Anda di halaman 1dari 28

Karel de Grote-Hogeschool Antwerpen

Bachelor Autotechnologie

1
Laboproef VM 2

Vermogenmetingen Proef 2 : SF Vermogentestbank

www.bachelor-autotechnologie.be

Karel de Grote-Hogeschool Antwerpen


Bachelor Autotechnologie

2
Laboproef VM 2

Inhoudstafel :
1.

Enkele belangrijke afspraken...............................................................................................3

2.

Werking van de SF vermogenbank......................................................................................4


a. Waterrem..........................................................................................................................4
b. Koelcircuit........................................................................................................................7

3.

Tanken.................................................................................................................................8

4.
c.
d.

Voorafgaandelijke controles................................................................................................8
Motorgedeelte..................................................................................................................8
Testbank...........................................................................................................................8

5.

Instellen van de PCs...........................................................................................................9

6.

Voorbereiding voor de test.................................................................................................11

7.

Opwarmen van de motor...................................................................................................13

8.

Vermogencurve online opnemen.......................................................................................14

9.

Mapping van het kenveld..................................................................................................17

10.

Opnemen relevante parameters......................................................................................20

11.

Vragen............................................................................................................................21

12.

Opruimen.......................................................................................................................22

www.bachelor-autotechnologie.be

Karel de Grote-Hogeschool Antwerpen


Bachelor Autotechnologie

3
Laboproef VM 2

a.
Laboproef VM2: de SF vermogentestbank
Doel:
Vermogens- en koppelcurve online opnemen binnen vastgestelde
toerentalgrenzen.
Vooraf opgestelde toerentallen en gasklepstanden
kunnen instellen en op deze regimes de inspuithoeveelheid kunnen
aanpassen met behulp van de lambda uitlezing.
Eigenschappen:
Merk : Superflow SF-901
maximaal vermogen: 750 kw
maximaal toerental : 10.000 tr/min
1. Enkele belangrijke afspraken
1

De testbank mag enkel binnen zijn vermogen en toerental gebied


gebruikt worden

Tijdens het testen mag er niet aan de motor geregeld of gemeten


worden

Bij testen mag er niemand in de vermogenkamer zijn.

De buitendeur van de vermogenkamer dient gesloten te blijven


tijdens de proef

Hou altijd de motortemperatuur (Max 90C) en de olietemperatuur


(Max 130C) in het oog op de rechtse computer. Deze staan als
wijzers in het programma Motec ECU Manager.

Handtekeningen : .

www.bachelor-autotechnologie.be

Karel de Grote-Hogeschool Antwerpen


Bachelor Autotechnologie

4
Laboproef VM 2

2. Werking van de SF vermogenbank


b. Waterrem

Figuur 1
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13

Instellen van het toerentalbereik


Regelen in het toerentalbereik (Servo-Valve)
Pompwiel
Koppelomvormer met 100 % slip
Vulleiding (voor de start van de motor)
Water toevoer onder druk bij vermogens groter dan 500 kW
Aanzuigzijde pompwiel
Bypass
Filter
Water reservoir aanzuigzijde
Water reservoir terugvoerzijde
Pomp
Water reservoir 5000 l

www.bachelor-autotechnologie.be

Karel de Grote-Hogeschool Antwerpen


Bachelor Autotechnologie

5
Laboproef VM 2

Via (5) wordt de rem vanaf de opstart met water gevuld. Dit is nodig
omdat de keramische waterafdichting tussen remkamer (4) en
pompkamer (3) maar maximum 10 seconden droog kan draaien. De
pomp (3) is verbonden met de roterende koppelomvormer(4). Dit is op
zijn beurt verbonden met de krukas van de motor.

Figuur 2 : Motor + vaste verbinding met de waterrem

Deze pomp is niet zelfaanzuigend. Bij draaiende motor zorgt de pomp


ervoor dat er voldoende debiet is naargelang het motortoerental. Dit
debiet kan je instellen met regelschroef (1). Op een bepaalde stand van
de regelschroef zal je het gebied van 1000 tr/min tot 5000 tr/min kunnen
bereiken. Zet je de regelschroef wat meer open kan je bijv het gebied van
2000 tr/min tot 6000 tr/min bereiken. Om een gehele mapping te doen
moet je deze schroef bijstellen totdat je alle mogelijke werkingsgebieden
bereikt hebt.

