Anda di halaman 1dari 120

1

draag/
scheiding(s)constructie(s)
detaillering
een studie naar flexibiliteit en functiemening op het detailniveau van de draagconstructies en de scheidende constructies

Colofon
Studie in opdracht van Y.J. Cuperus in het kader
van de msc-4 Architecture and Modernity
aan de Technische Universiteit Delft, faculteit Bouwkunde
Samenstelling / tekst
Peter Vervoorn (studie nr. 9885313)
Lay-out
Peter Vervoorn
Contact
peter@vervoorn.nl
Nota Bene
Deze studie is niet bedoeld voor commerciele doeleinden.
De samensteller neemt geen enkele aansprakelijkheid op zich,
aan de inhoud van deze studie kunnen geen rechten worden ontleend.

draag/
scheiding(s)constructie(s)
detaillering
een studie naar flexibiliteit en functiemening op het detailniveau van de draagconstructies en de scheidende constructies

delft, april 2004


ir. p.h.j vervoorn

4
Voorwoord
Deze studie valt binnen het kader van het afstuderen aan de Technische Universiteit Delft, faculteit
Bouwkunde.
Door de invoering van de nieuwe stijl afstuderen is
de tijd beperkt en kan niet alles bestudeerd worden
dat nodig is voor het maken van een architectonisch
ontwerp.
De nieuwe stijl betekend ook het werken in atelierverband, dit verband maakt het mogelijk dat men
van elkaars en van voorgaande studies gebruik kan
maken.
Ik heb er naar gestreefd om de stof waaruit deze
studie opgebouwd is zo helder en toegankelijk mogelijk te presenteren. De details die in deze studie
zijn opgenomen zijn standaard referentiedetails
voor de minder expressieve scheidingsconstructies (woningscheidende wanden).
De keuze voor dit onderwerp (een studie naar flexibiliteit en functiemening op het detailniveau van de
draagconstructies en de scheidende constructies)
komt voort uit de vraag naar flexibiliteit, tijdens
zowel het (ontwerp)proces (grote projecten kennen een tijdsafhankelijk vraag naar bepaalde types
(groottes)) als tijdens de exploitatieperiode.

april 2004
ir. P.H.J. Vervoorn

Voorwoord

5
Inhoud
Voorwoord

Inleiding

Bouwstructuur en ruimte

11

Referentiedetails

15

Infra+

23

Analyse verschillende systemen

31

Conclusies

35

Bronvermelding

39

Bijlagen

Inhoud

Infra +

43

Verdiepingbouw in staal en beton

77

Ontwerp van de stabiliteitsvoorzieningen


Bouwkudige geveldetails
Constructieve verbindingsdetails

79
85
93

1
inleiding

9
1

Inleiding

In deze korte studie naar een bouwtechnisch aspect


heb ik er voor gekozen om aandacht te besteden
aan de detaillering van (woning)scheidende constructies.
Waarom een studie naar de detaillering van
(woning)scheidende constructies? In deze inleiding komen een aantal redenen aan bod die een
antwoord geven op deze vraag. Te beginnen bij het
atelier waarbinnen ik afstudeer - wonen - werken
- de functiemenging en uitwisselbaarheid van functies vraagt om een structuur waarbinnen uitwisseling van functies mogelijk is. Deze uitwisselingsmogelijkheid kan tevens voor een langere levensduur
van het gebouw zorgen.
Naast de wens voor functiemenging is er ook behoefte aan flexibiliteit. Flexibiliteit is een ruim begrip
en ik deel het daarom op in procesflexibiliteit en gebruiksflexibiliteit. De gebruiksflexibiliteit slaat op de
mogelijkheid om tijdens de gebruiksfase - zonder
grote inspanning (verbouwing met veel overlast)
- ruimtes op te delen / samen te trekken of voor een
andere functie te gebruiken.
De procesflexibiliteit slaat op de mogelijkheid om
tijdens het ontwerp en uitvoeringstraject de indeling
en functietoekenning te wijzigen. Zelfs nog tijdens
de bouw. Deze procesflexibiliteit is zeker bij grote
projecten nodig. Door snelle veranderingen in de
vraag en aanbodmarkt van vastgoed kan met behulp van procesflexibiliteit beter ingespeelt worden
op de vraag van de markt. Ook biedt de procesflexibiliteit de mogelijkheid om beter in te spelen op de
inviduele eisen van de uiteindelijke gebruikers.
Vanuit deze vraag naar flexibiliteit en functiemening
heb ik gekozen voor de (woning)scheidende constructies en de detaillering hiervan.
De centrale vraag in deze studie is: welk systeem biedt een maximale flexibiliteit en functiemeningsmogelijkheid?
In deze studie komen de draagstructuur en ruimte
aan bod (hoofdstuk 2), vervolgens wordt ingegaan
op standaardreferentiedetails (hoofdstuk 3). In
hoofdstuk 4 wordt ingegaan op een nieuw bouwproduct: infra+. De verschillende systemen worden
tegen elkaar uitgezet in hoofdstuk 5. Besloten wordt
met de conclusies in hoofdstuk 6.

