Anda di halaman 1dari 13

10

1

I
n
f
o
r
m
a
t
i
e

o
v
e
r

p
e
r
s
o
n
e
n1 Informatie over personen
1.1 Persoonlijke gegevens 3 Basiswoordenschat
el adulto, la adulta de volwassene
la altura de lengte
el apellido de achternaam
el beb de baby
el chico, la chica de jongen, het meisje
la direccin het adres
la edad de leeftijd
el extranjero, la extranjera de buitenlander, de buitenlandse
la fecha de nacimiento de geboortedatum
femenino, femenina vrouwelijk
el hombre de man
la identidad
Si vas de viaje, tienes que demostrar tu
identidad con algn documento oficial.
de identiteit
Als je op reis gaat, moet je je identiteit kunnen
aantonen met een officieel document.
joven jong
el, la joven
Los jvenes gastan mucho dinero en ropa.
de jongere
Jongeren geven veel geld uit aan kleding.
masculino, masculina mannelijk
medir
Mi hermano mide dos metros.
meten, lang zijn
Mijn broer is twee meter lang.
el muchacho, la muchacha de jongen, het meisje
la mujer de vrouw
el nio, la nia
Haba un nio llorando en la puerta del
colegio.
het kind; de jongen, het meisje
Er stond een jongetje te huilen bij de poort
van de school.
el nombre de naam
el origen
La nueva jefa es de origen africano.
de afkomst, de oorsprong
De nieuwe cheffin is van Afrikaanse afkomst.
la persona
Para m, mi hijo es la persona ms
importante del mundo.
de persoon
Voor mij is mijn zoon de belangrijkste persoon
van de wereld.
el peso het gewicht
provenir
Mi familia proviene de un pueblo pequeo.
komen uit
Mijn familie komt uit een klein dorp.
el seor de meneer, de heer
la seora de mevrouw, de dame
11
1

I
n
f
o
r
m
a
t
i
e

o
v
e
r

p
e
r
s
o
n
e
n
el sexo
El sexo, la edad o el origen no deberan
influir a la hora de buscar trabajo.
het geslacht; de seks
Bij het zoeken van een baan zouden geslacht,
leeftijd of afkomst geen invloed mogen hebben.
viejo, vieja oud
1.1 Persoonlijke gegevens 3 Vervolgwoordenschat
la adolescencia de puberteit
el, la adolescente de puber, de tiener
annimo, annima
casado, casada
el, la civil
anoniem
getrouwd
de burger
el, la compatriota de landgenoot, de landgenote
el domicilio
Si cambias de domicilio, tienes que comuni-
crselo a la oficina pblica correspondiente.
het huisadres
Als je verhuist, moet je dat doorgeven bij het
juiste overheidskantoor.
la doa
A mi abuela, siempre la llaman doa Ana.
mevrouw (gevolgd door voornaam)
Ze noemen mijn oma altijd doa Ana.
humano, humana menselijk
el humano de mens
la identificacin
Si viajas a un pas extranjero te van a pedir
un documento de identificacin.
legitimatie, identificatie
Als je naar een ander land reist wordt er naar je
legitimatiebewijs gevraagd.
el individuo het individu, de persoon
la infancia
Las experiencias de la infancia marcan la vida
adulta.
de kindertijd
Ervaringen uit de kindertijd hebben invloed
op het latere leven.
infantil
Los programas infantiles deberan tener un
contenido educativo.
kinderlijk; kinder-
Kinderprogramma's zouden leerzaam moeten
zijn.
juvenil jeugdig, jeugd-
la juventud de jeugd
personalmente (ADV)
Quiero hacerlo personalmente.
persoonlijk, zelf
Ik wil dit persoonlijk doen.
pesar
He engordado mucho, ahora peso ochenta
kilos.
wegen
Ik ben veel aangekomen; ik weeg nu tachtig
kilo.
soltero, soltera vrijgezel, alleenstaand
el varn
Esta vez espero tener un hijo varn.
man; jongen
Ik hoop deze keer een jongetje te krijgen.
12
1

