Anda di halaman 1dari 40

AFSTUDEERLEIDRAAD

Technische
Bedrijfskunde
Voor studenten van de voltijd- en deeltijdopleiding

en

docentbegeleiders en opdrachtgevers / bedrijfsbegeleiders

Ir. Robert Huls


Drs. Robbert Bosch

Ing. Dietske Obbink,


Afstudeercoördinator
Technische Bedrijfskunde

Hogeschool van Utrecht


Business Engineering

November 2008

1
Inhoudsopgave

1 Inleiding 4

1.1 Doel en functie afstudeerleidraad....................................................................................4

1.2 Structuur afstudeerleidraad.............................................................................................4

2 Het afstudeerproject 5

2.1 Inleiding.............................................................................................................................5

2.2 Doel van het afstudeerproject..........................................................................................5

2.3 Afronding van het afstudeerproject................................................................................6

2.4 Resultaten van het afstudeerproject:


het Advies en TBK-competenties..........................................................................................6

2.5 Beoordelingscriteria voor het gehele afstudeerproject.................................................7

2.6 Eisen afstudeerbedrijf......................................................................................................7

2.7 Aanpak van het afstuderen: fasering..............................................................................8

3 Afstudeerprocedures 10

3.1 Algemeen.........................................................................................................................10

3.2 De afstudeerzitting..........................................................................................................11

3.3 Vertraging in het afstudeertraject..................................................................................13

3.4 Onenigheid tussen beide examinatoren.......................................................................13

3.5 Geheimhouding van de afstudeeropdracht..................................................................13

3.6 Betrokkenen en rollen.....................................................................................................14

4 Aanloopfase  APV 16

4.1 Inleiding...........................................................................................................................16

4.2 Resultaat van de aanloopfase: het APV........................................................................16

4.3 Beoordelingscriteria APV...............................................................................................17

4.4 Aanpak van de aanloopfase...........................................................................................20

5 De initiatiefase  APID 22

5.1 Inleiding...........................................................................................................................22

5.2 Resultaat van de initiatiefase: het APID........................................................................22

2
5.3 Beoordelingscriteria APID..............................................................................................24

5.4 Aanpak van de initiatiefase............................................................................................26

6 De uitvoeringsfase  Advies 27

6.1 Inleiding...........................................................................................................................27

6.2 Resultaat van de uitvoeringsfase: het Advies..............................................................28

6.3 Beoordelingscriteria Advies...........................................................................................28

6.4 Aanpak van de uitvoeringsfase.....................................................................................31

7 Afsluitingsfase  AfstudeerPortfolio 33

7.1 Inleiding...........................................................................................................................33

7.2 Resultaat van de afsluitingsfase: het Afstudeerportfolio............................................33

7.3 Beoordelingscriteria Afstudeerportfolio.......................................................................33

7.4 Aanpak afsluitingsfase...................................................................................................33

Bijlage 1 Afstudeer Project Voorstel (APV) 35

Bijlage 2 AfstudeerProject Initiatie Document (APID) 36

Bijlage 3 Beoordeling door de bedrijfsbegeleiders 37

Bijlage 4 Procesverbaal afstudeerzitting TBK 38

Bijlage 5 Rapportage College van Toezicht 40

3
1 Inleiding

1.1 Doel en functie afstudeerleidraad


Deze afstudeerleidraad is in de eerste plaats voor studenten geschreven. Het eerste doel is
jou, de student, een basisstructuur te bieden om je afstudeerproject vorm te geven. Voor je
afstuderen voer je zelfstandig een adviesproject uit voor een opdrachtgever bij een bedrijf. In
deze afstudeerleidraad staat hoe je dit project aan kan pakken om tot een goed resultaat voor
je opdrachtgever te komen waar je op af kan studeren.
Een tweede doel van de afstudeerleidraad is aan te geven aan welke formele procedures je
je dient te houden bij het afstuderen en welke taken en verantwoordelijkheden de
verschillende betrokkenen hebben.
Als derde doel is de afstudeerleidraad natuurlijk ook heel goed bruikbaar voor
docentbegeleiders, bedrijfsbegeleiders en andere betrokkenen om zicht te krijgen op de
basisstructuur die TBK haar student biedt bij het afstuderen.

1.2 Structuur afstudeerleidraad


De globale structuur van de afstudeerleidraad is dat de eerste drie hoofdstukken over het
gehele afstudeerproject gaan en de hoofdstukken 4 t/m 7 elk over één fase. De invulling van
de hoofdstukken is als volgt.

In Hoofdstuk 2 Het afstudeerproject wordt het gehele afstudeerproject van het zoeken naar
een geschikte opdracht tot aan de afstudeerzitting globaal beschreven. Hier staat wat het
doel is van je afstudeerproject, wat je aan het eind moet opleveren, aan welke criteria je moet
voldoen en hoe je project gefaseerd is. Ook staat er aan welke criteria het afstudeerbedrijf
moet voldoen.

In Hoofdstuk 3 Afstudeerprocedures is een formeel hoofdstuk. Hierin staan alle procedures


met betrekking tot het afstuderen; vanaf de manier waarop je je APV inlevert t/m het
doorgeven van je eindcijfer aan de onderwijsadministratie. En in dit hoofdstuk staan ook de
rollen van de belangrijkste partijen die bij het afstuderen betrokken zijn.

Hoofdstuk 4 t/m 7 gaan elk over één fase van je afstudeerproject.


• Hoofdstuk 4 Aanloopfase  AfstudeerProjectVoorstel (APV)
• Hoofdstuk 5 Initiatiefase  AfstudeerProject Initiatie Document (APID)
• Hoofdstuk 6 Uitvoeringsfase  Advies
• Hoofdstuk 7 Afsluitingsfase  Afstudeerportfolio
In elk van deze hoofdstukken staat voor de betreffende fase beschreven wat het doel is, wat
je aan het eind moet opleveren, aan welke criteria je moet voldoen. Ook geven we enkele
handreikingen voor de aanpak.

4
2 Het afstudeerproject

2.1 Inleiding
Als TBK-er studeer je af met een adviesproject voor een bedrijf*/**.
Het afstuderen vindt plaats op twee niveaus.
1. Competentieontwikkeling
Dit beslaat het gehele afstudeerproject vanaf het nadenken over wat je zou willen met
je afstuderen tot en met de afstudeerzitting waarin je laat zien wat je met het
afstuderen en in de opleiding allemaal geleerd hebt. Op dit niveau gaat het om je
eigen doel van het afstudeerproject: de ontwikkeling van je competenties als TBK-er
en het behalen van je diploma.
2. Adviseren
Om de gewenste competenties te ontwikkelen ga je tijdens je afstuderen één
specifiek, groot adviesproject uitvoeren voor een (externe) opdrachtgever. Doel
hiervan is het oplossen van een bedrijfsprobleem. Aan dit deel van je afstudeerproject
begin je pas als je AfstudeerProjectVoorstel (APV) is goedgekeurd. Dit deel rond je af
met het opleveren van je advies aan je opdrachtgever. Daarna volgt nog de
afstudeerzitting op school.

Opdrachtgever Student die


met een competenties
probleem wil ontwikkelen

Adviseren

Competentie-
ontwikkeling

Opdrachtgever Student met TBK-


met een opgelost competenties en
probleem diploma

*) In uitzonderingsgevallen kun je ook in een andere rol afstuderen, bijvoorbeeld als projectleider of op het
schrijven van een ondernemingsplan. In deze gevallen zijn er wel een aantal extra eisen waar je aan moet
voldoen die niet in dit document staan. In deze gevallen moet je dan ook tijdig contact opnemen met de
afstudeercommissie.
**) Voor deeltijdstudenten is het belangrijk dat je een opdracht uitvoert die los staat van je normale
verantwoordelijkheden en dagelijkse werkzaamheden. Het is aan te raden in je organisatie te zoeken naar
een andere opdrachtgever dan je eigen baas.

2.2 Doel van het afstudeerproject


Wanneer heb je met je afstudeerproject je doel bereikt? Wanneer ben je succesvol?
Als je een mooi adviesrapport schrijft dat na je afstuderen ergens in een la verdwijnt, heb je
weinig bereikt voor je opdrachtgever. En als je docentbegeleider erg enthousiast is maar je
zelf het idee hebt dat je tijdens je afstuderen weinig leert bereik je ook je doel niet. Nog
vervelender is het als je opdrachtgever en jijzelf heel tevreden zijn met je afstudeerproject,
maar de examinatoren het niet voldoende vinden.

5
Je afstudeerproject is succesvol als
1. je opdrachtgever tevreden is en je advies om de bedrijfsprocessen te verbeteren
overneemt en daarmee zijn probleem oplost*;
2. je in het project de door jou gewenste TBK-competenties ontwikkelt en daarmee
voldoet aan het TBK-competentieprofiel zodat je recht hebt op een TBK-diploma.

Een goede TBK-afstudeeropdracht kan je alleen uitvoeren door de belangrijkste TBK-


competenties in te zetten. Daar moet de opdracht dan ook om vragen. En met het succesvol
uitvoeren van een dergelijke opdracht laat je zien over de vereiste competenties te
beschikken.

* Als je opdrachtgever het advies niet overneemt, wil dat nog niet zeggen dat je dus een
onvoldoende haalt voor je afstudeerproject.

2.3 Afronding van het afstudeerproject


In de afsluitingsfase van je afstudeerproject lever je je afstudeerportfolio met o.a. je
adviesrapport (= afstudeerscriptie) op, waarmee je laat zien dat je voldoet aan het TBK-
competentieprofiel. Nadat je in de afstudeerzitting je afstudeerproject gepresenteerd en
verdedigd hebt, beoordelen de examinatoren je project met een eindcijfer.
Het eindcijfer wordt met een onderbouwing aan de student medegedeeld en doorgegeven
aan de onderwijsadministratie. Als het eindcijfer onvoldoende is dan kan er in sommige
gevallen, afhankelijk van de situatie, een reparatieopdracht verstrekt worden.
Zie verder Hoofdstuk 7 Afsluitingsfase  Afstudeerportfolio en Hoofdstuk 3
Afstudeerprocedures.

2.4 Resultaten van het afstudeerproject:


het Advies en TBK-competenties
Resultatenmatrix: de eindresultaten
Met het afstuderen laat je zien dat je een advies op kan leveren voor je opdrachtgever
waarmee hij zijn probleem op kan lossen. Dit advies bestaat uit vier soorten projectresultaten
op de vier kolommen van de TBK-resultatenmatrix. Met deze resultaten laat je zien dat je dat
je aan het competentieprofiel van een afgestudeerde TBK-er voldoet.

Organiseren
Produceren Kennis Interactie
mobiliseren

Oriënteren

Aanpak
kiezen
Competenties ontwikkelen
Realiseren Adviseren

Reflecteren

Proces TBK-
Resultaten: Product/ Dienst: Kennis Impact
Adviesproje Competenties
Advies
ct
Je advies bestaat uit de volgende vier projectresultaten.

1. Product/Dienst: Inhoudelijk Advies


Het eerste resultaat van je project is een adviesrapport met een analyse van een strategisch
relevant probleem en een beschrijving hoe de organisatie het probleem op kan lossen en de
bedrijfsdoelstellingen kan behalen.

6
2. Proces: Goed georganiseerd Adviesproject
Een tweede resultaat is een goed en professioneel georganiseerd proces van je adviesproject
waar je als student de regie over gevoerd hebt.
3. Kennis: Toegepaste TBK-kennis
Het derde resultaat van je afstudeerproject is toegepaste kennis op TBK-domeinen om het
probleem op te lossen. De gebruikte kennis moet toegankelijk gemaakt zijn voor mensen
binnen de organisatie en daarbuiten (o.a. docenten en medestudenten) om soortgelijke
problemen op te kunnen lossen.
4. Impact: Bijdrage aan een organisatieverandering
Als vierde resultaat heb je gezorgd voor draagvlak voor je oplossing bij betrokkenen waardoor
je advies door de organisatie wordt overgenomen en impact heeft.
Ontwikkelde TBK-competenties
Door het opleveren van de voorgaande vier resultaten en door op het project en je eigen rol
te reflecteren toon je aan welke TBK-competenties je op welk niveau ontwikkeld hebt en dat
je daarmee aan het TBK-competentieprofiel voldoet.

2.5 Beoordelingscriteria voor het gehele afstudeerproject


Om aan het eind van je afstudeerproject recht te hebben op het TBK-diploma moet je
aantonen dat je voldoet aan het TBK-competentieprofiel.
Hierbij moet je de kolommen en de rijen van de matrix goed afdekken. In de volgende
hoofdstukken zijn voor elke rij (fase van je afstudeerproject) de criteria voor de vier kolommen
uitgewerkt.
Hieronder staan de criteria voor het gehele afstuderen per kolom van de matrix beschreven.

Het niveau van de opdracht wordt voor een belangrijk deel bepaald door het soort probleem
dat je oplost. Bij het afstuderen moet het om een probleem op niveau 3 of 4 gaan, d.w.z. om
een probleem
• waar geen standaard oplossing voor is;
• dat een zekere omvang en complexiteit heeft;
• waarbij kennis van verschillende domeinen op HBO-niveau geïntegreerd toegepast
moet worden om het op te kunnen lossen;
• waarbij verschillende actoren zowel binnen als buiten de organisatie betrokken zijn.

Kolom 1: Produceren  Product = Advies = Herontwerp bedrijfsprocessen


Je bent in staat voor je opdrachtgever een bedrijfskundig probleem op te lossen dat
strategisch relevant is, door een advies uit te brengen met een herontwerp van de
bedrijfsprocessen en met een implementatieplan.

