Anda di halaman 1dari 14

Hoe werkt het buitengewoon onderwijs?

Marc Van Gils –VVKBuO

In het buitengewoon (speciaal) onderwijs worden we geconfronteerd met kinderen / jongeren


die behoefte hebben aan speciale onderwijszorg. Er wordt gewerkt met jongeren die binnen
het gewoon onderwijs, zoals het tegenwoordig toegerust en georganiseerd wordt, niet
voldoende ontwikkelingskansen kunnen krijgen.
Het buitengewoon onderwijs dient zich dan ook op de eerste plaats af te stemmen op die
speciale behoeften. Leermethodes, leerplannen en organisatievormen van het gewoon
onderwijs kunnen niet zomaar overgenomen worden.
Als we nadenken over hoe het buitengewoon onderwijs inspeelt op die speciale
leerbehoeften, komen we tot planmatig werken.
Meer algemeen kunnen we stellen dat we ons via het planmatig werken beter kunnen
verantwoorden en een eigen lokaal schoolbeleid uitwerken.

1. Wat verstaan we onder planmatig werken?

Planmatig werken is een permanent proces van reflecteren, evalueren en positioneren. Het is
gericht op concreet handelen, concreet bezig zijn.
Een kenmerk van planmatig werken is dat het gaat om een proces.
Het is een groeiproces. Zowel een individueel handelingsplan, een groepswerkplan,
nascholingsplan, pedagogisch project als een schoolwerkplan zal nooit af zijn. Het is een
middel om te groeien in visie, in gezamenlijke doelgerichtheid. Het stimuleert tot verdere
ontwikkeling. Het bevordert de onderlinge communicatie.
Uiteraard is het wel nuttig om te groeien naar een product, een neerslag, een informatiebron,
een leidraad voor het schoolteam, een kader voor afspraken en organisatie.

2. Planmatig werken is een cyclisch proces; het is nooit af

Een school is en blijft steeds in beweging. Een school verschilt hierin niet van de steeds
sneller evoluerende wereld. Onderwijs heeft wel een eigen plaats in die snel evoluerende
maatschappij.
Enerzijds dient het onderwijs een antwoord te geven op de vele vragen die naar de school
worden toegeschoven, anderzijds dient het onderwijs zoals een lerende organisatie zijn
eigenheid te bewaren.
Door het planmatig werken te zien als een cyclisch proces, kunnen we mee-evolueren
zonder meegesleurd te worden.
We beperken ons niet tot een individueel handelingsplan of individuele handelingsplanning,
maar verruimen het tot planmatig werken op kindniveau, groepsniveau en schoolniveau. Het
is onze bedoeling aan te tonen dat deze drie niveaus van planmatig werken niet los van
elkaar kunnen worden gezien. Daarnaast willen we verduidelijken dat het proces van
planmatig werken algemeen hanteerbaar is voor alle niveaus van planmatig werken.

Om dit proces te verduidelijken, nemen we het volgend model, dat we terug vinden in de
brochure ‘van handelingsplanning tot handelingsplan’ uitgegeven door het ministerie van de
Vlaamse Gemeenschap.

• fase 1: Het bepalen van de beginsituatie


We zoeken allerlei gegevens om een beeld te krijgen van de huidige situatie.

versie: 22-10-02 1
• fase 2: Doelenfase
We kiezen doelen waaraan we willen werken. We denken na over wat we willen bereiken
op korte en lange termijn.

• fase 3: Voorbereidingsfase
Als we weten waar we naartoe willen evolueren, denken we na over de strategie. We
maken een plan waarin staat wat we willen bereiken, hoe we daaraan zullen werken en
op welke termijn we dat proberen te realiseren.

• fase 4: Uitvoeringsfase
We proberen het plan uit te voeren. Iedereen weet wat van hem verwacht wordt en kan
aan de slag. Toch blijft ook hier de onderlinge samenwerking en het onderling overleg
van wezenlijk belang. Zeker in deze fase zal geregeld terug moeten worden gegrepen
naar de beginsituatie, de doelen en de gemaakte afspraken.

• fase 5: Evaluatiefase
Evalueren is iets wat we regelmatig zullen moeten doen, bij elke fase van het planmatig
werken..Toch is het goed dit na een paar maanden nogmaals uitdrukkelijk te doen om te
zien of onze doelen gehaald zijn en of ons plan realistisch is opgesteld.
Evalueren helpt ons om bewuster te handelen, om haalbare plannen te maken, om dicht
bij de realiteit te staan.

Na de evaluatie begint het proces opnieuw van gegevens verzamelen (een nieuwe
beginsituatie - beeldvorming), doelen formuleren, een strategie uitwerken
(voorbereidingsfase), het plan uitvoeren (uitvoeringsfase) en evalueren (evaluatiefase), om
dan weer opnieuw te beginnen....
Het is niet zo dat dit proces altijd even systematisch verloopt.
Er lopen meestal ook meerdere processen tegelijkertijd.

3. Drie niveaus van planmatig werken

In de literatuur vinden we heel wat definities en omschrijvingen. In de definitie van A. Van


Laarhoven en Th. Winnubst (1981) vinden we een goede samenvatting.

Een handelingsplan is het resultaat van een weloverwogen gedachtevorming


over de maatregelen die getroffen moeten worden ten aanzien van de
doelstellingen, de inhouden, de relaties, de organisatie en de evaluatie betreffende
opvoeding en onderwijs, die een verbetering beogen voor het kind of een groep
van kinderen.

