Anda di halaman 1dari 5

-1-

UITLEG OVER

DE KORAN

Veel Christenen gaan er automatisch van uit dat de Koran binnen de Islam dezelfde
functie vervult als de Bijbel binnen het Christendom. Een Islamiet, die een Christen
wil overtuigen, zal dat graag beamen, want zegt hij: Er is n God en Mohammed is
zijn profeet. Als u het ongeveinsde licht der waarheid zoekt, lees dan de Koran, want
die bevat de uitspraken van de profeet. De Bijbel is van veel ouder datum en daarom
onzeker. Zij staat vol tegenstrijdigheden en is op veel punten historisch onjuist. Dat is
wat jullie eigen theologen zeggen. Antwoord op dat laatste is eenvoudig: Bij ons
staat geen straf op het in twijfel trekken van de Bijbel of zelfs het bespottelijk maken
daarvan. Een ongelovige is vrij om zich theoloog te noemen en de Bijbel aan te
vallen met gebruikmaking van wat men gerust een pseudo wetenschap mag noemen.
Immers, echt objectief onderzoek toont aan dat de Bijbel waar, gewettigd, authentiek
en onfeilbaar is. Het zijn mensen die elkaar tegenspreken, maar de Bijbel zelf spreekt
zichzelf nooit tegen. Het eerste deel van het argument, dat onze Moslim vriend ter
berde bracht, is minder eenvoudig te beantwoorden omdat daar een zekere kennis voor
nodig is die nu eenmaal ontbreekt bij de meeste Christenen. Dit artikel gaat daarom over
de plaats van de Koran binnen de Islam.
Indien iemand de Koran uitsluitend probeert te verklaren op grond van citaten uit de
Koran blijft de echte leer buiten bereik. Als iemand wil weten wat de Koran werkelijk
inhoudt volstaat de Koran niet. Het is eigenlijk het kleinste deel van de Islamitische
leer. Het bevat onvoldoende informatie om zelfs een van de vijf zuilen van de Islam te
kunnen bepalen, wat de essentile verplichtingen omvat voor iedere gelovige, zoals de
pelgrimstocht naar Mekka. (1) In feite speelt de Koran voor het richting geven aan het
geloofsleven een secundaire rol. De Koran zelf zegt heel weinig over de gebeurtenissen
die Mohammed zelf betreffen. Naar dit soort gebeurtenissen wordt alleen verwezen,

