Anda di halaman 1dari 38

Lesvoorbereiding 1

Zakelijke gegevens naam student: Lisanne Lubbers stageschool: t Beeckland Iselinge klas: VR4C Stagebegeleider: Rianne Tolsma Vak: Geschiedenis Klas: 2A

Inhoudelijke gegevens vak of vormingsgebied: Geschiedenis Activiteit: Deze les start met een citaat over de paragraaf. De leerlingen schrijven m.b.v. een werkvorm eerst zelf op wat ze vinden van dit citaat. In tweede instantie overleggen de leerlingen met elkaar en komen tot een conclusie over het citaat. Het citaat wordt gekoppeld aan de paragraaf. De tekst wordt samen met de leerkracht gelezen. De les wordt afgesloten met een dominospel. Componenten van de les Doelen persoonlijk leerdoel (gericht op competenties): Interpersoonlijk competent, deeltaak 131. De zelfstandigheid van leerlingen vergroten door een beroep te doen op de samenwerking tussen leerlingen. Deeltaak 141, Zorgdragen voor een overzichtelijke, ordelijke en taakgericht sfeer op schoolniveau. Ik merk dat de leerlingen het erg lastig vinden om samen te werken. Ik wil ervoor zorgen dat ik activiteiten bedenk die goed georganiseerd zijn, zodat de leerlingen goed kunnen samenwerken en duidelijk weten wat ze moeten doen. Lesdoelen proces-/productdoelen; kennis-, vaardigheids-, vormingsdoelen: Kennisdoel Vaardigheidsdoel Procesdoel X X Productdoel De leerlingen leren hoe mensen in de achttiende eeuw in Frankrijk leven. De leerlingen leren d.m.v. een domino de moeilijke woorden uit de paragraaf. De leerlingen leren ervaringen uit te wisselen over het onderwerp, waardoor de voorkennis wordt geactiveerd.

Vormingsdoel X De leerling vormen een mening over een citaat m.b.t. de paragraaf.

lesfase

tijd

didactische route (wat doen de kinderen?) leerstof leefwereld leerling

interventies van de leerkracht

organisatie en hulpmiddelen

Inleiding

X De leerlingen komen de klas binnen.

Ik zeg alle leerlingen bij binnenkomst goedemorgen/middag. Ik zeg dat de leerlingen goed moeten luisteren naar wat ik ga vertellen. Ik zeg dat ze hun boeken mogen pakken, maar dat ze nog dicht op de hoek van de tafel mogen blijven liggen. Ik laat 2 leerlingen dit

De bak voor mobiele telefoons bij binnenkomst.

X De leerlingen luisteren naar de leerkracht.

X De leerlingen pakken hun boeken en leggen deze op de hoek van hun tafel. 10

Boeken Geschiedenis

X De leerlingen kijken naar het citaat op het bord. X Twee leerlingen delen het papier, per tweetal, uit.

Papier voor de leerlingen.

papier per tweetal uitdelen: Intussen schrijf ik het volgende citaat op het

X De leerlingen bedenken wat ze vinden van het citaat en schrijven dit op het juiste stuk van het papier.

bord: Het is belangrijk dat alle mensen gelijk worden behandeld. Ik geef de leerlingen de opdracht om in het bovenste/onderste gedeelte in stilte op te schrijven wat ze vinden van dit citaat. Hiervoor krijgen ze 2/3 minuten de tijd. Ik zeg dat de leerlingen nu in tweetallen mogen overleggen over het citaat. In het midden van het papier trekken ze een conclusie over het citaat. Klassikaal bespreek ik de conclusies over het citaat met de leerlingen. Ik koppel het citaat aan het nieuwe hoofdstuk: Pruiken en revoluties. Ik vertel dat we het tekstboek er nu bij gaan pakken op blz. 22. Deze paragraaf gaan wij lezen en daarna krijgen de leerlingen een verwerkingsopdracht.

X De leerlingen overleggen in tweetallen wat hun bevindingen zijn over het citaat. In het midden van het papier schrijven ze hun conclusie.

Kern

15

X De leerlingen bespreken samen met de leerkracht de conclusies over het citaat. X De leerlingen luisteren naar de leerkracht.

X De leerlingen lezen samen met de leerkracht de tekst.

Boek bladzijde 22/23

X De leerlingen bespreken samen met de leerkracht de moeilijke woorden. X De leerlingen luisteren naar de uitleg van de leerkracht.

Na het lezen van de woorden worden kort de moeilijke woorden besproken. Ik leg uit dat de leerlingen nu door middel van een dominospel de belangrijke woorden in de paragraaf gaan leren. Ik leg de bedoeling van de domino uit. Ik geef de leerlingen de opdracht om het dominospel te spelen. Dominospel

Afsluitin g

10

X De leerlingen spelen in groepjes van 4 de domino.

X De leerlingen luisteren naar de leerkracht. 5 X De leerlingen vertellen wat ze vonden van de les. X De leerlingen ruimen hun spullen op en verlaten het lokaal.

Ik zeg dat de leerlingen hun spullen op moeten ruimen. Voordat ze dit doen, evalueer ik de les. Ik stel de volgende vragen: Wat heb je geleerd deze les? Vond je het een leuke les?

Hoe evalueer je om na te gaan of de kinderen het goed gedaan hebben? In deze les wordt voorkennis geactiveerd. De tekst wordt gelezen en de leerlingen doen een verwerkingsopdracht. Bij de verwerkingsopdracht kan ik zien of de leerlingen de tekst hebben begrepen. Aan het einde van de les bespreek ik de les met de leerlingen.

Lesvoorbereiding 2

Zakelijke gegevens naam student: Lisanne Lubbers stageschool: t Beeckland Iselinge klas: VR4C Stagebegeleider: Rianne Tolsma Vak: Geschiedenis Klas: 2A

Inhoudelijke gegevens vak of vormingsgebied: Geschiedenis Activiteit: Deze les start met het brainstormen over de Verlichting. De leerlingen doen dit in groepjes. De uitkomsten worden samen met de leerkracht besproken. De tekst wordt samen met de leerkracht gelezen. De les wordt afgesloten met een memoriespel. Componenten van de les Doelen persoonlijk leerdoel (gericht op competenties): Interpersoonlijk competent, deeltaak 131. De zelfstandigheid van leerlingen vergroten door een beroep te doen op de samenwerking tussen leerlingen. Ik merk dat de leerlinge het erg lastig vinden om samen te werken. Ik wil ervoor zorgen dat ik activiteiten bedenk die goed georganiseerd zijn, zodat de leerlingen goed kunnen samenwerken en duidelijk weten wat ze moeten doen. Lesdoelen proces-/productdoelen; kennis-, vaardigheids-, vormingsdoelen: Kennisdoel X De leerlingen leren waarom het Franse volk in opstand komt tegen de koning. De leerlingen leren d.m.v. een memorie de belangrijke gebeurtenissen en woorden uit de paragraaf. Vaardigheidsdoel X De leerlingen leren ideen uit te wisselen over het onderwerp en in te haken op elkaars ideen, waardoor de voorkennis wordt geactiveerd. Vormingsdoel X X

Procesdoel Productdoel

lesfase

tijd

didactische route (wat doen de kinderen?) leerstof leefwereld leerling

interventies van de leerkracht

organisatie en hulpmiddelen

Inleiding

X De leerlingen komen de klas binnen.