De klemtoon ligt op
- de bezinning (weloverwogen gedachtevorming)
- het kind in zijn totaliteit (opvoeding en onderwijs)
- zowel doelen, inhouden, relaties, organisatie als evaluatie
- ontwikkelingskansen bieden (ter verbetering)
Wat niet duidelijk vermeld wordt, is dat het gaat om teamwork: het samen nadenken en het
samen-werken.

We onderscheiden drie niveaus van planmatig werken:

- Op het niveau van de individuele kinderen: een individueel handelingsplan.


versie: 22-10-02 2
In een individueel handelingsplan wordt voor elk kind afzonderlijk aangegeven hoe met dat
kind gewerkt is, nu gewerkt wordt en in de toekomst gewerkt zal worden.

- Op het niveau van de pedagogische eenheid: een groepswerkplan.


Hierin staat beschreven hoe gewerkt wordt binnen een pedagogische eenheid.

- Op het niveau van de school: een schoolwerkplan met als basis het pedagogisch project
Hierin staan de accenten en de prioriteiten van de school beschreven.

3.1.. Planmatig werken op niveau van de kinderen: individuele handelingsplanning,


individueel handelingsplan

Individuele handelingsplanning kan gezien worden als een proces, alles wat in de school
daadwerkelijk gepland wordt voor dat bepaalde kind.
Zo’n proces groeit vanuit het dagelijks werken met de kinderen. Vaak groeit dat spontaan.
Dat is ook goed. Toch is het ook nodig dit alles te formaliseren. Handelingsplanning wordt
geëxpliciteerd en besproken op formele momenten zoals klassenraden. Zo ontstaat een
geschreven document: het individueel handelingsplan.
Individuele handelingsplanning en een individueel handelingsplan zijn middelen om
daadwerkelijk een antwoord te geven op de hulpvraag van een kind. Op die manier spelen
we met ons onderwijs in op de specifieke noden en specifieke leerbehoeften van elk kind.
Elk kind in het buitengewoon onderwijs heeft speciale opvoedings- en onderwijsbehoeften.
Het is nuttig om grondig te bespreken welke die speciale leerbehoeften zijn en hoe we daar
een antwoord op maat op kunnen geven. Het is eveneens nodig geregeld te evalueren of we
erin slagen voldoende in te gaan op de hulpvraag van het kind. Daarom is het aangewezen
dat elk kind een individueel handelingsplan heeft.
Voor bepaalde kinderen zal dat niet zo moeilijk zijn omdat hun leerbehoeften duidelijk zijn.
Andere kinderen hebben dan weer een complexere hulpvraag. Dat vraagt meer overleg,
meer tijd om afspraken te maken, meer klassenraden.

3.2. Planmatig werken op het niveau van de pedagogische eenheid:


groepswerkplanning (GWP)

In het buitengewoon onderwijs is het onderwijs uiteraard zoveel mogelijk aangepast aan de
individuele behoeften en vormingsnoden van de leerlingen. Maar toch is het groepsgebeuren
binnen de pedagogische eenheden een belangrijk aspect van de vorming.
In sommige types en in sommige pedagogische eenheden zijn de verschillen tussen leerlingen
zo groot dat zowel binnen als buiten de klas zeer sterk zal moeten worden geïndividualiseerd.
In andere types en andere pedagogische eenheden liggen de onderwijsbehoeften van de
leerlingen dichter bij elkaar. Het groepsgebeuren en het leren in groep zullen hier meer op de
voorgrond komen.

versie: 22-10-02 3
In het laatste geval zal de groepswerkplanning uitgebreider zijn dan de individuele
handelingsplanning. In alle gevallen is werken aan groepswerkplanning een heel belangrijk
gegeven. Naast het verwerven van kennis, attitudes en vaardigheden is ook het leren samen
leven en samen werken een belangrijke pedagogische doelstelling. Leerlingen kunnen elkaar
stimuleren en helpen, zij leren rekening te houden met elkaar.
We zijn beslist voorstander van differentiatie, zowel binnenklasdifferentiatie als
buitenklasdifferentiatie. Vooral met het oog op de sociale meerwaarde en de klasorganisatie
zijn we voorstander van het samen nemen van kinderen die ongeveer dezelfde
onderwijsbehoeften hebben. Zo krijgen de leerkrachten voldoende tijd om instructie en
begeleiding te geven. In sommige gevallen kan ook een meer heterogene groepssamenstelling
voordelen hebben om het van elkaar en aan elkaar leren tussen de leerlingen onderling te
bevorderen, zoals bijvoorbeeld bij taalvaardigheidsonderwijs.
Hoe er ook gewerkt wordt, sterk individueel of in deelgroepen, telkens zal er rekening moeten
worden gehouden met de totale pedagogische eenheid. Alle kinderen maken er deel van uit.
Onderwijs is hoe dan ook een groepsgebeuren.