I
n
f
o
r
m
a
t
i
e

o
v
e
r

p
e
r
s
o
n
e
n
1.2 Nationaliteiten 3 Basiswoordenschat
alemn, alemana Duits
Alemania Duitsland
Austria Oostenrijk
austraco, austraca Oostenrijks
americano, americana Amerikaans
rabe Arabisch
la Argentina Argentini
argentino, argentina Argentijns
belga Belgisch
Blgica Belgi
castellano, castellana
La lengua castellana se habla mucho en el
mundo.
Castiliaans, Spaans
Het Spaans wordt veel gesproken in de wereld.
el Chile Chili
chileno, chilena Chileens
la Cuba Cuba
cubano, cubana Cubaans
Espaa
espaol, espaola
los Estados Unidos
Europa
europeo, europea
extranjero, extranjera
flamenco, flamenca
Spanje
Spaans
de Verenigde Staten
Europa
Europees
buitenlands
Vlaams
francs, francesa Frans
Francia
Grecia
griego, griega
Frankrijk
Griekenland
Grieks
Holanda Holland
holands, holandesa Hollands
Inglaterra Engeland
ingls, inglesa Engels
Italia Itali
italiano, italiana Italiaans
latino, latina Latijns-Amerikaans; Latijns
Latinoamerica Latijns-Amerika
latinoamericano, latinoamericana
mexicano, mexicana
Latijns-Amerikaans
Mexicaans
Mxico Mexico
Norteamerica Noord-Amerika, de Verenigde staten
13
1

I
n
f
o
r
m
a
t
i
e

o
v
e
r

p
e
r
s
o
n
e
n
norteamericano, norteamericana
En los pases norteamericanos se habla
principalmente ingls.
(Noord-)Amerikaans
In de landen van Noord-Amerika spreekt men
voornamelijk Engels.
occidental westelijk, westers
oriental
Las religiones orientales estn cada vez ms
de moda en los pases occidentales.
oostelijk, oosters
De oosterse religies raken steeds meer in de
belangstelling in de westerse landen.
los Pases Bajos Nederland
neerlands, neerlandesa Nederlands
Polonia Polen
polaco, polaca Pools
Portugal
portugus, portuguesa
Portugal
Portugees
Rusia
ruso, rusa
Rusland
Russisch
Sudamrica Zuid-Amerika
Suiza Zwitserland
suizo, suiza Zwitsers
vasco, vasca Baskisch
1.2 Nationaliteiten 3 Vervolgwoordenschat
frica Afrika
africano, africana Afrikaans
Gran Bretaa Groot-Brittanni
britnico, britnica Brits
China
chino, china
China
Chinees
indgena
La mayora de los idiomas indgenas corren
peligro de desaparecer.
inheems, inlands
De meeste inheemse talen dreigen te
verdwijnen.
indio, india indiaans; Indiaas
japons, japonesa Japans
marroqu Marokkaans
Marruecos Marokko
tunecino, tunecina Tunesisch
Tnez Tunesi
Turqua Turkije
turco, turca Turks
14
1

I
n
f
o
r
m
a
t
i
e

o
v
e
r

p
e
r
s
o
n
e
n
1.3 Familie 3 Basiswoordenschat
el abuelo, la abuela de opa, de oma
Los padres de mi madre son mis abuelos. De ouders van mijn moeder zijn mijn opa en
oma.
la boda de bruiloft
la familia het gezin; de familie
familiar
El entorno familiar es importante.
gezins-, familie-
De huiselijke omgeving is belangrijk.
el, la familiar het familielid
la generacin de generatie
el hermano, la hermana de broer, de zus
el hijo, la hija
Los hijos son el orgullo de los padres.
de zoon, de dochter
Kinderen zijn de trots van hun ouders.
la madre de moeder
la mam de mama
el marido de man, de echtgenoot
el matrimonio het huwelijk
la mujer de vrouw, de echtgenote
el nieto, la nieta
Mi abuelo siempre esconde dulces para sus
nietos.
de kleinzoon, de kleindochter
Mijn opa verstopt altijd snoepjes voor zijn
kleinkinderen.
el padre de vader
el pap de papa
el, la pariente
Cuntos parientes tienes en Salamanca?
het familielid
Hoeveel familieleden heb je in Salamanca?
el primo, la prima
El hijo de mi ta es mi primo.
de neef, de nicht (kind van oom of tante)
De zoon van mijn tante is mijn neef.
el sobrino, la sobrina
Tengo dos sobrinas, hijas de mi hermano y
un sobrino, hijo de mi hermana.
de neef, de nicht (kind van broer of zus)
Ik heb twee nichtjes, de dochters van mijn
broer, en een neefje, de zoon van mijn zus.
el to, la ta de oom, de tante
1.3 Familie 3 Vervolgwoordenschat
adoptar
Mis tos han adoptado un nio.
el antepasado, la antepasada
adopteren
Mijn oom en tante hebben een kind geadopteerd.
de voorouder
cuidar
Mi ta me ha pedido que cuide de mi prima
esta noche.
zorgen voor; oppassen
Mijn tante heeft me gevraagd of ik vanavond
op mijn nichtje wil passen.
el, la descendiente
Mi abuelo ha escrito la historia de su vida
para sus descendientes.
de nakomeling
Mijn opa heeft zijn levensverhaal opgeschreven
voor zijn nageslacht.
15
1