Ik zeg alle leerlingen bij binnenkomst goedemorgen/middag. Ik zeg dat de leerlingen goed moeten luisteren naar wat ik ga vertellen. Ik zeg dat ze hun boeken mogen pakken, maar dat ze nog dicht op de hoek van de tafel mogen blijven liggen. Ik laat 2 leerlingen het papier uitdelen voor de werkvorm: brainstormen. Ik vertel de leerlingen dat ze dit papier nog even moeten laten liggen. Ik vertel een introducerend stukje over de verlichting (paragraaf 2). Ik leg de leerlingen uit wat de bedoeling is van het brainstormen: De

De bak voor mobiele telefoons bij binnenkomst.

X De leerlingen luisteren naar de leerkracht.

X De leerlingen pakken hun boeken en leggen deze op de hoek van hun tafel. 10

Boeken Geschiedenis

X Twee leerlingen delen het papier, per groepje(4/5), uit.

Papier voor de leerlingen.

X De leerlingen luisteren naar het introducerend stukje over de Verlichting, verteld door de leerkracht.

Introducerend stukje tekst over paragraaf 2.

Kern

15

X De leerlingen luisteren naar de leerkracht. X

De leerlingen bepalen wie de schrijver is. X De leerlingen gaan brainstormen over de verlichting en schrijven de woorden op het papier.

X Samen met de leerkracht worden de uitkomsten besproken. X De leerlingen pakken hun boek op bladzijde 24/25.

leerlingen gaan in groepjes van 4 bedenken welke voorwerpen of nieuwe ideen van vroeger kunnen horen bij de Verlichting. 1 leerling is de schrijver en de andere leerlingen brainstormen actief mee! Ik bespreek samen met de leerlingen alle uitkomsten. Ik vertel de leerlingen dat ze hun tekstboek moeten pakken op bladzijde 24/25. Na het lezen krijgen de leerlingen een verwerkingsopdracht. Samen met de leerlingen lees ik deze bladzijden. De moeilijke woorden bespreek ik samen met de leerlingen. Ik leg uit dat de leerlingen nu door middel van een memoriespel de belangrijke gebeurtenissen en woorden in de paragraaf gaan leren. Ik leg de bedoeling van de

Boek bladzijde 24/25

X De leerlingen lezen samen met de leerkracht de tekst. X De leerlingen bespreken samen met de leerkracht de moeilijke woorden. X De leerlingen luisteren naar de uitleg van de leerkracht.

Memorie

Afsluitin g

10

X De leerlingen spelen in groepjes van 4 de memorie.

memorie uit. Ik geef de leerlingen de opdracht om het memoriespel te spelen. Ik zeg dat de leerlingen hun spullen op moeten ruimen. Voordat ze dit doen, evalueer ik de les. Ik stel de volgende vragen: Wat heb je geleerd deze les? Vond je het een leuke les?

Memorie

X De leerlingen luisteren naar de leerkracht. 5 X De leerlingen vertellen wat ze vonden van de les. X De leerlingen ruimen hun spullen op en verlaten het lokaal.

Hoe evalueer je om na te gaan of de kinderen het goed gedaan hebben? In deze les wordt voorkennis geactiveerd d.m.v. brainstormen. De tekst wordt gelezen en de leerlingen doen een verwerkingsopdracht. Bij de verwerkingsopdracht kan ik zien of de leerlingen de tekst hebben begrepen. Aan het einde van de les bespreek ik de les met de leerlingen.

Lesvoorbereiding 3

Zakelijke gegevens naam student: Lisanne Lubbers stageschool: t Beeckland Iselinge klas: VR4C Stagebegeleider: Rianne Tolsma Vak: Geschiedenis Klas: 2A

Inhoudelijke gegevens vak of vormingsgebied: Geschiedenis Activiteit: De vorige les hebben de leerlingen een opdracht meegekregen naar huis. Met deze opdracht moesten ze de herkomst van hun voor en achternaam opzoeken. Aan het begin van de les wisselen de leerlingen de informatie van hun namen uit. Ze evalueren met behulp van de placemat werkvorm. De tekst wordt samen met de leerkracht gelezen. In deze paragraaf staan veel gebeurtenissen. De leerlingen per groep een enveloppe met de gebeurtenissen op kaartjes. Ze moeten de gebeurtenissen in goede volgorde leggen. Ze controleren met behulp van het boek. Componenten van de les Doelen persoonlijk leerdoel (gericht op competenties): Interpersoonlijk competent, deeltaak 131. De zelfstandigheid van leerlingen vergroten door een beroep te doen op de samenwerking tussen leerlingen. Ik merk dat de leerlingen het erg lastig vinden om samen te werken. Ik wil ervoor zorgen dat ik activiteiten bedenk die goed georganiseerd zijn, zodat de leerlingen goed kunnen samenwerken en duidelijk weten wat ze moeten doen. Organisatorisch competent. Deeltaak 141, Zorgdragen voor een overzichtelijke, ordelijke en taakgericht sfeer op schoolniveau. Ik wil ervoor zorgen dat ik een duidelijke les geef, waarin de leerlingen weten wat ze kunnen verwachten van de les en van mij. Ik wil de leerlingen op een positieve manier corrigeren.

Lesdoelen proces-/productdoelen; kennis-, vaardigheids-, vormingsdoelen: Procesdoel Kennisdoel X Vaardigheidsdoel De leerlingen leren samen te werken tijdens het werken met de werkvorm volgorde. De leerlingen leren informatie uit te wisselen en te evalueren m.b.v. de werkvorm placemat. Vormingsdoel X

Productdoel

De leerlingen leren welke gevolgen de Franse Revolutie voor ons land heeft De leerlingen leren d.m.v. de werkvorm volgorde de

belangrijke gebeurtenissen uit de paragraaf in de goede volgorde te plaatsen.

lesfase

tijd

didactische route (wat doen de kinderen?) leerstof leefwereld leerling

interventies van de leerkracht

organisatie en hulpmiddelen

Inleiding

X De leerlingen komen de klas binnen.

Ik zeg alle leerlingen bij binnenkomst goedemorgen/middag. Ik zeg dat de leerlingen goed moeten luisteren naar wat ik ga vertellen. Ik vertel de leerlingen wat de bedoeling van de les is en wat we gaan doen. Ik zeg de leerlingen dat ze hun boek moeten pakken en op de hoek van hun tafel moeten leggen. Ik zeg dat de leerlingen vorige week een opdracht hebben meegekregen over vooren achternamen. Deze les moest je de opdracht bij je hebben. Ik stel de leerlingen de volgende vraag: - Wat had de

De bak voor mobiele telefoons bij binnenkomst.

X De leerlingen luisteren naar de leerkracht.

X De leerlingen luisteren naar de leerkracht.

X De leerlingen pakken hun boeken en leggen deze op de hoek van hun tafel. 15

Boeken Geschiedenis

X De leerlingen luisteren naar de leerkracht.

Opdracht achternaam

X De leerlingen bedenken wat de opdracht te maken heeft met dit hoofdstuk en geven antwoord (na het opsteken van hun vinger).

X De leerlingen vertellen hun klasgenoten in groepjes van over de herkomst van hun voor- en achternaam.

opdracht met dit hoofdstuk te maken? Ik zeg dat de leerlingen in groepjes van moeten gaan zitten. Pak de opdracht erbij en vertel je klasgenoten over de herkomst van je voor- en achternaam. Als iedereen heeft verteld, gebruiken de leerlingen de werkvorm placemat om de opvallende dingen die ze hebben gehoord op te schrijven en daarna met elkaar te delen en de docent te delen. Ik leg de werkvorm uit. Ik vertel de leerlingen dat ze hun boek moeten pakken op bladzijde 26. Ik geef leerlingen om de beurt de opdracht om een stuk tekst te lezen. Tussendoor vul ik informatie aan waar nodig is. De moeilijke woorden en bespreek ik kort met de leerlingen.