Het groepswerkplan is de schriftelijke neerslag van het zich bezinnen over de leerinhouden, de
doelstellingen, de methodes en de werkvormen die men zal gebruiken en over de wijze waarop
men die aanpak in de pedagogische eenheid zal organiseren.
Het is aangewezen dat iedereen die met een groep werkt, een groepswerkplan opstelt. Dat wil
niet zeggen dat iedereen dat uitsluitend op zichzelf en voor zichzelf moet maken. Hij of zij heeft
de collega’s nodig voor het verzamelen van gegevens, om samen na te denken over prioriteiten
en om het geheel af te stemmen op de interventies van alle personen die nog in of met de
groep werken.
Het is dan ook aangewezen dat het groepswerkplan formeel wordt besproken op een
klassenraad.
Het is van het allergrootste belang dat men bij het opstellen van een groepswerkplan uitgaat
van de beginsituatie van leerlingen en dat men oog heeft voor de verschillen tussen kinderen.
Hierop zicht krijgen, vraagt tijd en evolueert ook in de loop van het schooljaar. Het is belangrijk
dat men de, zo objectief mogelijke, gegevens uit het gebruikte leerlingvolgsysteem, de criteria
voor groepssamenstelling, informatie van collega’s en eigen observaties samenbrengt om van
daaruit een planning op te stellen.
Het is dan ook onmogelijk een groepswerkplan op te stellen bij het begin van het schooljaar; dit
kan pas nadat het schooljaar enkele weken gevorderd is. Dit wil nog niet zeggen dat het dan af
is, er zullen nadien zeker nog bijsturingen en aanpassingen nodig zijn. Het is echter wel
belangrijk dat men de grote lijnen duidelijk voor ogen ziet. In sommige scholen opteert men
voor het opstellen van een groepswerkplan voor een half jaar. Dit omdat het moeilijk is te
voorspellen welke vorderingen een kind na een volledig jaar zal maken en omdat het goed is
het groepswerkplan na een half jaar grondig aan te passen.

3.3. Planmatig werken op het schoolniveau

Meer en meer wordt verwacht dat een school op lange termijn gaat denken en werken. Voor
vele zaken wordt gevraagd een plan op te stellen. Denken we maar aan het aanwendingsplan
voor uren zorgverbreding, een plan voor onderwijsvoorrangsbeleid, een pedagogisch project,
een schoolwerkplan, een nascholingsplan ….
Vanuit het schoolbestuur wordt gevraagd naar een financieringsplan, een onderhoudsplan, een
plan voor personeelsbeleid,
Dat kan allemaal zeer nuttig zijn, maar wie moet dat allemaal uitwerken en waar vinden we
voorbeelden voor zulke plannen, waar kunnen we nascholingen volgen om ons meer te
bekwamen in het maken van werkplannen?

versie: 22-10-02 4
Planmatig werken op niveau van de school is mogelijk via het werken aan een schoolwerkplan,
afgekort een SWP. Het is een plan waarin staat hoe gewerkt wordt in de school, waarom er zo
gewerkt wordt, wat de visie en de klemtonen zijn en hoe alles georganiseerd wordt.
We vertrekken vanuit de volgende omschrijving:

“ Het schoolwerkplan is een schooleigen planningsinstrument met intenties, standpunten,


werkwijzen, afspraken en maatregelen die betrekking hebben op doelen, inhouden,
vormgeving en organisatie van opvoeding en onderwijs op deze school. Het werken aan
prioriteiten vormt er een belangrijk onderdeel van. Het gaat daarbij om de planning van
haalbare en evalueerbare initiatieven waaraan het team in de eerstkomende periode
wenst te werken. Een schoolwerkplan is in de geest van de grotere autonomie van de
school, een instrument voor een effectief en efficiënt beleid.”

We mogen het een voordeel noemen dat elke school haar eigen schoolwerkplan kan
uitbouwen.
Er zijn immers geen twee scholen zo identiek dat ze een zelfde schoolwerkplan kunnen
hanteren.
Schoolwerkplanning is een middel om te komen tot een eigen gezicht, om te werken aan
kwaliteitsvol onderwijs, aangepast aan de vragen en behoeften in de school.

4. Samenhang van de drie niveaus van planmatig werken

De onderlinge verbondenheid en wisselwerking tussen de drie niveaus van planmatig


werken is onmiskenbaar; we kunnen niet zeggen dat het ene belangrijker is dan het andere.
De drie niveaus lopen door elkaar en beïnvloeden elkaar voortdurend.
Datgene wat op schoolniveau gebeurt, beïnvloedt de werking in de pedagogische eenheden
en de aanpak van individuele leerlingen, en omgekeerd.
Door alle niveaus heen voelen we de schoolvisie, de pedagogische klemtonen, de
didactische accenten.
Om het planmatig werken op de verschillende niveaus te kunnen waarmaken, hebben we
meerdere hulpmiddelen, leerlingvolgsysteem, groepsoverzichten, evaluaties…. Deze
beïnvloeden elkaar onderling en zijn op de verschillende niveaus werkzaam.
Op alle niveaus is teamwerking, samenwerking en onderling overleg essentieel.
Het ene kan niet zonder het andere.
In het schoolklimaat, in de overlegcultuur, in het nascholingsbeleid, in de werking in de klas,
in de keuzes van methodes, in de pedagogische aanpak, in de contacten met ouders zal de
onderlinge wisselwerking van de drie niveaus van planmatig werken naar boven moeten
komen. Een middel bij uitstek om die onderlinge verbondenheid daadwerkelijk te realiseren,
is de klassenraad. Het is een middel om de onderlinge werking van alle participanten beter
op elkaar af te stemmen en om te komen tot een nauwe onderlinge samenwerking.

5. Waar halen we informatie om planmatig te werken?

Om op de verschillende niveaus planmatig te werken, zullen we heel wat informatie moeten


verzamelen.
We vertrekken hierbij van de stappen in het cyclisch proces van planmatig werken.
Vervolgens bekijken we een aantal invalswegen die ons helpen bij het verzamelen van de
nodige informatie en tenslotte werken we drie voorbeelden verder uit: groepsoverzichten,
kindvolgsysteem, leerlijnen, bronnenboek en orthotheek.