10

11

2
bouwstructuur
en ruimte

12

13
2

Bouwstructuur
en ruimte

De
hiernaast
weergegeven
draagconstructiesystemen
zijn
overgenomen uit de reader ontwerpen met draagconstructies; deel 3
serie ontwerpen en bouwmethodiek (Cuperus en Sackman, 1988).
Ik heb hier niet alle mogelijke
draagconstructies
laten
zien,
maar gekozen voor een schakering tussen kolom en schijf. De
kolomstructuur wordt meer met
werkfuncties geassocieerd, schijfstructuren meer met seriematige
woningbouw. De tussenvormen
zijn te typeren als korte schijven,
schijfvormige kolommen, portaalvormige schijven of geperforeerde
schijven. Naarmate de constructie
uit meer massa bestaat des te
meer ligt de ruimtelijkheid vast.
Een hele vrije structuur (volledig
kolommen, geschoord of gekoppeld aan een stijve kern) wordt
vaak als minder interessant gezien.
Het spel van schijven en kolommen
kan dan ook een interessante constructie vormen. Nu hebben beide
construciesystemen hun voors en
tegens. Het gebruik om woningbouw vanuit een tunneltraditie te
ontwerpen biedt voordelen voor de
aannemer, die veelal een machtige
positie inneemt. Echter de voordelen van een kolomstructuur kunnen
zeker bij functiemenging volop benut worden.
Door nieuwe technieken in de
kolomstructuur (skelet) zijn de mogelijkheden vrijwel oneindig...
In het volgende hoofdstuk volgen
een aantal details die de aansluiting van (woning)scheidende wanden en vloeren inzichtelijk maken.

Bouwstructuur en ruimte
Primaire systemen van skelet naar schijf (oneindige transities mogelijk!)

14

15

3
referentiedetails

16

Draagstructuur: gietbouw
Detail: vloer in het werk gestort, massieve bouwmuur

schaal 1:5

17

Draagstructuur: gietbouw
Detail: vloer in het werk gestort, massieve bouwmuur,
zwevende dekvloer

schaal 1:5

18

Draagstructuur: stapelbouw
Detail: bekistingsplaatvloer, massieve bouwmuur

schaal 1:5

19

Draagstructuur: stapelbouw
Detail: bekistingsplaatvloer, ankerloze spouwmuur,
zwevende dekvloer

schaal 1:5

20

Draagstructuur: houtskeletbouw
Detail: houten vloer, ankerloze spouwmuur

schaal 1:5

21

Draagstructuur: gietbouw, stapelbouw, prefab betonbouw


Detail: bekistingsplaatvloer, binnenwand op woningscheidende vloer

schaal 1:5

22

Draagstructuur: gietbouw, stapelbouw, prefab betonbouw


Detail: bekistingsplaatvloer, binnenwand op woningscheidende vloer

schaal 1:5

23

4
infra+
concept en
details

24

PreFab Limburg

INFRA

en de constructeur

PreFab Limburg BV
Kelperheide 50
6037 SZ Kelpen Oler
tel:
+31 (495) 652335
fax:
+31 (495) 652336
Email: info@prefab-limburg.nl

25
4

infra+concept en details

INFRA+ is een hol en daardoor flexibel vloersysteem.


Het INFRA+ vloersysteem is
opgebouwd uit stalen liggers (IPE) en een betonnen
schil. Zowel de liggers als de betonnen
schil kunnen worden voorzien van sparingen ten
behoeve van doorvoer van leidingen.
Stalen liggers
De stalen liggers, ook wel de INFRA+ liggers
genoemd, verzorgen de overspanning. De
INFRA+ liggers worden door PreFab Limburg
bepaald, waarbij er rekening wordt gehouden
met het gatenpatroon. De vloeren worden berekend
op sterkte, doorbuiging en
eigenfrequentie.
Betonschil
De betonschil, ook wel INFRA+ schil genoemd, is
het uiteindelijke plafond van de
onderliggende ruimte. Toch heeft de betonschil
meer functies, zoals: de brandwerendheid van
meer dan 145 minuten waarborgen, werkvloer
tijdens de bouw, draagt een hoeveelheid
installaties, heeft een akoestische functie en verzorgt
de schijfwerking/stabiliteit van een
gebouw.
Na het leggen van de INFRA+ vloerelementen
dienen deze aan de hoofddraagconstructie
bevestigd te worden. Voordat begonnen wordt met
het afmonteren van de vloer, dient de
onderzijde gecontroleerd te worden op vlakheid. Als
het plafond vlak is en de
naadovergangen tussen de platen goed sluitend
zijn, kan begonnen worden met het
afmonteren.

Flexibele plattegronden met het INFRA+


vloersysteem
Door gebruik te maken van een kolommenstructuur
in combinatie met een flexibel vloersysteem is het
mogelijk om indelingen van gebouwen aanpasbaar
te maken.

