Anda di halaman 1dari 4

Autogeen snijden

Praktijk
en
theorie

Hoe werkt autogeen snijden.


Wat is belangrijk bij autogeen snijden.
De kwaliteit
Welke factoren bepalen de kosten

Informatie over metaalbewerking. Hoofdstuk: Plasma snijden 1


Kijk voor meer informatie op http://www.tosec.nl/nl/metaalbewerking/autogeensnijden
Autogeen snijden:

Het proces

Autogeen snijden, ook wel brandsnijden genoemd, behoort tot de fysisch scheidende
technieken. Autogeen snijden is een thermische bewerkingstechniek.
Door de gasvlam wordt het staal voorverwarmd tot dicht onder de
ontstekingstemperatuur, waarna er oxidatie plaatsvindt in een afzonderlijke stroom van
zuurstof.
Deze afzonderlijke stroom wordt aangevoerd door het hart van de autogeen snijbrander.
De verbranding levert dusdanig veel warmte dat verder verwarmen niet meer nodig is.
De vlam blijft echter wel nodig om het vloeibare slak weg te blazen en om het proces bij
eventuele onderbrekingen opnieuw te starten. De voorverwarmtemperatuur neemt toe
bij een toenemend koolstofgehalte van het staal. Het feitelijke autogeen snijden vindt
voor het grootste gedeelte plaats door verbranding en voor het overige deel uit smelt
(slak).
Van belang is, gelijk aan het lasersnijproces, dat de slak vloeibaar moet zijn tijdens het
proces. Dan wordt deze makkelijk weggeblazen. Wanneer de smelttemperatuur van de
ontstane slak hoger is dan van het materiaal, zoals bij RVS en aluminium, dan kan het
materiaal niet gesneden worden. Het moedermateriaal gaat eerder smelten dan de slak.
Autogeen snijden is dat geval niet mogelijk.

Zoals te verwachten heeft ook het verbrandingsgas invloed op het proces. Met bepaalde
gassen kan sneller voorverwarmd worden, of meer meters per minuut gesneden worden.
Ook de samenstelling van het te snijden materiaal is belangrijk. Verschillende
legeringelementen vergemakkelijken of bemoeilijken het proces. Autogeen branders
worden met een brug over het snijbed geplaatst. Hierdoor is het mogelijk, vergelijkbaar
met lasersnijden met vast bed, om aan de ene kant te snijden, en aan de andere kant te
beladen. Vaak zitten er meerdere snijders op het bed om zodoende de capaciteit van de
machine te vergroten. Hierdoor daalt de bewerkingsprijs per product. Het is wel van
belang dat alle producten dezelfde vorm hebben.

Informatie over metaalbewerking. Hoofdstuk: Plasma snijden 2


Kijk voor meer informatie op http://www.tosec.nl/nl/metaalbewerking/autogeensnijden
Geometrie
Ook bij het autogeen snijden kan er een vrije geometrie gekozen worden. Er zijn maar
weinig beperkingen. Deze beperkingen zullen verder in dit hoofdstuk genoemd worden.

Gatdiameter
Als vuistregel moet worden aangenomen dat er géén gaten kleiner dan de plaatdikte,
met autogeen snijden, niet gesneden kunnen worden. Deze zullen dus geboord moeten
worden.
Met autogeen snijden kunnen dus geen gaten voorgesneden worden voor bijvoorbeeld
tappen of boren, wel voor frezen.

Kwaliteit snijrand
In vergelijking tot lasersnijden heeft de rand nog steeds een vrij gladde snijrand. Er zijn
echter wel enkele nadelen die van belang kunnen zijn. Dit zijn de warmtebeïnvloede
zone, oxidatie, ruwheid van de snede, haaksheid van de snijrand, snijvoeg en geometrie.