-2-

zonder meestal namen te noemen. De naam Mohammed komt slechts 4x in de Koran


voor, plus eenmaal Achmed als aanduiding van Mohammed. Een opmerkelijk feit is dat
alhoewel Mohammed nauwelijks in de Koran wordt genoemd, de naam Jezus maar
liefst 25x voorkomt, Maria 35x, Johannes de Doper 41x en als topper de profeet Mozes
135x. Slechts 9 plaatsnamen worden genoemd waarvan 4 in verband met veldslagen.
De meeste voorschriften in het boek zijn nogal vaag en de Islamiet laat zich eerder
leiden door wat hem voorgehouden wordt door het religieuze gezag. Dat is logisch
want de Koran is onbegrijpelijk zonder de begeleidende tekst van Sira (Mohammeds
biografie) en Hadith (zijn tradities), van wat eens de mondelinge traditie was, die in
zijn uiteindelijke vorm pas om en nabij het jaar 900 zijn definitieve vorm kreeg (Mohammed stierf in 632 na Chr.). Met deze verhaling en uitleg is sprake van een indrukwekkend corpus. Naderhand, zo rond het midden van de elfde eeuw, toen de begeleidende corpus zijn definitieve vorm had gekregen, werd zoals het heet de poort van
Ijtihad gesloten (Ijtihad betekent vrijheid van leerstellige interpretatie).
De Koran zelf wijst op de mondeling traditie die in de Sira en Hadith is vervat. De
hoeveelheid informatie die zich in deze twee boekenverzamelingen bevindt is verbazingwekkend. In de Koran staat meer dan zeventig keer dat alle Moslims het heilige
voorbeeld van Mohammeds woorden en daden moeten volgen. Omdat Mohammed het
volmaakte voorbeeld is voor alle Moslims zijn de kleinste details van zijn leven
opgetekend. We weten hoe hij naar de badkamer ging, zijn tanden poetste en seks had,
en natuurlijk hoe hij zijn oorlogen voerde. In opdracht van de Koran moeten Moslims
Mohammeds leven getrouw navolgen. Om te weten hoe moeten ze de Sunna volgen
die in de Sira en Hadith zijn vervat. De Sunna betekent letterlijk het begane pad.
Daarom betekent de sunna van de profeet de manier en de gewoontes van de profeet.
Op grond hiervan zijn alle Moslims Mohammedanen (alhoewel die naam in onbruik is
geraakt).
De Koran zelf is kort na Mohammeds dood ontstaan waarbij een groot gedeelte vanuit
het geheugen werd geciteerd, waar men toen zeer bedreven in was, en dat jaren na de
toespraken zelf. (2) Maar de Koran bevat ongetwijfeld ook aantekeningen van Mohammed zelf (3), alhoewel niet is vast
te stellen welke. Het geheel kan als een
verzameling toespraken worden beschouwd, welke ongeveer twintig jaar
na samenstelling werden bijgeschaafd
en als het ware vertaald in de zogenaamd pre-Islamitisch potische taal,
een combinatie van twee dialecten, die
afwijkt van het Arabisch van Mekka de taal die Mohammed sprak - met, zoals te verwachten, een aantal aanpassingen van de tekst die politiek opportuun werden bevonden. Met andere
woorden: de exacte openbaring zoals
Mohammed die van de engel Gabril
zou hebben ontvangen, is niet terug te
vinden in de Koran! Het bronmateriaal,
inclusief de alternatieve versies, werd
vervolgens vernietigd om een reconstructie onmogelijk te maken. (Zie ook
De tekstuele geschiedenis van de
Koran) Toch zijn er lijvige Islamitische boekwerken en ook archeolo-