I
n
f
o
r
m
a
t
i
e

o
v
e
r

p
e
r
s
o
n
e
n
el esposo, la esposa de echtgenoot, de echtgenote
heredar erven
el heredero, la heredera de erfgenaam, de erfgename
la herencia de erfenis
materno, materna
Mi familia por parte materna vive en otra
ciudad.
moeder-, van de moeder
De familie van mijn moeders kant woont in een
andere stad.
el parentesco de verwantschap, de familieband
el viudo, la viuda de weduwnaar, de weduwe
1.4 Uiterlijk 3 Basiswoordenschat
alto, alta
Mi hermano es muy alto.
lang (van personen); hoog
Mijn broer is erg lang.
anciano, anciana oud, bejaard
la apariencia
A m no me importa la apariencia externa.
het uiterlijk; de schijn
Het gaat mij niet om het uiterlijk.
el aspecto
Con esos pantalones, tienes un aspecto
estupendo.
de aanblik
In die broek zie je er geweldig uit.
atractivo, atractiva aantrekkelijk
bajo, baja
Su novia es bastante baja.
klein (van personen); laag
Zijn vriendinnetje is tamelijk klein.
caracterstico, caracterstica karakteristiek, typisch
la dama de dame
delgado, delgada slank
feo, fea lelijk
la figura
El vestido que lleva, oculta su figura.
het figuur
De jurk die ze draagt, verbergt haar figuur.
gordo, gorda dik
grande groot
guapo, guapa knap, mooi
ideal ideaal
la imagen
La imagen de Juan ha mejorado desde que
se cort el pelo.
het imago; het beeld
Juan ziet er leuker uit sinds hij zijn haar heeft
geknipt.
liso, lisa
Mara tiene el pelo liso.
glad; steil
Mara heeft steil haar.
moreno, morena
Mi hermano era rubio de pequeo, pero
ahora es muy moreno.
bruin, donker
Als kind was mijn broer blond, maar nu is hij
erg donker.
plido, plida bleek
16
1

I
n
f
o
r
m
a
t
i
e

o
v
e
r

p
e
r
s
o
n
e
n
pequeo, pequea klein
rubio, rubia blond
1.4 Uiterlijk 3 Vervolgwoordenschat
la belleza de schoonheid
bello, bella mooi
el caballero
Juan es un autntico caballero, siempre
es amable y educado.
de heer
Juan is een echte heer, hij is altijd vriendelijk en
beleefd.
distinguido, distinguida
Es una persona muy distinguida, siempre
lleva ropa muy elegante.
deftig, verfijnd
Ze is erg deftig, ze draagt altijd zeer elegante
kleding.
el encanto
Ana es una persona llena de encanto.
de charme
Ana is erg charmant.
flaco, flaca mager
los rasgos
Juan tiene los rasgos de su padre.
de gelaatstrekken
Juan heeft de gelaatstrekken van zijn vader.
el vigor
Tienes que recuperar el vigor despus de tu
enfermedad.
de kracht
Je moet aansterken na je ziekte.
1.5 Karakter en gedrag 3 Basiswoordenschat
activo, activa actief
agresivo, agresiva agressief
alegre vrolijk, opgewekt
amable aardig, vriendelijk
ambicioso, ambiciosa ambitieus
aplicado, aplicada ijverig
capaz
No soy capaz de expresarme bien.
bekwaam, geschikt
Ik kan me niet goed uitdrukken.
el carcter het karakter
el comportamiento het gedrag
comportarse
Os podis quedar a la fiesta, pero tenis que
comportaros bien.
zich gedragen
Jullie mogen op het feest blijven, maar jullie
moeten je goed gedragen.
cruel wreed
curioso, curiosa nieuwsgierig
decidido, decidida
Es una persona muy decidida; profesional-
mente consigue lo que quiere.
vastberaden, vastbesloten
Hij is heel vastberaden; professioneel gezien
bereikt hij altijd wat hij wil.
17
1