Kolom 2: Organiseren  Goed georganiseerd adviesproject


Je bent in staat zelfstandig een adviesproject te organiseren en te beheersen aan de hand
van professionele projectmanagementtechnieken en stappenplannen uit de TBK-domeinen.

Kolom 3: Kennis Mobiliseren  Toegepaste, toegankelijke TBK-kennis


Je bent in staat relevante kennis op de TBK-domeinen te zoeken en te gebruiken om de
bedrijfsprocessen in huidige situatie te analyseren en te herontwerpen om problemen op te
lossen; de gebruikte kennis kun je na afloop voor anderen toegankelijk maken.

Kolom 4: Interactie  Impact = Bijdrage aan een organisatieverandering


Je bent in staat bij te dragen aan een gedragsverandering van de mensen die bij je project
betrokken zijn, zodat de voorgestelde veranderingen daadwerkelijk gerealiseerd kunnen
worden.

2.6 Eisen afstudeerbedrijf


Met het afstuderen laat je zien dat je kan functioneren in de beroepspraktijk van een
beginnend TBK-adviseur. Als afstudeerder kom je het best tot zijn recht in een uitdagende
stimulerende omgeving die aansluit bij de TBK-opleiding. Belangrijk zijn ruimte voor
samenwerking, interactie, begeleiding en kritische feedback. Je afstudeerproject biedt je een
unieke kans een bedrijf te leren kennen.
Het bedrijf moet zoveel mogelijk aan de volgende eisen voldoen.
7
Aansluiten bij jouw competenties
Het bedrijf past bij jouw kennis en ervaring, de competenties die je al ontwikkeld hebt. Als je
in de opleiding veel voor productiebedrijven gewerkt hebt, kan het heel moeilijk worden als je
wilt afstuderen bij een dienstverlenend bedrijf. Dit geldt ook voor afstuderen in het buitenland.
Als je nog geen relevante buitenland ervaring hebt, bijvoorbeeld door een stage, is het heel
moeilijk om in het buitenland in de beschikbare tijd het vereiste niveau te behalen.
Industriële processen
De TBK-opleiding sluit het beste aan bij industriële organisaties of anders profit-organisaties
met processen die vergelijkbaar zijn met processen in industriële organisaties. Afstuderen bij
een non-profit organisatie is niet uitgesloten, maar is erg afwijkend van TBK en daardoor vaak
erg lastig! Afstuderen bij een dienstverlenend bedrijf dat zich op eerder genoemde
organisaties richt kan natuurlijk ook, maar maakt je opdracht vaak wel heel complex.
Ontwikkelfase
Een andere belangrijke factor is de ontwikkelfase of het groeistadium waarin het
afstudeerbedrijf zich bevindt. In de regel moet een bedrijf de pioniersfase of het stadium van
bestaansopbouw ontgroeid zijn. Dat wil o.a. zeggen dat de processen in zekere mate
uitgekristalliseerd zijn en de directeur/eigenaar een deel van de managementtaken aan
anderen heeft gedelegeerd. Als dit niet het geval is, ben je als adviseur te veel van één
persoon afhankelijk, die daarnaast nog zo dicht op het operationele proces opereert, dat het
moeilijk is voldoende niveau te bereiken.
Professioneel
De organisatie waarbij je afstudeert moet professioneel werken en minstens een aantal
(management-) functies op HBO-niveau kennen. Zo kun je als student voldoende leren van
de analyse van de huidige situatie en de feedback van je opdrachtgever en andere
betrokkenen (typisch twijfel geval: schoonmaakbranche, veel mensen uit praktijk en/of mbo
niveau op managementposities).
Omvang
De omvang van de organisatie moet voldoende zijn. Een ondernemingsplan voor een nieuwe
organisatie is heel lastig! Een richtlijn is dat je goed zit als het bedrijf ongeveer 5 jaar bestaat
en minimaal 15 medewerkers heeft.
Onafhankelijkheid
Afstuderen bij familie of vrienden raden we sterk af. Dit kan je onafhankelijke positie erg in
gevaar brengen en het kan lastiger zijn professioneel te werken.

2.7 Aanpak van het afstuderen: fasering


Het afstudeerproject bestaat uit vier fasen, die elk tot een bepaald resultaat leiden. Deze
fasen komen overeen met de rijen van de TBK-resultatenmatrix.
Organiseren
Produceren Kennis Interactie
mobiliseren

Oriënteren Aanloopfase
Aanpak
kiezen Initiatiefase
Realiseren Uitvoeringsfase
Reflecteren Afsluitingsfase

Aanloopfase  APV
In de aanloopfase ga je op zoek naar een geschikte afstudeerplek. Op basis van een
intakegesprek met de opdrachtgever werk je een AfstudeerProjectVoorstel (APV) uit, dat je
ter goedkeuring voorlegt aan de afstudeercommissie.

8
De initiatiefase  APID
Nadat de afstudeercommissie je APV heeft goedgekeurd, ga je je in de Initiatiefase verder
verdiepen in het probleem, in de benodigde kennis en in manieren hoe je je project aan zou
kunnen pakken. Uiteindelijk werk je je projectopdracht uit in een
AfstudeerProjectInitiatieDocument (APID).

De uitvoeringsfase  Advies
Als alle betrokkenen je APID hebben goedgekeurd start de uitvoeringsfase waarin je tot een
advies komt. Met de presentatie van je advies bij de opdrachtgever sluit je deze fase af.

Afsluitingsfase  AfstudeerPortfolio
In de laatste fase toon je op basis van je afstudeerproject voor je examinatoren aan dat je aan
het TBK-competentieprofiel voldoet. Hiervoor stel je een afstudeerportfolio samen met daarin
onder andere je adviesrapport, je eigen reflectie op het afstudeerproject en de beoordeling
van je bedrijfsbegeleider. In de afstudeerzitting presenteer en verdedig je je gehele
afstudeerproject waarna de examinatoren het beoordelen.

Afwisseling divergente – convergente processen


Je kan het afstudeerproces zien als een afwisseling van divergerende en convergerende
processen.

Aanloop Initiatie Uitvoerings Afsluitings


fase fase fase fase

Afstudeer Afstudeer Advies Afstudeer


Project Project Rapport) portfolio
Voorstel Initiatie
Document

In de eerste helft van elke fase overheerst het divergeren: je gaat op zoek naar kennis en
informatie die mogelijk bruikbaar is en je oriënteert je bijvoorbeeld op de huidige situatie of op
verschillende mogelijke oplossingen. In de tweede helft van een fase overheerst het
convergeren: je vat samen, trekt conclusies, maakt keuzes, legt je aanpak vast.
In dit plaatje geeft het wolkje van het APV aan dat dit nog heel globaal en voorlopig is.
De aanloopfase is in de figuur het breedst, omdat je binnen de eisen van de opleiding nog
heel veel keuzemogelijkheden hebt. Aan de linkerkant is de ruit open, omdat de aanloopfase
geen duidelijk startmoment kent; als het goed is start je al in de voorafgaande semesters, o.a.
in SLO/PCO, met een oriëntatie op wat je wilt en wat voor soort afstudeeropdracht daar bij
zou kunnen passen.

9
3 Afstudeerprocedures

3.1 Algemeen
Rond de overgang van de verschillende fases van het afstudeertraject, zijn een aantal
inlevermomenten voor de student van belang.
Aanloopfase
1. Indienen van het AfstudeerProjectVoorstel (APV)
2. De officiële start van het afstudeertraject
Initiatiefase
3. Inleveren van het AfstudeerProjectInitiatieDocument (APID)
Uitvoeringsfase
4. Inleveren van de Concept Afstudeerscriptie
Afsluitingsfase
5. Inleveren van het Afstudeerportfolio
6. Het opgaan voor de afstudeerzitting

In dit hoofdstuk worden de procedures rond deze inlevermomenten beschreven. Aan het eind
(Paragraaf 3.6 Betrokkenen en rollen) staat ook welke partijen bij het afstuderen betrokken
zijn en wat hun rol is.
In totaal krijgt de student na de afronding van de aanloopfase (als zijn APV goedgekeurd is)
20 weken voor zijn afstudeerproject. Als de zomerperiode in deze periode valt, krijgt hij 5
weken langer i.v.m. de vakantie van de student en zijn docentbegeleider. De tijd begint te
lopen vanaf de startdatum tot en met het inleveren van het afstudeerportfolio. In het
document ‘Belangrijke data in het afstudeertraject’ is te zien welke data van toepassing zijn bij
iedere startdatum.

Indienen van het APV


De student levert het APV per mail in bij de afstudeercoördinator en de
afstudeeradministratie. Voor het APV gebruikt hij het formulier ‘AfstudeerProjectVoorstel’ dat
als bijlage I is opgenomen in deze afstudeerleidraad. De afstudeercoördinator legt het APV
voor aan één van de leden van de afstudeercommissie. Binnen één werkweek heeft de
student een inhoudelijke reactie op zijn voorstel. Het is gebruikelijk dat het APV een paar keer
heen en weer gaat, voordat er goedkeuring wordt verleend door de afstudeercommissie.

De officiële start van het afstudeertraject


Als het APV is goedgekeurd, kan de student starten met de initiatiefase van zijn
afstudeerproject. Dit geldt dan als de startdatum. Als hij wil, kan de student ook een andere
gewenste startdatum in zijn APV zetten.
De student ontvangt van de afstudeercoördinator een bevestiging van de vastgestelde
startdatum, de bijbehorende inleverdatum van het Afstudeerportfolio en de periode waarin de
afstudeerzitting plaatsvindt. Hij krijgt ook te horen wie zijn docentbegeleider (= 1e examinator)
en co-beoordelaar (= 2e examinator) zijn.
Er kan een behoorlijk gat ontstaan tussen de inleverdatum van het Afstudeerportfolio en de
datum van de zitting. Als de student het Afstudeerportfolio eerder wil inleveren om zodoende
aan een eerdere zittingsronde mee te kunnen doen, dan is dat toegestaan. De student wordt
echter dringend geadviseerd om te overleggen met de docentbegeleider over de
haalbaarheid hiervan.

Het inleveren van het APID


Als eerste maakt de student het APID (zie bijlage II). Indien nodig wordt hierbij het
commentaar van de afstudeercommissie verwerkt. Zijn 1e examinator begeleidt hem daarin.
Dit APID wordt in vijfvoud opgemaakt. Het wordt ondertekend door de student, zijn
docentbegeleider en zijn bedrijfsbegeleider. Deze ontvangen alle drie een exemplaar van het
ondertekende APID. De student is hiervoor verantwoordelijk. De overige twee exemplaren
stuurt de student naar de afstudeeradministratie. De afstudeeradministratie verstrekt één
exemplaar aan de 2e examinator. Het andere exemplaar is bestemd voor het archief.

Inleveren van de Concept Afstudeerscriptie


Vier weken voor de inleverdatum van het definitieve Afstudeerportfolio levert de student zijn
Concept Afstudeerscriptie in bij zijn docentbegeleider en zijn co-beoordelaar. De student

10
overlegt met beide examinatoren in welke vorm zij het concept willen ontvangen, digitaal of
hard copy.
De docentbegeleider en de co-beoordelaar lezen de Concept Afstudeerscriptie en geven
gezamenlijk feedback hierop. Deze feedback wordt schriftelijk per mail verwoord door de
docentbegeleider in overleg met de co-beoordelaar. De student ontvangt deze feedback
uiterlijk twee weken na de inleverdatum van het concept. Eventueel kan de student advies
van de bedrijfsbegeleider vragen dat meegenomen kan worden bij de laatste aanpassingen.
Naast de feedback geven de docentbegeleider en de co-beoordelaar de student advies of het
verstandig is om op te gaan voor de zitting.

Het is belangrijk dat het concept zo volledig mogelijk is. Dat wil zeggen dat de conceptscriptie
alle kernhoofdstukken, inclusief conclusie en aanbevelingen en het implementatieplan bevat.
Alleen dan is het voor de examinatoren mogelijk om in de beschikbare tijd goede, voor de
student bruikbare feedback te kunnen geven en om te adviseren over het door laten gaan van
de afstudeerzitting.

Indien de student wordt afgeraden om deel te nemen aan de zitting geeft de 1e examinator dit
door aan de afstudeercoördinator. De student beslist uiteindelijk zelf of de afstudeerzitting
wel/niet doorgaat.

Inleveren van het Afstudeerportfolio


De student levert zijn Afstudeerportfolio in viervoud in bij de afstudeeradministratie op de
genoemde datum. Daarnaast stuurt de student een digitale versie naar de
afstudeeradministratie. Betreft het een scriptie met geheimhouding, dan zijn drie exemplaren
voldoende.
Opmerking: De Afstudeerportfolio’s worden verspreid onder de docentbegeleider, de co-
beoordelaar en een lid van het College van Toezicht. De docentbegeleider en de co-
beoordelaar hebben voorafgaand aan de afstudeerzitting mondeling, of per e-mail, overleg,
maar zullen in deze fase geen formele beoordeling of feedback aan de student geven.

Afstudeerzitting
De student wordt uitgenodigd voor de eerstvolgende zittingsronde. Deze zitting bestaat uit
een presentatie, een mondelinge verdediging en de beoordeling. In de volgende paragraaf
wordt de structuur van de afstudeerzitting beschreven.