Constructieve opzet
Naast de stabiliteit die doorgaans mede uit de
massieve vloerconstructie wordt gehaald, zijn de
bouwfysische knopen maatgevend om aan de
regelgeving en speciaal aan het nieuwe Bouwbesluit
te voldoen.
Door de (zwevende) topvloer en het plafond ter
plaatse van de woningscheiding te dilateren, wordt
een akoestische ontkoppeling bereikt.
De (stalen) draagconstructie is opgenomen in de
woningscheidende constructie en voorzien van een
betonschil of brandwerende bekleding.
Om schijfwerking van de vloer te realiseren wordt
een vakwerk aangebracht in de vorm van relatief
dunne stalen strippen, diagonaal over de IPEprofielen van de INFRA+ vloerelementen.
Door deze opzet blijft de maximale flexibiliteit van
het gebouw bestaan, omdat de leidingen bereikbaar
blijven.
Door de INFRA+ vloerelementen evenwijdig aan de
stalen liggers los te houden bij de stramienmaten,
kunnen hier ook in de toekomst woningscheidende
constructies worden gerealiseerd.
Geluidsisolatie
De geluidsisolerende eigenschappen worden niet
alleen door vloeren en wanden bereikt.
De voorgestelde schematische opzet geeft een
principe aan. Afhankelijk van type binnenwanden,
gevels en aansluitdetails zal de uiteindelijke
detaillering moeten worden vastgesteld.
Oplegmateriaal alsmede geluidsabsorberende
en isolerende voorzieningen kunnen er op basis
van het doos in doos-principe voor zorgdragen
dat aan de gewenste geluidsisolatieklasse wordt
voldaan.
Op de volgende bladzijden volgen een paar
belangrijke aansluitdetails van het infra+
vloersysteem, gecombineerd met een metalstud
(woning)scheidende wand.
In bijlage A is uitgebreide informatie over het infra+
vloersysteem opgenomen. Tevens zijn nog meer
details (andere draagstructuren )online beschikbaar
op: www.prefab-limburg.nl

26

lasverbinding

var.

70

var.

75

topvloer
omega profiel
akoestische ontkoppeling
INFRA+ VLOERSYSTEEM

brandwerende voegvulling
brandwerende beplating

Draagstructuur: staalskeletbouw
Detail: infra+ vloer, scheidende vloer, doorgaand plafond

schaal-loos

27

akoestische oplegmateriaal
akoestische oplegmateriaal

var.

70

var.

75

topvloer
omega profiel
akoestische ontkoppeling
INFRA+ VLOERSYSTEEM

Draagstructuur: staalskeletbouw
Detail: infra+ vloer, woningscheidende wand (metalstud)

schaal-loos

28

akoestische oplegmateriaal
akoestische oplegmateriaal
kruisverband

var.

70

var.

75

topvloer
omega profiel
akoestische ontkoppeling
INFRA+ VLOERSYSTEEM

ophangbeugel
brandwerende bekleding

Draagstructuur: staalskeletbouw
Detail: infra+ vloer, scheidende vloer, doorgaand plafond,
woningscheidende wand (metalstud)

schaal-loos

29

akoestische oplegmateriaal

var.

70

var.

75

topvloer
omega profiel
akoestische ontkoppeling
INFRA+ VLOERSYSTEEM

Draagstructuur: staalskeletbouw
Detail: infra+ vloer, woningscheidende wanden (metalstud)

schaal-loos

30

31

5
analyse verschillende
systemen

32

33
5

Analyse verschillende systemen

De verschillende systemen:
1. gietbouw beton
2. stapelbouw / bekistingplaatvloer / massief
3. stapelbouw / bekistingplaatvloer / ankerloos
4. houtskeletbouw / houten vloer / ankerloos
5. staalskeletbouw / infra+ vloer / ankerloos (metalstud)
Deze systemen zijn onder te brengen in de volgende drie hoofdgroepen:
- gietbouw
- stapelbouw
- skeletbouw
Gietbouw wordt in de woningbouw veel toegepast,
mede door de grote herhaling van gelijkvormige
eenheden. In het kader van flexibiliteit en functiemenging biedt de gietbouw een vrij starre structuur
en gaan wijzigingen tijdens de gebruiksfase meestal
gepaard met lastige verbouwingen.
De stapelbouw kent een arbeidsintensief bouwproces. Het maken van sparingen tijdens het proces
gaat gemakkelijk (niet volzetten). Echter de flexibili
-teit achteraf is beperkt (zie verder gietbouw).
De mogelijkheden van skeletbouw hangen af
van het materiaaltype en de dimensionering en
stabiliteitsvoorzieningen. Een staalskelet kan zo
gemaakt worden dat het tijdens het gebruik deels
gedemonteerd of aangepast kan worden. Ook de
mogelijkheid om de constructie her te gebruiken of
duurzaam te recyclen zijn positief.
Al eerder is aangegeven dat de aannemer (ontwikkelaar) veel zeggenschap heeft bij de keuze van de
te gebruiken constructie. Dit heeft te maken met
de manier van bouwen die de aannemer gewend
is, maar ook met de kosten die bij de afzonderlijke
constructies horen.
De vrijheid kent zijn prijs. Echter zoals ook aangetoond door het a+ met het infra+ vloersysteem,
kunnen de voordelen van een innovatief en slim
systeem de totale kosten drukken. Dit maakt het
uitwerken / toepassen van een nieuw systeem interresant en biedt wellicht bijzonder architectonische
mogelijkheden.