X De leerlingen schrijven opvallende dingen op het papier. X De leerlingen bespreken met elkaar wat het opvallendst is en schrijven dit in het midden van het papier.

Opdracht achternaam

Kern

20

X De leerlingen pakken hun boek op bladzijde 24/25.

Boek bladzijde 26

X De leerlingen lezen samen met de leerkracht de tekst.

X De leerlingen bespreken samen met de leerkracht de moeilijke woorden.

X De leerlingen luisteren naar de uitleg van de leerkracht. X De leerlingen gaan in groepjes zitten (3/4). X De leerlingen proberen de kaartjes (gebeurtenissen) op goede volgorde te leggen. X De leerlingen controleren de volgorde d.m.v. het boek.

Ik vertel de leerlingen dat ze in een enveloppe allemaal kaartjes krijgen waarop gebeurtenissen van deze paragraaf staan. De bedoeling is dat de leerlingen de kaartjes op goed volgorde leggen. Probeer het eerst zonder boek en controleer het met je boek.

Enveloppe met kaartjes voor de werkvorm: Goede volgorde.

Boek bladzijde 26 Ik loop rond om te kijken of de leerlingen er met elkaar uit komen.

Afsluitin g

X De leerlingen luisteren naar de leerkracht. X De leerlingen vertellen wat ze vonden van de les. X De leerlingen ruimen hun spullen op en verlaten het lokaal.

Ik zeg dat de leerlingen hun spullen op moeten ruimen. Voordat ze dit doen, evalueer ik de les. Ik stel de volgende vragen: Wat heb je geleerd deze les? Vond je het een leuke les?

Hoe evalueer je om na te gaan of de kinderen het goed gedaan hebben? In het begin van de les vertel ik de leerlingen wat we gaan doen. Aan het eind evalueer ik met de leerlingen of we de doelen hebben bereikt. Tijdens het spel loop ik langs om te kijken hoe de leerlingen het doen. De leerlingen kunnen zelf controleren hoe ze de werkvorm hebben uitgevoerd. Samen met de leerlingen wordt dit ook gevalueerd.

Lesvoorbereiding 4

Zakelijke gegevens naam student: Lisanne Lubbers stageschool: t Beeckland Iselinge klas: VR4C Stagebegeleider: Rianne Tolsma Vak: Geschiedenis Klas: 2A

Inhoudelijke gegevens vak of vormingsgebied: Geschiedenis Activiteit: De leerlingen gaan aan het begin van de les in tweetallen een woordweb maken bij het woord Slavernij. De leerlingen kijken een filmpje over de slavernij. De leerlingen geven aan het einde antwoord op de volgende vraag: Waarom is de slavernij een zwarte bladzijde in de geschiedenis van Nederland? De tekst wordt samen met de leerkracht gelezen en de moeilijke woorden worden besproken. De les wordt afgesloten met het spel: het verboden woord. Componenten van de les Doelen persoonlijk leerdoel (gericht op competenties): Interpersoonlijk competent, deeltaak 131. De zelfstandigheid van leerlingen vergroten door een beroep te doen op de samenwerking tussen leerlingen. Ik merk dat de leerlingen het erg lastig vinden om samen te werken. Ik wil ervoor zorgen dat ik activiteiten bedenk die goed georganiseerd zijn, zodat de leerlingen goed kunnen samenwerken en duidelijk weten wat ze moeten doen. Organisatorisch competent. Deeltaak 141, Zorgdragen voor een overzichtelijke, ordelijke en taakgericht sfeer op schoolniveau. Ik wil ervoor zorgen dat ik een duidelijke les geef, waarin de leerlingen weten wat ze kunnen verwachten van de les en van mij. Ik wil de leerlingen op een positieve manier corrigeren.

Lesdoelen proces-/productdoelen; kennis-, vaardigheids-, vormingsdoelen: Procesdoel Kennisdoel X Vaardigheidsdoel De leerlingen leren samen te werken tijdens het werken met de werkvorm volgorde. De leerlingen leren informatie uit te wisselen en te evalueren m.b.v. de werkvorm placemat. Vormingsdoel X

Productdoel

De leerlingen leren welke gevolgen de Franse Revolutie voor ons land heeft De leerlingen leren d.m.v. de werkvorm volgorde de belangrijke

gebeurtenissen uit de paragraaf in de goede volgorde te plaatsen.

lesfase

tijd

didactische route (wat doen de kinderen?) leerstof leefwereld leerling

interventies van de leerkracht

organisatie en hulpmiddelen

Inleiding

X De leerlingen komen de klas binnen.

Ik zeg alle leerlingen bij binnenkomst goedemorgen/middag. Ik zeg dat de leerlingen goed moeten luisteren naar wat ik ga vertellen. Ik vertel de leerlingen wat de bedoeling van de les is en wat we gaan doen. Ik zeg de leerlingen dat ze hun boek moeten pakken en op de hoek van hun tafel moeten leggen. De leerlingen krijgen een papier (woordweb). In het midden staat het woord Slavernij. De leerlingen krijgen de opdracht om in 2 minuten in tweetallen zoveel mogelijk woorden te bedenken bij dit woord. Ik start het filmpje over de Slavernij. De vraag

De bak voor mobiele telefoons bij binnenkomst.

X De leerlingen luisteren naar de leerkracht.

X De leerlingen luisteren naar de leerkracht.

X De leerlingen pakken hun boeken en leggen deze op de hoek van hun tafel. 15

Boeken Geschiedenis

X De leerlingen luisteren naar de leerkracht. X De leerlingen schrijven in 2 minuten zoveel mogelijk woorden op, waarbij ze denken aan de slavernij.

X De leerlingen kijken naar het filmpje en bedenken een

http://www.school

antwoord op de vraag van de leerkracht.

X De leerlingen bespreken het antwoord met de leerkracht. Kern 20 X De leerlingen pakken hun boek op bladzijde 28

die de leerlingen aan het eind moeten beantwoorden is: Waarom is de slavernij een zwarte bladzijde in de geschiedenis? Antwoord bespreken met de leerlingen. Ik vertel de leerlingen dat ze hun boek moeten pakken op bladzijde 28 Ik geef leerlingen om de beurt de opdracht om een stuk tekst te lezen. Tussendoor vul ik informatie aan waar nodig is. De moeilijke woorden en bespreek ik kort met de leerlingen. Ik vertel de leerlingen dat ze in een enveloppe allemaal kaartjes krijgen. Dit is de werkvorm verboden woord. Ik leg de werkvorm uit. De leerlingen spelen het spel in groepjes van .

tv.nl/beeldbank/cl ip/20051221_slav ernij03

Boek bladzijde 28

X De leerlingen lezen samen met de leerkracht de tekst.

X De leerlingen bespreken samen met de leerkracht de moeilijke woorden. X De leerlingen luisteren naar de uitleg van de leerkracht. X De leerlingen gaan in groepjes zitten (3/4). X De leerlingen proberen het woord dat op het kaartje staat uit te leggen aan de andere leerlingen zonder het woord, en eventueel ander woorden die op het kaartje staan, te noemen.

Enveloppe met kaartjes voor de werkvorm: Verboden woord

Ik loop rond om te kijken of de leerlingen er met elkaar uit komen.

Afsluitin g

X De leerlingen luisteren naar de leerkracht. X De leerlingen vertellen wat ze vonden van de les. X De leerlingen ruimen hun spullen op en verlaten het lokaal.