3.2 De afstudeerzitting
Afronding van de afsluitingsfase: de afstudeerzitting
De afstudeerzitting vindt plaats in een lokaal van de Hogeschool Utrecht en wordt
voorgezeten door je eerste examinator. De zitting duurt in totaal ongeveer een uur en bestaat
uit de volgende drie onderdelen.
1. De presentatie van je afstudeerportfolio (20 a 25 minuten).
2. Verdediging (20 a 25 minuten)
3. Cijferbepaling (10 a 20 minuten)

In Hieronder staat eerst wie bij welk onderdeel van de afstudeerzitting aanwezig moeten en
mogen zijn en wat hun rol is. Daarna worden alle drie de onderdelen van de zitting kort
toegelicht. Zie ook Hoofdstuk 3 Afstudeerprocedures.

Aanwezigen bij de afstudeerzitting


Aanwezigheid van de student en de docentbegeleider / 1e examinator en 2e examinator is
verplicht. Aanwezigheid van de bedrijfsbegeleider is zeer gewenst om tot een goede
beoordeling te kunnen komen.
Indien de bedrijfsbegeleider door speciale, van tevoren meegedeelde omstandigheden, niet
aanwezig kan zijn, kan het bedrijf een plaatsvervanger aanwijzen. Essentieel is wel, dat deze
betrokken is geweest bij de aanpak en uitvoering van de opdracht door de betreffende
student.
Mocht ook een plaatsvervanger niet beschikbaar zijn, dan geldt de door de bedrijfsbegeleider
ingeleverde bedrijfsbeoordeling als advies bij de beoordeling.
Hieronder staat van alle partijen beschreven wat hun rol is tijdens de afstudeerzitting.
Examinatoren
Naast jij zelf, de student, zijn de eerste en tweede examinator de belangrijkste aanwezigen.
Zij beoordelen of je aan het TBK-competentieprofiel voldoet en daarmee of je slaagt voor het
afstuderen. Zij geven je ook feedback op je competentieontwikkeling en stellen het eindcijfer
11
vast. De 1e examinator is tevens de voorzitter van de afstudeerzitting en heeft daarbij de
volgende taken:
• Het toelichten van het examenproces aan het begin van de zitting en het bewaken
ervan.
• Het vastleggen van de beoordeling in het Proces verbaal Examenzitting.
• Het meedelen van het eindcijfer voor de afstudeeropdracht en de feedback van de
examinatoren aan de student.
• Indien de afstudeerzitting onvoldoende (lager dan 5.5) is beoordeeld: in overleg met
de 2e examinator de student instructies en aanwijzingen geven voor reparatie (indien
dit voor de student het eerste te repareren afstudeeronderdeel is).
• Inleveren Proces verbaal Examenzitting, originele afstudeeropdracht formulier
(contract) en het bedrijfsbeoordeling formulier (zittingenmap) bij het stage - en
afstudeerbureau na afloop van de zitting.

Bedrijfsbegeleider/opdrachtgever
Bij de presentatie is het belangrijk dat ook de bedrijfsbegeleider / opdrachtgever aanwezig is.
Vooraf aan de zitting vult hij/zij het formulier voor de bedrijfsbeoordeling van het
afstudeerproject in. Tijdens de zitting kan hij/zij voor de examinatoren het verloop van je
project toelichten en een toelichting geven op de schriftelijke bedrijfsbeoordeling.
Mocht de bedrijfsbegeleider / opdrachtgever door speciale, van tevoren meegedeelde
omstandigheden, niet aanwezig kunnen zijn, dan kan het bedrijf een plaatsvervangende
beoordelaar aanwijzen. Essentieel is wel, dat deze betrokken is geweest bij de aanpak en
uitvoering van de opdracht door de betreffende student.
Mocht ook een plaatsvervanger niet beschikbaar zijn, dan geldt de door de bedrijfsbegeleider
ingeleverde bedrijfsbeoordeling als advies bij de beoordeling van het onderdeel aanpak en
uitvoering.
Lid van het College van Toezicht (CvT)
Het College van Toezicht (CvT) speelt een belangrijke rol in de kwaliteitsbewaking van de
TBK-opleiding. Bij de afstudeerzitting is in de meeste gevallen een lid van het CvT aanwezig.
Deze heeft een controlerende functie en geeft advies aan de examinatoren over de
beoordeling van de competenties van de student.
Genodigden
Tenzij de opdrachtgever wegens geheimhouding bezwaar maakt, is het eerste deel van de
afstudeerzitting, de presentatie, openbaar. Dat wil zeggen dat de student hier familie,
medestudenten, vrienden, medewerkers van het afstudeerbedrijf en anderen voor mag
uitnodigen. Daarnaast kunnen docenten en studenten van de TBK-opleiding na overleg met
de afstudeerder en de 1e examinator de presentatie bijwonen.

De drie onderdelen van de afstudeerzitting


1. De presentatie van je afstudeerportfolio (20 a 25 minuten).
In je presentatie laat je zien welke competenties je ontwikkeld hebt door de aanpak, het
verloop en de resultaten van je afstudeerproject te presenteren en erop te reflecteren. In de
presentatie richt je je in de eerste plaats tot de eerste en tweede examinator. Omdat de tijd
van je presentatie beperkt is, zal je een bewuste keus moeten maken waar je wel en niet
dieper op in gaat. Belangrijk is hierbij het doel van de afstudeerzitting in de gaten te houden:
het aantonen dat je aan het TBK-competentieprofiel voldoet.

Denk eraan dat je examinatoren je portfolio gelezen hebben. Om hen te helpen een helder
beeld te vormen van je competenties, kan het goed zijn een kort overzicht te geven van de
onderdelen van je portfolio en de belangrijkste onderdelen en conclusies heel kort samen te
vatten. Zorg daarnaast dat je presentatie een toegevoegde waarde heeft en niet alleen
herhaling van je portfolio is.
2. Verdediging (20 a 25 minuten)
Dit onderdeel van de afstudeerzitting is besloten; de genodigden worden dus verzocht het
lokaal te verlaten.
Om tot een goed afgewogen beoordeling van je competentieontwikkeling te komen, krijgen de
examinatoren tijdens de verdediging de gelegenheid om je vragen te stellen over je
afstudeerproject. De voorzitter (eerste examinator) mag het lid van het College van Toezicht
en de bedrijfsbegeleider/opdrachtgever ook de gelegenheid geven vragen te stellen.

12
3. Beoordeling
Na de verdediging moet de student het lokaal verlaten en gaan de examinatoren over tot de
beoordeling. Voor de beoordeling worden de volgende stappen doorlopen.
1) Allereerst krijgt de bedrijfsbegeleider / opdrachtgever de gelegenheid
de bedrijfsbeoordeling toe te lichten.
2) Vervolgens bespreken de examinatoren de competentieontwikkeling
van de student aan de hand van de TBK-resultatenmatrix: waarop scoort de student
sterk, waarop minder sterk.
3) Het lid van het college van toezicht krijgt de gelegenheid aan te geven
of hij het met de conclusies eens is en of hij nog aanvullingen heeft.
4) Ten slotte doet de tweede examinator een cijfervoorstel waarna de
examinatoren samen tot een eindcijfer komen. Hierbij kan het lid van het CvT en/of
de bedrijfsbegeleider / opdrachtgever om advies gevraagd worden.
5) De student wordt binnen geroepen. De eerste examinator geeft de
feedback van de beide examinatoren en deelt het cijfer mee.
6) De eerste examinator geeft aan het eind van de zitting of kort daarna
het Proces Verbaal met de belangrijkste feedback en de beoordeling aan de
afstudeercoördinator. Deze zorgt dat de student hiervan een exemplaar krijgt.

3.3 Vertraging in het afstudeertraject


De student wordt verondersteld het afstudeerproject binnen de gestelde termijn te kunnen
afronden. De termijn is onderdeel van de opdrachtovereenkomst. Wanneer de student niet
binnen de gestelde termijn van vier maanden zijn Afstudeerportfolio inlevert, en dus vertraagd
afstudeert, weegt dat mee bij de uiteindelijke beoordeling en kan dit het cijfer negatief
beïnvloeden.
Indien er vertraging in het afstudeertraject plaats vindt en de student dus uitstel wil hebben,
moet hij dit aanvragen bij de afstudeercoördinator. Daarbij moet hij gemotiveerd aangeven
waarom uitstel gewenst is. Twee keer uitstel wordt zelden verleend en wordt altijd besproken
binnen de afstudeercommissie.

3.4 Onenigheid tussen beide examinatoren


Het kan zijn dat er bij de beoordeling van de Concept Afstudeerscriptie of bij het definitief
Afstudeerportfolio onenigheid ontstaat tussen beide examinatoren m.b.t. het oordeel over de
scriptie. In dat geval wijst de afstudeercommissie een 3e examinator aan. Deze wordt ingelicht
over de aard van de onenigheid. De 3e examinator geeft een advies aan de
afstudeercommissie. De afstudeercommissie formuleert naar aanleiding van dit advies een
oordeel en dit oordeel is bindend. Indien er sprake is van deze situatie stelt de
afstudeercoördinator de student hiervan op de hoogte. Indien nodig wordt de zittingsdatum
uitgesteld om de 3e examinator voldoende tijd te geven om zijn oordeel te vormen.

3.5 Geheimhouding van de afstudeeropdracht


Indien een bedrijf een afstudeeropdracht laat uitvoeren door een student, kan daarbij door het
bedrijf beslotenheid worden bedongen. Deze beslotenheid kan maximaal het volgende
inhouden.
• Na het afstuderen gaan alle scripties terug naar het bedrijf (de student draagt hier zelf
zorg voor!).
• De presentatie is niet openbaar. De 1e en 2e examinator, het lid van het College van
Toezicht, de voorzitter en de plv. voorzitter van de examencommissie en de
afstudeercoördinator hebben echter te allen tijde de plicht/het recht om bij de
verdediging aanwezig te zijn. De inspecteur heeft eveneens het recht daarbij
aanwezig te zijn. De student kan zich bij zo'n besloten bijeenkomst nimmer beroepen
op "geheim - houdingsplicht" m.b.t. het beantwoorden van gestelde vragen.
• Verbod op publicaties door de student en/of de school over het afstudeerproject,
waarmee dus ook deelname aan prijsvragen is uitgesloten.

Indien een bedrijf zich niet kan verenigen met bovenstaande regels voor een bepaald project,
dan kan een dergelijk project in principe niet worden geaccepteerd als afstudeeropdracht.

De meest voorkomende procedure in geval van geheimhouding is dat op de buitenzijde van


concepten en de afstudeerscriptie "niet ter inzage" wordt vermeld en alle betrokkenen er
zorgvuldig en vertrouwelijk ermee omgaan.

13
3.6 Betrokkenen en rollen
Student
De student opereert bij zijn afstuderen als zelfstandig adviseur voor een opdrachtgever bij
een bedrijf. Hierbij is hij zelf projectleider van zijn eigen adviesproject.
De student is naar de opdrachtgever verantwoordelijk voor het opleveren van de
overeengekomen resultaten. Naar school (de examinatoren) is de student verantwoordelijk
om aan te tonen welke competenties hij ontwikkeld heeft en dat hij daarmee voldoet aan het
TBK-competentieprofiel.

De student is natuurlijk niet alleen verantwoordelijk voor het slagen van het afstudeerproject;
hij werkt samen met de opdrachtgever en de bedrijfsbegeleider.
In het APID legt de student de afspraken met de opdrachtgever vast over de onderlinge
verdeling van taken, de verantwoordelijkheden en bevoegdheden voor het afstudeertraject.
De student moet zelf in de gaten houden of de opdrachtgever de afspraken nakomt en
voldoende meewerkt om het project te laten slagen. Als het om wat voor reden dan ook toch
niet mogelijk blijkt bij het afstudeerbedrijf een goed afstudeerproject uit te voeren, moet de
student hier zelf een oplossing voor vinden. In het uiterste geval zal hij bij een ander bedrijf
een nieuw afstudeerproject moeten starten. De docentbegeleider en/of de
afstudeercommissie kunnen natuurlijk wel meedenken over een oplossing.
Het is ook belangrijk dat de student heldere afspraken maakt met zijn docentbegeleider over
de vorm en frequentie van de begeleiding. Als de student niet tevreden is over de
begeleiding, is het zaak dit tijdig met de docentbegeleider / 1e examinator te bespreken. Als
dat niet tot een oplossing leidt, kan de student contact opnemen met de afstudeercoördinator.

Afstudeercommissie
De afstudeercommissie beoordeelt het APV en geeft daar feedback op. De
afstudeercoördinator (die lid is van de afstudeercommissie) wijst een docentbegeleider / 1e
examinator en 2e examinator toe en zorgt voor de organisatie van de afstudeerzitting. Als er
zich tijdens het afstudeertraject problemen voordoen die de student niet in overleg met de
docentbegeleider kan oplossen, moet hij contact opnemen met de afstudeercoördinator die in
overleg met de afstudeercommissie naar een oplossing zoekt. Dit geld bijvoorbeeld bij
vertraging en conflicten tijdens het proces of bij de beoordeling.

Docentbegeleider/ 1e examinator
De docentbegeleider/ 1e examinator heeft als algemene taken de student te begeleiden en de
competentieontwikkeling van de student te beoordelen (samen met de 2e examinator)

Begeleiding
De mate van begeleiding hangt af van het initiatief van de afstudeerder. De begeleiding start
na goedkeuring van het APV en loopt tot aan de afstudeerzitting.
Doel van de begeleiding is de student te ondersteunen in de uitvoering van zijn adviesproject
en daarbij het HBO-niveau en het eindniveau zoals dat in het TBK-competentieprofiel
beschreven is, te bewaken. De verantwoordelijkheid voor het behalen van het vereiste
eindniveau ligt bij de student zelf!
Belangrijke onderdelen in de begeleiding zijn:
• Met de student en de bedrijfsbegeleider bespreken van het APV en het commentaar
van de AC daarop, aan het begin van de initiatiefase.
• Afstemmen van de opdracht met de student en de bedrijfsbegeleider en het
goedkeuren en tekenen van het APID.
• Advies geven over de aanpak van het afstudeerproject.
• Adviseren over de opbouw en inhoud van het adviesrapport en de presentatie ervan.
• Samen met de 2e examinator beoordelen van de conceptscriptie en de gezamenlijke
feedback schriftelijk formuleren voor de student.