5.1. Ordening vanuit de fasen in het proces

versie: 22-10-02 5
Al naargelang de vraagstelling waarvoor we informatie nodig hebben, hebben we
verschillende wegen, middelen en mogelijkheden.

o Voor de beeldvorming (beginsituatie)

Om te komen tot een degelijke beginsituatie (beeldvorming), kunnen we gebruik maken


van:
- observaties en onderzoeken in de school
- gegevens van de ouders vanuit gesprekken en eventueel vanuit een vragenlijst.
- gegevens van de vorige school
- onderzoeken en verslagen van allerlei instanties
- gegevens van het centrum voor leerlingbegeleiding
- gesprekken met het kind
- eerste indrukken, verkregen tijdens het werken met de kinderen.

o Voor de planning: het selecteren van doelen en het uitwerken van de aanpak.

a. Om doelen te selecteren, kunnen we ons documenteren vanuit:


- aandachtspunten van de school: schoolwerkplan, pedagogisch project,
bronnenboek, orthotheek, …
- ervaringen, knowhow van de school: groepswerkplannen, jaarplanning,
individuele handelingsplannen,…
- ontwikkelingsdoelen van de overheid, met aanvullingen vanuit het eigen
opvoedingsproject van de school
- curriculum, raamplannen, leerplannen,…

b. Om te komen tot een degelijke aanpak, kunnen we inspiratie zoeken bij: lesvoor-
bereidingen, projecten, groepswerkplannen, klasboek, methodes, activiteiten (bron-
nenboek),…

o Bewaken en bijsturen

Voor de bewaking en de bijsturing is vooral een reflecterende houding van belang. Het
gaat om het kritisch durven bekijken van het eigen handelen en het creatief zoeken naar
mogelijkheden om bij te sturen.

o Evaluatie

Als we het hebben over evaluatie, onderscheiden we twee niveaus:


- productevaluatie: de evaluatie van de evolutie van de kinderen. Dit kan aan de hand
van groepsoverzichten, onderzoeken, observaties,…
- procesevaluatie: de evaluatie van de manier van werken. We denken hier aan het
evalueren van methodes, van pedagogische en didactische accenten. Dit kan door
middel van een sterkte/zwakte-analyse, bevragingen, besprekingen,…

5.2. Invalswegen om informatie te verzamelen:

In een school komt heel wat informatie bij elkaar. We bekijken hier enkele mogelijke
invalswegen om informatie te verzamelen voor het planmatig werken.

o De knowhow van de school

Dit is de belangrijkste invalsweg om informatie te verzamelen. We denken hier aan:

versie: 22-10-02 6
- schoolvisie, pedagogisch project, schoolwerkplan
- groepswerkplannen, jaarplanning, klasboek
- leerlijnen
- bronnenboek, vademecum
- werkgroepen, collegiaal overleg en samenwerking
- informele onderlinge uitwisseling.

o Ontwikkelingsdoelen, uitgewerkt door de overheid

Ontwikkelingsdoelen in het buitengewoon onderwijs zijn doelen op het vlak van kennis,
inzicht, vaardigheden en attitudes die de overheid wenselijk acht voor zoveel mogelijk
leerlingen van een leerlingengroep.

o Curricula, leerplannen en raamplannen

In de leerplannen van het gewoon onderwijs kunnen we heel wat inspiratie vinden voor
eigen leerlijnen en groepswerkplannen.
Verder werden en worden specifieke curricula en raamplannen door de koepelorganisatie
uitgewerkt waar de scholen op terug kunnen vallen. Daar vinden de mensen heel wat in-
formatie rond visie, pedagogisch project, achtergrond, aanpak, verwijzingen naar metho-
des, …
In de leerplannen en curricula zijn de ontwikkelingsdoelen verder uitgewerkt en uitge-
diept. Zij tonen hoe een school enerzijds een antwoord kan geven op de verwachtingen
van de overheid en anderzijds eigen accenten kan leggen.

o Nascholingen

Via nascholingen wordt heel wat informatie doorgegeven en uitgewisseld. We denken


hier zowel aan schoolinterne nascholingen als aan schoolexterne nascholingen.

o Externe ondersteuning

We denken hier aan:


- centrum voor leerlingbegeleiding
- pedagogische begeleiders
- hulpverleners
-

5.3. Andere hulpmiddelen om informatie te verzamelen en te bundelen.

5.3.1. Een groepsoverzicht

Een groepsoverzicht is een weergave van zo objectief mogelijke gegevens die we over een
bepaalde pedagogische eenheid kunnen verzamelen.
Het vermeldt het niveau dat behaald werd door de kinderen van de pedagogische eenheid.
Groepsoverzichten hoeven niet uitsluitend cognitieve gegevens te bevatten.
We kunnen eveneens groepsoverzichten maken rond sociaal - emotionele ontwikkeling, leren
leren, werkgedrag, concentratie, zelfstandigheid, motorische ontwikkeling, muzische
ontwikkeling, interesse, welbevinden, betrokkenheid,…
Het is de bedoeling, zo objectief mogelijk, voldoende gegevens te verzamelen als hulpmiddel
voor het opstellen van een groepswerkplan en een individueel handelingsplan.

versie: 22-10-02 7
Het is belangrijk na te denken welke gegevens men wil verzamelen en hoe men dat doet, welke
onderdelen men wil toetsen en hoe (methodegebonden toetsen of genormeerde toetsen).
Soms kan dat via observatie, soms is een gesprek met kinderen aangewezen, soms zijn tests
nodig (methodegebonden tests of genormeerde tests).