I
n
f
o
r
m
a
t
i
e

o
v
e
r

p
e
r
s
o
n
e
n
despierto, despierta bijdehand; wakker
divertido, divertida leuk, vermakelijk
emocional emotioneel
encantador, encantadora
Mireia es una chica encantadora.
charmant, innemend
Mireia is een enig meisje.
especial speciaal
famoso, famosa beroemd
formal
Mi jefe es muy formal.
formeel, afstandelijk
Mijn chef is erg formeel.
franco, franca
Juan es un hombre sincero y franco.
open, eerlijk
Juan is een eerlijke en open man.
fuerte sterk, krachtig
generoso, generosa vrijgevig, gul
gracioso, graciosa
Es la chica ms graciosa que conozco.
grappig, leuk
Ze is het grappigste meisje dat ik ken.
hbil
Juan es muy hbil; sabe hacer cosas
maravillosas.
handig
Juan is heel handig; hij kan prachtige dingen
maken.
honesto, honesta
Mi padre es un hombre de negocios honesto.
fatsoenlijk, eerlijk
Mijn vader is een eerlijke zakenman.
humilde
Juan no presume de su trabajo, es humilde.
bescheiden, gewoon
Juan schept niet op over zijn werk, hij is
bescheiden.
incapaz
Es incapaz de desempear el cargo.
niet bekwaam, niet geschikt.
Hij is niet geschikt om deze functie te vervullen.
independiente onafhankelijk
inteligente intelligent
listo, lista slim
loco, loca gek
modesto, modesta bescheiden
nervioso, nerviosa nerveus, zenuwachtig
ordenado, ordenada
Ana es muy ordenada.
ordelijk, netjes
Ana is erg netjes.
orgulloso, orgullosa trots
paciente geduldig
la personalidad de persoonlijkheid
pesado, pesada vervelend, vermoeiend
portarse
Si te portas bien, te compro chocolate.
zich gedragen
Als je je gedraagt, koop ik chocola voor je.
razonable
Parece un chico razonable.
verstandig, redelijk
Hij lijkt een verstandige jongen.
sabio, sabia wijs
18
1

I
n
f
o
r
m
a
t
i
e

o
v
e
r

p
e
r
s
o
n
e
n
serio, seria ernstig, serieus
severo, severa
Es un profesor muy severo.
streng
Hij is een erg strenge leraar.
simptico, simptica aardig, vriendelijk
sincero, sincera eerlijk, oprecht
el talento het talent
tmido, tmida verlegen
tonto, tonta dom
tranquilo, tranquila rustig, kalm
vago, vaga lui
violento, violenta gewelddadig
1.5 Karakter en gedrag 3 Vervolgwoordenschat
la actitud
No entiendo su actitud; antes no pensaba as.
de houding; de instelling
Ik begrijp zijn houding niet, vroeger dacht hij
niet zo.
el afn
Con mucho afn, podras llegar a correr diez
kilmetros.
de inzet, het doorzettingsvermogen
Met veel doorzettingsvermogen zou het je
kunnen lukken om tien kilometer te rennen.
alentar
Intenta alentarle a hacer cosas.
aanmoedigen
Probeer hem aan te moedigen om dingen te
doen.
animado, animada opgewekt
ansioso, ansiosa
No seas ansioso!
vol verlangen, reikhalzend
Wees niet zo hebberig!
aspirar
Toda su vida ha aspirado a convertirse en
mdico, y por fin lo ha conseguido.
streven naar
Zijn gehele leven heeft hij arts willen worden,
en eindelijk is het hem gelukt.
atento, atenta oplettend
atreverse
Mi abuela no se atreve a ir sola en el coche.
durven
Mijn oma durft niet alleen auto te rijden.
la bondad
Es un mdico que trata a sus pacientes con
gran paciencia y bondad.
goedheid, vriendelijkheid
Hij is een arts die zijn patinten met veel
geduld en vriendelijkheid behandelt.
bruto, bruta
Hay un nio muy bruto en el colegio que
siempre pega a los dems.
grof, brutaal
Er zit een heel brutaal kind op school, dat de
anderen altijd slaat.
callado, callada zwijgzaam
civilizado, civilizada beschaafd
el complejo
Ana tiene complejo de gordo; siempre est
intentando perder peso.
het complex
Ana heeft een gewichtscomplex; ze probeert
altijd af te vallen.
19
1