Figuur 3 : pompgedeelte + instelschroef (1)

www.bachelor-autotechnologie.be

Karel de Grote-Hogeschool Antwerpen


Bachelor Autotechnologie

6
Laboproef VM 2

De waterrem (4) zelf ziet eruit als een koppelomvormer. Het grote
verschil is dat er 100% slip optreed. Het roterend schoepenwiel (4) is
verbonden met de krukas. Het huis is staat vast. De eigenlijke regeling
in het toerentalgebied gebeurt met de ServoV Valve (2). Staat deze
open is de remwerking minimaal. De motor draait dan op zijn maximale
toerental bij een bepaalde gasklepstand en instelschroef. Staat de valve
dicht is de remwerking maximaal. De motor draait dan op zijn laagste
toerental in het werkingsgebied. De motor is dan maximaal belast.

Figuur 4 : Roterend schoepenwiel waterrem

Figuur 5 : Vast gedeelte waterrem

www.bachelor-autotechnologie.be

Karel de Grote-Hogeschool Antwerpen


Bachelor Autotechnologie

7
Laboproef VM 2

c. Koelcircuit
Het water van het opvangreservoir van 5000 l boven op de zoldering
wordt door een opvoerpomp naar beneden gepompt. Het water staat daar
onder druk in een verdeelrail. Deze rail is aangesloten op de 2
warmtewisselaars met een mechanische thermostaat, vulleiding van de
rem bij stilstand(5), vlotter van het reservoir(10) aanvoerzijde. Het
reservoir van de terugvoer (11) wordt leeggepompt via een 3 pins
niveauschakeling: Massa, hoog niveau, laag niveau. Wanneer er contact
is tussen deze drie wordt de pomprelais bekrachtigd. Wanneer het contact
volledig verbroken is tussen massa en laag niveau zal het pomprelais
openen. Deze cyclus herhaalt zich steeds opnieuw.
Het koelcircuit van VM2 bestaat dus uit 3 circuits. Het hoofdcircuit bestaat
uit een opvangreservoir van 5000 liter en 2 pompen. Dit circuit wordt
gebruikt voor 3 doeleinden:
De verzorging van water naar de waterrem.
Koelmiddel voor de warmtewisselaar olie
Koelmiddel voor de warmtewisselaar koelwater
De temperatuur van het koelwater en de olie wordt ingesteld met een
mechanische thermostaat.

Figuur 6 : koelcircuits

www.bachelor-autotechnologie.be

Karel de Grote-Hogeschool Antwerpen


Bachelor Autotechnologie

8
Laboproef VM 2

3. Tanken
Er wordt altijd in het begin van de sessie getankt. Vraag dit aan de
betrokken docent. We vullen het inox-reservoir tot 1 cm onder het
afleesniveau. De twee groene reservoirs met het groene handvat vullen
we telkens opnieuw totdat het reservoir volledig gevuld is.
4. Voorafgaandelijke controles
d. Motorgedeelte
Controleer het koelwaterniveau van de motor. Dit reservoir staat
bovenaan de kolom in de testruimte. Schroef de zeskantige dop op dit
reservoir los en controleer het peil met een houten peilstok. Dit moet zich
enkele centimeter onder de vulopening bevinden.
Controleer het oliepeil van de motor. Vul bij indien nodig, de olie staat in
de rode container achter het autotechnologisch centrum.
e. Testbank
Controleer het waterniveau van de watertank in de technische ruimte (dit
is op de zolder). Dit reservoir is een grote ronde metalen tank van 5000
liter. Dit dient minstens voor gevuld te zijn. Controleer dit m.b.v. een
slang die je in de kleine opening steekt. Indien dit niveau te laag is
verwittig je onmiddellijk de docent.

www.bachelor-autotechnologie.be

Karel de Grote-Hogeschool Antwerpen


Bachelor Autotechnologie

9
Laboproef VM 2

5. Instellen van de PCs


Start beide PCs op.
Vraag de motec M-400 of M-800 aan de betrokken docent.
Schakel de Battery power in. De rem wordt nu al gevuld met water.

Figuur 7 : Battery Power

Start de testbank op met de sleutel in het contact naast de noodstop.