We hoeven ook niet altijd alles in groepsoverzichten te plaatsen. Leerkrachten en


paramedisch personeel zullen hier zelf keuzes moeten maken.
We kunnen eerst een algemene screening uitvoeren en nadien bepaalde onderdelen verder
onderzoeken, een diagnose maken en een foutenanalyse opstellen.

5.3.2. Leerlingvolgsysteem - kindvolgsysteem

Als we vertrekken van het woord ‘leerlingvolgsysteem’ of ‘kindvolgsysteem’ kan men stellen dat
het gaat over een systeem waarmee de ontwikkeling van de kinderen systematisch wordt
gevolgd binnen een ‘schoolse’ context.
In wat volgt, zullen we enkel de naam ‘kindvolgsysteem’ gebruiken, dit omdat het
kindvolgsysteem iets ruimer kan bekeken worden dan een leerlingvolgsysteem. In een
kindvolgsysteem wordt het kind in zijn totaliteit bekeken en niet enkel als ‘leerling’.

Peter de Greef (2000) geeft als definitie:

‘Het op geregelde en betrouwbare wijze bepalen van het vorderingsniveau van de leerlingen
ten opzichte van de vooropgezette en nagestreefde doelstellingen, om op basis daarvan het
onderwijsaanbod beter in te richten en de pedagogische aanpak en didactische werkvormen
toe te spitsen op de individuele behoeften.’

Een goed kindvolgsysteem is een goed uitgebouwd evaluatiesysteem dat toelaat elke leerling in
zijn leerproces te volgen en vanuit de verzamelde informatie de begeleiding van het leerproces
van ieder kind te optimaliseren.
Dat optimaliseren kan gericht zijn op het werken met een bepaald kind maar het kan ook gericht
zijn op het onderwijsaanbod in de groep of de school. Wanneer vele kinderen op een zelfde
gebied, bijvoorbeeld het omgaan met elkaar, problemen vertonen, kan gezocht worden hoe het
schoolteam de sociale ontwikkeling kan stimuleren.

Werken met handelingsplannen en de besprekingen hiervan op klassenraden zijn middelen bij


uitstek om de ontwikkeling van elk kind te volgen. Groepswerkplannen geven de gelegenheid
het kind te situeren binnen een groep en een schoolwerkplan geeft de algemene
uitgangspunten en doelstellingen weer.
Als we voor een kind een individueel handelingsplan opgesteld hebben, is het belangrijk op
vaste tijdstippen na te gaan of het kind individueel evolueert zoals we kunnen verwachten.
Om de ontwikkeling van kinderen in beeld te krijgen is een volgsysteem een hulpmiddel. Het
levert ons een aantal min of meer objectieve gegevens over leerprestaties, leerhoudingen en
algemene gedragskenmerken van kinderen.

Deze gegevens helpen ons om het beeld van het kind op dit moment en in de evolutie
doorheen de tijd te verduidelijken. Zo is het mogelijk om te zien of die evolutie volgens plan
verloopt en om geleidelijk aan een voorspelling te maken van wat bereikt kan worden.

Een kindvolgsysteem geeft basisinformatie voor individuele handelingsplanning. Het helpt bij de
samenstelling van de pedagogische eenheden, het helpt ons bij het reflecteren op kind-,
groeps- en schoolniveau en het is eveneens een hulpmiddel om feedback te geven aan ouders
en kinderen.
Het werken met een kindvolgsysteem is een keuze van de school zelf. De meerwaarde komt
pas tot uiting wanneer het gekaderd wordt in de totale planmatige werking van de school. Het

versie: 22-10-02 8
mag dus niet als iets alleenstaand beschouwd worden, maar het moet ons helpen bij het
planmatig werken op kind-, groeps- en schoolniveau.
.
Samenvattend willen we enkele kenmerken van een goed kindvolgsysteem op een rijtje
zetten:
- eenvoud en gebruiksvriendelijkheid
- beperkt in omvang en overzichtelijk
- betrouwbaar
- grote betrokkenheid van het team ten aanzien van de keuze van een
kindvolgsysteem en de manier van ermee te werken. Het moet gedragen worden
door alle medewerkers van de school
- een duidelijke samenhang met de keuzes die een schoolteam heeft gemaakt omtrent
aandachtspunten die men van belang vindt in het volgen van kinderen
- het dient handelingsgericht te zijn, met andere woorden het dient richtinggevend te
zijn voor het handelen binnen de praktijk van elke dag
- het moet een meerwaarde betekenen voor het werken in de klas, voor het werken in
de school en op die manier een verbetering tot gevolg hebben voor het
ontwikkelingsproces van de kinderen
- integratie in het geheel van planmatig werken. De samenhang met het
schoolwerkplan, groepswerkplan, individueel handelingsplan, rapporten … moet
duidelijk zijn.

5.3.3. Leerlijnen

De invulling van het begrip leerlijn is niet zo eenvoudig.