34

35

6
conclusies

36

37
6

Conclusies

Op de vraag welk systeem de maximale flexibiliteit


en functiemengingsmogelijkheden biedt is het antwoord niet eenduidig.
Men kan stellen dat de infra+ vloer gecombineerd
met een staalskelet en woningscheidende metalstud wanden dicht bij het maximum in de buurt
komt.
Echter door klakkeloos een systeem te kiezen omdat dit systeem een mogelijk maximale flexibiliteit
biedt is niet de bedoeling. Ik ben van mening dat
men altijd een goed doordachte overweging moet
maken bij de keuze van een draagstructuur. De
wensen en eisen moeten aansluiten bij dat wat een
bepaalde structuur te bieden heeft.
Het gebruik maken van nieuwe bouwproducten /
concepten is een uitdaging en stimuleert ook om
nog verder te gaan dan dat wat het nieuwe product
biedt. De mogelijkheden zijn oneindig en de keuzes
onbeperkt. Hier liggen de kansen maar ook de gevaren, want keuzes moet je maken.

38

39

bronvermelding

40

41
Bronvermelding
Bogaard, A.W.A.M.J. van der, Eldik, C.H.
van(red.),(1995), Verdiepingsbouw in staal en beton: staalskelet met geintegreerde liggers en kanaalplaten, Rotterdam: Staalbouw Instituut
Cuperus, Y.J., Sackman, R.,(1988), Ontwerpen met
draagkonstrukties; deel 3 serie ontwerpen en bouwmethodiek, Delft: Delftse Universitaire Pers

Informatie CD-rom
SBR-Referentiedetails Woningbouw, versie 2.20,
Stichting Bouwresearch, juli 2003

Websites
www.prefab-limburg.nl
www.a-plus.nl

42

43

bijlage
A
infra+

44

PreFab Limburg

45

INFRA

en de constructeur

PreFab Limburg BV
Kelperheide 50
6037 SZ Kelpen Oler
tel:
+31 (495) 652335
fax:
+31 (495) 652336
Email: info@prefab-limburg.nl

Deze brochure is met de grootst mogelijke zorg samengesteld. PreFab-Limburg B.V. kan geen aansprakelijkheid aanvaarden voor de eventuele
Deze brochure is met de grootst mogelijkeaanwezigheid
zorg samengesteld.
PreFab-Limurg
B.V. kan geen Juli
aansprakelijkheid
aanvaardend voor de eventuele
van (zet)fouten
en onvolledigheden.
2002
aanwezigheid van (zet)fouten en onvolledigheden. Juli 2002

46
PreFab Limburg
J u l i 2 002

INHOUDSOPGAVE
1
2
3

6
7

8
9

INLEIDING..............................................................................................................................3
WAT IS EEN INFRA+ VLOER? ...............................................................................................4
2.1
De stalen liggers, ..............................................................................................................4
2.2
De betonschil....................................................................................................................4
ALGEMENE TECHNISCHE INFORMATIE INFRA+ VLOEREN ..................................................5
3.1
INFRA+ ligger ...................................................................................................................5
3.2
INFRA+ betonschil ............................................................................................................5
3.3
INFRA+ plaatkoppeling .....................................................................................................6
INFRA+ liggerberekening .........................................................................................................7
4.1
Permanente belasting: ......................................................................................................7
4.2
Veranderlijke belasting: .....................................................................................................7
DOORBUIGING ......................................................................................................................8
5.1
Belasting ..........................................................................................................................8
5.2
Doorsnede grootheden ......................................................................................................8
5.3
Vervorming t.g.v. gaten .....................................................................................................8
5.4
Controle t.b.v. volledig ontwikkeld scheurenpatroon ............................................................9
KNIK FLENS .........................................................................................................................10
OPLEGDETAILS ................................................................................................................... 12
7.1
Functie ...........................................................................................................................12
7.2
Opbouw oplegdetail ........................................................................................................ 12
7.3
Berekeningsmethode m.b.t. eigengewicht en vloerbelasting. .............................................. 13
7.4
berekeningsmethode m.b.t. schijfwerking ......................................................................... 14
MAXIMALE DRAAGKRACHT................................................................................................. 15
BEREKENEN VAN SCHIJFWERKING. .................................................................................. 16
9.1
Principe werking van de schijfwerking .............................................................................. 16
9.2
Schijfwerking met behulp van vastgezette liggers ..............................................................18
9.3
Schijfwerking bij brand..................................................................................................... 19

PreFab Limburg BV. Kelperheide 50 6037 SZ Kelpen-Oler


tel: 0031 (495) 652335 fax 0031 (495) 652336 e-mail info@prefab-limburg.nl

47
PreFab Limburg
J u l i 2 002

INLEIDING
De INFRA+ vloer is een zelfdragende vloer op twee steunpunten. De liggers dragen de
overspanningen en de betonschil voorziet de schijfwerking. Een hele simpele vloer dus. Naast
de forse gewichtsbesparing en de droge bouwmethode, is integratie van leidingen een
belangrijk aspect. Omdat het systeem gebaseerd is op een integraal systeem van bouwen en
daardoor afwijkt van het bekende blijven er heel wat vragen over, zoals: hoe zit het met de
schijfwerking? Hoe worden de INFRA+ vloeren berekend? Zo kunnen we nog wel even door
gaan. In dit document proberen we een groot deel van de vragen die wij dagelijks van de
constructeurs krijgen weg te nemen.