Zet ook de drukknop IGNITION op. Zo voorzie je de Motec van
voedingsspanning en kan er dus gecommuniceerd worden met de PC.
De drukknop FUEL PUMPstaat bij niet draaiende motor uit.

Figuur 8 : Ignition - Fuel Pump / Noodstop + contact

www.bachelor-autotechnologie.be

Karel de Grote-Hogeschool Antwerpen


Bachelor Autotechnologie

10
Laboproef VM 2

Start op de linkse computer het programma WinDyn.


Log in op de rechtse computer met je eigen paswoord en
gebruikersnaam. Start dan het programma Motec ECU Manager.

Figuur 9 : Motec ECU Manager

Met dit scherm hou je ook de verschillende temperaturen in het


oog!
Kies dan uit de menubalk file en klik daarna send file to ECU in het
menu linksboven.
Selecteer de File ZETEC LABO en klik op OK.
Het bestand dat nog in de ECU zat wordt opgeslagen als ZETEC LABO ddmm-jj.
Selecteer in de bovenste menubalk file en selecteer dan open ecu.
Bewaar je eigen file als ZETEC LABO dd/mm/jjjj. Je vult hier dus de
datum in van vandaag.
Selecteer dan in de bovenste menubalk Layout => Open Page. Hier
kies je file zetec+.cml.

www.bachelor-autotechnologie.be

Karel de Grote-Hogeschool Antwerpen


Bachelor Autotechnologie

11
Laboproef VM 2

6. Voorbereiding voor de test


De ServoV Control staat standaard op Manual. Als je nu aan de ServoV
knop draait wordt de kraan (servo-valve) onder aan de rem wordt bij 0 %
bijna volledig geopend en bij maximum stand bijna volledig gesloten.
Hiermee kan men de hoeveelheid remwerking afregelen. Men regelt
hiermee dus naar een toerental.
De Engine control staat standaard op Manual. Deze knop bedient de
gasklep van de motor. In de motec ECU manager beweegt er tegelijkertijd
een zwart driehoekje van onder naar boven. Dit bevindt zich links van de
injectietabel.

Figuur 10 : Driehoekje naast aanduiding gasklepstand

De aanduiding van 0 t.e.m. 100 komt overeen met een gesloten en een
volledig geopende gasklep. Als je goed kijkt naar het gasklep huis onder
de luchtfilter kan je de gaskabel zien bewegen.

Figuur 11 : Aanduiding Engine- en ServoV Control

www.bachelor-autotechnologie.be

Karel de Grote-Hogeschool Antwerpen


Bachelor Autotechnologie

12
Laboproef VM 2

Schakel de dakextractor en de afzuiging in van vermogenkamer 2. Deze


schakelaars staan links van de SF console in de bedieningsruimte van
vermogenkamer 2.

Figuur 12 : Schakelaars afzuiging + extractor

www.bachelor-autotechnologie.be

Karel de Grote-Hogeschool Antwerpen


Bachelor Autotechnologie

13
Laboproef VM 2

7. Opwarmen van de motor


De waarde van de Engine control (%) en de motec ECU manager (Throttle
position %) wijken van elkaar af in het bereik van 0 tot 100%. We
gebruiken steeds de waarde % van de gaspedaalstand in de MOTEC ECU
MANAGER.
Zet de FUEL PUMP drukknop aan.
Zet de afregeling van de Engine Control op FINE. Geef 10% gas in de
ECU-manger met de Engine Control draaiknop. Het driehoekje links van de
injectietabel in de ECU-manager gaat voor de waarde staan van de 10%
opening van de gasklep. (Effcy %)

Figuur 13 : Engine Control

Figuur 14 : Procentuele gasklepstand

Om de motor stil te leggen drukken we de knop IGNITION uit, daarna


zet je ook de drukknup van de FUEL PUMP af. Schakel de IGNITION
opnieuw in om zo de communicatie met de MOTEC te behouden. Wil je
opnieuw starten dan zet je de FUEL PUMP weer op.
Zet de ServoV Control op engspd met het touchscreen. Zet daarna het
motor toerental op 2000 tr/min. De testbank zal het motortoerental
constant houdt op 2000 tr/min door meer gaan af te remmen. Schiet het
motortoerental door naar 3000 tr/min of hoger, duw dan
onmiddellijk op de noodstop en verwittig onmiddellijk de docent.