Er wordt gesproken over ontwikkelingslijnen, leerlijnen, leerstoflijnen, groeilijnen,
onderwijslijnen, leertraject ….
Telkens wordt er gesproken over een ‘lijn’: een soepele ononderbroken lijn.
Soms wordt ook gesproken over de ‘rode draad’ die door de school loopt.
Jan Saveyn (1996) omschrijft een leerlijn als de opeenvolging van de leerinhouden (de
leerstof) en de stappen die de leerkracht de leerling helpt zetten als ze die inhouden
verwerven. Hij ziet leerlijnen op alle leer- en ontwikkelingsgebieden en in alle domeinen van
de persoonlijkheidsontwikkeling.
Boland (1998) definieert een leerlijn als een beschrijving van het ontwikkelingsproces dat de
kinderen doorlopen op basis van gegeven onderwijs. Hij gebruikt het beeld van een
landschap waarin een aantal leerwegen lopen. Kinderen bewegen zich op die wegen op
verschillende manieren: alleen of samen met anderen, snel of langzaam, via de kortste route
of via een omweg. Langs die leerweg staan op bepaalde plaatsen bakens of mijlpalen. Het
zijn markeringspunten die vertellen waar jij je bevindt en of je op de goede weg bent om het
gestelde doel te bereiken, welke weg je al hebt afgelegd en welk stuk weg je nog voor de
boeg hebt.
Als we de verschillen in de ontwikkeling van kinderen willen respecteren, dan kunnen we niet
uitgaan van één gemeenschappelijke leerlijn. De leerkracht moet zich er terdege van bewust
zijn dat leerlijnen tal van varianten kennen. Het is van belang flexibele leerlijnen op te stellen
en tevens oog te hebben voor langere of kortere trajecten en verschillen in niveau, tempo en
voorkeur.
Boland ziet een drietal voordelen van leerlijnen in het onderwijs:
- Allereerst geven leerlijnen een houvast aan het leerproces. Ze zijn het
referentiekader waaraan je ook de motieven tot afwijken van de leerlijn kunt afmeten
en rechtvaardigen.
- In de tweede plaats vormen ze richtingaanwijzers, handige indicatoren, die zicht
geven op het verloop van het onderwijsleerproces. Waar staat elk kind binnen de
concrete leerlijn? Dit is een hulp bij het kiezen van aangepaste onderwijsstrategieën
en –activiteiten.
versie: 22-10-02 9
- Tenslotte kan met behulp van leerlijnen het onderwijsleerproces worden
gestructureerd, krijgt het onderwijs samenhang en wordt het gestroomlijnd.
Edward Van Ranst (1999 )geeft de volgende samenvatting.
De ideale lijn is de leerlijn die:
- nauwgezet de opeenvolgende doelen en leerinhouden in lijn brengt
- een vlotte doorgaande lijn van activiteiten en leerervaringen weergeeft en actie,
interactief en coöperatief leren voorziet in een rijke leeromgeving met aandacht voor
leerlingeninitiatief
- rekening houdt met de beginstituatie van elk kind en meegroeit (gelijke tred houdt)
met het individuele kind.

5.3.5. Bronnenboek

Een bronnenboek is een boek, map, vademecum of brochure waarin iedereen informatie kan
vinden rond visies, methodes, activiteiten, organisatie ...

Het is de bedoeling om rond bepaalde onderwerpen informatie te verzamelen en te ordenen.


Zo worden allerlei zaken die in de school gebeuren, systematisch gebundeld. Op die manier
wordt heel wat informatie ter beschikking van de leerkrachten gesteld wat kan helpen bij het
samenstellen van handelingsplannen en groepswerkplannen. Een bronnenboek kan ook
helpen bij de uitbouw van een goede klasorganisatie.
Bij het samenstellen van een bronnenboek is de betrokkenheid van het gehele schoolteam
een basisvoorwaarde. Als de personeelsleden erbij betrokken worden, zullen ze het ook
gebruiken.

Om een idee te geven welke onderwerpen verwerkt worden in een bronnenboek willen we
enkele voorbeelden geven.
• Deel per ontwikkelingsgebied
wereldoriëntatie
wiskunde
taal
sociaal-emotionele ontwikkeling
muzische vorming
lichamelijke opvoeding
leren leren

• Schoolorganisatie
Hoe werken met handelingsplannen?
Klassenraden: bedoeling, verloop …
Hoe werken met schoolverlaters?
Hoe kunnen de oudercontacten verlopen?
Overlegstructuren binnen de school
Hoe werken met de ontwikkelingsdoelen?

5.3.6. Orthotheek – Bibliotheek - Documentatiecentrum

In onze maatschappij komt enorm veel informatie bij elkaar, en dit op allerlei domeinen.
Ook in een school komt heel wat informatie binnen.
Het probleem is vaak wat we moeten bewaren en wat niet, en hoe we de informatie kunnen
doorgeven aan de mensen.
Een orthotheek kan hier een oplossing bieden.

versie: 22-10-02 10
Een orthotheek is een systematisch geordend geheel van literatuur betreffende opvoeding
en onderwijs (naslagwerken, tijdschriften, handleidingen, artikelen) en van onderzoeks- en
handelingsmiddelen ten dienste van kinderen met ontwikkelings-, leer- en / of
gedragsproblemen.

Het is de bedoeling informatie samen te brengen zoals:


o Literatuur
- boeken
- tijdschriften
- artikels

o Leerplannen, curricula en methodes


- handleidingen
- naslagwerken
- eindwerken

o Onderzoeks – en handelingsmiddelen
- observatieschema’s
- diagnostisch materiaal
- didactisch materiaal

o Internetaansluiting met de nodige interessante websites en emailadressen.