Beoordeling
De belangrijkste taak van de afstudeerbegeleider / 1e examinator als beoordelaar is om
(samen met de 2e examinator) vast te stellen of de student voldoet aan het TBK-
competentieprofiel. Daarnaast is de 1e examinator de voorzitter van de afstudeerzitting.

Co-beoordelaar / 2e examinator
De 2e examinator heeft als taak samen met de 1e examinator inhoudelijke feedback te
formuleren op de conceptscriptie. Hij heeft daarbij liefst zelf geen contact met de student om
een onafhankelijk oordeel te waarborgen.

14
Bij de afstudeerzitting beoordeelt hij samen met de 1e examinator of de student voldoet aan
het competentieprofiel van de TBK-opleiding. Bij de cijferbepaling doet hij als eerste een
voorstel voor het cijfer van het afstudeerproject aan de 1e examinator.

De opdrachtgever / bedrijfsbegeleider
De student moet zelf afspraken maken met de opdrachtgever / bedrijfsbegeleider over zijn
taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden met betrekking tot het afstudeerproject.
Hieronder vallen de volgende taken / verplichtingen:
• Afstemmingsbesprekingen met student en de docentbegeleider/ 1e examinator
tijdens de initiatiefase.
• Input leveren voor het APID en de goedkeuring en ondertekening hiervan.
• Regelmatig voortgangsoverleg met de student en ondersteuning aan de student als
hij hierom verzoekt.
• Toegankelijkheid van relevante bedrijfsinformatie.
• Zorg dragen voor voldoende medewerking van medewerkers die bij het project
betrokken zijn (actoren) voor bijvoorbeeld interviews, brainstorms en
(tussen)presentaties.
• Werkplek met faciliteiten voor de student (minimaal 3 dagen per week, liefst 4 of 5).
• Student feedback geven aan het eind van de afstudeerperiode op de volgende
onderdelen (zie feedback formulier bedrijfsbegeleider):
o De inhoud van het advies (Kolom 1, Produceren).
o De organisatie en beheersing van het project (Kolom 2 Organiseren).
o Het gebruik en toegankelijk maken van relevante kennis (Kolom 2, Kennis
mobiliseren).
o Interactie met medewerkers van de organisatie, creëren van draagvlak
(Kolom 4, Interactie).
Deze feedback (bijlage III) dient samen met de scriptie ingeleverd te worden bij de
stage - en afstudeeradministratie. Hiervoor is de student verantwoordelijk. De
bedrijfsbegeleider geeft toelichting op zijn feedback op de examenzitting.

In de meeste gevallen is de opdrachtgever ook de bedrijfsbegeleider. Als de opdrachtgever


echter te weinig tijd heeft kan iemand anders bedrijfsbegeleider zijn.

College van Toezicht (CvT)


Leden van het College van Toezicht wonen in principe de afstudeerzittingen bij. De
afstudeercoördinator wijst een lid van het CvT (vertegenwoordiger uit het bedrijfsleven, de
overheid of het wetenschappelijk onderwijs) toe aan de student. Het lid van het CvT heeft een
adviserende en controlerende rol tijdens de examenzittingen. Hij heeft hierbij de volgende
taken.
Bewaking examenproces
Het lid van het College van Toezicht heeft als taak om tijdens de examenzittingen, de
voortgang van zowel de presentatie, de mondelinge verdediging, als de beoordeling van de
student te bewaken. Hij ondertekent, eventueel voorzien van op - of aanmerkingen, het
Proces verbaal Examenzitting (Bijlage IV).
Beoordeling van de student (eindcijfer)
De beoordeling van de student wordt in overleg tussen de beide examinatoren vastgesteld en
vastgelegd in het Proces verbaal Examenzitting (Bijlage IV). Zowel de bedrijfsbegeleider, als
het lid van het College van Toezicht kan hierbij om advies gevraagd worden.
Rapportage
Elk lid van het College van Toezicht brengt aan de afstudeercoördinator verslag uit van zijn
bevindingen tijdens de examenzittingen en overhandigt dit rapport na afloop van de
afstudeerzittingen (zie Bijlage V).

15
4 Aanloopfase  APV

4.1 Inleiding
In de aanloopfase ga je op zoek naar een goede afstudeerplek. Je voert een intake gesprek
met een opdrachtgever en ontwikkelt in overleg met je opdrachtgever een eerste, globaal
idee voor een afstudeeropdracht dat je uitwerkt in een AfstudeerProjectVoorstel (APV). Dit
voorstel leg je ter goedkeuring voor aan de afstudeercommissie.

Doel van de aanloopfase


Doel van de aanloopfase is dat je een geschikte afstudeerplek vindt. Geschikt wil zeggen dat
jij zelf, je opdrachtgever en de afstudeercommissie er vertrouwen in hebben dat je in een
volgende fase tot een goede afstudeerprojectopdracht kunt komen.

Afronding van de aanloopfase


Als afronding van de aanloopfase leg je je APV voor aan de afstudeercommissie. Je mag pas
bij een bedrijf met de initiatiefase van je afstudeerproject starten als de afstudeercommissie je
APV heeft goedgekeurd!
Het kan gebeuren dat het voorstel een paar keer heen en weer gaat, voordat de
afstudeercommissie goedkeuring verleent. Het kan ook zijn dat de afstudeercommissie je
adviseert op zoek te gaan naar een andere afstudeerplek.
Zie ook Hoofdstuk 3 Afstudeerprocedures.

4.2 Resultaat van de aanloopfase: het APV


Het APV dekt de 4 kolommen van de TBK-resultatenmatrix.
Organiseren
Produceren Kennis Interactie
mobiliseren

Inzicht Verwerven Actoren in


Oriënteren Vragen
krijgen opdracht beeld
Interactie
Aanpak Plan met
Ontwerpen Vinden strategie
kiezen draagvlak

Kwaliteit Doen met


Realiseren Uitvoeren Toepassen
uitvoering verstand

Producten Evalueren Kennis Feedback op


Reflecteren
Beoordelen overdragen Beoordelen Interactie

Proces Competenti
Resultaten: Product/ Dienst: Kennis Impact
Adviesproje es
Advies
ct
Voor alle onderdelen geldt dat ze nog heel globaal en voorlopig zijn. Het gaat er vooral om
dat de opdrachtgever en de student over en weer realistische verwachtingen hebben.

Resultaten in kolom 1 Produceren

Projectdefinitie
Projectachtergrond
• Een beknopte beschrijving van de organisatie en/of de afdeling, relevante externe factoren,
achtergrond van het probleem
• Probleemschets: verschil tussen huidige en gewenste situatie, wie heeft het probleem,
waarom is het een probleem
• Wat is er al geprobeerd om het probleem op te lossen?

16
Projectdoelstellingen
Hoe moeten de resultaten van het afstudeerproject bijdragen aan de oplossing van het
probleem (o.a. ontwerp gewenste situatie en implementatieplan)?

Projectomvang, randvoorwaarden en beperkingen


Wat hoort zeker wel, en wat zeker niet tot het project? Welke afdelingen/processen zijn bij het
project betrokken? Waar moet de opdrachtgever voor zorgen om het project mogelijk te
maken (werkruimte, beschikbaarheid gegevens etc.)?

Relaties met andere projecten


Lopen er andere (verander- / onderzoeks- / advies-) projecten en zo ja, wat zijn de relaties
met dit project?

Outline Business Case


Hoe ondersteunt het project de organisatiedoelstellingen en wat is de achterliggende reden
om een TBK-afstudeerder in te zetten?

Resultaten in kolom 2 Organiseren

Organisatiestructuur
Wie wordt de opdrachtgever en de bedrijfsbegeleider (vaak dezelfde persoon)? Wat is zijn
hun verantwoordelijkheid in de organisatie m.b.t. het probleem. Wat zijn hun competenties om
een HBO-afstudeerder te begeleiden?

Globale aanpak
Eerste opzet van hoe je het project gaat aanpakken. Wat ga jij doen om het probleem voor je
opdrachtgever op te lossen. Hoe ga je je project globaal aanpakken?

Globale planning
Fasering van het totale project en een iets gedetailleerdere planning voor de Initiatiefase.

Resultaten in kolom 3 Kennis Mobiliseren

Relatie met relevante TBK-domeinen


Vanuit welke TBK-domeinen en disciplines denk je het probleem te gaan analyseren en op te
lossen? Welke stappenplannen uit de TBK-domeinen kun je in de initiatiefase gebruiken om
je aanpak van het probleem op te baseren? Welke bronnen denk je in de volgende fase te
gaan bestuderen?

Resultaten in kolom 4 Interactie

Positionering als adviseur


Welke afspraken zijn er gemaakt m.b.t. overleg met de opdrachtgever / bedrijfsbegeleider.
Wat zijn de belangrijkste actoren en hoe verloopt het contact tussen de student en de
actoren? Hoe wordt de student in de organisatie geïntroduceerd?

Competentie-ontwikkeling

Persoonlijke verantwoording
Waarom dit project voor de student? Hoe past het in je Persoonlijk OntwikkelPlan? Welke
(TBK-)competenties ga je ontwikkelen en hoe? In hoeverre vind je zelf dat het project voldoet
aan de door de opleiding gestelde eisen? Waarom denk je dat dit project succesvol zal gaan
verlopen? Welke risico’s zie je, waar moet je in de rest van je project rekening mee houden?

4.3 Beoordelingscriteria APV


In deze paragraaf staan de beoordelingscriteria voor het APV aan de hand van de vier
aandachtsgebieden uit de resultatenmatrix.

Criteria kolom 1 Produceren


Je project moet gericht zijn op het oplossen van een bedrijfsprobleem. Dat is samen te vatten
in het volgende plaatje.

17
Bedrijfsdoelstelling
Strategie

Omgeving, o.a.
Markt
Bedrijfsprocessen Klanten
Huidige  Gewenste
situatie situatie

Je lost een probleem op in de huidige situatie van een bedrijf waarbij er een relatie is met 1)
de bedrijfsdoelstelling en de strategie en 2) de markt en de klanten. De oplossing betreft
het ontwerpen van de gewenste situatie in de vorm van een herontwerp van de
bedrijfsprocessen. Als je dit uitwerkt kom je op de volgende 3 criteria.
Probleemgestuurd
De basis voor het afstuderen is een urgent probleem bij een bestaand bedrijf. Er is sprake
van een probleem als de huidige situatie niet overeenkomt met de gewenste situatie. Een
probleem is voldoende urgent als het bereiken van de bedrijfsdoelstellingen erdoor in gevaar
komt. Het project is dus strategisch relevant en niet op operationeel niveau. (Een probleem
kan wel op operationeel niveau zitten, als het maar strategisch relevant is.) Het probleem is
nog niet te veel afgebakend en er is nog niet voor één bepaalde oplossing gekozen.
Omgevingsgericht
Opdrachten die de concurrentiepositie van een bedrijf raken hebben een hogere
scoringskans. Het is daarom altijd belangrijk een relatie te leggen tussen het probleem en de
omgeving van het bedrijf, onder andere de concurrenten en de klanten. Een advies ter
verbetering van de kwaliteit van het product heeft weinig zin als klanten vooral klagen over de
slechte levertijd en concurrenten sneller leveren.
Ontwerpgericht
Je project moet gericht zijn op het ontwerpen van een oplossing en het bijbehorende
implementatieplan. Hiervoor moet je natuurlijk ook de huidige situatie beschrijven en
analyseren, maar daar mag het in je project niet bij blijven. Alleen beschrijvend onderzoek,
intern of extern (marketing), is geen bedrijfskundig adviesproject!

Criteria kolom 2 Organiseren

Projectmatige aanpak
Bij je afstuderen dien je projectmatig te werk te gaan. Dat zorgt ervoor dat jijzelf en
betrokkenen in de organisatie gedurende het hele traject geconcentreerd blijven op het
oplossen van het probleem. Met je opdrachtgever moet je een aanpak afspreken die
overeenkomt met de fasering uit deze leidraad en de TBK-resultatenmatrix. In de Initiatiefase
moet je de ruimte hebben om in overleg met je opdrachtgever je opdracht en je aanpak
verder uit te werken. De uitvoeringsfase van je project moet globaal op drie activiteiten gericht
zijn:
1. Het beschrijven en analyseren van de huidige situatie
2. Ontwerpen van de gewenste situatie
3. Ontwerpen van het implementatieplan met de Business Case.
De implementatie maakt in de regel geen deel uit van je afstudeerproject, maar hierover kun
je wel afspraken maken voor na je afstuderen.
De beschrijving van de voorlopige aanpak moet het vertrouwen wekken dat je het project
succesvol af kunt ronden in de beschikbare tijd.

18
Zelfstandig adviseur-projectleider
Om op HBO-niveau af te kunnen studeren is het belangrijk dat je zelf de regie van je
afstuderen in handen hebt. Je werkt zelfstandig aan een duidelijk afgebakend adviesproject
waar jij de projectleider van bent. Je hebt natuurlijk steun van je
opdrachtgever/bedrijfsbegeleider en je docentbegeleider, maar zij mogen de leiding niet van
je overnemen. Het uitvoeren van losse deeltaken binnen een groot project dat door iemand
anders geleid wordt past niet bij het afstuderen.