PreFab Limburg BV. Kelperheide 50 6037 SZ Kelpen-Oler


tel: 0031 (495) 652335 fax 0031 (495) 652336 e-mail info@prefab-limburg.nl

48
PreFab Limburg
J u l i 2 002

WAT IS EEN INFRA+ VLOER?


INFRA+ is een hol en daardoor flexibel vloersysteem. Het INFRA+ vloersysteem is
opgebouwd uit stalen liggers (IPE) en een betonnen schil. Zowel de liggers als de betonnen
schil kunnen worden voorzien van sparingen ten behoeve van doorvoer van leidingen.

2.1

De stalen liggers,
De stalen liggers, ook wel de INFRA+ liggers genoemd, verzorgen de overspanning. De
INFRA+ liggers worden door PreFab Limburg bepaald, waarbij er rekening wordt gehouden
met het gatenpatroon. De vloeren worden berekend op sterkte, doorbuiging en
eigenfrequentie.

2.2

De betonschil
De betonschil, ook wel INFRA+ schil genoemd, is het uiteindelijke plafond van de
onderliggende ruimte. Toch heeft de betonschil meer functies, zoals: de brandwerendheid van
meer dan 145 minuten waarborgen, werkvloer tijdens de bouw, draagt een hoeveelheid
installaties, heeft een akoestische functie en verzorgt de schijfwerking/stabiliteit van een
gebouw.

Na het leggen van de INFRA+ vloerelementen dienen deze aan de hoofddraagconstructie


bevestigd te worden. Voordat begonnen wordt met het afmonteren van de vloer, dient de
onderzijde gecontroleerd te worden op vlakheid. Als het plafond vlak is en de
naadovergangen tussen de platen goed sluitend zijn, kan begonnen worden met het
afmonteren.

PreFab Limburg BV. Kelperheide 50 6037 SZ Kelpen-Oler


tel: 0031 (495) 652335 fax 0031 (495) 652336 e-mail info@prefab-limburg.nl

49
PreFab
PreFabLimburg
Limburg
3
3.1

3.3

J uJl u
i 2
l i 020020 2

ALGEMENE TECHNISCHE INFORMATIE INFRA+ VLOEREN


INFRA+ ligger
INFRA+ liggers zijn normaal de gebruikelijke walsprofielen zoals IPE en IPE-A profielen.
Soms worden ook HEA en HEB liggers toegepast. De staalkwaliteit van de gewalste profielen
is vastgelegd in de normen:
EN10029: 1992
EN10025: 1993
EN10113: 1993.
De maatafwijkingen zijn vastgelegd in de normen:
EN10034: 1993
EN10024: 1995.
Om te voorkomen dat de betonschil van de liggers af wordt losgescheurd, wordt er ook
Het staal
dat isdetoegepast
in INFRA+ vloeren
blank
staalop(onbehandeld).
wapening
tussen
liggers aangebracht
6300ismm
boven
de onderflens. Bij de berekening
van de INFRA+ ligger wordt de invloed van de gaten meegenomen. De positie , afmetingen
en aantal
gaten bepaald de uiteindelijke doorbuiging, kipgevoeligheid en eigenfrequentie.
INFRA+
plaatkoppeling

Omdat de individuele platen vaak moeten samenwerken om schijfwerking van het gebouw te
waarborgen, worden platen door middel van een plaatkoppeling aan elkaar bevestigd.

De kipberekening maakt deel uit van n van de vele controles die worden uitgevoerd door
PreFab Limburg op het ontwerp van de vloer. In sommige gevallen wordt over de liggers heen
een kipsteun aangebracht.
De aannemer legt 3 10 l = 500mm bij en stort de natte verbinding aan met Beamix five star
180 ondersabelingsmortel of Rhinofil van Metzger gietmortel conform de voorschriften van de
fabrikant.

3.2

INFRA+ betonschil
De betonkwaliteit die wordt toegepast voor de betonschil is B25. De schil is 70 mm dik en
Devoorzien
uiteindelijke
natte
zijn: door. Het standaard net is FEB500
van rekenwaarden
een doorgaandvoor
net de
onder
deverbinding
INFRA+ liggers
6150 mm.
Drukkracht:
F;y;d:
120 kN
Trekkracht:
F;t;d:
45 kN
F;v;d:
29 kN.
Afschuiving:

PreFab
Limburg
BV.BV.
Kelperheide
50 506037
SZ Kelpen-Oler
PreFab
Limburg
Kelperheide
6037
SZ Kelpen-Oler
tel: tel:
0031
(495)
652335
fax
0031
(495)
652336
e-mail
info@prefab-limburg.nl
0031
(495)
652335
fax
0031
(495)
652336
e-mail
info@prefab-limburg.nl

5
6 5

50
PreFab Limburg
Limburg
PreFab
JJuul li i 22000022

Om te voorkomen dat de betonschil van de liggers af wordt losgescheurd, wordt er ook