Die informatie van een orthotheek dient goed gegroepeerd te worden, bij voorkeur volgens
een zelfde systeem zoals gebruikt wordt in de bibliotheek. In een orthotheek kunnen
leerkrachten informatie rond allerlei onderwerpen vinden, raadplegen en eventueel
meenemen.
Als mensen materiaal willen meenemen, moet wel een sluitend systeem gemaakt worden
(zoals in bibliotheken), anders gaat veel informatie verloren.
In een orthotheek kunnen ook dossiers samengesteld worden. Hiermee bedoelen we dat
rond bepaalde thema’s artikelen en documenten bijeengebracht worden die dan verzameld
worden in een map. Hier vinden de geïnteresseerden de gebundelde informatie rond dat
bepaalde onderwerp. Als er dan nieuwe interessante informatie verschijnt, kan die in dat
dossier mee opgenomen worden.

Naast deze boeken en tijdschriften kunnen we ook via internet informatie opzoeken. Dat is
waarschijnlijk de uitdaging voor de toekomst. In ieder geval moeten de mensen de kans
krijgen hiermee te leren werken. En ook op dat gebied kunnen we veel van elkaar leren.

Voor ouders kan een lijst gemaakt worden met onderwerpen waaromtrent informatie in de
orthotheek aanwezig is. Zij kunnen dan die informatie op verzoek komen raadplegen of ter
kennisname meenemen.

We kunnen onszelf afvragen of elke school een orthotheek moet hebben.


Kunnen verschillende scholen niet samenwerken aan een regionale orthotheek?
Wij zien hier inderdaad een kans liggen om tot een intensere samenwerking tussen scholen
te komen. Ook scholen voor gewoon onderwijs kunnen hierbij betrokken worden.
- In elke school kan een basispakket aanwezig zijn, zodat de mensen niet al te ver
hoeven te gaan om de nodige basisinformatie te verzamelen. Daarnaast kan elke
school naargelang deskundigheid en de doelgroep waarmee ze werkt, haar eigen
orthotheek verder aanvullen.

versie: 22-10-02 11
Verder kunnen afspraken gemaakt worden om onderling informatie uit te wisselen.

5.4. Samenhang van ontwikkelingsdoelen, leerplannen en methodes

Voor het buitengewoon onderwijs wordt gesteld dat met inachtneming van de door de
regering opgelegde ontwikkelingsdoelen een handelingsplan wordt opgesteld. Dit plan bevat
voor een bepaalde periode de pedagogisch-didactische planning voor bedoelde leerling(en)
en legt onder meer de keuze van ontwikkelingsdoelen vast, die de klassenraad in opdracht
van het schoolbestuur voor hem(hen) wil nastreven. (decreet basisonderwijs 1997 art.46)
Voor het buitengewoon onderwijs wordt dus niet gesproken over leerplannen of
ontwikkelingsplannen.
Dit wil niet zeggen dat we geen informatie en inspiratie kunnen vinden in leerplannen of in
het ontwikkelingsplan voor het gewoon onderwijs om groepswerkplannen en leerlijnen op te
stellen.

Jan Saveyn (1996) stelt dat het ontwerpen van leerlijnen een aspect van curriculum- of
leerplanontwikkeling is.
Tegelijkertijd zegt hij dat nadenken over leervolgordes niet alleen een zaak van
leerplanontwikkeling is. Een schoolteam dat zich verantwoordelijk voelt voor de kwaliteit van
wat het gezamenlijk aanbiedt, stelt vaak vragen die direct of indirect met de leerlijn te maken
hebben.
In verschillende leerplannen worden leerlijnen aangegeven.
Voor het buitengewoon onderwijs worden ook wel curricula uitgewerkt en het zou goed zijn
als daarin ook voorstellen van leerlijnen verwerkt worden. Hiervan kan elke school dan
gebruik maken om voor elk kind leertrajecten uit te werken.

Rekening houdend met de ontwikkelingsdoelen en eindtermen, rekening houdend met de


leerplannen, worden vervolgens methodes ontwikkeld. Daarin worden vaak leerlijnen
verwerkt. Voor het buitengewoon onderwijs worden weinig specifieke methodes uitgewerkt.
Misschien omdat de markt hiervoor niet zo groot is, maar ook omdat het leren in het
buitengewoon onderwijs moeilijk in methodes te vatten is. Voor elk kind en voor elke
pedagogische eenheid dient een eigen leerweg uitgestippeld te worden. Dat is dan terug te
vinden in het groepswerkplan en in het individueel handelingsplan.

Besluit:

Het grote voordeel van het buitengewoon onderwijs is dat we kunnen en mogen vertrekken
van de mogelijkheden en de leerbehoeften van de kinderen.
Dit geeft aan de school heel wat kansen, maar ook een grote verantwoordelijkheid.
Elke school zal een zo goed mogelijk antwoord moeten geven op de individuele hulpvraag
van elk kind. Die individuele hulpvragen dienen dan weer samengebracht te worden in een
groepswerkplan en de schoolorganisatie. Dat is een uitdaging en een moeilijke opdracht.
Daarvoor hebben we elkaar nodig. Iedereen die in en rond de school werkt, iedereen die
met het onderwijs en de opvoeding van het kind begaan is, dient betrokken te worden.
Hoe kunnen we dit alles coördineren? Hoe kunnen we dit alles realiseren?
Een middel om aan deze opdracht te werken, is het planmatig werken.
Planmatig werken kan ons helpen bij het realiseren van onze doelstellingen. Het is een
middel om kwaliteitsvol onderwijs uit te bouwen. Het is een middel tot
deskundigheidsvergroting van het schoolteam. Het is een kans om heel wat ideeën,
initiatieven en activiteiten goed te structureren. Het kan de onderlinge samenwerking
bevorderen.

versie: 22-10-02 12
Dit veronderstelt wel een duidelijke visie, duidelijke accenten en een positieve pedagogische
basishouding. Anders wordt het een technische bedoening, veel papier zonder inhoud, vele
schema’s die weinig meerwaarde opleveren voor de praktijk in de klas.
Het grootste voordeel van planmatig werken is dat we als schoolteam groeien in
gezamenlijke doelgerichtheid, we weten waar we naartoe willen. Het helpt ons in het leggen
en in het realiseren van prioriteiten. Dat geeft houvast. Het persoonlijk welbevinden zal
toenemen, de onderlinge verbondenheid en het onderling vertrouwen zal groeien.