Figuur 15 : Servo Control

www.bachelor-autotechnologie.be

Karel de Grote-Hogeschool Antwerpen


Bachelor Autotechnologie

14
Laboproef VM 2

Gebruik dan de STARTER drukknop om de motor te starten.


Geef nu gas totdat de uitlezing van het motorkoppel ongeveer
20 Nm is bij een toerental van 2000 tr/min.
Warm de motor zo op totdat de wijzer engine temperature in de motec
ECU Manager een waarde van 78C heeft bereikt.
Werken de temperatuuraanduidingen niet, dan moet je deze een reset
geven. Dubbelklik onderaan op de rode balk diagnostic errors in het
programma ECU manager en klik daar op reset errors.
Als de motor op bedrijfstemperatuur is laten we deze nog even onbelast
draaien op 1000 tr/min. Daarna schakel je de IGNITION en de FUEL
PUMP af.
8. Vermogencurve online opnemen
Op het linkse scherm selecteer je met de muis options. Deze knop staat
linksboven de grafiek.

Figuur 16 : Menu grafiek

Kies dan voor setup. Hier pas je de schaal aan van ECE trq (koppel) van
120 tot 150. De schaal van ECE pwr (vermogen) zet je 0 en 140.

Figuur 17 : instellen schaal

www.bachelor-autotechnologie.be

Karel de Grote-Hogeschool Antwerpen


Bachelor Autotechnologie

15
Laboproef VM 2

Controleer dat de Lower draaiknop 1 op 2000 staat. Dit stelt een


starttoerental voor van 2000 tr/min op de grafiek die je real-time
opneemt.
Stel het eindtoerental in op 6000 tr/min. Dit doe je door de upper
draaiknop 2 6000 tr/min te draaien.
Het returntoerental geeft het toerental weer waarop de motor terugvalt na
de test. Stel dit in op 3000 met draaiknop 3 return

Figuur 18 : upper, lower, return

Met de toets K selecteren we welke automatische test we willen


uitvoeren.
Selecteer hier de test Accel902
Met de toets L selecteer je bij deze test met hoeveel toeren per seconde
de automatische test verloopt. Selecteer je de waarde 250 gaat de
testbank het toerental elke seconde met 250 tr verhogen. Hoe trager de
test verloopt hoe nauwkeuriger de meting is.
Stel deze in op 250
Neem na elke test de belasting onmiddellijk weg door de gasklep
naar 10% te draaien. Dit kan pas nadat het programma volledig
gestopt is en de draaiknop terug actief wordt.
Met de gasklep stel je het maximale vermogen of koppel in. Een
vermogencurve wordt altijd opgenomen op maximaal vermogen. De
gasklep staat tijdens het opnemen van een vermogencurve dus altijd
volledig open.

www.bachelor-autotechnologie.be

Karel de Grote-Hogeschool Antwerpen


Bachelor Autotechnologie

16

Laboproef VM 2
Zet de IGNITION en de FUEL PUMP op. Controleer dat de Engine
Control op Manual staat en dat de gasklep (ECU-manager) op 10%
staat.
Start daarna de motor.
Geef op een normale manier vol gas. Controleer dat de motor op 2000
tr/min blijft anders verwittig je de docent.
Druk op de toets A start test op de bedieningsconsole.
Druk dan op toets D Accel om de test te activeren.
De motor versnelt met een ingesteld patroon naar het upper toerental en
valt terug op het return toerental.
Als de motor op het returntoerental van 3000 tr/min staat duwen op de
toets E stop.
Als het programma volledig gestopt is wordt de Engine Control terug
actief.
We zetten dus na enkele ogenblikken onmiddellijk de Engine Control
terug op 10 % (ecu-manager) om zo de motor uit zijn maximale belasting
te halen.
De vermogengrafiek verschijnt nu online op het linkse computerscherm.
Herhaal deze procedure met een rate van 500.
Druk beide grafieken af.
Leg na de test de motor stil. Door de IGNITION en de FUEL PUMP af te
schakelen. Zet alleen de IGNITION terug aan om de communicatie met
de motec te behouden.

www.bachelor-autotechnologie.be

Karel de Grote-Hogeschool Antwerpen


Bachelor Autotechnologie

17
Laboproef VM 2

www.bachelor-autotechnologie.be

Karel de Grote-Hogeschool Antwerpen


Bachelor Autotechnologie

18
Laboproef VM 2

www.bachelor-autotechnologie.be

Karel de Grote-Hogeschool Antwerpen


Bachelor Autotechnologie

19
Laboproef VM 2

9. Mapping van het kenveld


Selecteer het injectiekenveld (cirkel) in de Motec ECU Manager.