Ik zeg dat de leerlingen hun spullen op moeten ruimen. Voordat ze dit doen, evalueer ik de les. Ik stel de volgende vragen: Wat heb je geleerd deze les? Vond je het een leuke les?

Hoe evalueer je om na te gaan of de kinderen het goed gedaan hebben? In het begin van de les maken de leerlingen een woordweb over slavernij. De leerlingen kijken een filmpje over de slavernij. Hier is een opdracht aan gebonden. De opdracht wordt samen met de leerlingen besproken. Tijdens de werkvorm verboden woord loop ik rond om te kijken hoe de leerlingen de opdracht uitvoeren. Aan het einde van de les bespreek ik de les met de leerlingen.

Zelfevaluatie Lessenserie Les 1

Naam student: Lisanne Lubbers Stageschool: t Beeckland Iselinge klas: VR4C Stagebegeleider: Rianne Tolsma Vak: Geschiedenis Klas: 2A Aantal leerlingen: 14

1. Welke activiteit heb ik uitgevoerd? Vak of vormingsgebied: Geschiedenis Activiteit: Deze les start met een citaat over de paragraaf. De leerlingen schrijven m.b.v. een werkvorm eerst zelf op wat ze vinden van dit citaat. In tweede instantie overleggen de leerlingen met elkaar en komen tot een conclusie over het citaat. Het citaat wordt gekoppeld aan de paragraaf. De tekst wordt samen met de leerkracht gelezen. De les wordt afgesloten met een dominospel. Gekozen competentie/deeltaak: Interpersoonlijk competent, deeltaak 131. De zelfstandigheid van leerlingen vergroten door een beroep te doen op de samenwerking tussen leerlingen. Organisatorisch competent. Deeltaak 141, Zorgdragen voor een overzichtelijke, ordelijke en taakgericht sfeer op schoolniveau. 2. Terugblik op de activiteit. - wat wilde ik? - wat deed ik? - wat dacht ik? - wat voelde ik? - wat denk ik dat de leerlingen wilden, deden, dachten, voelden? Ik heb mijn activerende lessenserie goed voorbereid. Ik weet goed wat ik wil bereiken in mijn lessen. Ik vertel de leerlingen aan het begin van de les wat we gaan doen. Ik merk dat de leerlingen dit fijn vinden. Op deze manier weten ze wat er komen gaat. Ik heb het citaat: Het is belangrijk dat alle mensen gelijk worden behandeld op het bord gezet. Ik heb de leerlingen de werkvorm uitgelegd. Naar mijn idee was de uitleg duidelijk en ik heb ook gevraagd of leerlingen snapten wat de bedoeling was. Hierop kreeg ik een positieve reactie. Toch viel het mij op dat sommige leerlingen nog niet goed wisten wat de bedoeling was. Ik liep rond om de leerlingen op weg te helpen. Nadat de leerlingen alleen hebben opgeschreven wat ze van het citaat vonden, heb ik ze gestimuleerd om nu samen te praten over de bevindingen. Bij sommige leerlingen merkte ik dat ze het moeilijk vonden om samen te werken. Samen met de leerlingen heb ik de werkvorm gevalueerd. Het was interessant om te horen dat leerlingen het citaat op ander manier kunnen opvatten. Een reactie van een leerling was dat het ook niet eerlijk is als iedereen gelijk wordt behandeld. Op deze manier kan iedereen hetzelfde geld verdienen, terwijl de n misschien meer werkt dan de ander. Het ik leuk om te horen hoe leerlingen anders denken en ook samen kunnen discussiren over dit onderwerp. Samen hebben we de tekst gelezen. De moeilijke woorden zijn besproken. Na het lezen van de tekst heb ik de werkvorm domino uitgelegd. Ik heb de leerlingen vertelt waarom een domino helpt bij het onthouden van moeilijke woorden en belangrijke gebeurtenissen uit de paragraaf. De meiden in de klas vonden het gelijk een leuk spel. Bij de jongens merkte ik dat ze het in eerste instantie een beetje kinderachtig vonden om spelletjes te gaan spelen. Nadat ik ze op weg heb geholpen merkte ik dat ze het toch leuk vonden. Aan het einde van de les heb ik samen met de leerlingen gevalueerd. Ik kreeg leuke reacties op de les en ik heb gezegd dat de leerlingen goed hebben gewerkt. Het was een prettige les.

3a. Heb ik mijn persoonlijke leerdoelen en lesdoelen behaald? Uit welk leerlinggedrag kan ik dat afleiden? Welke essentile aspecten hebben er voor gezorgd dat ik de doelen wel of niet heb behaald? Interpersoonlijk competent, deeltaak 131. De zelfstandigheid van leerlingen vergroten door een beroep te doen op de samenwerking tussen leerlingen. Ik heb een beroep gedaan op de samenwerking tussen leerlingen. Ik heb gemerkt dat sommige leerlingen moeite hebben met samenwerken. Ik heb geprobeerd de leerlingen te stimuleren om samen te werken en ik denk dat dit tijdens de les is gelukt. Organisatorisch competent. Deeltaak 141, Zorgdragen voor een overzichtelijke, ordelijke en taakgericht sfeer op schoolniveau. De les is erg overzichtelijk en ordelijk verlopen. Ik heb gedaan wat ik had willen doen in de les. De leerlingen hebben goed meegedaan en de sfeer was erg prettig. Kennisdoel Vaardigheidsdoel Vormingsdoel Procesdoel X X X Productdoel De leerlingen leren hoe mensen in de achttiende eeuw in Frankrijk leven. De leerlingen leren ervaringen uit te wisselen over het onderwerp, waardoor de voorkennis wordt geactiveerd. De leerling vormen een mening over een citaat m.b.t. de paragraaf.

De leerlingen leren d.m.v. een domino de moeilijke woorden uit de paragraaf. Ik heb alle lesdoelen in deze les behaald. Dit heb ik kunnen controleren tijdens de evaluatie samen met de leerlingen. 3b. Welke vakdidactische principes uit de theorie heb ik in de lesvoorbereiding en uitvoering toegepast? Ik heb de les ingeleid door te vertellen wat we gingen doen. Ik heb de leerlingen bij de werkvormen instructie gegeven. De leerlingen hebben zelfstandig gewerkt, maar tijdens de werkvormen ook samen gewerkt. Ik heb de leerlingen begeleid door langs de groepjes te lopen. Ik heb de opdrachten met de leerlingen besproken en de tekst samen gelezen. Aan het einde van de les heb ik samen met de leerlingen de les gevalueerd. 4a. Welke alternatieven kan ik ontwikkelen om de doelen beter of op een andere manier te behalen? Welke competentie/deeltaak hoort daar bij? Hoe pas ik in het vervolg mijn lesvoorbereiding hier op aan? Ik heb gemerkt dat de leerlingen snel zeggen dat ze de uitleg hebben begrepen terwijl ze eigenlijk niet goed weten wat ze moeten doen. Tijdens deze les moest ik daardoor veel door de klas lopen om iedereen op weg te helpen. Als de uitleg duidelijk is bij alle leerlingen kunnen ze allemaal zelfstandig aan de slag. De volgende keer wil ik klassikaal controleren of de leerlingen hebben begrepen wat ze moeten doen. 4b. In hoeverre ga ik aan de hand van deze activiteit en de daarbij gemaakte koppeling tussen theorie en praktijk mijn manier van werken aanpassen? Ik ga na de uitleg van de werkvorm de leerlingen vragen om na te vertellen wat de bedoeling van de werkvorm is. Op deze manier heb ik gecontroleerd of de leerlingen de uitleg inderdaad hebben begrepen. Hierna kan ik de leerlingen begeleiden tijdens het werken. 5. Wat is een kansrijke situatie om de bedachte alternatieven uit te proberen ? In mijn volgende les van de activerende lessenserie zal ik deze manier van werken gelijk toepassen.