Literatuur
Berkenbeek (1999) Schoolwerkplan Niet gepubliceerde uitgave.

Boland, T. (1998) Een leerlijn lezen met tussendoelen. Kinderen op weg naar geletterdheid.
(In Jeugd in school en wereld), nr.3 jaargang 83

Broeckaert, E. Van Hove, G., D’Hauwens, B. en Vanderstraeten, (1990) A.,


Orthopedagogisch teamwerk: kenmerken, management, technieken, handelingsplanning.
Confrontatie-encounter, Gent, RUG Laboratorium voor Orthopedagogiek,

Centrale raad van het katholiek lager en kleuteronderwijs (1994). Wat heb ik vandaag op
school gedaan? Brussel, VVKBaO

Companjen & Roosenschoon, (1991) De zorg en de rode kool. (Tijdschrift voor


Orthopedagogiek, 30 (11))

COV Antwerpen (1999). De ideale lijn: een Leerlijn? Brochure van de verbondsdag COV
Antwerpen:Panta.

De Fever, F.& Coppens, M. (1997). Speciaal onderwijs voor kinderen met leerstoornissen,
onderzoek naar de kwaliteit van het functioneren. Leuven/ Amersfoort: Acco

De Greef P.(2000) Leerlingvolgsysteem in het secundair onderwijs (Schoolleiding en –


begeleiding). Zaventem: Kluwer

Dudal, P. (1992) Leerlingvolgsystemen (Caleidoscoop, 4° jaargang nr.4) Brussel: CSBO -


uitgaven

Janssens, D. (1999) Leerlingvolgsysteem - CSBO en kindvolgsysteem – CEGO


(Caleidoscoop, 11° jaargang nr.5) Brussel: CSBO - uitgaven

Ingels, R. (1996). Handelingsplanning in het buitengewoon onderwijs. (Praktijkgids voor de


basisschool) Zaventem: Kluwer

Kool,E.& Rooth,D. & C.M. Van Rijswijk (1992) 25 bouwstenen voor kwaliteitsverbetering. In:
C.M. Van Rijswijck, E. Kool & J.C. Van der Wolf (red.) Een schoolanalysemodel voor het
speciaal onderwijs. Amsterdam: Balans

Laevers, F. (1996). Ervaringsgericht werken in de basisschool. Centrum voor


ErvaringsGericht Onderwijs, Leuven.

Lagerweij, N. & Haak, E. (1998). Eerst goed kijken… Leuven / Apeldoorn: Garant

Menkveld, H.& Van Mourik A.T. (1990). Orthovisies van buitengewoon naar speciaal
onderwijs. Groningen: Wolters-Noordhoff
versie: 22-10-02 13
Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap (1995). Basisonderwijs: ontwikkelingsdoelen en
eindtermen. Decretale tekst en uitgangspunten.

Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap Departement Onderwijs (1998). Van


handelingsplanning tot handelingsplan.

Pierlet, V & Nijs, G.. (1998) Schoolwerkplan en schoolwerkplanning. (Praktijkgids voor de


basisschool). Zaventem, Kluwer

Pameijer, N. & Van Beukering, T. (1997). Handelingsgerichte diagnostiek Leuven /


Amersfoort: Acco.

Saveyn, J. (1996). Leerlijnen: een theoretische verkenning (Prakijkgids voor de


basisschool.) Zaventem, Kluwer

Vandenberghe, R. & Van der Vegt R. (1992). Scholen in de vernieuwingsarena. Leuven /


Apeldoorn: Garant.

Vandenbussche,E. & Kog,M.& Depont,L. & Laevers. F. (1994) Een procesgericht


kindvolgsysteem voor kleuters. CEGO, Leuven

Van Gils, M. (1993). Een orthopedagogisch klimaat (Christene School) jan.1993

Van Gils, M. (1986). Werken met handelingsplannen. Brochure C.O.V. provinciale


studiedagen

Van Gils M. (1998) Schoolwerkplanning. Een groeiproces gedragen door geheel de school
(Praktijkgids voor de basisschool) Zaventem: Kluwer

Van Gils M. (2001) Planmatig werken in de school. Leuven - Apeldoorn, Garant.

Van Laarhoven & Winnubst T.(1981). Werken met handelingsplannen. ’s Hertogenbosch:


Katholiek Pedagogisch Centrum

Van Petegem, P. (1997). Scholen op zoek naar hun kwaliteit. Gent: universiteit Gent

Van Ranst,E., (1999) Leren … er zit meer dan één lijn in . COV brochure, Panta vzw

Verbiest E. (1998) De Schoolleider in beweging. Alphen aan den Rijn, Samsom

Vlaams Verbond van het Katholiek Basisonderwijs, (2000). Opdrachten voor het Katholiek
Basisonderwijs in Vlaanderen. Brussel. VVKBaO.

versie: 22-10-02 14