Figuur 19 : aanduiding injectiekenveld

De waarden in de tabel van de inspuiting stellen het injectiekenveld voor.


X-as
Y-as
Z-as

Toerental
Gasklepstand
Hoeveelheid ingespoten brandstof in % van IJPU.

IJPU : Injector Pulse Width Scaling


De inspuitduur wordt weergegeven in procenten van de maximale IJPU.
Die bedraagt in deze configuratie 20 ms. Staat in de injectietabel 25 %
dan komt dit overeen met een inspuitduur van 5 ms. De maximale IJPU
kan men aanpassen indien nodig.

Figuur 20 : Injectiekenveld

Elk punt in de kolom onder de 3500 tr/min wordt afgesteld. De cirkels


geven telkens n punt weer in de tabel en geeft hetzelfde punt weer in
het 3 D injectie kenveld. Bij een toerental van 3500 tr/min en een
gasklep stand van 40% is de inspuitduur gelijk aan 43,1 % van 20 ms, dit
is dus 8,62 ms.
Als de gasklep nu op 45 % staat en de motor draait aan 3000 tr/min
interpoleert de Motec ECU manager de inspuitduur tussen 40 % (43,1%)
en 50 % (47,2 %). In dat geval is de inspuitduur dus 45,15 % van 20
ms.
Staat de gasklep op 40 % en draait de motor aan een toerental van 3250
tr/min, dan is de inspuitduur gelijk aan 43,15 % van 20 ms.

www.bachelor-autotechnologie.be

Karel de Grote-Hogeschool Antwerpen


Bachelor Autotechnologie

20
Laboproef VM 2

Het is dus uitermate belangrijk dat het toerental zo dicht mogelijk bij de
3500 tr/min ligt en dat de gasklep stand op exact 40% staat. Je kan dit
controleren door het zwarte vierkantje links van de injectietabel in de
motec ECU-manager. Staat dit mooi in het midden van het witte is het
toerental en de gasklepstand goed ingesteld.
Met op de toets spatiebalk te drukken gaat het vakje naar de te regelen
regimewaarde.

Figuur 21 : visueel controlemiddel

Staat dit te ver naar boven of beneden moet je de gasklep Engine


Control bijstellen. Staat het te ver naar links of naar rechts moet je de
ServoV Control bijstellen. Dit doe je door het toerental af te lezen in de
motec ECU manager en dan met de draaiknop het motortoerental op 3500
tr/min af te stellen.
Het spreekt voor zich dat je dit nooit perfect stil in het midden krijgt. Het
toerental van een 4 takt blijft nooit exact stabiel. Schommelingen van een
10 tal toeren zijn volkomen normaal.
We gaan nu de kolom van de procentuele inspuitduur op 3500 tr/min
mappen op lambda 1.
Zet de IGNITION en de FUEL PUMP schakelaar op. Controleer dat de
ServoV Control op Engine Speed 3500 staat en dat de Engine Control
op Manual 10% (ECU-manager) staat.
Controleer of de lambda tabel op 1 staat.

Zet daarna de injectietabel terug op het scherm.


bliksemschicht (ontstekingstabel)
Start daarna de motor.