Om te voorkomen
dat de aangebracht
betonschil van
de liggers
af wordt
losgescheurd,
wapening
tussen de liggers
6300
mm boven
op de
onderflens. wordt er ook
wapening tussen de liggers aangebracht 6300 mm boven op de onderflens.
3.3
3.3

INFRA+ plaatkoppeling
INFRA+ plaatkoppeling
Omdat de individuele platen vaak moeten samenwerken om schijfwerking van het gebouw te
Omdat de individuele
platen
vaak
moeten
om schijfwerking
van het gebouw te
waarborgen,
worden platen
door
middel
van samenwerken
een plaatkoppeling
aan elkaar bevestigd.
waarborgen, worden platen door middel van een plaatkoppeling aan elkaar bevestigd.

De aannemer legt 3 10 l = 500mm bij en stort de natte verbinding aan met Beamix five star
180 ondersabelingsmortel of Rhinofil van Metzger gietmortel conform de voorschriften van de
De aannemer legt 3 10 l = 500mm bij en stort de natte verbinding aan met Beamix five star
fabrikant.
180 ondersabelingsmortel of Rhinofil van Metzger gietmortel conform de voorschriften van de
fabrikant.

De uiteindelijke rekenwaarden voor de natte verbinding zijn:


Drukkracht:
F;y;d:
De uiteindelijke
rekenwaarden
F;t;d:
Trekkracht:
Afschuiving:
FF;v;d
Drukkracht:
;y;d: :
Trekkracht:
F;t;d:
F;v;d:
Afschuiving:

120 kN
voor
de natte verbinding zijn:
45 kN
29
kN.
120
kN
45 kN
29 kN.

PreFab Limburg BV. Kelperheide 50 6037 SZ Kelpen-Oler


tel: 0031 (495) 652335 fax 0031 (495) 652336 e-mail info@prefab-limburg.nl

PreFab Limburg BV. Kelperheide 50 6037 SZ Kelpen-Oler


tel: 0031 (495) 652335 fax 0031 (495) 652336 e-mail info@prefab-limburg.nl

51
PreFab Limburg
J u l i 2 002

INFRA+ liggerberekening
Bij de berekening zijn er een aantal constructieve uitgangspunten:

4.1

Permanente belasting:
De permanente belasting bij INFRA+ bestaat uit:
Eigengewicht betonschil:
1,75
Eigengewicht INFRA+ ligger:
0,19
Eigengewicht topvloer plaatmateriaal: 0,35
Eigengewicht topvloer beton:
0,90

kN/m
2
- 0,45 kN/m
2
- 0,45 kN/m
2
- 1,10 kN/m
2

Het gemiddelde eigengewicht van de INFRA+ vloer is ca. 2,50 kN/m inclusief topvloer.
4.2

Veranderlijke belasting:
Voor de veranderlijke belastingen wordt door PreFab Limburg de volgende waarden
aangehouden:
2
Personen (kantoren):
2,50 kN/m
2
Personen (woningen):
1,75 kN/m
2
Niet dragende binnenwanden:
1,50 kN/m
Het kan zijn dat ruimten binnen een gebouw berekend moeten worden op een zwaardere
belasting, bijvoorbeeld bij archiefruimten of bij technische ruimten. Om een even dik
vloerpakket door het gehele gebouw te behouden, kunnen de INFRA+ liggers, bij zwaardere
belastingen, dichter op elkaar worden gelegd, of zwaarder worden uitgevoerd (HEA in plaats
van een IPE).

PreFab Limburg BV. Kelperheide 50 6037 SZ Kelpen-Oler


tel: 0031 (495) 652335 fax 0031 (495) 652336 e-mail info@prefab-limburg.nl

52
PreFab Limburg
J u l i 2 002

DOORBUIGING

5.1

Belasting
De optredende belasting in de bruikbaarheidsgrenstoestand wordt bepaald volgens de
incidentele combinatie, conform NEN 6702/A1:1997. Het ten gevolge van deze belasting
optredende krachtenverloop en de bijbehorende vervorming worden bepaald volgens de
algemeen geldende mechanicaregels.

5.2

Doorsnede grootheden
Voor de berekening van de doorbuiging wordt een beperkte medewerking van het beton
aangenomen.

Als medewerkende breedte van het beton wordt de breedte van het staalprofiel + 2 x 75 mm
aangehouden.
Voor de E-modulus van beton wordt aangenomen dat de doorsnede een volledig ontwikkeld
scheurpatroon heeft: volgens NEN 6720:1995, art. 8.6.3
Erep = Eb
= 0,27 0 = 0,27 [28,3/(150x70)] = 0,14 (hierbij is het staalprofiel niet als wapening
meegenomen)
2
Erep
= 0,14 x 28500 = 3994 N/mm
Met behulp van deze materiaaleigenschappen wordt de gezamenlijke stijfheid van beton en
staal bepaald.
De zwaartelijn wordt bepaald t.o.v. de bovenkant van het profiel.

z=

As

h s + E b ; rep / E s A b (h s + 33 70 / 2 )
A s + E b ; rep / E s A b

Isamen = Is + As *(0,5hs -z) + Ib + Eb;rep / Es x Ab*(hs + 33 70/2-z)


Dit samengestelde traagheidsmoment wordt toegepast bij de berekening van de doorbuiging.
5.3

Vervorming t.g.v. gaten


De invloed op de vervorming van de gaten wordt separaat meegenomen. De extra vervorming
t.g.v. vervormen van het T-stuk boven en onder het gat wordt bepaald conform Overspannend
staal, Construeren A, hoofdstuk 2.8.3.

