de plaat of soort wiel - het aantal lastherhalingen bij mobiele lasten Blok- en strooklasten: - grootte van de lasten (bijvoorbeeld kisten in koelhuizen, opslag van aardappelen) - afmetingen Bovenstaande informatie brengt de ontwerper in nauw overleg met de opdrachtgever in kaart. Verder moet hij bij de invoer van FLOOR zelf de nodige technische keuzes maken zoals: - sterkteklasse beton: voor vloeren wordt B 25 aanbevolen, bij verhardingen (buiten) bij voorkeur B 35; - bij staalvezelbeton (SVB) de taaiheidswaarde R1,5, deze waarde is afhankelijk van het soort staalvezel n het vezelgehalte. De in de berekening gebruikte taaiheidswaarde (0,3 R1,5 1,0) moet in het bestek of werkomschrijving worden opgenomen; - het verloop van de krimp van het beton over de hoogte van de vloer, redelijk lijkt om aan de onderzijde 60 % en aan de bovenzijde 90 % in rekening te brengen; - het verloop van de temperatuur over de hoogte van de vloer. Vooral bij verhardingen zullen de verschillende scenarios onder zomer- en winteromstandigheden moeten worden doorgerekend.

Met FLOOR is een erfverharding makkelijk te berekenen. Deze erfverharding is 18 cm dik, ongewapend, ter plaatse gestort beton en mechanisch gespaand

Softwareprogramma FLOOR 1.0 werd in 1998 gentroduceerd. Het voorzag in de behoefte van de ontwerper/constructeur om snel en betrouwbaar vloer- en verhardingsconstructies te kunnen berekenen. Softwareprogramma FLOOR 1.0 had echter de nodige onvolkomenheden. In 2002 is een geheel herziene versie van het computerprogramma FLOOR 2.0 uitgebracht. FLOOR 2.0 wordt aanbevolen voor ontwerpers/constructeurs die onder meer elastisch ondersteunde vloeren moeten ontwerpen. Deze komen veel voor als vloeren in agrarische bedrijfsgebouwen of erfverhardingen in gebieden met een draagkrachtige ondergrond in het zuiden, oosten en noorden van ons land. Het programma voorziet ook in de mogelijkheid om vloeren van koel- en vriescellen te berekenen, met een fundering bestaande uit een isolatielaag. Het programma bevat veel helpschermen die de gebruiker de nodige informatie geven over de in te voeren gegevens.

Het nieuwe programma is ook wat betreft gebruiksvriendelijkheid verbeterd en is de module gewapend beton geheel herzien. In tegenstelling tot FLOOR 1.0 heeft FLOOR 2.0 de mogelijkheid om de wapening boven, onder of in het midden van de plaat te leggen. Deze mogelijkheid, waarbij de scheurvorming in het gewapende beton op een geavanceerde manier wordt berekend, maakt FLOOR 2.0 uniek. HET ONTWERP Het programma doet een beroep op het vakmanschap van de ontwerper. Hij moet immers keuzes maken die leiden tot een economische en technisch doordacht ontwerp van de bedrijfsvloer of bedrijfsverharding. Belangrijke informatie in dit verband is: Keuze soort vloer: - ongewapend: krimpvoegen - staalvezelbeton: voegloos tot ca. 40-50 m mogelijk

AGRABETON

| 4|

nummer 1 - 2003

Soort oppervlak Dragende ondergrond onder betonplaat Vloeroppervlak

Tolerantie e1 12,0 mm e1 6,0 mm e2 h

Opmerking Vlakheidsklasse 7 conform art.5.1.1 van NEN 2747 bij voorgeschreven vlakheidsklasse 3 t/m 7 Vlakheidsklasse 5 conform art.5.2 van NEN 2747 bij voorgeschreven vlakheidsklasse 1 of 2 Maximale maatafwijking h (mm) per meter afhankelijk van vlakheidsklasse volgens NEN 2747
Bovenaanzicht plaat met daarop de poten van stellingen en een bloklast

Tabel 1 Toleranties van vlakheid ondergrond en vloeroppervlak conform NEN 2747

Vlakheidsklasse NEN 2747


1 2 3 Supervlak Zeer vlak Zeer vlak

Toelaatbaar hoogteverschil h per m


2,0 mm 3,0 mm 4,0 mm

Toepassingsgebied
Smalle gangenmagazijn met hefhoogte > 8 m Gladde glanzende afwerklaag Smalle gangenmagazijn met hefhoogte < 8 m Brede gangenmagazijn met hefhoogte > 8 m Schokvrije voegpassages in vloeren indien geen plasvorming is toegestaan Brede gangenmagazijn met hefhoogte < 8 m Bulkopslag met hefhoogte > 8 m Showrooms, tentoonstellingsruimten