Zelfevaluatie Lessenserie Les 2

Naam student: Lisanne Lubbers Stageschool: t Beeckland Iselinge klas: VR4C Stagebegeleider: Rianne Tolsma Vak: Geschiedenis Klas: 2A Aantal leerlingen: 14

1. Welke activiteit heb ik uitgevoerd? Vak of vormingsgebied: Geschiedenis Activiteit: Deze les start met het brainstormen over de Verlichting. De leerlingen doen dit in groepjes. De uitkomsten worden samen met de leerkracht besproken. De tekst wordt samen met de leerkracht gelezen. De les wordt afgesloten met een memoriespel. Gekozen competentie/deeltaak: Interpersoonlijk competent, deeltaak 131. De zelfstandigheid van leerlingen vergroten door een beroep te doen op de samenwerking tussen leerlingen. Organisatorisch competent. Deeltaak 141, Zorgdragen voor een overzichtelijke, ordelijke en taakgericht sfeer op schoolniveau. 2. Terugblik op de activiteit. - wat wilde ik? - wat deed ik? - wat dacht ik? - wat voelde ik? - wat denk ik dat de leerlingen wilden, deden, dachten, voelden? Deze les ben ik begonnen met het vertellen wat we gaan doen. De leerlingen weten nu dat er een reeks lessen aankomt met activerende werkvormen. Aan hun reactie merk ik dat ze dit leuk vinden. Ik heb de leerlingen een introducerend stukje verteld over de Verlichting. Ik heb verteld wat deze tijd betekent in de geschiedenis. Hierna heb ik de werkvorm brainstormen in groepjes uitgelegd. Ik heb n van de leerlingen na mijn uitleg laten vertellen wat de bedoeling was. Hierdoor heb ik gecontroleerd of de leerlingen zelf wisten wat de bedoeling was. Ik merkte dat op deze manier de leerlingen sneller zelfstandig met de werkvorm aan het werk konden. Samen hebben we de werkvorm gevalueerd. De leerlingen hebben aan elkaar het papier van brainstormen laten zien. Samen hebben we de tekst gelezen en de moeilijke woorden besproken. De verwerkingsvorm in deze les was het spel memorie. Dit spel kennen alle kinderen nog goed. Hierdoor konden ze erg snel met hun groepje aan het werk. Na 10 minuten het spel te hebben gespeeld kon ik aan de leerlingen merken dat ze nu toe waren aan iets anders. Ik heb de leerlingen daarom de laatste 10 minuten van de les aan hun huiswerk laten werken. Samen met de leerlingen heb ik de les afgesloten. Ik heb besproken of de lesdoelen van deze les behaald zijn door de lesdoelen allemaal langs te gaan. Ik heb deze les veel aandacht moeten besteden aan de regels. Sommige leerlingen vinden het nog steeds erg lastig om te luisteren als iemand anders aan het woord is. Ook het opsteken van je vinger als je iets wilt zeggen wordt vaak vergeten. Voor een volgende les wil ik dit graag nog een benoemen.

3a. Heb ik mijn persoonlijke leerdoelen en lesdoelen behaald? Uit welk leerlinggedrag kan ik dat afleiden? Welke essentile aspecten hebben er voor gezorgd dat ik de doelen wel of niet heb behaald? Interpersoonlijk competent, deeltaak 131. De zelfstandigheid van leerlingen vergroten door een beroep te doen op de samenwerking tussen leerlingen.

De leerlingen hebben deze les goed samen gewerkt. Ik heb gemerkt dat het deze les beter ging dan de vorige les. Ik heb de groep jongens wel moeten stimuleren om samen te werken, maar ze gingen vrij snel zelf aan het werk. Organisatorisch competent. Deeltaak 141, Zorgdragen voor een overzichtelijke, ordelijke en taakgericht sfeer op schoolniveau. In de volgende les wil ik graag de regels in de klas nog eens benoemen. Deze les heb ik me aan sommige leerlingen gestoord, omdat ze zich niet altijd aan de regels hielden. Tijdens de les heb ik hierop ingespeeld door te zeggen wat ik hiervan vond. Aan het einde van de les heb ik dit ook gevalueerd. Procesdoel Productdoel Kennisdoel X De leerlingen leren waarom het Franse volk in opstand komt tegen de koning. Vaardigheidsdoel X De leerlingen leren ideen uit te wisselen over het onderwerp en in te haken op elkaars ideen, waardoor de voorkennis wordt geactiveerd. Vormingsdoel X X

De leerlingen leren d.m.v. een memorie de belangrijke gebeurtenissen en woorden uit de paragraaf. De lesdoelen zijn aan het einde van de les besproken. Samen met de leerlingen ben ik tot de conclusie gekomen dat we de lesdoelen behaald hebben. 3b. Welke vakdidactische principes uit de theorie heb ik in de lesvoorbereiding en uitvoering toegepast? Ik heb de les ingeleid door te vertellen wat we gingen doen. Ik heb de leerlingen bij de werkvormen instructie gegeven. De leerlingen hebben zelfstandig gewerkt, maar tijdens de werkvormen ook samen gewerkt. Ik heb de leerlingen begeleid door langs de groepjes te lopen. Ik heb de opdrachten met de leerlingen besproken en de tekst samen gelezen. Aan het einde van de les heb ik samen met de leerlingen de les gevalueerd. 4a. Welke alternatieven kan ik ontwikkelen om de doelen beter of op een andere manier te behalen? Welke competentie/deeltaak hoort daar bij? Hoe pas ik in het vervolg mijn lesvoorbereiding hier op aan? Ik wil de volgende les iets meer aandacht besteden aan de regels in de klas. Ik wil de regels nog eens benadrukken. Aan het begin van de les wil ik de leerlingen laten weten wat ik van ze verwacht. Hierdoor weten ze waar ze aan toe zijn en wat er wel of niet wordt getolereerd. 4b. In hoeverre ga ik aan de hand van deze activiteit en de daarbij gemaakte koppeling tussen theorie en praktijk mijn manier van werken aanpassen? Ik ga aan het begin van de volgende les de leerlingen vertellen wat ik van ze verwacht m.b.t hun gedrag in de klas, tegenover medeleerlingen en tegenover mij. 5. Wat is een kansrijke situatie om de bedachte alternatieven uit te proberen ? De volgende les van de activerende lessenserie.

Zelfevaluatie Lessenserie Les 3

Naam student: Lisanne Lubbers Stageschool: t Beeckland Iselinge klas: VR4C Stagebegeleider: Rianne Tolsma Vak: Geschiedenis Klas: 2A Aantal leerlingen: 14

1. Welke activiteit heb ik uitgevoerd? Vak of vormingsgebied: Geschiedenis Activiteit: De vorige les hebben de leerlingen een opdracht meegekregen naar huis. Met deze opdracht moesten ze de herkomst van hun voor en achternaam opzoeken. Aan het begin van de les wisselen de leerlingen de informatie van hun namen uit. Ze evalueren met behulp van de placemat werkvorm. De tekst wordt samen met de leerkracht gelezen. In deze paragraaf staan veel gebeurtenissen. De leerlingen per groep een enveloppe met de gebeurtenissen op kaartjes. Ze moeten de gebeurtenissen in goede volgorde leggen. Ze controleren met behulp van het boek. Gekozen competentie/deeltaak: Interpersoonlijk competent, deeltaak 131. De zelfstandigheid van leerlingen vergroten door een beroep te doen op de samenwerking tussen leerlingen. Organisatorisch competent. Deeltaak 141, Zorgdragen voor een overzichtelijke, ordelijke en taakgericht sfeer op schoolniveau.