-3-

gische vondsten waaruit blijkt dat het aantal tekstvarianten in de tienduizenden loopt.
Maar daar wordt geen ruchtbaarheid aan gegeven. Niettemin kan worden vastgesteld
dat de Koran met zo weinig organisatie en in zon chaos tot ons is gekomen en met zoveel flagrante tegenstellingen, waarbij elk stuk zijn eigen kenmerken draagt, dat wel
zeker is dat het boek vanuit verschillende bronnen kort na het overlijden van Mohammed is ontstaan. De exacte totstandkoming van de tekst en de wijze waarop het gelezen
moet worden is wetenschappelijk niet zo eenvoudig vast te stellen, alhoewel gerust kan
worden gesteld dat de verslagen een redelijk hoog betrouwbaarheidsgehalte hebben.
Toch wordt iedere poging tot objectief onderzoek in de kiem gesmoord omdat geen enkele afwijking wordt getolereerd van het gesanctioneerde standpunt.
Alhoewel de begeleidende Sira en Hadith in de geloofspraktijk van de Moslim een
groter gewicht hebben dan de Koran, wijzen ze voortdurend terug op de Koran. Het
bevat niet alleen de verslagen die Mohammed worden toegedicht, van wat hij deed, wat
hij impliciet en expliciet gebood en toeliet en wat in zijn aanwezigheid werd gedaan; ze
bevatten ook de zeer belangrijk geachte gezegdes van de metgezellen van de profeet.
Oorspronkelijk was de traditie anoniem, maar de opvatting over continuteit, in de beginfase van de Islam zo belangrijk, droeg er toe bij dat alles werd terug geprojecteerd
en toegeschreven aan gezaghebbende figuren uit het verleden in een mondelinge keten
van overlevering. Tenslotte kwam men bij de profeet zelf terecht. Bijna geen der tradities staat op zuiver objectieve gronden historisch vast, alhoewel sommige ongetwijfeld uit de meest verheven motieven in omloop werden gebracht. Dat gaven de sunnieten, wat de grootste stroming binnen de Islam vertegenwoordigt, ook min of meer
toe door uitspraken voor te dragen als: Aan mij (Mohammed) toegeschreven uitspraken die in overeenstemming zijn met de Koran, zijn van mij ongeacht of ik (Mohammed) ze gezegd heb, of nog korter: Elke juiste uitspraak is van mij.
Moslims hebben de neiging iedere kritiek weg te wuiven, in het bijzonder die op de
Koran betrekking heeft, door te vragen of de kritikaster de Koran in het Arabisch origineel heeft gelezen, alsof alle problemen van hun heilige tekst daarmee op een of andere
wijze opgelost zouden worden, doordat de lezer in een direkte ervaring van het horen
en zien van Gods heilige en hoog verheven potische woorden, die in prachtige ritmiek
zijn vervat, de essentie van de boodschap gewaar kan worden die anders voor hem verborgen zou zijn gebleven. Vanzelfsprekend kennen de meeste moslims geen Arabisch,
zoals die van Indonesi, Pakistan, Iran, Turkije en India. Deze hebben een gezamenlijke moslim bevolking van 550 miljoen en overtreffen daarbij ruimschoots de Arabisch
sprekende moslims van zon 150 miljoen. Menigeen leert de Koran of gedeeltes daarvan uit het hoofd zonder een woord te kennen. Trouwens, de Koran is inmiddels in
meer dan honderd talen vertaald. Van die 150 miljoen Arabisch sprekenden is het overgrote deel niet in staat om maar een iota te begrijpen van het Middeleeuws klassiek
Arabisch dat op de universiteiten wordt gedoceerd, een niet courante taal die het meest
lijkt op het schrift zoals ons dat vanuit de Koran bekend is. Het Middeleeuws klassiek
Arabisch is pas in de achtste en negende eeuw gedefinieerd en is dus van later datum.
De meer ontwikkelden die het moderne klassiek Arabisch kennen, hebben nog steeds
grote moeite met het Middeleeuws klassiek en hebben verklarende teksten nodig om te
begrijpen wat er staat. Zij die in staat zijn om Middeleeuws klassiek te spreken zijn
even schaars gezaaid als zij die hier in het Westen in staat zijn Latijn te spreken. Het
schijnt dat er niet meer dan duizend Arabieren zijn die vlot Middeleeuws klassiek kunnen spreken en schrijven. Bovendien is de koranstijl zwaar verteerbaar en lijkt in niets
op het hedendaags proza. De Koran zou op nogal wat plaatsen onbegrijpelijk zijn zonder woordverklaringen, ja zelfs hele commentaren. Zelfs de meest ontwikkelde Arabier
heeft een soort van vertaling nodig om iets zinvols te halen uit het meest heilige geschrift van het Islamitisch erfgoed. En dan ng zijn grote gedeeltes van de Koran voor