Geschikte opdrachtgever
In de organisatiestructuur van je project staat de opdrachtgever centraal. Voor een succesvol
project moet deze voldoen aan de 3 B’s.
• Bevoegd: hij moet verantwoordelijk zijn voor het probleem en de oplossing ervan.
Ook kan hij zorgen dat anderen voldoende tijd en energie vrijmaken voor jouw
project.
• Bekwaam: hij heeft de kennis en de capaciteiten om je te begeleiden (minimaal HBO-
niveau).
• Betrokken: hij maakt voldoende tijd voor je vrij, heeft belang en vertrouwen in het
project en heeft een positief kritische houding.
In de meeste gevallen is de opdrachtgever ook de bedrijfsbegeleider. Als de opdrachtgever
echter te weinig tijd heeft kan iemand anders bedrijfsbegeleider zijn. Houd in dit geval wel de
betrokkenheid van de opdrachtgever tijdens het project goed in de gaten.

Criteria kolom 3 Kennis Mobiliseren

Toepassing TBK-kennis
In bedrijven worden veel problemen heel pragmatisch op basis van ervaring en met het
‘boerenverstand’ opgelost. Voor je afstuderen is dat niet genoeg. De opdrachtgever en het
probleem moeten er ook om vragen dat je gebruik maakt van TBK-kennis om tot een goede
structurele oplossing te komen.

Multidisciplinair
Voor de analyse van het probleem en de oplossing ervan dien je kennis op verschillende
TBK-domeinen en uit verschillende disciplines te gebruiken.

Unieke aanpak en oplossing


Het project moet vragen om een unieke aanpak en oplossing. Hierbij maak je natuurlijk
gebruik van bestaande oplossingsmethoden (stappenplannen), maar er is niet één vooraf
bekende methode die rechtstreeks naar de gewenste oplossing leidt.

Criteria kolom 4 Interactie


Gericht op draagvlak
Om een organisatieverandering mogelijk te maken heb je als adviseur draagvlak nodig.
Daarvoor moet je gedurende het hele afstuderen goed contact hebben met de intern
verantwoordelijke mensen (actoren) en waar mogelijk met hen samenwerken.
Daarom moet je tijdens de afstudeerperiode gebruik kunnen maken van een werkplek bij het
bedrijf. Dit liefst 4 of 5 dagen per week, maar in elk geval minstens 3. Dit geeft je ook de
gelegenheid om je een goed beeld te vormen van de dagelijkse gang van zaken.
De betrokken mensen moeten natuurlijk ook voldoende tijd voor je hebben en mee willen
werken aan het adviesproject. Je adviesproject moet je bij het bedrijf afsluiten met een
eindpresentatie voor alle relevante actoren.
Open contractering
Om effectief te adviseren is het van belang dat niet alleen de opdrachtgever bij de definitieve
formulering van je opdracht te betrekken, maar ook anderen. Daarvoor heb je in de
Initiatiefase ruimte nodig om je zelf op de opdracht te oriënteren door er met verschillende
betrokken medewerkers over te praten. De definitieve afstudeeropdracht leg je pas aan het
eind van de initiatiefase vast.
Bewuste positionering
Om succesvol te kunnen adviseren moet je ervoor zorgen dat je voldoende aandacht krijgt bij
de medewerkers van het afstudeerbedrijf. De actieve steun van het management van het
bedrijf is daarbij onontbeerlijk. Het is belangrijk dat je begeleider / opdrachtgever (vaak
dezelfde persoon) van het bedrijf voldoende gewicht heeft om beslissingen te kunnen nemen
of te bevorderen.
19
Competentie-ontwikkeling

Passend
Het uitvoeren van dit project moet passen bij je PersoonlijkOntwikkelPlan. Dat wil zeggen dat
het moet aansluiten bij de competenties die je al ontwikkeld hebt en bijdraagt aan de
competenties die je nog wilt ontwikkelen.

Verantwoord
De persoonlijke verantwoording moet een kritische zelfbeoordeling en een realistische
inschatting van risico’s en je kansen op succes bevatten.

4.4 Aanpak van de aanloopfase


Het zoeken van een afstudeeropdracht: afstemmen van vraag en aanbod
Het zoeken, kiezen en formuleren van een afstudeeropdracht is een uitdagend proces waarbij
je met verschillende factoren rekening moet houden.

In de eerste plaats speelt je eigen voorkeur een belangrijke rol.


• Wat voor een soort opdracht past bij jou, wat vind je leuk en uitdagend?
• Bij wat voor soort bedrijf wil je graag afstuderen (en misschien daarna blijven
werken)?
• Hoe wil je graag begeleid worden door het bedrijf?
Hoe duidelijker je weet wat je wel en niet wilt, hoe gerichter je naar een opdracht kunt zoeken.
Ook maak je bij opdrachtgevers meer kans als je weet wat je wilt en snel duidelijk kunt maken
wat je voor hun bedrijf kunt betekenen.

In de tweede plaats moet je zoeken naar een opdracht die voldoet aan de eisen van de
opleiding. Deze staan in dit stuk uitgebreid beschreven. Je zult ook je eigen wensen en eisen
goed naast die van de opleiding moeten leggen.

Ten derde is het belangrijk op een realistische manier te kijken naar het aanbod van
afstudeeropdrachten.
• Welke bedrijven zijn geïnteresseerd in jou als TBK-afstudeerder?
• Wat verwachten zij van een afstudeerder?
• Welke problemen en vragen hebben deze organisaties waar jij als TBK-er mee aan
de slag zou kunnen?
• Hoeveel tijd en ruimte hebben de bedrijven om jou te begeleiden en om je
medewerkers te laten interviewen etc.

Tot slot kan je er ook nog over nadenken welke docent je graag als docentbegeleider zou
willen? En welke zeker niet? Informeer hiervoor ook welke docenten tijd hebben om
afstudeerders te begeleiden.

Als student moet je je eigen vraag (naar een afstudeerplek) zien af te stemmen op het
aanbod van potentiële opdrachtgevers en daarbij voldoen aan de eisen van de TBK-
opleiding. Het is belangrijk te beseffen dat je hier ruimte hebt om te onderhandelen. Om tot
een goede opdracht te komen waar alle partijen tevreden over zijn is het belangrijk deze
ruimte goed te benutten.

Opstellen van het APV


Nadat je een (voorlopige) keuze voor een afstudeerplek gemaakt hebt, voer je een intake
gesprek met een opdrachtgever en stel je een (concept) APV op.
Hierbij ben je actief op alle vier de kolommen van de matrix.
1. Produceren/probleem oplossen: je vormt je een eerste beeld van de huidige situatie,
de gewenste situatie en de verschillende knelpunten die hierbij spelen (de
probleemkluwen).
2. Organiseren: je kiest een voorlopige globale projectaanpak en bepaalt wie welke rol
speelt in het project en gaat na of je een geschikte opdrachtgever hebt
(organisatiestructuur).
3. Kennis mobiliseren: je verkent op welke TBK-domeinen je kennis zou kunnen
gebruiken om het probleem op te lossen.

20
4. Interactie: je legt de basis voor een goed contact met de opdrachtgever en je verkent
wie de relevante actoren zijn en hoe je die bij het adviesproject kunt betrekken om
zoveel mogelijk impact te hebben.

Hoewel opdrachtgevers vaak al bij hun eerste vraag een oplossingsrichting aangeven, is het
belangrijk dat je als adviseur de ruimte krijgt voor een eigen onderzoek naar het probleem en
naar de voorgestelde en andere mogelijke oplossingsrichtingen.

In de eerste gesprekken met een mogelijke opdrachtgever moet je goed nagaan of hij bereid
is voldoende ruimte te bieden om op basis van een eigen oriëntatie zelf de definitieve
opdracht te formuleren. Ook moet de opdrachtgever zich kunnen vinden in de eisen die de
opleiding stelt aan de opdracht en de aanpak van het adviesproject.
Vaak komt een potentiële opdrachtgever in eerste instantie met een probleem op
operationeel / tactisch niveau bij studenten. Om tot een goed resultaat te komen voor de
opdrachtgever (en om aan de eisen van de opleiding te voldoen) is het belangrijk dat je ook
de relatie legt met de strategie en de omgeving van het bedrijf (zie criteria in Kolom 1,
Produceren). In veel gevallen moet je zelf de opdracht naar een hoger niveau tillen. Risico is
dat je hierin te ver gaat. Je moet ook met je opdrachtgever kunnen meedenken en niet te snel
de eigenwijze student uithangen die alles beter weet en alles ter discussie stelt. Vooraf moet
je nagaan hoeveel ruimte de opdrachtgever wil geven en of dat voldoende is. Belangrijk is dat
de opdracht voor school en de opdrachtgever voldoende blijven samenvallen.

Stel je APV zo op dat zo goed mogelijk duidelijk wordt in hoeverre je aan de criteria voldoet.
Als je aan een enkele eis niet helemaal voldoet, wil dat nog niet zeggen dat je op deze
opdracht niet kan afstuderen. Wel loop je een risico dat je in de loop van je adviesproject
moet managen.

21
5 De initiatiefase  APID

5.1 Inleiding
Nadat de afstudeercommissie je APV heeft goedgekeurd, ga je in de Initiatiefase je opdracht
verder concretiseren en je project vormgeven (initiëren). Deze fase bestaat grofweg uit twee
stappen.
1. De eerste stap is een oriëntatie waarbij je flink de breedte ingaat. Je gaat met
verschillende betrokkenen over het probleem praten en je zoekt in de literatuur naar
relevante theorieën die je misschien zou kunnen gebruiken.
2. In de tweede stap, het opstellen van het AfstudeerProject Initiatie Document (APID),
ga je wat je in de oriëntatie gevonden hebt analyseren en selecteren. Je stelt het
probleem scherp, formuleert de probleemstelling ondubbelzinnig, en je legt je
definitieve opdracht en de aanpak vast.

In het afstudeertraject van Technische Bedrijfskunde wordt ervan uitgegaan dat de initiatie-
fase uitgevoerd wordt in een periode van circa drie weken. Je APID laat je goedkeuren door
je docentbegeleider (1e examinator) en je opdrachtgever.

Doel van de initiatiefase


Het doel van de initiatiefase is om te komen tot een projectopdracht voor een succesvol
project waarop je kunt afstuderen. Daarvoor werk je je APV uit tot een gedetailleerde
projectopdracht met probleemstelling, aanpak en planning die je vastlegt in je APID. De kern
van het afstudeerproject zijn de vragen waarop je een antwoord moet vinden en het waarom
achter deze vragen.
Het APID moet alle partijen een beeld geven van het verdere verloop van het project en de
resultaten ervan. Je maakt afspraken over de opdracht, de aanpak, het budget, de timing en
de benodigde middelen (denk hierbij ook aan de inzet en beschikbaarheid van medewerkers
van de opdrachtgever, bijvoorbeeld voor interviews). Ook moeten in het APID de afspraken
staan voor een goede projectbeheersing, zoals de projectmijlpalen, vaste
afstemmingsmomenten en afspraken over rapportage.

Afronding van de initiatiefase


De initiatiefase van je afstudeerproject rond je af door je opdrachtgever en je begeleider (1e
examinator) je APID goed te laten keuren. Hierna kan je starten met de uitvoeringsfase.
In de volgende gevallen moet je contact opnemen met de afstudeercommissie:
• Als je uiteindelijke opdracht op cruciale punten afwijkt van het goedgekeurde APV.
• Als je bij het opstellen van je APID vertraging hebt opgelopen die de einddatum van je
project in gevaar brengt.
• Als je om andere reden voorziet dat je de vooraf bepaalde deadline niet kunt halen.
Zie ook Hoofdstuk 3 Afstudeerprocedures.

5.2 Resultaat van de initiatiefase: het APID


In de hierna volgende tabel staan de deliverables (het APID) van de initiatiefase. De
vetgedrukte onderdelen vormen inhoudelijk de kern van het APID en moet je goed en
uitgebreid uitwerken. De andere onderdelen zijn zeker ook belangrijk, maar kun je globaler
uitwerken. De onderdelen van het APID worden onder de tabel kort toegelicht.

Deliverables Adviesproject Goedkeuring / beoordeling door:


Project Initiatie Document • Opdrachtgever/bedrijfsbegeleider
Statisch gedeelte • Eerste
• Projectachtergrond examinator/docentbegeleider
• Projectdefinitie met o.a. de • Afstudeerder
probleemstelling
• Projectorganisatiestructuur
• Project Quality Plan
• Project Controls
• Communication Plan
Dynamisch gedeelte
• Initiële Business Case
• Initieel Projectplan
o Initieel Risk Log
22
Projectachtergrond
De context, de aanleiding en een indruk van de strategische relevantie van het
(afstudeer)project. Hier hoort ook al een voorlopige probleemanalyse bij. Een goede techniek
voor een voorlopige probleemanalyse is bijvoorbeeld een Effect-Cause-Effect diagram.