I
n
f
o
r
m
a
t
i
e

o
v
e
r

p
e
r
s
o
n
e
n

la conducta
Su conducta con sus padres es muy mala;
siempre estn discutiendo.
het gedrag; de verstandhouding
De verstandhouding met zijn ouders is erg
slecht; ze hebben altijd ruzie.
culto, culta
Es un hombre muy culto; puede hablar de
cualquier tema.
ontwikkeld; geleerd
Hij is een goed ontwikkelde man; hij kan over
elk onderwerp meepraten.
destacado, destacada
Es una estudiante destacada, le han dado
una beca.
opvallend; uitmuntend
Ze is een uitmuntende studente, ze heeft een
beurs gekregen.
determinado, determinada vastberaden
la dignidad de waardigheid; de eigenwaarde
discreto, discreta discreet, tactvol
disimular
S que te has comido las galletas;
no disimules.
doen alsof men van niets weet
Ik weet dat je de koekjes hebt opgegeten; doe
maar niet alsof je van niets weet.
el don
Ese nio tiene un don para la msica.
de gave, het talent
Dat kind heeft talent voor muziek.
dominante dominant, overheersend
dotado, dotada
Ese chico est muy dotado para la msica.
begaafd, talentvol
Die jongen heeft veel talent voor muziek.
egosta egostisch
enrgico, enrgica energiek, fit
entendido, entendida
Necesitamos una persona entendida en
contabilidad para preparar el presupuesto.
deskundig, verstand hebbend van
We hebben iemand nodig die verstand heeft
van boekhouden om de begroting op te stellen.
estpido, estpida stom, dom
exagerado, exagerada
Jordi es muy exagerado; cuando dice diez,
en realidad son dos.
overdreven
Jordi overdrijft; als hij tien zegt, zijn het er in
werkelijkheid maar twee.
la facilidad
Juan tiene facilidad para los idiomas.
de aanleg, het talent
Juan heeft aanleg voor talen.
el genio
Ana tiene mal genio.
aard; temperament
Ana is slechtgehumeurd.
la habilidad
Tengo mucha habilidad para arreglar la ropa
vieja.
de handigheid, de capaciteit
Ik ben erg handig in het verstellen van oude
kleding.
ilustre beroemd
ingenuo, ingenua naef, goedgelovig
inquieto, inquieta
S que ests nervioso e inquieto, pero no
tienes nada que temer.
ongerust, bezorgd
Ik weet dat je nerveus en bezorgd bent, maar je
hoeft nergens bang voor te zijn.
20
1

I
n
f
o
r
m
a
t
i
e

o
v
e
r

p
e
r
s
o
n
e
n
insoportable
Mara es insoportable, no quiero compartir
piso con ella.
on(ver)draaglijk, onuitstaanbaar
Mara is onuitstaanbaar, ik kan geen kamer met
haar delen.
leal trouw
maduro, madura
Julia es muy madura para su edad.
volwassen; rijp
Julia is erg volwassen voor haar leeftijd.
la mentalidad de mentaliteit
merecer
Merece tener suerte.
verdienen
Hij verdient het om geluk te krijgen.
natural natuurlijk, ongedwongen
objetivo, objetiva objectief, eerlijk
optimista
Jaime es muy optimista.
optimistisch
Jaime is erg optimistisch.
pacfico, pacfica vredelievend
el perfil
ste es el perfil del empleado ideal: con
estudios y hable tres idiomas.
het profiel
Dit is het profiel van de ideale werknemer:
heeft gestudeerd en spreekt drie talen.
presumir
Esa mujer siempre presume de su trabajo.
opscheppen
Die vrouw schept altijd op over haar werk.
prudente voorzichtig
rebelde rebels, opstandig
la responsabilidad de verantwoordelijkheid
respetuoso, respetuosa respectvol
resuelto, resuelta vastbesloten
sensible gevoelig, tactvol
sereno, serena kalm, rustig
singular bijzonder, uniek.
temeroso, temerosa
Mi hermana es una persona muy temerosa.
angstig, bang
Mijn zus is erg angstig.
la tentacin de verleiding
torpe
Ese es el empleado torpe de quien me quej.
sloom; traag van begrip
Dat is die slome collega over wie ik klaagde.
valiente moedig, dapper
vano, vana ijdel
la virtud
Su gran virtud es su disciplina.
de deugd
Zijn grootste deugd is zijn discipline.
vital levenslustig, vitaal
la voluntad
No tiene nada de fuerza de voluntad.
de wil
Hij heeft totaal geen wilskracht.
vulgar
No uses un lenguaje tan vulgar y no digas
esas palabras tan feas.
plat, ordinair
Praat niet zo plat en zeg niet zulke lelijke
woorden.
21
1