PreFab Limburg BV. Kelperheide 50 6037 SZ Kelpen-Oler


tel: 0031 (495) 652335 fax 0031 (495) 652336 e-mail info@prefab-limburg.nl

53
PreFab Limburg
J u l i 2 002

5.3.1

Vervorming t.g.v. moment


Op de uiteinden van het T-stuk werkt de dwarskracht t.g.v. de incidentele combinatie volgens
NEN 6702-A1: 1997. Deze vormt een moment met de arm gelijk aan de lengte van het gat.
De vervorming wordt berekend met de formule:

T;M = 2
5.3.2

Vx ; s ;d

5.4.1

lT

3E d I T

Vx ; s ; d l 3T
24 E d I T

Vervorming t.g.v. dwarskracht


Op de uiteinden van het T-stuk werkt de dwarskracht t.g.v. de incidentele combinatie volgens
NEN 6702-A1: 1997. Het T-stuk zal over de lengte van het gat onder invloed van de
dwarskracht vervormen volgens:

T ; V = 1,2
5.4

Vx ; s ;d l T

Gd t w hT

0,6Vx ; s; d l T
Gdt w hT

Controle t.b.v. volledig ontwikkeld scheurenpatroon


Er worden de volgende controles uitgevoerd volgens NEN 6720: 1995, art. 8.7.2.
Controle 1: Kenmiddellijn
km k 1 / s
k1
= 5000

=1
s
= Md / (z wap z)

5.4.2

Controle 2: Wapeningsafstand
s 100 (k 2 / s 1,3)
k2
= 1000

PreFab Limburg BV. Kelperheide 50 6037 SZ Kelpen-Oler


tel: 0031 (495) 652335 fax 0031 (495) 652336 e-mail info@prefab-limburg.nl

54
PreFab Limburg
J u l i 2 002

KNIK FLENS
De globale stabiliteit van het profiel wordt berekend volgens de rekenmethode voor raatliggers
zoals beschreven in Overspannend Staal, Construeren A, pag. 116. Hierin wordt
beschreven dat voor de toetsing op kipstabiliteit mag worden volstaan met het toetsen van de
bovenflens plus het aansluitende 1/6 gedeelte van het lijf, verder doorgaand T-stuk genoemd,
op knik.
+
Bij het INFRA vloersysteem geldt bovendien dat de bovenstaaf verend wordt gesteund door
het in het beton ingeklemde onderste gedeelte van het profiel op de plaatsen waar het lijf
doorloopt.
Deze veren verkorten de effectieve kniklengte volgens NEN 6771, art. 12.1.4.2 b+c

1N
tf

bv

h-2tf

a st
De veerstijfheid, k st, volgt uit de reciproque waarde van de uitbuiging van de doorlopende
stukken lijf t.g.v. van de kracht van 1 N:
Ilijf = 1/12 x bv x tw3
u1N = (h-2tf)3/3EI
k st = 1/u
Met behulp van deze k st wordt de effectieve veerstijfheid k bepaald volgens NEN 6771, art.
12.1.4.2c.
Er wordt gewerkt met knikkromme c die geldt voor T-vormige doorsneden. Voor knikkromme c
worden in tabel 27 van NEN 6770 waarden gegeven voor rel;1, rel;1 en 1. rel wordt in eerste
instantie bepaald van het doorgaande T-stuk met de kniklengte van buc = ast. Met behulp van
de formules 12.1-45a/b/c wordt de effectieve veerstijfheid, k, bepaald. De beddingconstante
wordt bepaald door: = k/ast, waarmee rel met formule 12.1-44a berekend kan worden.
rel = x 4 / (16 EI)
waarbij:
:
E:
I:

lengte van de ligger


E-modulus
Traagheidsmoment van het doorgaande T-stuk

Met behulp van tabel 5, NEN 6771, wordt vervolgens de verhouding ;buc / bepaald. De op
deze wijze berekende ;buc dient als basis voor de volgende iteratie van deze berekening. Er
wordt net zolang doorgegaan totdat er geen verandering meer in de ingevoerde ;buc en de
nieuw berekende waarde zit.
Met de hierboven bepaalde ;buc wordt het doorgaande T-stuk getoetst op uitknikken in de zrichting (kromme c). De drukkracht in het doorgaande T-stuk wordt bepaald door het
optredende moment te delen door de hefboomsarm.
Nc;s;d = Md / harm

PreFab Limburg BV. Kelperheide 50 6037 SZ Kelpen-Oler


tel: 0031 (495) 652335 fax 0031 (495) 652336 e-mail info@prefab-limburg.nl

10

55
PreFab Limburg
J u l i 2 002

harm = h 2 zT
Met de volgens NEN 6770, art 12.1.1.2 berekende z;rel wordt het doorgaande T-stuk getoetst:
Toets: 1,1 x Nc;s;d / (buc x Nc;u;d;T ) < 1
Indien deze niet mocht voldoen worden er kipsteunen aangebracht op minimaal de afstand
waarbij de toets wel voldoet.