Projectdefinitie
Probleemstelling.
Voor een afstudeer- en adviestraject is een probleemstelling of vraagstelling essentieel. Het
vormt een referentiepunt voor alle betrokkenen, een communicatiemiddel aan mensen rond
het project, geeft richting en een ankerpunt voor de onderzoeker tijdens het traject, een
afreken- en bijstuurmiddel voor opdrachtgevers en bovenal is het een bewijs dat de student in
staat is in één tot twee zinnen aan te geven wie het probleem heeft, wat het probleem is en
waarom het een probleem is.
Projectdoelstellingen.
Hier beschrijf je zowel de doelstelling van je eigen project (gericht op het geven van advies
om te veranderen), als ook de doelstellingen die de opdrachtgever ermee wil bereiken
(gericht op de daadwerkelijke verandering).
De gekozen projectaanpak.
Hier staan je onderzoeks- en deelvragen. Richt je vragen op drie delen van je adviesproject:
1. Het beschrijven en analyseren van de huidige situatie.
2. Het ontwikkelen/ontwerpen van de gewenste situatie.
3. Het ontwerpen van een implementatieplan met kosten-batenanalyse (business case).
Bij de aanpak beschrijf je ook wat je (globaal) gaat doen om deze vragen te beantwoorden en
de probleemstelling op te lossen. Denk aan het houden van interviews, workshops,
documentatieonderzoek, analyse, etc…,). Hier beschrijf je ook welke theorieën en modellen
uit relevante TBK-domeinen en eventueel andere disciplines, je gaat gebruiken.
Projectbereik.
Dit bevat een inhoudelijke afbakening van het project, naar welke bedrijfsprocessen ga je
kijken, welke afdelingen zijn betrokken etc. (de scope).
Resultaten/eindproducten.
Hier geef je aan welke producten je op gaat leveren (adviesrapport, adviespresentatie,
managementproducten Prince2) en een voorlopige inhoudsopgave van je advies (Product
Breakdown Structure).
Je eindrapport bestaat globaal minimaal uit de volgende drie delen:
1. De beschrijving en analyse van de huidige situatie.
2. Het ontwerp van de gewenste situatie.
3. De manier waarop de opdrachtgever de gewenste situatie kan bereiken
(implementatieplan) met een kosten-batenanalyse (business case).
Elk deel kan uit één of meer hoofdstukken bestaan. Als het goed is kun je de deelvragen uit
de aanpak koppelen aan hoofdstukken van je adviesrapport.
Uitgangspunten, randvoorwaarden en aannames
Relaties met andere projecten

Projectorganisatiestructuur
De projectorganisatiestructuur uit het APV werk je verder uit en stel je waar nodig bij. Het
belangrijkst zijn de rollen van de opdrachtgever en de docentbegeleider. Verder beschrijf je
de projectbetrokkenen met hun rol in het project (bijvoorbeeld specialisten of managers die
specifieke kennis kunnen leveren).

De volgende drie onderdelen van het APID mag je globaal uitwerken.


Project Quality Plan
Dit onderdeel beschrijft hoe je er voor zorgt dat de kwaliteit van het onderzoek gegarandeerd
is. Bij een onderzoek-/adviesopdracht gaat het om de verantwoording en de herhaalbaarheid
van het onderzoek (hoe is het onderzoek uitgevoerd, wie zijn er geïnterviewd, wat zijn de
vragen geweest, welke bronnen zijn geraadpleegd, hoe relevant en actueel zijn deze?).
Een goede maatregel die de kwaliteit van je resultaten verhoogt, is dat je regelmatig met één
of meer andere afstudeerders overlegt en anderen je stukken laat lezen en hun feedback
vraagt (reviewen). Als je dergelijke afspraken maakt, kun je die hier vermelden.

23
Project Controls
Hierin staan o.a. de afspraken met je bedrijfsbegeleider en je docentbegeleider over het
beheersen, bewaken en rapporteren van de projectvoortgang.
Communication Plan
Hierin werk je uit hoe er met de belanghebbenden (doelgroepen) zult communiceren om
draagvlak voor het resultaat te bereiken.

De laatste drie onderdelen van je APID vormen het dynamisch gedeelte. Op basis van het
feitelijke verloop van je project en voortschrijdend inzicht, werk je deze in de uitvoeringsfase
bij.

Initiële Business Case


Dit bevat de redenen voor het starten van het project. Hier werk je de strategische relevantie
(die je bij de projectachtergrond al kort genoemd hebt) verder uit en probeer je de
bedrijfsdoelstellingen van je opdrachtgever, zo SMART mogelijk, uit te werken. Je geeft zo
concreet mogelijk aan welke kosten en baten je opdrachtgever van het project verwacht.
Aan het eind van de uitvoering van je project werk je de business case nog weer concreter uit
tot een kosten-batenanalyse van je advies.

Initieel Project Plan


Hierin beschrijf je, op basis van de aanpak die onderdeel is van de projectdefinitie, welke
(deel-)producten (onderdelen van je advies) je wanneer oplevert. De planning van de
projectactiviteiten is altijd aan deze concrete producten gekoppeld. Ook geef je aan wie
waarbij betrokken is en wanneer bepaalde activiteiten plaatsvinden.

Initieel Risk Log


Als er risico’s zijn gesignaleerd, worden die in dit onderdeel beschreven (met kans van
optreden, potentiële impact en risicobeperkende maatregelen). Afhankelijk van het soort
project krijgt dit onderdeel meer of minder gewicht. Over het algemeen zal bij het initiëren van
een afstudeeropdracht geen uitgebreide risicoanalyse plaatsvinden.

Afstudeer POP
Dit is een bijlage bij je APID waarin je stil staat bij de leerdoelen die je jezelf stelt bij het
afstuderen. Maak hierbij gebruik van de TBK-resultatenmatrix..

5.3 Beoordelingscriteria APID


Een goede APID houdt rekening met de vier sporen van de TBK-resultatenmatrix. De
initiatiefase correspondeert met de fase “Aanpak kiezen” uit de competentiematrix. De tabel
hieronder toont de aandachtsgebieden voor deze fase op de vier kolommen.
Organiseren
Produceren Kennis Interactie
mobiliseren

Inzicht Verwerven Actoren in


Oriënteren Vragen
krijgen opdracht beeld
Interactie
Aanpak Plan met
Ontwerpen Vinden strategie
kiezen draagvlak

Kwaliteit Doen met


Realiseren Uitvoeren Toepassen
uitvoering verstand

Producten Evalueren Kennis Feedback op


Reflecteren
Beoordelen overdragen Beoordelen Interactie

Proces Competenti
Resultaten: Product/ Dienst: Kennis Impact
Adviesproje es
Advies
ct

24
Hierna worden per kolom de beoordelingscriteria voor het APID beschreven.

Criteria kolom 1 Produceren

Adviesopdracht scherp
Je probleemstelling moet helder zijn en geen vage begrippen bevatten. Er zijn heldere
deelopdrachten (of deelvragen) geformuleerd die de opdracht in z’n geheel goed afdekken en
elkaar onderling zo min mogelijk overlappen. De doelstellingen van het project moeten zoveel
mogelijk SMART (Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch en Tijdgebonden) zijn.

Strategisch relevant
Als het goed is, is het afstudeeronderwerp in de aanloopfase op strategische relevantie
getoetst. Maar omdat het onderwerp in de initiatie fase verder wordt afgebakend, moet in
deze fase bewaakt worden dat de uiteindelijke opdracht voldoende strategische relevantie
behoudt (de strategische relevantie moet uit de context en probleemstelling en de business
case blijken).

Criteria kolom 2 Organiseren

Aanpak effectief en efficiënt


De in het APID beschreven aanpak moet duidelijk tot beantwoording van de probleemstelling
leiden en dit op een efficiënte manier doen. De aanpak moet zoveel mogelijk gebaseerd zijn
op theorie en stappenplannen uit actuele relevante bronnen op de TBK-domeinen.

Belanghebbenden betrokken en in beeld


Tijdens de initiatiefase moeten de juiste partijen betrokken en gekend worden. Het APID moet
hier blijk van geven door aan te geven wie er betrokken is, waarom dit gedaan is en op welke
manier. Daarnaast moet het APID ook vermelden wie er tijdens de uitvoering van het
adviesproject betrokken moeten worden en op welke manier. Hierbij moet een goede balans
gevonden worden tussen volledigheid (= alle relevante belanghebbenden betrekken),
draagvlak (= belanghebbenden voelen zich gekend) en efficiëntie (= niet meer inspraak en
afstemming dan nodig).

Criteria kolom 3 Kennis Mobiliseren

Mensen met specifieke kennis betrokken


In de initiatiefase moeten, in overleg met de opdrachtgever, medewerkers en afdelingen uit
de organisatie van de opdrachtgever betrokken worden voor kennis en inzicht. Ook moeten
eventueel voor de organisatie externe bronnen (mensen/specialisten) worden geraadpleegd.
Het APID moet vermelden op welke manier dit in dit stadium al gebeurd is, en ook aangeven
welke kennis er in de uitvoeringsfase nodig is en hoe deze kennis gemobiliseerd zal worden.

Literatuur en theorie; multidisciplinair


Zowel in de initiatiefase als in de uitvoeringsfase moet je relevante theorieën en modellen uit
verschillende TBK-domeinen inzetten. Het APID moet aangeven welke theorieën en modellen
al gebruikt zijn en welke theorieën en modellen in de uitvoeringsfase nog ingezet zullen
worden. Hierbij moet je ook beschrijven waarom, en op welke wijze je de betreffende
theorieën en modellen inzet (voor zover al bekend of gepland). Het toepassen van de kennis
gebeurt met verschillende doelen.
• Voor jouw project, maar ook voor de verdere implementatie van je advies maak je gebruik
van bestaande stappenplannen uit de literatuur om problemen op te lossen en resultaten
te produceren.
• De beschrijving en analyse van de huidige situatie en het probleem moet vanuit meerdere
perspectieven/dimensies (intern/extern), en vanuit verschillende disciplines, (bijvoorbeeld
marketing, HRM, informatiemanagement, financiën, logistiek, en management &
organisatie) plaatsvinden.
• Het ontwerp van de gewenste situatie kan voor een deel plaatsvinden met de zelfde
modellen en theorieën die je in de huidige situatie gebruikt hebt. Daarnaast zijn er ook
modellen die specifiek gericht zijn op het uitwerken van toekomstscenario’s.

25
Criteria kolom 4 Interactie

Interactie met opdrachtgever / bedrijfsbegeleider


De communicatie en afstemming met de opdrachtgever/ bedrijfsbegeleider moet door
mijlpalen en afstemmingsmomenten geborgd zijn.

Interactie met docentbegeleider


Ook de communicatie en afstemming met de docentbegeleider moet door mijlpalen en
afstemmingsmomenten geborgd zijn.

Interactie met de doelorganisatie; eindpresentatie


De samenstelling van het interviewschema, van eventueel geplande vergaderingen of
workshops en de samenstelling van de stuur- of klankbordgroep moeten ervoor zorgen dat de
doelorganisatie goed aangesloten blijft. Het is belangrijk dat je vooraf al afspraken maakt over
een eindpresentatie aan je opdrachtgever en aan een groep van betrokkenen uit de
organisatie.

5.4 Aanpak van de initiatiefase


Hierna een korte opsomming van aandachtspunten voor de initiatiefase vanuit het perspectief
van de afstudeerder:

• Eisen initiatiefase en APID bestuderen.


− Van Aken, PRINCE2, Kempen en Keizer, Internet.
• Brede oriëntatie op alle vier de kolommen van de matrix.
− Op welke verschillende manieren kijken betrokkenen tegen het probleem aan? Welke
knelpunten zijn er allemaal?
− Op welke verschillende manieren zou je dit project kunnen aanpakken?
− Vanuit welke disciplines en theorieën kan je het probleem benaderen en analyseren?
− Welke interactiestrategieën zou je kunnen verzinnen om zoveel mogelijk impact te
hebben bij de organisatie?
− Welke probleemstellingen zou je als focus kunnen gebruiken?
− Hoe kan ik een probleemstelling zo scherp mogelijk krijgen?
• Resultaten van de oriëntatie verwerken in het APID.
− Analyseren, keuzes maken, keuzes vastleggen.
• APID en afstemmen met docentbegeleider.
− APID maken en afstemmen.
− Feedback verwerken.
• APID afstemmen met opdrachtgever
− APID maken en afstemmen.
− Feedback verwerken.
• APID tekenen.
− Laatste concept APID maken en afstemmen.
− Feedback verwerken.
− Tekenen.

26
6 De uitvoeringsfase  Advies

6.1 Inleiding
Wanneer je bedrijfsbegeleider, je docentbegeleider en jijzelf het APID ter afsluiting van de
initiatiefase als “contract” hebben ondertekend, start je met de uitvoeringsfase van je
adviesproject. Het doel van de uitvoeringsfase van je project is dat je de opdrachtgever
advies geeft hoe hij zijn probleem kan oplossen. Het meest tastbare resultaat van de
uitvoeringsfase is de uitwerking van je advies in een adviesrapport (de afstudeerscriptie) voor
je opdrachtgever. Daarnaast presenteer je je advies aan je opdrachtgever en andere
stakeholders.
De uitvoering van je adviesproject bestaat grofweg uit drie onderdelen, waarbij elk onderdeel
resulteert in een deel van de kern van je adviesrapport.

Onderdeel Resultaat (deel van het adviesrapport)


1 De diagnose IST de beschrijving en analyse van de huidige
situatie
2 Het ontwerpen van de SOLL een ontwerp van de gewenste situatie en
oplossing
3 Ontwerpen van het GAP een implementatieplan om de gewenste
veranderplan situatie te realiseren.
De uitvoeringsfase sluit je af met het opleveren van je adviesrapport aan je opdrachtgever en
de eindpresentatie van je advies aan de opdrachtgevers en andere stakeholders.