2. Terugblik op de activiteit. - wat wilde ik? - wat deed ik? - wat dacht ik? - wat voelde ik? - wat denk ik dat de leerlingen wilden, deden, dachten, voelden? Klas 2A is een kleine, maar ook pittige klas. Er zitten een paar bijzondere leerlingen in deze klas. Als leerkracht moet je heel duidelijk zijn tegen de leerlingen. Ik wilde een les geven waarin het duidelijk was voor de leerlingen wat ze gingen doen. Aan het begin van de les heb ik besproken wat we gingen doen. Op deze manier wisten de leerlingen wat ze konden verwachten. Ik wilde de leerlingen in deze les laten samenwerken met elkaar. In het begin hebben de leerlingen (die de opdracht over de namen hadden gemaakt) aan elkaar verteld wat ze hebben gevonden over hun namen. Met behulp van de werkvorm placemat konden de leerlingen opschrijven wat het opvallends was dat ze hadden gehoord. Dit heb ik kort met ze besproken. De leerlingen die de opdrachten niet hadden gemaakt hebben gewerkt aan de opdrachten in het boek. Samen met de leerlingen heb ik de tekst gelezen. Na het lezen van de tekst heb ik de leerlingen de werkvorm volgorde uitgelegd. Ik heb ook verteld waarom we deze opdracht gingen doen. Ik heb de leerlingen begeleid door langs de groepjes te lopen. Ik heb ze tips gegeven en gekeken hoe ze met de opdracht bezig waren. Twee leerlingen waren niet goed bezig met de opdracht. Ik heb ze proberen te stimuleren om samen te werken. In het begin ging dit niet goed. Ik heb ze op weg geholpen en uiteindelijk hebben zij de opdracht ook uitgevoerd. De leerlingen konden controleren in het boek. Ze hebben ook een papier gekregen met de juiste volgorde van gebeurtenissen. Er was nog tijd over en de leerlingen hebben verder gewerkt aan de geschiedenis opdracht die op de weektaak stonden. Ik vergat de tijd een beetje, waardoor ik niet ben toegekomen aan het afsluiten van de les, terwijl dit juist heel belangrijk is. Het stond ook wel in mijn lesvoorbereiding.

Ik merk dat ik het met deze leerlingen goed kan vinden. Ik kan de leerlingen corrigeren als het nodig is en ik probeer dit op een rustige manier te doen. Ik merk dat de leerlingen dit waarderen en hierdoor beter luisteren. 3a. Heb ik mijn persoonlijke leerdoelen en lesdoelen behaald? Uit welk leerlinggedrag kan ik dat afleiden? Welke essentile aspecten hebben er voor gezorgd dat ik de doelen wel of niet heb behaald? Ik heb mijn persoonlijk leerdoelen deze les behaald. Ik heb gezorgd voor een overzichtelijke, ordelijke en taakgerichte werksfeer. De leerlingen wisten wat ze moesten doen. Op een bepaald moment was het redelijk onrustig in de klas. Twee leerlingen zaten achter de computer om iets te printen. De leerlingen waren met verschillende dingen bezig, maar toch wisten alle leerlingen wat ze moesten doen en was deze onrust niet storend. Ik heb een beroep gedaan op de samenwerking van de leerlingen. Bij een deel van de leerlingen ging het samenwerken gelijk erg goed. Bij 2 groepjes moest ik de leerlingen op weg helpen. Ik heb de leerlingen gestimuleerd om samen aan het werk te gaan. Alle groepjes hebben de opdracht uiteindelijk uitgevoerd. Ik had vier lesdoelen gesteld voor deze les: - De leerlingen leren samen te werken tijdens het werken met de werkvorm volgorde. De leerlingen hebben samengewerkt en ik heb ze daarbij begeleid. De leerlingen waarbij het niet lukte heb ik gestimuleerd om samen te werken. Uiteindelijk hebben ze allemaal een resultaat neergezet door de volgorde met zn tween te maken. Ik merkte ook dat leerlingen elkaar gingen corrigeren als ze het er niet mee eens waren. - De leerlingen leren informatie uit te wisselen en te evalueren m.b.v. de werkvorm placemat. Het evalueren van de werkvorm kan ik meer aandacht aan besteden. Dit schoot er een beetje bij in doordat er een deel van de leerlingen wat die de opdracht wel had gemaakt en een ander deel niet. De leerlingen hebben de werkvorm wel gemaakt en ook de informatie uitgewisseld. - De leerlingen leren welke gevolgen de Franse Revolutie voor ons land heeft. De leerlingen hebben gelezen in de tekst welke gevolgen de Franse Revolutie heeft voor ons land. Tijdens de werkvorm volgorde kwamen deze gevolgen ook aan bod. Ik had ze aan het eind van de les moeten bespreken met de leerlingen. - De leerlingen leren d.m.v. de werkvorm volgorde de belangrijke gebeurtenissen uit de paragraaf in de goede volgorde te plaatsen De leerlingen hebben geleerd om de belangrijke gebeurtenissen op de goede volgorde te plaatsen. De leerlingen hebben dit samen gedaan. Met heb boek hebben ze eerste zelf gecontroleerd. Hierna hebben ze de goede volgorde op papier gekregen. 3b. Welke vakdidactische principes uit de theorie heb ik in de lesvoorbereiding en uitvoering toegepast? Ik heb de les ingeleid door te vertellen wat we gingen doen. Ik heb de leerlingen bij de werkvormen instructie gegeven. De leerlingen hebben zelfstandig gewerkt, maar tijdens de werkvormen ook samen gewerkt. Ik heb de leerlingen begeleid door langs de groepjes te lopen. Ik heb de opdrachten met de leerlingen besproken en de tekst samen gelezen. In de lesvoorbereiding stond hoe ik de les ging evalueren. Aan het einde van de les is dit erbij ingeschoten. Ik vergat de tijd en daardoor heb ik dat niet kunnen doen, terwijl het een heel belangrijk onderdeel van de les is. 4a. Welke alternatieven kan ik ontwikkelen om de doelen beter of op een andere manier te behalen? Welke competentie/deeltaak hoort daar bij? Hoe pas ik in het vervolg mijn lesvoorbereiding hier op aan? Mijn lesvoorbereiding is goed. De uitvoering van deze lesvoorbereiding is tijdens deze les minder goed uitgevoerd. Ik moet de les goed evalueren. Op deze manier weet ik ook of de lesdoelen, die ik heb gesteld, behaald zijn. Het is een belangrijk onderdeel van de les! In de les moet ik tijd reserveren voor de afsluiting. Voor een volgende les is dit een leerpunt. Ik kan voor een volgende les een extra opdracht achter de hand hebben. Deze les hadden sommige leerlingen de opdracht niet gemaakt, waardoor ze het begin van de les niet mee

konden doen. Ik heb ze laten werken aan hun weektaak. Eigenlijk is dit een beloning, want op deze manier hebben zij meer tijd voor de weektaak. Door een extra opdracht leren de leerlingen dat ze hun werk voor elkaar moeten hebben en anders een extra opdracht krijgen. 4b. In hoeverre ga ik aan de hand van deze activiteit en de daarbij gemaakte koppeling tussen theorie en praktijk mijn manier van werken aanpassen? Ik ga mijn manier van werken niet aanpassen. In de lesvoorbereiding heb ik het goed beschreven. Ik moet werken aan een goede uitvoering van mijn lesvoorbereiding. De inleiding, kern en afsluiting zijn belangrijke onderdelen van een les. Met de afsluiting kan ik controleren of de leerlingen de lesdoelen hebben behaald. Ook kan ik vertellen hoe ik vind dat ze hebben gewerkt. 5. Wat is een kansrijke situatie om de bedachte alternatieven uit te proberen ? In mijn volgende lessen ga ik aandacht besteden aan een goede uitvoering van mijn lesvoorbereiding. Ik ga tijd incalculeren voor de afsluiting van mijn les.