Vlak

5,0 mm

6,0 mm

Matig vlak

8,0 mm

Bulkopslag met hefhoogte < 8 mm Opslagruimten, werkplaatsen, parkeerplaatsen, overige ruimten zonder nadere eisen

Onvlak

12,0 mm

Tabel 2 Vlakheidsklasse conform NEN 2747

DE BEREKENING Bij aanvang van de berekening dient gekozen te worden tussen een plaat met of zonder voegen. Vervolgens gaat het om een berekening in een snede ter plaatse van het plaatmidden of de plaatrand. In het programma is de vloer geschematiseerd tot een strook in de x-richting. Berekening van de invloed van een puntlast, op een willekeurige plaats op de plaat, op de krachten in de gekozen doorsnede x=0, y=0 (plaatmidden, plaatrand) verloopt automatisch. Voor de gebruiker die geen ervaring heeft met het berekenen van elastisch ondersteunde platen met FLOOR, volgen hier een paar praktische tips: a.de grootste plaatlengte moet altijd in de x-richting worden opgegeven, immers dan krijgt men de grootste normaalkracht ten gevolgen van wrijving met de ondergrond; b. de grootste geconcentreerde last moet altijd in de oorsprong (x=0, y=0) van de beschouwde snede (plaatmidden, plaatrand) worden geplaatst; c.lasten ter plaatse van voegen of plaatrand zijn meestal maatgevend voor de dikte van de plaat.

Meestal zijn de geconcentreerde belastingen maatgevend voor de plaatdikte. Om te voorkomen dat de gebruiker onnodig veel lasten invoert die niet relevant zijn, wordt in FLOOR 2.0 in het bovenaanzicht van de plaat een cirkelvormig gebied aangegeven. Alleen de lasten die binnen deze cirkel staan leveren een bijdrage aan de optredende krachten in de beschouwde doorsnede. Voor meer informatie zie Agrabeton 1998, nr.5 en Agrabeton 1999, nr. 1. ONTWERP- EN BESTEKDIKTE Uit de berekeningen volgt de minimaal benodigde plaatdikte: de ontwerpdikte (hO). Bij de aanleg van de vloer moet rekening worden gehouden met onvlakheden (uitvoeringstoleranties) van de ondergrond (e1) en het betonoppervlak (e2). De dikte waarmee de plaat moet worden aangelegd is de bestekdikte, waarvoor geldt hB = hO + (e12 + e22). VLAKHEID De bestemming van de bedrijfsvloer bepaalt de toleranties op de vlakheid. Dit betekent dat de toekomstige gebruiker vlakheidseisen moet formuleren

die overeenkomen met de prestatie-eisen die aan de vloer gesteld worden. In de nieuwe NEN 2747 [zie Literatuur 4] is hiervoor een classificatie van de vlakheid gedefinieerd die in het bestek kan worden voorgeschreven in de vorm van een vereiste vlakheidsklasse (zie tabel 2). Behalve aan de vlakheid worden er ook eisen gesteld aan de evenwijdigheid van het vloeroppervlak. Zie de definitie en eisen in NEN 2747. Om de nieuwe gebruiker vertrouwd te maken met werking en mogelijkheden van het pakket zijn er vier uitgewerkte voorbeelden in het programma opgenomen: Vb1: Ongewapende vloer met voegen; Vb2: Staalvezelbetonvloer zonder voegen; Vb3: Ongewapende betonverharding met voegen Vb4: Gewapende betonverharding zonder voegen. BESTELLEN Het programma FLOOR 2.0 is te bestellen bij de Stichting CUR te Gouda, telefoon (0182) 540 620 of email: cur@cur.nl. LITERATUUR 1. CUR-Aanbeveling 36, Ontwerpen van elastisch ondersteunde betonvloeren en verharhardingen, Stichting CUR, 2000 2. FLOOR 2.0, Software voor elastisch ondersteunde betonvloeren en betonverhardingen versie juli 2002, Stichting CUR, Gouda. 3. Bouquet, G.Chr., Rekenen met FLOOR, Agrabeton 1998, nr.5 en Agrabeton 1999, nr. 1 4.NEN 2747, Classificatie en meting van de vlakheid en evenwijdigheid van vloeroppervlakken, NEN, Delft, 2001.

ir. G.Chr. Bouquet, MICT en dr.ir. J.W. Frnay, ENCI

AGRABETON

|5|

nummer 1 - 2003