-4-

verschillende uitleg vatbaar, wat niet wegneemt dat de algemene strekking in de meeste
gevallen heel duidelijk is.
Ironisch genoeg blijkt het zich wenden tot de originele tekst, waarmee ons begrip
volgens vrome Moslims verhoogd zou worden, alleen maar te leiden tot nog grotere
verwarring. De Koran beweert voor zichzelf helder te zijn, maar een eenvoudige bestudering van de tekst toont aan dat ongeveer iedere vijfde zin moeilijkheden geeft in de
vertaling. Er komen ook niet zelden grammaticale fouten in voor, hetgeen op zijn
zachtst gezegd bedenkelijk is voor een tekst die rechtstreeks van God afkomstig is.
Hiermee worstelden reeds de eerste exegeten uit de achtste en negende eeuw, waarbij
het probleem rees dat hetzelfde woord totaal andere en soms tegenstrijdige betekenissen kan hebben of een betekenis waarnaar alleen maar gegist kan worden. Zegt de
Koran niet (sura II.7): Sommige verzen zijn ongewis () en het is alleen God die de
uitleg kent. Deze problematiek heeft tot grote verschillen in uitleg geleid tussen
hogenlijk gerespecteerde moslimgeleerden.
Tot slot zij vermeld dat in de Koran honderden verzen worden ontkracht door andere
die het tegendeel beweren. Dit was te danken volgens een aan de profeet toegeschreven
uitspraak over Gods soevereiniteit. Zo kan gebeuren dat de latere Medina verzen die
geweld en intolerantie prediken, indien de omstandigheden dat toelaten, de eerdere
Mekka verzen opheffen die vredelievendheid voorstaan. Met recht kan daarom worden
gesteld dat binnen de Islam het toepassen van geweld het verlengstuk is van de geloofsverkondiging. Dit kan verklaren waarom de Turkse overheid, die minder westers is dan
men voorwendt, weigert schuld te bekennen voor de moord op de anderhalf miljoen
Christelijke Armenirs tijdens de eerste wereldoorlog. Het is naef om te veronderstellen dat het inherente agressieve karakter van de Islam een voorbijgaande fase is die
te vergelijken valt met de agressieve fase binnen het Christendom. Christenen hebben
in het verleden verschrikkelijke misdaden begaan, maar zijn daar nooit trots op geweest. Dat is een fundamenteel onderscheid! (4)
En ding staat vast. Na dit antwoord zal onze moslimvriend verontwaardigd weglopen.
Wellicht was het beter geweest om hem een Bijbel in handen te duwen met de belofte
dat wij ons zouden inzetten om de Koran te lezen die, zoals u inmiddels heeft begrepen,
onschuldige leesstof is, want niemand zal door alleen het lezen van de Koran Moslim
willen worden. Dat is nog nooit vertoond. Koran-traktaten worden daarom niet op
straat uitgereikt. Met de Bijbel ligt dat anders. Dat is aangrijpende lectuur!
Hubert Luns
[gepubliceerd in Profetisch Perspectief, winter 2005 Nr. 49]

Geraadpleegde literatuur: deze is voornamelijk die van Ibn Warraq: What the Koran
really says en The Quest for the historical Muhammad.
Zie tevens: Ahlan biek ja oestz Blair!

-5-

Noten
(1) De vijf zuilen van de Islam zijn de vijf godsdienstige verplichtingen van iedere
Moslim. Deze verplichtingen zijn de Shahdah (de geloofsbelijdenis), Salat (rituele
gebed), Zakat (het geven van aalmoezen), Siyam (het vasten tijdens de Ramadan) en
Hajj (pelgrimstocht naar Mekka).
(2) De vier Evangelin en het boek Handeling zijn niet gebaseerd op een mondelinge
overlevering, maar uitsluitend op zeer precieze verslagen die door de zogenaamde snelschrijvers op schrift waren gesteld. Dat was in de Grieks-Romeinse wereld van die tijd
een normale routine, waar veel mensen vaardigheid in hadden. Zie daartoe de artikelen
van Drs B. J. E. van Noort: Snelschrift in het Oude Testament en Het betrouwbare verslag van de apostelen, en ook zijn sublieme boek: De vastheid van
het gesproken Woord (Importantia Publishing, Dordrecht). .
(3) Mohammed zelf kon niet schrijven. Zijn aantekeningen zouden dus via mondelinge
instructie door zijn metgezellen zijn opgetekend.
(4) Wij moeten wel bedenken dat in de Oudheid het land Turkije het eerste zendingsveld was waar met groot succes Christelijke gemeenten werden gesticht en dat de vijanden van het Christendom juist drom er eer in stellen om in dat specifieke gebied alle
resten van het Christendom uit te roeien. Zie ook Death by Government van R. J.
Rummel, dat zeer gedetailleerd de door de Turkse overheid begane moordpartijen op
de Christenen bespreekt.