Anda di halaman 1dari 4

Management

De student:
- Kent de definitie van de begrippen managen en een organisatie.
- Kent de elementen en de samenhang van het 7S-model.
- Kan een omgeving van een organisatie en de invloed van deze omgeving
beschrijven

Kennismaking 7s-model
Organisatie: een aantal mensen dat zich als eenheid naar de buitenwereld
presenteert en door middel van onderlinge samenwerking bepaalde
doelstellingen wil bereiken.
Bouwstenen van de organisatie:
1. Een aantal mensen
2. met gemeenschappelijke doelen
3. die bereikt worden door middel van taakverdeling en cordinatie
4. in een cultuur die onder meer tot uiting komt in de manier waarop aan
communicatie vorm wordt gegeven.
Management: alle activiteiten die nodig zijn om een organisatie te besturen en
in verandering te brengen.
Hoofdtaken van managers in een organisatie:
1. bewaken van de externe afstemming (strategie);
2. bewaken van de interne afstemming van activiteiten (sturing);
3. bewaken van het bouwwerk (structuur).
Niveaus van management: top-, midden- en operationeel niveau.
Operationeel niveau
Hier gaat het om de aansturing van de dagelijkse werkzaamheden.
- Er moeten werkplanningen worden gemaakt
- De inzet van personeel moet worden bekeken
- Kwaliteitscontroles moeten worden uitgevoerd
- Ziektemeldingen moeten worden verwerkt
- Functioneringsgesprekken moeten worden uitgevoerd
- Etc.
De operationeel manager staat het dichtste bij het uitvoerende personeel,
soms is hij een meewerkend voorman en heeft hij zowel een leidinggevende
als een uitvoerende taak.
Midden niveau
De middenmanager houdt zich bezig met:
- het scheppen en bewaken van zo goed mogelijke omstandigheden waarin
het werk wordt gedaan
- aansturen van operationele managers
- voor hun afdelingen het plan in te vullen

onderlinge overleg ( de cordinatie op horizontaal niveau, de afstemming


onder gelijken)

De middenmanager is de schakel tussen het topmanagement en de operationele


managers en hun medewerkers.
Het beleid dat aan de top wordt bepaald moet in activiteiten worden vertaald. Er
moet werk worden verzet om de strategische doelen te bereiken.
Bijvoorbeeld:
- naar een nieuwe locatie zoeken
- ingrijpende verbouwing
- scholingsplan
Top niveau
- het bepalen van strategische doelen (wat willen we als onderneming
bereiken? Waarmee hebben we dan in de omgeving rekening te houden?
Hoe kunnen we ons optimaal presenteren aan die omgeving?)
De taak van de topmanager is vooral bepaald door de externe afstemming en
de algemene bewaking van structuur en sturing.

Organisatieproblemen
Factoren:
1. leefbaarheid
2. controleerbaarheid
1. leefbaarheid
Is het aangenaam om in deze organisatie te werken?
Elke organisatie die wil blijven bestaan, moet arbeidsomstandigheden en
voorwaarden scheppen die door de werknemers op zijn minst worden
gekwalificeerd als voldoende leefbaar.
Dat kan betrekking hebben op:
- de bereikbaarheid van het bedrijf met het openbaar vervoer;
- de inrichting van de werkplekken;
- de kwaliteit van het eten in de kantine;
- de werkdruk;
- enz.
Maar ook zaken als sfeer, de kwaliteit van samenwerking en de relatie met
leidinggevenden kunnen de leefbaarheid in een organisatie bepalen.

Essentie: evenwicht tussen de doelen van de organisatie en de doelen van


de medewerkers.
De doelen van de organisatie: omzet, winst en marktaandeel.
Om de doelen van de organisatie te bereiken zijn medewerkers nodig die door
onderlinge samenwerking al het werk doen.
De doelen van de medewerkers: een voldoende en rechtvaardig inkomen,
zekerheid, gezelligheid, promotiekansen, erkenning en waardering voor hun
inzet en prestaties.
2. Controleerbaarheid
Mensen hebben er een hekel aan als ze iets moeten doen zonder te weten wat
ermee wordt gedaan of wat het oplevert. Op den duur vervreemden zijn van
hun werk, ze weten dan niet meer hoe zij een bepaalde taak moeten
uitvoeren.
Interne communicatie belangrijk:
Het probleem dat een medewerker niet kan nagaan wat werknemers op
andere afdelingen doen, of zij beter of slechter worden betaald, welke
gegevens in zijn personeelsdossier worden bewaard, wanneer hij recht heeft
op bijscholing enz.

Alle Sen zijn met elkaar verbonden. Dat betekent dat de inhoud van elke S
van belang is voor de inhoud van de overige Sen. Een verandering van n S
brengt veranderingen teweeg in de andere zes Sen.
Harde S: strategie, structuur en systemen
Een harde S is tastbaar, is te beschrijven of in een schema te zetten.
De strategie van een organisatie is beschreven in een document. Hierin zijn
afspraken gemaakt waaraan men zich moet houden: die en die doelen willen
we bereiken.
Doelen zijn SMART (Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch en
Tijdsgebonden) geformuleerd.

De structuur van een organisatie is weer te geven in een organigram. In n


oogopslag zijn de onderdelen van de organisatie te zien, horizontaal en
verticaal. De structuur is direct duidelijk.
Systemen zijn objectief zichtbaar: werkwijzen, procedures, schemas,
blauwdrukken, geautomatiseerde verwerking van gegevens.
Zacht S: sleutelvaardigheden, personeel, stijl van het management
Een zachte S laat de menselijke kant zien van de organisatie.
Stijl: de manier waarop een manager zijn medewerkers aanstuurt of met
andere overlegt
Sleutelvaardigheden: punten waarop de organisatie als geheel uitblinkt en
zich positief onderscheidt van de concurrentie
Personeel (Staff):
Gemeenschappelijke waarden (Shared values): wat al die mensen
samenbindt
Omgevingsfactoren: factoren in de omgeving van een organisatie die de
organisatie benvloeden, maar waar organisaties zelf geen invloed op kunnen
uitoefenen, het overkomt organisaties.
DESTEP-factoren
Demografisch: vergrijzing
Economisch: recessie
Sociaal-maatschappelijk: criminaliteit
Technologisch: voedseltechnologie
Ecologisch: milieu
Politiek: wetgeving
Partijen: stakeholders in de omgeving van organisaties, waarmee interacties
plaatsvinden. Er kan wederzijdse invloed uitgeoefend worden.
Afnemers, leveranciers, concurrenten, overheidsinstellingen,
vermogensverschaffers, werknemers, media en belangengroepen