I
n
f
o
r
m
a
t
i
e

o
v
e
r

p
e
r
s
o
n
e
n 1.6 Geloof en moraal 3 Basiswoordenschat
catlico, catlica katholiek
el Corn de Koran
el creador, la creadora
Muchos cristianos creen que Dios es el
creador del universo.
de schepper
Veel christenen geloven dat God de schepper
van het universum is.
la creencia
Es una persona muy religiosa: nunc
renunciar a sus creencias.
het geloof, de overtuiging
Hij is een zeer religieus persoon: hij zal nooit
afstand doen van zijn geloof.
cristiano, cristiana christelijk
el cura de pastoor, de priester
el dios, la diosa de god, de godin
divino, divina goddelijk
el espritu de geest
espiritual spiritueel, geestelijk
la fe
Mucha gente tiene fe en Dios.
het geloof; het vertrouwen
Veel mensen geloven in God.
la iglesia de kerk
el imn de imam
islmico, islmica
judo, juda
islamitisch, moslim-
joods
el mal het kwaad; het kwade
la moral
Le falta moral.
de moraal, de normen en waarden
Het ontbreekt hem aan normen en waarden.
musulman, musulmana
el perdn
islamitisch, moslim-
de vergiffenis, de vergeving
perdonar vergeven
el rabino
la religin
de rabbijn
de religie, het geloof
religioso, religiosa religieus
el sacerdote de priester
el santo, la santa de heilige
el templo de tempel
1.6 Geloof en moraal 3 Vervolgwoordenschat
adorar
Los egipcios adoraban al sol.
aanbidden, vereren
De Egyptenaren vereerden de zon.
el alma de ziel
el ngel de engel
arrepentirse
Slo al final de sus das se arrepinti de sus
crmenes.
spijt hebben, berouw hebben
Pas op het eind van zijn dagen kreeg hij
berouw van zijn misdaden.
22
1

I
n
f
o
r
m
a
t
i
e

o
v
e
r

p
e
r
s
o
n
e
n
bautizar dopen
la capilla de kapel
la caridad
Se dedica a hacer obras de caridad, como
llevar comida a las familias pobres.
de liefdadigheid
Ze wijdt zich aan liefdadigheidswerk, zoals
eten brengen bij arme gezinnen.
la comunin
La primera comunin es un rito de la religin
catlica.
de communie
De eerste communie is een ritueel van het
katholieke geloof.
la confesin de biecht
el culto
El culto al sol era muy comn.
de verering, de eredienst
De verering van de zon was heel gebruikelijk.
el demonio de duivel
la devocin de vroomheid, de toewijding
el diablo de duivel
el fantasma
Mi abuela cree en fantasmas.
de geest, het spook
Mijn oma gelooft in geesten.
el infierno de hel
el milagro het wonder
la misa de mis
el mito de mythe
el monje, la monja de monnik, de non
el obispo de bisschop
la oracin het gebed
el papa de paus
el paraso het paradijs
el pecado
Matar es pecado y robar, tambin.
de zonde
Doden is een zonde, en stelen ook.
pecar zondigen
predicar prediken
rezar bidden
el rito het ritueel
rogar bidden; smeken
sacrificar offeren
el sacrificio
Las culturas antiguas ofrecan sacrificios a sus
dioses.
het offer
De culturen uit de Oudheid brachten offers
aan hun goden.
sagrado, sagrada heilig
la salvacin de verlossing
la virgen de maagd