Zelfevaluatie Lessenserie Les 4

Naam student: Lisanne Lubbers Stageschool: t Beeckland Iselinge klas: VR4C Stagebegeleider: Rianne Tolsma Vak: Geschiedenis Klas: 2A Aantal leerlingen: 14

1. Welke activiteit heb ik uitgevoerd? Vak of vormingsgebied: Geschiedenis Activiteit: De leerlingen gaan aan het begin van de les in tweetallen een woordweb maken bij het woord Slavernij. De leerlingen kijken een filmpje over de slavernij. De leerlingen geven aan het einde antwoord op de volgende vraag: Waarom is de slavernij een zwarte bladzijde in de geschiedenis van Nederland? De tekst wordt samen met de leerkracht gelezen en de moeilijke woorden worden besproken. De les wordt afgesloten met het spel: het verboden woord. Gekozen competentie/deeltaak: Interpersoonlijk competent, deeltaak 131. De zelfstandigheid van leerlingen vergroten door een beroep te doen op de samenwerking tussen leerlingen. Organisatorisch competent. Deeltaak 141, Zorgdragen voor een overzichtelijke, ordelijke en taakgericht sfeer op schoolniveau. 2. Terugblik op de activiteit. - wat wilde ik? - wat deed ik? - wat dacht ik? - wat voelde ik? - wat denk ik dat de leerlingen wilden, deden, dachten, voelden? Deze les wilde ik aandacht besteden aan de regels in de klas en een goede tijdsplanning. Ik heb geprobeerd me goed aan de lesvoorbereiding te houden. Aan het begin van de les heb ik verteld wat de bedoeling was. Ik heb de werkvorm woordweb uitgelegd. De leerlingen hebben een woordweb gemaakt bij het woord Slavernij. Over het algemeen konden de leerlingen veel woorden bij dit woord bedenken. Ik merkte dat het filmpje op sommige leerlingen indruk maakte. Iedereen heeft stil naar het filmpje gekeken. De vraag voordat het filmpje begon was: Waarom is de slavernij een zwarte bladzijde in de geschiedenis van Nederland? Na het filmpje konden de leerlingen duidelijk vertellen waarom dit zo was. Ook kwam er een discussie naar voren over discriminatie (zwarte piet en buitenlanders in Nederland). Ik heb hierop ingehaakt. De leerlingen konden hun mening geven. Na 5 minuten heb ik de discussie afgekapt en uitgelegd aan de leerlingen dat we verder moesten. Samen hebben we de tekst gelezen en de moeilijke woorden besproken. Ik heb de leerlingen na het lezen van de tekst de werkvorm verboden woord uitgelegd. Ik heb de leerlingen verteld dat de woorden die op het kaartje staan uit heel hoofdstuk 2 afkomstig zijn. Op deze manier kunnen de leerlingen al een beetje leren voor de toets volgende week. Ik merkte dat de leerlingen het een moeilijk, maar ook leuk spel vonden. Als de leerlingen er niet uit kwamen met het woord, mochten ze het boek erbij gebruiken. Hierdoor waren ze actief bezig met het spel. Aan het einde van de les hebben de les en lesdoelen gevalueerd. 3a. Heb ik mijn persoonlijke leerdoelen en lesdoelen behaald? Uit welk leerlinggedrag kan ik dat afleiden? Welke essentile aspecten hebben er voor gezorgd dat ik de doelen wel of niet heb behaald? Interpersoonlijk competent, deeltaak 131. De zelfstandigheid van leerlingen vergroten door een beroep te doen op de samenwerking tussen leerlingen.

Ik merk dat het samenwerken tussen de leerlingen steeds beter gaat. Sommige leerlingen kun je beter niet bij elkaar zetten, maar over het algemeen kunnen alle leerlingen met elkaar samenwerken. Je kunt alleen merken dat ze dit niet gewend zijn uit andere lessen. Er wordt veel te weinig aandacht besteed aan het samenwerken tussen leerlingen. Organisatorisch competent. Deeltaak 141, Zorgdragen voor een overzichtelijke, ordelijke en taakgericht sfeer op schoolniveau. Vandaag ging het stukken beter met de klas. De leerlingen hebben zich over het algemeen goed aan de regels gehouden. Dit kwam ook doordat ik duidelijk was over de regels. Het is per week verschillend met deze klas. De ene keer is het geen enkel probleem, maar de ander keer is het heel moeilijk om de leerlingen in toom te houden. 3b. Welke vakdidactische principes uit de theorie heb ik in de lesvoorbereiding en uitvoering toegepast? Ik heb de leerlingen het woordweb uitgelegd. De leerlingen zijn in tweetallen gaan brainstormen over de slavernij. Hierbij had ik de begeleidende rol. Samen hebben de leerlingen naar een filmpje gekeken. Tijdens het kijken naar film moesten ze antwoord vinden op een vraag. Samen hebben we de tekst gelezen en heb ik de moeilijke woorden uitgelegd. De leerlingen hebben zelfstandig, maar ook samen gewerkt. Tijdens het spel heb ik de groepjes begeleidt door te kijken of het goed ging. Aan het einde van de les hebben we samen de les gevalueerd. 4a. Welke alternatieven kan ik ontwikkelen om de doelen beter of op een andere manier te behalen? Welke competentie/deeltaak hoort daar bij? Hoe pas ik in het vervolg mijn lesvoorbereiding hier op aan? Ik denk dat ik deze les goed heb gelet op de lesvoorbereiding. De voorbereiding is bij mij goed. Ik moet mij alleen goed houden aan de uitvoering hiervan, vooral m.b.t. de tijdsplanning. Dit is een punt waarop ik de komende tijd goed moet letten. Verder wil ik graag meer rekening houden met het positief corrigeren van leerlingen. 4b. In hoeverre ga ik aan de hand van deze activiteit en de daarbij gemaakte koppeling tussen theorie en praktijk mijn manier van werken aanpassen? Ik wil graag de volgende twee doelen meenemen voor de komende tijd: - De uitvoering van de lesvoorbereiding moet goed zijn, vooral m.b.t. de tijdsplanning. - Positief corrigeren van leerlingen. 5. Wat is een kansrijke situatie om de bedachte alternatieven uit te proberen ? Ik blijf hier de komende lessen aan werken.

Reflectie

activerende lessenserie

leerlingen klas 2A

Ik heb de leerlingen van klas 2A een evaluatieformulier laten invullen m.b.t de activerende lessenserie. In de lessen heb ik ook samen met de leerlingen gevalueerd, maar via deze manier konden de leerlingen anoniem vertellen wat ze van de lessen vonden. Hieronder in cirkeldiagrammen de uitkomsten van de reflectie.

Wat vond je van de activerende lessen?


Leuk! Ik snapte er op deze manier meer van. Je mocht samenwerken, dat was gezellig. Leuk! Het is leuker dan gewoon les uit het boek. Ik vond het leuk en leerzaam De spelletjes waren grappig. Het is anders dan een gewone les. Normaal doen we nooit spelletjes.