www.bachelor-autotechnologie.be

Links van de

Karel de Grote-Hogeschool Antwerpen


Bachelor Autotechnologie

21

Laboproef VM 2
Geef nu gas totdat je het toerental van 3500 tr/min hebt bereikt. Het
zwarte driehoekje van de potentiometer staat meestal tussen 2 gehele
gasklepstanden in. Geef nu iets meer gas totdat je net in het midden
staat van de bovenste waarde. Het zwarte vierkant staat dan verticaal
uitgelijnd met het grotere witte vierkant. De horizontale uitlijning kan je
bijstellen met de ServoV Control draaiknop.
Duw op spatiebalk om het blauwe vakje mee te laten volgen met het
motorregime.
Nu ga je het mengsel afstellen op optimale verbranding, lambda 1. Je
kan dit controleren op de display van de PLM. Die is gemonteerd voor de
motor in de testruimte.
De quick lambda funtion wordt geactiveerd door op de toets Q te
duwen. Klik dan bij de vraag op Yes en daarna nog enkele malen op de
toets Q totdat de inspuitwaarde vrij stabiel blijft. Je ziet nu op de
display van de PLM een 1.00 staan, dit komt overeen met een lambda
waarde van 1.
Laat de motor nooit te arm draaien. De lambda waarde is dan
groter dan 1.
Laat de motor nooit veel te rijk draaien. De lambda waarde is dan
kleiner dan 0,85
0,85< testgebied < 1,00
Vervolledig onderstaande tabel.
MAF
(g/s)

24
43
50
54
56
57
57

Gasklep
Stand
(theoretisch
ingestelde
waarde)
40
50
60
70
80
90
100

Procentuele
inspuitduur

36
45
69.2
76
76/85
76/85
76/85

ms

6.5
8.4
9.8
10.2
10.9
10.9
10.9

kW

21
43
59
63
65
65
65

Nm

62
128
163
172
178
178
180

Exh
Temp

/
/
/
/
/
/
/

Tabel 1

Ga zo telkens stap per stap naar boven.


Als je honderd procent
gasklepstand hebt bereikt en als je dit vakje afgesteld hebt op een lambda
www.bachelor-autotechnologie.be

Karel de Grote-Hogeschool Antwerpen


Bachelor Autotechnologie

22

Laboproef VM 2
waarde van 1 neem je onmiddellijk gas terug en laat je de motor draaien
op een gasklepstand van 10 %. Zo krijgt deze even de tijd (min 5
minuten) om af te koelen.
Dan herhalen we deze procedure maar nu gebruiken we de toetsen page
up/page down of de scroll van de muis om meer brandstof in te spuiten.
Vergeet niet eerst op de spatiebalk te duwen zodat het blauwe vakje op
het motorregime staat. Duw op page up, je ziet de lambda waarde dalen.
Regel deze kolom van 3500 tr/min nu af op een rijker mengsel (0,85).
MAF
(g/s)

Gasklep
stand

21
40
50
55
55
55
55

40
50
60
70
80
90
100

Procentuele
inspuitduur
(theoretisch
ingestelde
waarde)
50
80
87
106
106
106
106

ms

7
9.8
11.5
12
13.5
13.5
13.5

kW

23
44
60
65
65
67
66

Nm

89
128
160
173
177
184
180

Exh
Temp

/
/
/
/
/
/
/

Tabel 2

10.

Opnemen relevante parameters

Regel de horizontale lijn van 60 % gasklepstand af op lambda 1.


Neem na de volledig afregeling volgende tabel op :
Toerental

P (kW)

M (Nm)

2000
3000
4000
5000
6000

24
50
59
67
68

130
160
162
150
111

Uitlaatgas
temperatuur
/
/
/
/
/

www.bachelor-autotechnologie.be

Manifold air
Pressure MAP
/
/
/
/
/

Karel de Grote-Hogeschool Antwerpen


Bachelor Autotechnologie

23

Laboproef VM 2
Regel dan de lijn van 100 % gasklepstand af op lambda 0,85 en neem dan
volgende tabel op
Toerental

P (kW)

M (Nm)

2000
3000
4000
5000
6000

44
52
70
79
77

168
170
168
159
120

Uitlaatgas
temperatuur
/
/
/
/
/

www.bachelor-autotechnologie.be

Manifold air
Pressure MAP
/
/
/
/
/

Karel de Grote-Hogeschool Antwerpen


Bachelor Autotechnologie

24
Laboproef VM 2

11.