De warmtebeïnvloede zone
Autogeen snijden is een thermisch proces. Dit betekent dus dat er een warmtebeïnvloede
zone ontstaat die in sommige gevallen voor problemen kan gaan zorgen. Deze zone is bij
autogeen snijden aanzienlijk qua omvang. Bij verdere nabewerking, vooral bij lassen, is
dit heel belangrijk. Dit effect moet niet onderkend worden.

Oxidatie
Oxidatie ontstaat altijd bij autogeen snijden. Deze oxidatie zorgt bij het lassen en coaten
voor problemen. Doormiddel van verschillende technieken kan de oxidehuid, die er vrij
los op zit, verwijderd worden. Oxidatie kan helaas niet voorkomen worden.

Kosten beïnvloedende factoren


Plaatdikte
Aangezien de snijsnelheid een functie is van de plaatdikte, zal een dik onderdeel langer
duren dan een dun onderdeel en dus duurder zijn.

Insteken
Het insteken is een proces dat veel tijd in beslag neemt. Eerst moet de plaat
voorverwarmd worden (1), dan met hoge druk door de plaat gespoten (2), en dan pas
wordt er gesneden (3). Het insteken is weer een functie ten opzichte van de plaatdikte,
en dikkere plaat neemt dus meer tijd in beslag.
Wat vooral bij gaten van belang is, is de slak die opborrelt bij het insteken. Zodra de
druk verhoogd wordt, komt er een hoeveelheid slak naar boven en deze kan problemen
opleveren met de hoogteregelaar van de toorts. Is hier te weinig ruimte, dan zal het
snijbeeld verstoord raken, of zelfs helemaal niet snijden (de autogeen brander gaat
eroverheen zonder te snijden).

Informatie over metaalbewerking. Hoofdstuk: Plasma snijden 3


Kijk voor meer informatie op http://www.tosec.nl/nl/metaalbewerking/autogeensnijden
Door zo te nesten dat platen aaneengesloten gesneden kunnen worden, kan het aantal
instekingen beperkt worden. Dit kan een grote tijdwinst opleveren. Niet ieder product
leent zich hier echter voor.
Het insteken kan ook op de contour gedaan worden. Dit om twee in elkaar passende
producten te krijgen die geen van beiden te erg beschadigd zijn tijdens het insteken.
Er zijn mogelijkheden om het aantal instekingen te beperken. Voor gaten dichtbij de rand
kan gekozen worden om er een sleufgat van te maken die aansluit op de buitencontour.
Hierdoor kan het aantal keer insteken beperkt worden, wat grote kostenbesparing
oplevert!

Braamvorming
Een goede snede is bij autogeen snijden in principe braamvrij. Om echter een hogere
efficiëntie te verkrijgen wordt in de praktijk de snijsnelheid opgevoerd waardoor de
hoeveelheid onverbrand ijzer in de slak toeneemt. Deze slak zet zich aan de onderkant
van het product af. Met dezelfde bewerking als het verwijderen van de oxidehuid kan dit
verwijderd worden.

EN-ISO 9013:2002 (autogeen snijden)


Bij het thermisch snijden behoort de norm EN-ISO 9013:2002, zoals al is genoemd in het
hoofdstuk produceren volgens normen. Deze norm omvat de mogelijkheden en
onmogelijkheden van dit snijden. Tosec produceert volgens deze norm. De opbouw van
de norm is als volgt.

De haaksheid van de snede, zoals hierboven uitgelegd is van belang voor de norm. Deze
valt via een bepaalde formule in een klasse. Tevens is de ruwheid Rz van belang. Deze is
vergelijkbaar opgebouwd als die van de haaksheid van de snede. De rechter grafiek laat

zien in welke wat hierin mogelijk is.


Hierboven zijn de begrippen haaksheid en ruwheid al behandeld. Om de EN-ISO
9013:2002 te completeren hoort hier de afwijking over een bepaalde lengte nog bij.

Informatie over metaalbewerking. Hoofdstuk: Plasma snijden 4


Kijk voor meer informatie op http://www.tosec.nl/nl/metaalbewerking/autogeensnijden