Concept Afstudeer Rapport


Voordat de uitvoeringsfase wordt afgesloten met het definitieve adviesrapport, vier weken
voor de inleverdatum van het afstudeerportfolio, stuur je nog één keer een volledig
conceptrapport naar je bedrijfsbegeleider, je docentbegeleider /1e examinator en de 2e
examinator. Deze conceptversie is een belangrijk officieel feedbackmoment. Op basis van
deze conceptversie bepalen de eerste én de tweede examinator gezamenlijk of er voldoende
vertrouwen is om door te gaan voor de afstudeerzitting. De oplevering van het conceptrapport
kan je zien als een generale repetitie voor het definitieve adviesrapport. Zorg er daarom voor
dat je het conceptrapport volledig (100%), goed verzorgd en uitgeprint (tenzij je iets anders
afspreekt) oplevert aan de beide examinatoren, als zou het de definitieve versie zijn.
Zie ook Hoofdstuk 3 Afstudeerprocedures

Doel van de uitvoeringsfase


Doel van de uitvoeringsfase is dat de opdrachtgever na afloop weet hoe hij zijn probleem
moet oplossen om zijn doelen te behalen. Hij heeft een helder beeld van de huidige en de
gewenste situatie en wat hij moet doen om de oplossing te realiseren. Je APID vormt de
basis voor wat je in de uitvoeringsfase doet (de deelvragen en opdrachten), wanneer je dit
doet (de planning) en tot welke deelresultaten dit moet leiden (producten, inhoudsopgave). Je
kunt dan ook het uitvoeren wat je in je APID beschreven hebt en het opleveren van de
beschreven resultaten, als doel van de uitvoeringsfase zien.

Het is belangrijk om te beseffen dat je afstuderen een relatief groot en complex project betreft
en dat je nog weinig soortgelijke projecten uitgevoerd hebt. Daarom zal er op veel gebieden
sprake zijn van voortschrijdend inzicht. Het project blijkt hierdoor anders te verlopen dan
gepland. Het is daarom goed om je geregeld af te vragen of het oorspronkelijke plan wel goed
is en of het niet veranderd moet worden. Enerzijds moet je dat niet te snel doen als iets niet
meteen lukt of iets tegen zit. Anderzijds moet je ook niet te lang doorgaan als blijkt dat je op
de verkeerde weg zit. Hier geldt: een plan is niets, planning is alles. Structurele afwijkingen
van het APID kunnen voorkomen, maar die moet je goed afstemmen met je
bedrijfsbegeleider en je docentbegeleider.

Afronding van de uitvoeringsfase


De uitvoeringsfase rond je af met het opleveren van je adviesrapport (= afstudeerscriptie) aan
de opdrachtgever. Je presenteert je advies aan hem en aan andere stakeholders. Omdat dit
zo’n belangrijke bijeenkomst is moet je hier een verslag van maken, dat je in de volgende
fase voor je Afstudeerportfolio kan gebruiken.
Aan het eind van deze fase kan je ook aan stakeholders feedback vragen op je project, het
opgeleverde advies en de eindpresentatie. Je laat in ieder geval de opdrachtgever de
bedrijfsbeoordeling invullen. Zie ook Hoofdstuk 3 Afstudeerprocedures.
27
6.2 Resultaat van de uitvoeringsfase: het Advies
In de hiernavolgende tabel staan de deliverables die in het kader van de uitvoeringsfase
moeten worden opgeleverd.

Deliverables Adviesproject Goedkeuring /


beoordeling door:
Adviesrapport, met als kern: • Opdrachtgever/bedrijfsbegele
1. Inleiding met o.a. de onderzoeksopzet en -aanpak ider (kwalitatief, via
2. De kern van je rapport, bestaande uit: evaluatieformulier)
• De beschrijving en analyse van de huidige • Eerste examinator
situatie
• Het ontwerp van de probleemoplossing / de
gewenste situatie
• Het implementatieplan met de Business
Case
3. Conclusies en aanbevelingen
Presentatie advies • Opdrachtgever/bedrijfsbegele
• Intern, binnen de organisatie, aan opdrachtgever en ider (kwalitatief, via
stakeholders evaluatieformulier)
• Hoofdlijnen van het adviesrapport

Toelichting onderdelen van je adviesrapport


1. Inleiding
De inleiding behoort alle vaste onderdelen te bevatten. De onderzoeksopzet is een
samenvatting van het APID, maar dan achteraf en bijgesteld naar de laatste stand van zaken.
2. Kern
In de kern beantwoord je de onderzoeks- en deelvragen uit het APID.
3. Conclusies en aanbevelingen
Hier vat je voor je opdrachtgever kort de belangrijkste conclusies samen en welke eerste,
concrete stappen hij moet zetten om te starten met de implementatie van je advies.

Naast bovenstaande drie delen, de kern, bevat je rapport alle andere onderdelen die bij een
professioneel adviesrapport horen zoals een managementsamenvatting, voorwoord,
inhoudsopgave en bijlagen.

6.3 Beoordelingscriteria Advies


Een goed advies(rapport) houdt rekening met de vier sporen van de TBK-resultatenmatrix. De
uitvoeringsfase correspondeert met de fase “Realiseren”. De tabel hieronder toont de
aandachtsgebieden voor “Realiseren” op de vier sporen.

28
Organiseren
Produceren Kennis Interactie
mobiliseren

Inzicht Verwerven Actoren in


Oriënteren Vragen
krijgen opdracht beeld
Interactie
Aanpak Plan met
Ontwerpen Vinden strategie
kiezen draagvlak

Kwaliteit Doen met


Realiseren Uitvoeren Toepassen
uitvoering verstand

Producten Evalueren Kennis Feedback op


Reflecteren
Beoordelen overdragen Beoordelen Interactie

Proces Competenti
Resultaten: Product/ Dienst: Kennis Impact
Adviesproje es
Advies
ct
Hieronder worden de beoordelingscriteria voor het advies(rapport) beschreven aan de hand
van de vier kolommen van de TBK-resultatenmatrix.

Criteria kolom 1 Produceren

Bevindingen objectief, consistent en onderbouwd


De beschrijving van de huidige situatie moet zoveel mogelijk objectief en verifieerbaar zijn,
zonder kleuring van de eigen mening of interpretatie. Eigen interpretaties moeten duidelijk
herkenbaar zijn. Conclusies uit de analyse van de huidige situatie moeten consistent zijn dus
volgen uit de bevindingen, en goed onderbouwd zijn, gebruik makend van relevante theorieën
en modellen.

Oplossing adequaat
Door het ontwerp van de gewenste situatie te implementeren moet de opdrachtgever
daadwerkelijk het probleem kunnen oplossen en zijn doelen kunnen behalen.

Oplossing uitvoerbaar en realistisch


De opdrachtgever moet na het lezen het gevoel hebben dat hij/zij weet wat hem/haar
geadviseerd wordt en wat het opvolgen van het advies betekent aan inspanningen en kosten.
Daarnaast moet het advies door een goede onderbouwing de opdrachtgever overtuigen en
moet blijken dat het haalbaar is.

Criteria kolom 2 Organiseren

Efficiënt en effectief gepland, voorbereid en uitgevoerd


Niemand heeft onbeperkt de tijd om input te leveren, af te stemmen of mee te denken in een
adviestraject. Dit geldt zeker voor de organisatie van de opdrachtgever. Het adviesproject
moet daarom zodanig gepland zijn dat de betrokkenen efficiënt en effectief ingezet worden.
Hierbij zijn tijdige planning van afspraken en een goede eigen voorbereiding voor interviews
en bijeenkomsten essentieel. Tijdens de uitvoering moet de student voldoende initiatief tonen
en adequaat reageren op onvoorziene omstandigheden.

Criteria kolom 3 Kennis Mobiliseren

Multidisciplinaire aanpak
In het APID is al aangeven welke disciplines in het adviesproject worden betrokken. In
sommige gevallen zijn hierbij ook al specifieke theorieën en modellen genoemd. In de
uitvoering moeten de exacte theorieën en modellen worden vastgesteld en daadwerkelijk
gebruikt worden. Hierbij moet het multidisciplinaire aanpak bewaakt worden.

Theorieën en modellen constructief ingezet


29
De theorieën moeten allereerst goed worden bestudeerd (vooral de essentie moet duidelijk
zijn). Vervolgens moeten de theorieën en modellen zo ingezet worden dat ze de
onderzoeksvraag praktisch ondersteunen, en niet andersom.

Criteria kolom 4 Interactie

Belanghebbenden betrokken en gekend


Voor een advies dat moet landen in de organisatie, moeten degenen die belang hebben bij
het advies en degenen die kennis bezitten om het advies te formuleren betrokken worden in
het adviesproject. Hierdoor ontstaat een inhoudelijk kwalitatief goed advies dat ook draagvlak
heeft.

Opdrachtgever aangesloten
Tijdens de uitvoering moet de opdrachtgever bewust en met enige regelmaat betrokken
worden om hem/haar de mogelijkheid te geven om mee te sturen en belangrijke input te
leveren. In het APID zijn hiervoor vaste afstemmingsmomenten en mijlpalen opgenomen.
Daarnaast kan het nodig zijn om de opdrachtgever tussentijds bij te praten of om
advies/richting te vragen. Hiermee wordt verzekerd dat het uitgebrachte advies ondersteund
wordt door de opdrachtgever.

30
Verwachtingen en draagvlak gemanaged
Een adviesproject heeft altijd invloed op de organisatie waarbinnen en/of waarvoor het advies
opgesteld wordt. Als er een adviseur rondloopt, worden sommige mensen enthousiast en
andere argwanend. Het is daarom van groot belang dat de adviseur hier rekening mee houdt.
Hierbij moet de juiste balans gevonden worden tussen draagvlak, juiste verwachtingen en
veranderkracht.

6.4 Aanpak van de uitvoeringsfase


Als adviseur ben je in de uitvoeringsfase bezig met twee verschillende activiteiten:
onderzoeken (de IST) en ontwerpen (de SOLL en de GAP). Deze activiteiten voer je deels na
elkaar, deels tegelijkertijd uit. In het begin van de uitvoering zal het accent op onderzoeken
liggen, naar het einde steeds meer op ontwerpen.

Naast de combinatie onderzoeken – ontwerpen, zie je in een adviesproject nog een andere
combinatie, namelijk die van twee tegengestelde bewegingen die afwisselend en soms bijna
tegelijkertijd plaatsvinden: een divergerende en een convergerende beweging. Deze
bewegingen zie je zowel in het onderzoeken als ook in het ontwerpen.
1. In de divergerende beweging ben je met van alles tegelijk bezig en ga je op zoek naar
meer. In onderzoeken: meer (theoretische) perspectieven, meer details, meer
interessante literatuur, meer meningen. In ontwerpen: meer criteria, meer mogelijke
oplossingsrichtingen, meer alternatieven, meer voorbeelden etc..
2. In de convergerende beweging trek je conclusies en maak je keuzes. Je bevindingen uit
onderzoek verwerk je door middel van analyse tot conclusies. En uit alle mogelijke
ontwerpen maak je een keuze om tot een concreet advies te komen.

Onderzoek

Meer
perspectieven Analyses
Meer details Conclusies
Meer theorieën
Meer meningen
Ontwerp

Meer alternatieven Keuzes op basis


Meer varianten van criteria

Hoewel de divergerende beweging in het begin van de uitvoeringsfase sterker is, en de


convergerende beweging bij de afrondingsfase overheerst, is het toch aan te raden om
meteen al met het schrijven van de scriptie te beginnen en het adviesrapport en het
schrijfwerk zo veel mogelijk “uit te smeren” over de uitvoeringsfase. Dit voorkomt een bulk
taai werk aan het einde van het traject.

Hierna worden de aandachtspunten voor de uitvoeringsfase beschreven vanuit het


perspectief van de afstudeerder:

31
• Eisen uitvoeringsfase en advies(rapport) bestuderen (dit document/deze paragraaf,
PRINCE2, van Aken, Kempen en Keizer, internet).
• Adviesproject uitvoeren volgens planning en afspraken APID.
• Deelleveringen adviesrapport opleveren op de afgesproken mijlpalen. Hierbij minimaal
een paar dagen inbouwen (te besteden vóór de datum van de mijlpaal), om zelf de
deellevering te reviewen en fijn te slijpen tot een goed verzorgd en toegankelijk
deelproduct. Het is aan te bevelen om hierbij kritische familie, kennissen of
medestudenten te betrekken (“peer reviews”).
• Conceptscriptie opleveren aan bedrijfsbegeleider, docentbegeleider en tweede
examinator. Ook voor deze conceptscriptie geldt dat deze op de afgesproken mijlpaal in
bezit moet zijn van de ontvangers, en dat een eigen intern reviewtraject voor oplevering
essentieel is. De conceptscriptie moet goed verzorgd (uitgeprint, eventueel ingebonden)
worden ingeleverd bij de ontvangers. In veel gevallen is het de bedoeling dat deze wordt
opgestuurd naar de (huis)adressen van de examinatoren.
• Go/no-go ADVIES (?!) krijgen van eerste en tweede examinator. De examinatoren
stemmen dit onderling af, waarbij de eerste examinator (docentbegeleider) de
communicatie met de afstudeerder verzorgt.
• Feedback ontvangen van eerste en tweede examinator. Bij een go, leveren de twee
examinatoren feedback ter verwerking in de definitieve scriptie. De communicatie van de
feedback naar de student verloopt via de docentbegeleider.
• Feedback verwerken en waarnodig verduidelijking vragen (via docentbegeleider).
• Definitieve scriptie opleveren. Deze moet tijdig en in meervoud, volgens de aanwijzingen
in de afstudeerleidraad, bij de afstudeeradministratie ingeleverd worden.