Vragen

Vraag 1
Bereken het koelvermogen van de externe koelradiator in Kw. Deze wordt
momenteel gebruikt op de aardgas/waterstof motor van MAN.
Gegeven: Om 1 liter water 1C op te warmen heb je 4186 joule nodig
Inhoud vat : 5000 liter
Start temperatuur vat T1= 45C
Eind temperatuur vat T2 = 33C
Tijdsduur : 1h 30 min
De radiator is oorspronkelijk ontworpen voor een 200 kw motor. Hoe
komt het dat de berekende waarde meer als de helft lager uitkomt?
Gegeven:
T = 12C
V = 5000l
1l -> 1C doen stijgen -> 4186J
t = 1.5h
Gevraagd:
Koelvermogen in Kw
Oplossing:
Voor 5000l water 12C afkoelen
4186J * 5000l * 12C = 251.16MJ
Vermogen = arbeid / tijd
P = 251.16MJ / 1.5 *60 *60 = 46511W
De gebruikte radiator is zo grof geneomen om ervoor te zorgen dat er
voldoende veiligheidsmarge is.

www.bachelor-autotechnologie.be

Karel de Grote-Hogeschool Antwerpen


Bachelor Autotechnologie

25
Laboproef VM 2

Vraag 2
Bereken de inspuitduur voor 1 verstuiver bij 2500 tr/min en 100 %
gasklepstand.
Cilinderinhoud 1799 cc
Gemeten bij n op de injector testbank bij 2500 tr/min.
0,0115 ml / 3 ms
0,0234 ml / 6 ms
0,0464 ml / 12 ms
4 Cilinders 1799 cc
1 cilinder 449.75 cc
Bij volledig geopende gasklep 449.75 cm 3 mengel
1/14.7 verhouding brandstof/lucht
1 cm3 14 700 cm3
0.03059 cm3 449.75 cm3
0.03059 ml

0.0115 ml 3 ms
0.03059 ml 70.98 ms

www.bachelor-autotechnologie.be

Karel de Grote-Hogeschool Antwerpen


Bachelor Autotechnologie

26
Laboproef VM 2

Vraag 3
Gegevens : Tabel 1 en tabel 2
Zet de grafiek uit van de procentuele gasklepstand tov de inspuitduur voor
lambda 1 en lambda 0,85.
Wat kan je besluiten uit tabel 1 en tabel 2

We zien duidelijk bij reeks 2 dat wanneer de motor rijk (=0,85) afgesteld is, de
inspuitduur langer zal zijn en dat er dus meer brandstof verbrand zal worden dan bij
reeks 1 waarbij de lambdawaarde 1 bedraagd. Dit geldt over het hele bereik van de
gasklep.

www.bachelor-autotechnologie.be

Karel de Grote-Hogeschool Antwerpen


Bachelor Autotechnologie

27
Laboproef VM 2

Vraag 4
Gegevens : Tabel 3 en tabel 4
Tabel 3: Gasklepstand 60 % en Lambda 1
Toerental
P (kW)
M (Nm)
Uitlaatgas
temperatuur
2000
24
130
/
3000
50
160
/
4000
59
162
/
5000
67
150
/
6000
68
111
/

Manifold air
Pressure MAP
/
/
/
/
/

Tabel4: Gasklepstand 100% en Lambda 0.85


Toerental
P (kW)
M (Nm)
Uitlaatgas
temperatuur
2000
44
168
/
3000
52
170
/
4000
70
168
/
5000
79
159
/
6000
77
120
/

Manifold air
Pressure MAP
/
/
/
/
/

Grafieken : waarden zijn lambda 0.85 en 1


Toerental/Vermogen

www.bachelor-autotechnologie.be

Karel de Grote-Hogeschool Antwerpen


Bachelor Autotechnologie

28
Laboproef VM 2

Toerental/Koppel

Toerental/uitlaatgastemperatuur -> ligt ook hoger bij Lambda 0.85


Toerental/MAP -> ligt ook hoger bij Lambda 0.85
Wat kan je besluiten uit tabel 3 en tabel 4
Wanneer men het voertuig zwaarder wil belasten, gaat er een rijker
mengsel toegepast (<1, in dit geval =0.85) worden om het Koppel en
het Vermogen te doen laten stijgen.
De onverbrande koolwaterstoffen gaan mee naar de
deze het uitlaatsgas zal koelen. (Tuitl.gas )
12.

Opruimen

Schakel de afzuiging en dakextractor uit.


Zet de ignition en de fuel pump uit.
Schakel de Battery Power uit.
Schakel beide computers uit.
Zet de testbank uit.
Doof de lichten in de testcel en gangen.

www.bachelor-autotechnologie.be

uitlaat waardoor