Zijn deze lessen anders dan de geschiedenis lessen die je gewend was?
Ja, je hebt veel meer te doen en je bent zelf bezig. Het is interessanter. Ja, het is leuker, want je bent bezig. Je leert de dingen op een leukere manier. Het is gezelliger, want je mag samen dingen doen.

Vind je het leuk om op deze manier les te krijgen?


Ja, zo blijft het beter hangen. Ja, want je moet zelf iets doen. Ja, want nu snap ik het meer. Ja, want op deze manier kun je anders leren. Ja, het is leuker dan werken.

De leerlingen vonden dat de opdrachten en werkvormen duidelijk door de leerkracht waren uitgelegd. Het overgrote deel van de leerlingen vindt dat je d.m.v. deze manier van lesgeven de gebeurtenissen en belangrijke woorden beter kunt onthouden. Ze vinden het ook leuk om samen te werken. Ik merk dat dit niet veel wordt gedaan in ander lessen, want ze zijn het niet gewend. Ze moeten wel leren om goed samen te werken, maar ze vinden het wel leuk!

Bijlage 1 Benodigdheden Les 1

1A Absolutisme Derde stand Frans Lodewijk XV Belasting Democratie Kiesrecht

1B De koning is de baas en mag alleen beslissen. De groep burgers: ambachtslieden en boeren. FOTO Geestelijken en edelen betalen niet, derde stand wel. De bewoners hebben invloed op de manier waarop wordt bestuurd. - Ouder dan 18 jaar. - In Nederland wonend en een Nederlandse nationaliteit.

De koning is de baas en mag alleen beslissen.

Absolutisme

De koning is de baas en mag alleen beslissen. Frans Lodewijk XV

Absolutisme

Derde stand

Absolutisme

De koning is de baas en mag alleen beslissen.

Belasting

De koning is de baas en mag alleen beslissen.

Democratie

Absolutisme

Kiesrecht

Derde stand

Derde stand

De groep burgers: ambachtslieden en boeren. De bewoners hebben invloed op de manier waarop wordt bestuurd.

De groep burgers: ambachtslieden en boeren.

Geestelijken en edelen betalen niet, derde stand wel. Ouder dan 18 jaar. In Nederland wonend en een Nederlandse nationaliteit.

Derde stand

Derde stand

De groep burgers: ambachtslieden en boeren.

Frans Lodewijk XV

Frans Lodewijk XV

Belasting

Democratie

Frans Lodewijk XV

Kiesrecht

Belasting

Geestelijken en edelen betalen niet, derde stand wel. Geestelijken en edelen betalen niet, derde stand wel. Democratie

Belasting

Geestelijken en edelen betalen niet, derde stand wel. Kiesrecht

Ouder dan 18 jaar. In Nederland wonend en een Nederlandse nationaliteit. De bewoners hebben invloed op de manier waarop wordt bestuurd.

De bewoners hebben invloed op de manier waarop wordt bestuurd. Ouder dan 18 jaar. In Nederland wonend en een Nederlandse nationaliteit.

De bewoners hebben invloed op de manier waarop wordt bestuurd. Ouder dan 18 jaar. In Nederland wonend en een Nederlandse nationaliteit.

Democratie

Kiesrecht

Bijlage 2 Benodigdheden Les 2

Een nieuwe leider

Napoleon

Verlichting

Eerlijk bestuur

Gelijke rechten voor iedereen

Het anders denken

Gewelddadig gedrag door het bestuur

Geen orde

Chaos

Terreur

14 juli 1789

Fransen bestormen de Bastille

Dictatuur

En leider heeft alle macht.

Energie die vrijkomt als water zo ver wordt verhit, dat het stoom wordt.

Guillotine

Stoomkracht

Pamfletten

Een soort folder

Bijlage 3 Benodigdheden Les 3

In Nederland raken de ideen van de Franse Revolutie ook bekend. Vee mensen zijn er het ermee eens.

Er komt oorlog in Europa. Franse legers vallen Nederland binnen.

De stadhouder vlucht naar Engeland.

Nederland wordt de Bataafse Republiek

In 1804 kroont Napoleon zichzelf als Keizer. Hij kroont zijn vrouw tot keizerin van het Franse rijk.

Napoleon maakt Nederland deel van zijn Keizerrijk.

Napoleon probeert Rusland te veroveren, maar dit mislukt.

Steeds meer Europese landen zijn nu tegen Napoleon.

De Europese landen werken in 1815 samen in een grote veldslag tegen Napoleon.

Napoleon wordt verslagen bij het plaatsje Waterloo.

Nederland is vrij!

Wat betekent mijn naam en waar komt het vandaan?


Op 18 augustus 1811 werd iedereen in het Koninkrijk Nederland door de regering van Napoleon Bonaparte opgeroepen om zich met een achternaam te laten registreren bij het gemeentehuis. Dit was nieuw in Nederland. Want hoewel de meeste mensen in Nederland al wel een achternaam hadden, zorgde de Franse Keizer ervoor dat het in Nederland voor iedereen verplicht werd om een vaste achternaam te hebben. Achternaam Onderzoek waar jouw achternaam vandaan komt en welke betekenis de achternaam heeft.

Je kunt gebruik maken van n van de volgende websites: http://www.stamboomgids.nl/familienamen http://www.meertens.knaw.nl/nfb/

Voornaam Hoe heet je? Welke voornaam of voornamen heb je? Hoe kom je eraan? Waarom hebben jouw ouders je zo genoemd? Ken jij de betekenis van jouw naam? Waar komt jouw naam vandaan?

Je kunt hiervoor gebruik maken van n van de volgende websites: http://betekenis-voornaam.nl/ http://www.meertens.knaw.nl/nvb/ http://members.chello.nl/~p.valkenburg/

Zoek antwoorden op deze vragen. De antwoorden neem je volgende week mee naar de Geschiedenis les. VB2A: Maandag 11 november 6e uur VB2B: Maandag 11 november 4e uur VB2C: Woensdag 13 november 6e uur

Bijlage 4 Benodigdheden Les 4

Plantage
De woorden die je ook niet mag noemen:

Abolitionisten
Het woord dat je ook niet mag noemen:

kopen + slaven

afschaffen

Lodewijk XV
Het woord dat je ook niet mag noemen:

Absolutisme
De woorden die je ook niet mag noemen:

Koning

Koning + regeren

Dictatuur
Het woord dat je ook niet mag noemen:

Patriotten
Het woord dat je ook niet mag noemen:

En leider

Franse Revolutie

Bataafse Republiek
Het woord dat je ook niet mag noemen:

Derde stand
De woorden die je ook niet mag noemen:

Nederland

Boeren + winkeliers

Democratie
Het woord dat je ook niet mag noemen:

Kiesrecht
Het woord dat je ook niet mag noemen:

besturen

verkiezen

Pamflet
Het woord dat je ook niet mag noemen:

Terreur
Het woord dat je ook niet mag noemen:

folder

bang

Bijlage 5 Evaluatieformulier leerlingen

Evaluatie

Activerende lessen

Geschiedenis

Klas 2

1. Wat vond je van de activerende lessen? (leg ook uit waarom!)

2. Zijn deze lessen anders dan andere geschiedenis lessen?

3. Vind je het fijn om op deze manier les te krijgen? (waarom wel of niet?)

4. Was het in de lessen duidelijk wat je moest doen?

5. Moet er nog iets veranderen aan de lessen? (wat kan er beter?)