Begeleiding en feedback
Om het schrijfwerk niet tot het eind uit te stellen, schrijf je al tijdens het onderzoek delen van
het adviesrapport. Deze delen van het adviesrapport stuur je ook voor feedback naar de
docentbegeleider, en afhankelijk van de afspraken, ook naar de bedrijfsbegeleider. Het is
belangrijk dat deze deelopleveringen zo compleet mogelijk zijn, goed leesbaar en van een zo
hoog mogelijk kwaliteitsniveau. Dit geeft de begeleider(s) de mogelijkheid om gericht
feedback te geven en zorgt ervoor dat je je na een deellevering vooral kan richten op de
volgende deellevering.

De feedback die je op basis van het conceptrapport van de examinatoren en je


bedrijfsbegeleider krijgt, moet je verwerken in je definitieve adviesrapport (afstudeerscriptie),
dat op de daarvoor gestelde mijlpaal binnen moet zijn bij de afstudeeradministratie.

32
7 Afsluitingsfase  AfstudeerPortfolio

7.1 Inleiding
Nadat je de Uitvoeringsfase van je adviesproject bij de opdrachtgever afgerond hebt volgt de
Afsluitingsfase waarin je reflecteert op wat je tijdens het project geleerd hebt. Om aan te
tonen dat je aan het competentieprofiel van de TBK-opleiding voldoet, stel je een Afstudeer-
Portfolio samen, dat je in je afstudeerzitting presenteert en verdedigt.

Doel van de afsluitingsfase


Doel van de afsluitingsfase is dat je aantoont dat je aan het TBK-competentieprofiel voldoet.
De eerste en tweede examinatoren beoordelen samen het gehele afstudeerproject en
daarmee je competentieontwikkeling.

Afronding van de afsluitingsfase: de afstudeerzitting


De afsluitingsfase rond je af met de afstudeerzitting. De afstudeerzitting vindt plaats in een
lokaal van de Hogeschool Utrecht en wordt voorgezeten door je eerste examinator. De zitting
duurt in totaal ongeveer een uur en bestaat uit de volgende drie onderdelen.
1. De presentatie van je afstudeerportfolio (20 a 25 minuten).
2. Verdediging (20 a 25 minuten)
3. Cijferbepaling (10 a 20 minuten)

In Paragraaf 3.2 De afstudeerzitting staat eerst wie bij welk onderdeel van de
afstudeerzitting aanwezig moeten en mogen zijn, wat hun rol is en worden alle drie de
onderdelen van de zitting kort toegelicht.

7.2 Resultaat van de afsluitingsfase: het Afstudeerportfolio


Je afstudeerportfolio bestaat uit de volgende documenten:
• APV, goedgekeurd door de afstudeercommissie, met hun feedback.
• APID, goedgekeurd door de docentbegeleider en bedrijfsbegeleider / opdrachtgever.
• Afstudeerscriptie.
• Reflectieverslag afstudeerproject t/m eindpresentatie bij het bedrijf.
• Bedrijfsbeoordeling en evt. feedback van ander actoren.
• Aanvullende bewijsstukken.

Toelichting Reflectieverslag
In je reflectieverslag kijk je terug op het verloop van je gehele project. Hier heb je de
gelegenheid om bepaalde keuzes die je in je project gemaakt hebt toe te lichten en aan te
geven wat je geleerd hebt. Wat ging goed, wat kon beter? Hoe zou je een vergelijkbaar
project in de toekomst aanpakken.
Om goed aan te tonen dat je als een professioneel TBK-adviseur te werk kan gaan en op je
handelen kan reflecteren kan het goed zijn om per kolom van de resultatenmatrix één kritisch
incident uit te werken (zie Paragraaf 7.4 Aanpak afsluitingsfase).

7.3 Beoordelingscriteria Afstudeerportfolio


Met de beoordeling van je afstudeerportfolio in de afstudeerzitting beoordelen de
examinatoren of je voldoet aan het competentieprofiel van de TBK-opleiding. Hierbij moet je
de kolommen en rijen van de TBK-resultatenmatrix goed afdekken. Dat wil zeggen dat er
naar alle 4 de fasen (rijen) van je afstudeerproject gekeken wordt, en naar de vier aspecten
(kolommen van de matrix). Zie paragraaf 2.5 Beoordelingscriteria voor het gehele
afstudeerproject.

7.4 Aanpak afsluitingsfase


In de afsluitingsfase stel je je afstudeerportfolio samen. De meeste onderdelen hiervan heb je
al eerder bijna of zelfs helemaal afgerond. Wat je adviesrapport betreft kan je bij het bedrijf
een concept gepresenteerd hebben dat je nu nog moet aanpassen. Het belangrijkste
document dat je nu nog moet schrijven is het reflectieverslag.

33
Reflecteren
Tijdens het afstuderen kan je helemaal op gaan in je werk. Om bewust te blijven handelen, de
juiste keuzes te maken en om daar ook echt van te leren is het belangrijk af en toe afstand te
nemen en te reflecteren. Reflectie is een proces van bewustwording. Je staat stil bij je
ervaringen, je eigen handelen en het effect van je handelen. Je vraagt je af waarom je je
project op een bepaalde manier aanpakt en je gaat op zoek naar alternatieven.
Het kan verstandig zijn af en toe bewust reflectiemomenten in te bouwen. Ook gesprekken
met je begeleiders kunnen je hierbij helpen. Zij zullen je vaak aan het denken zetten over je
eigen handelen en het effect ervan. Het kan verstandig zijn korte verslagen van deze
reflectiemomenten te maken.

Schrijven reflectieverslag
Naast deze reflectiemomenten tijdens het afstudeertraject, vragen we je aan het eind van je
afstudeerproject uitgebreid terug te kijken op je gehele afstudeerproject en een
reflectieverslag schrijven. Doel hiervan is enerzijds om ervan te leren. Als je je
afstudeerproject uit zou voeren zonder stil te staan bij wat je precies gedaan hebt, waarom je
het zo aangepakt hebt en wat het effect van jou handelen was, zal veel van je ervaringen
verloren gaan. Een ander doel van het reflectieverslag is om aan te tonen welke TBK-
competenties je ontwikkeld hebt.
Met dit verslag kan je ook aantonen aan dat je in staat bent te reflecteren (de laatste rij van
de TBK-resultatenmatrix). Dat wil zeggen dat je:
• op HBO niveau kritisch kan kijken naar je eigen handelen en dat je dit kan relateren
aan je kennis over dit thema;
• je bewust bent van dilemma’s die spelen in de situatie en dat je hier weloverwogen
keuzes in kan maken die je kan verantwoorden;
• op grond van praktijkervaring tot nieuwe inzichten kan komen en op grond hiervan in
de toekomst je handelen weer bij kan stellen.

Je afstuderen duurt te lang en je doet te veel om overal op te reflecteren. Dat zou ook niet
zinvol zijn. Om optimaal te leren is het belangrijk een bewuste keus te maken op welke
situaties uit je afstudeerproject je in je verslag terugblikt.

Kritische incidenten
Om je competenties aan te tonen, is het belangrijk om met je reflecties de TBK-
resultatenmatrix af te dekken. Dit kan je doen door naast een globale reflectie op het gehele
afstudeerproject, per kolom één ‘kritisch incident’ uit te kiezen en daarop te reflecteren. Een
‘kritisch incident’ kan hierbij relatief groot (bijvoorbeeld hoe je tot het herontwerp van de
bedrijfsprocessen bent gekomen) of klein (hoe je een bepaald belangrijk interview aangepakt
hebt) zijn. Een goede manier om op deze situaties te reflecteren is de zogenaamde START-
methode.
Situatie: Om welke situatie gaat het?
Taak: Welke ta(a)k(en) had je hierin voor jezelf gesteld?
Welke bijdrage(n) heb je geleverd?
Actie: Welke actie(s) heb je ondernomen?
Resultaat: Beschrijf wat het resultaat is en hoe dit is ontvangen door de betrokkenen.
Wat is er vervolgens met dit resultaat gebeurd?
Transfer: Geef aan wat volgens jou heel goed is verlopen.
Wat zou je een volgende keer bij een vergelijkbare situatie anders aanpakken
en waarom?
Het principe van deze methode is dat je door heel goed op één bepaalde situatie te
reflecteren, je aantoont dat je een competentie bezit die je ook in andere situaties in kan
zetten.

34
Bijlage 1 Afstudeer Project Voorstel (APV)
(inleveren per mail bij dietske.obbink@hu.nl en sharida.abdoelkarim@hu.nl )
Opleiding Technische Bedrijfskunde
Nijenoord 1, 3552 AS Utrecht

Gegevens student
Naam Mobiel nummer
Adres E-mailadres (privé)
Postcode en plaats: Studentnr
Gegevens bedrijf
Naam bedrijf WEB-site
Adres bedrijf PC en Plaats
Bedrijfsbegeleider Telnr. bedrijf
E-mail bedrijfsbegeleider

Voorkeur docentbegeleider Welke docent liever niet

Gewenste startdatum:
O datum waarop de voorlopige opdracht is goedgekeurd.
O een andere datum, te weten:

Projectdefinitie

Outline Business Case

Organisatiestructuur

Globale aanpak

Globale planning

Relatie met relevante TBK-domeinen

Positionering als adviseur

Persoonlijke verantwoording

Zie hoofdstuk 4 voor een toelichting op bovengenoemde punten

35
Bijlage 2 AfstudeerProject Initiatie Document (APID)
(Hardcopy in 5-voud ondertekenen, 2 exemplaren inleveren bij de afstudeeradministratie. De
student zorgt dat de docentbegeleider, de bedrijfsbegeleider en hijzelf in bezit komen van een
exemplaar. De afstudeeradministratie stuurt een exemplaar naar de 2e examinator en zorgt
voor archivering van het andere.)

Opleiding Technische Bedrijfskunde


Nijenoord 1, 3552 AS Utrecht
EINDEXAMEN
afstudeeropdracht

Gegevens student
Naam Mobiel nummer
Adres E-mailadres (privé)
Postcode en plaats: Studentnr

Projectachtergrond

Projectdefinitie met o.a. de probleemstelling

Projectorganisatiestructuur

Project Quality Plan

Project Controls

Communication Plan:

Initiële Business Case

Initieel Project Plan

Initieel Risk Log

Zie hoofdstuk 5 voor een toelichting op bovengenoemde punten

Deze opdracht wordt uitgevoerd bij: Handtekeningen:

Naam bedrijf Student


Naam Bedrijfsbegeleider
Adres bedrijf
Postcode en plaats: Docentbegeleider
Telefoonnummer
Datum
Bedrijfsbegeleider

36
Bijlage 3 Beoordeling door de bedrijfsbegeleiders

Opleiding Technische Bedrijfskunde


Nijenoord 1, 3552 AS Utrecht
EINDEXAMEN
afstudeeropdracht

Naam student
Opdracht uitgevoerd bij
Onder leiding van

A. Inhoud advies
Wat vindt u van de kwaliteit en de bruikbaarheid van het advies?

B. Organisatie
Wat vindt u van de aanpak en uitvoering van het adviesproject door de student?

C. Gebruik relevante TBK-kennis


Wat is voor u en de organisatie de meerwaarde van theoretische kennis die de student
gebruikt heeft?

D. Interactie
Wat vindt u van de manier waarop de student u en andere medewerkers bij het project
betrokken heeft?

Handtekening bedrijfsbegeleider(s):

37
Bijlage 4 Procesverbaal afstudeerzitting TBK
Naam student : Datum afstudeerzitting :
Studentnummer : Eerste examinator :
Opleidingsvariant : Voltijd / Deeltijd Tweede examinator :

Aspecten Beoordeling Feedback


Kolommen van de TBK- ++ / + / ± / - / --
resultatenmatrix
Produceren
Inhoudelijke kwaliteit van het advies
• Projectdefinitie (o.a.
probleemstelling en
afbakening)
• Beschrijving en
analyse huidige situatie
• Ontwerp probleem-
oplossing / gewenste situatie
• Implementatieplan +
(financiële) onderbouwing

Organiseren
Projectplanning en uitvoering van
het afstudeertraject
• Voorbereiding en
planning afstudeerproject
• Initiatief en aanpak
project bij bedrijf

• Nakomen afspraken
met docentbegeleider

Kennis mobiliseren
Juiste gebruik van TBK-kennis op
verschillende domeinen
• Multidisciplinaire
aanpak, voldoende breed en
diep
• Onderbouwde keuze
theorieën / modellen in relatie
probleem
• Toepassing theorie
t.b.v. analyse en oplossing

Interactie
Communicatie van de student leidt
tot impact

• Communicatie met
opdrachtgever en actoren
• Vorm en taalgebruik
afstudeerrapport
• Afstudeerpresentatie
en verdediging
Eindoordeel
(Cijfer 1 – 10)

Handtekeningen

………………. ………………. ……………….


Eerste examinator Tweede examinator Lid College van
Toezicht

………………. ……………….

38
Student (voor gezien) Secretaris
Examencommissie
Bijlage V

39
Bijlage 5 Rapportage College van Toezicht
Opleiding Technische Bedrijfskunde
t.a.v. de afstudeercoördinator
Nijenoord 1
3552 AS Utrecht

Examen opleiding Technische Bedrijfskunde

1. Student:..........................................................

2. Afstudeeropdracht(en):
a. niveau

b. geconstateerde onregelmatigheden

c. opmerkingen

2. Opmerkingen en/of aanwijzingen i.v.m. het afstuderen, samenvattend oordeel:

Naam (lid CVT) :

Ondertekening :

Datum :

40