PreFab Limburg BV. Kelperheide 50 6037 SZ Kelpen-Oler


tel: 0031 (495) 652335 fax 0031 (495) 652336 e-mail info@prefab-limburg.nl

11

56
PreFab Limburg
J u l i 2 002

OPLEGDETAILS

7.1

Functie
De oplegging is geschikt om de volgende functies te vervullen:
Belasting ten gevolge van eigen gewicht en vloerbelasting volgens NEN 6702 op de
hoofddraagconstructie over te dragen.
Belasting ten gevolge van schijfwerking op de hoofddraagconstructie over te dragen.

7.2

Opbouw oplegdetail
Plaat 1:
+
Op de bovenzijde van de flens van de INFRA ligger wordt een plaat met dikte t1 rondom,
zoals aangegeven, gelast. Deze plaat steekt aan beide zijden 10 mm ten opzichte van de
flens van de ligger uit om voldoende ruimte te hebben voor de lassen.
Plaat 2:
+
Op de kopse kant van de stalen ligger in de INFRA vloer wordt een plaat met de dikte t2,
zoals aangegeven, gelast.

7.2.1

Constructieve werking
Eigengewicht en vloerbelasting
Plaat 1:
Plaat 1 wordt opgelegd op de stalen flens van de hoofddraagconstructie. De optredende
reactie ter plaatse van de oplegging levert een moment in plaat 1. Dit moment is maximaal ter
plaatse van de kopplaat (plaat 2). Het moment wordt opgenomen door de lassen waarmee
plaat 1 rondom is vastgezet.
Plaat 2:
De reactiekracht ter plaatse van plaat 2 wordt op afschuiving afgedragen op het lijf van de
INFRA+ ligger. De kracht wordt overgedragen van plaat 1 op plaat 2 via de lassen tussen
beide platen en de lassen tussen plaat 2 en de flens van de INFRA+ ligger.
Schijfwerking:
De schuifkrachten die ontstaan bij schijfwerking worden via plaat 2 van het beton op de
hoofddraagconstructie overgedragen. Hiertoe wordt plaat 2 belast op afschuiving. De
krachten worden overgedragen via de lassen tussen plaat 2 en de beide flenzen van de
INFRA+ ligger.

PreFab Limburg BV. Kelperheide 50 6037 SZ Kelpen-Oler


tel: 0031 (495) 652335 fax 0031 (495) 652336 e-mail info@prefab-limburg.nl

12

57
PreFab Limburg
J u l i 2 002

7.3

Berekeningsmethode m.b.t. eigengewicht en vloerbelasting.

Figuur 2: SCHEMATISERING OPLEGGING


7.3.1

Plaat 1
Md
W1
max

maximaal moment in plaat 1


= F (x+w+alas )
x: Tolerantie
w: krachtarm
Weerstandsmoment plaat 1
= 1/6 b t12
Maximaal optredende spanning = M / W

Toets 1:

als max < fy

voldoet

Lassen Plaat 1(las 1 + 3)


Omdat de lassen rondom aangebracht worden, wordt het moment grotendeels opgevangen in
het gedeelte vlakbij de kop van de ligger. Uit Eindige Elementen Berekening volgt dat de
momentarm in de las ca. 40 mm bedraagt.

De reactie op rechtersteunpunt (2) is dan


R2
Reactie ingevoerd in plaat 2
alas
llas
Werkende lengte van las
r:
afrondingsstraal
fwud
Toelaatbare spanning in las
Toets 2:

Als R2 /(alas x llas ) < fwud

= F (1+ l1/l2)
= 4 mm
= bIPE x 2 tw 2 x r
2

= 207 N/mm
voldoet

PreFab Limburg BV. Kelperheide 50 6037 SZ Kelpen-Oler


tel: 0031 (495) 652335 fax 0031 (495) 652336 e-mail info@prefab-limburg.nl

13

58
PreFab Limburg
J u l i 2 002

7.3.2

Plaat 2
plaat1Maximale spanning in plaat 2

N/mm2

Toets: Als plaat1 < fy

voldoet

Lassen plaat 2 (lassen 2)


a;las

= 4 mm

l;las

Werkende lengte van las

= 2 x 200 mm

f;wud

Toelaatbare spanning in las

= 207 N/mm2

Toets 3:
7.4

= R2 / (t2 x b)

Als R2 /(alas x llas ) < fwud

voldoet

berekeningsmethode m.b.t. schijfwerking


De betonschil vormt de stabiliserende schijf in de vloerconstructie. Deze wordt via het stalen
profiel gekoppeld aan de hoofddraagconstructie. De kracht wordt van de betonschijf via plaat
1 en 2 overgebracht op de bovenflens van de hoofddraagconstructie. Hierbij kan worden
opgemerkt dat plaat 2 altijd dunner is dan plaat 1 en dus maatgevend zal zijn. Als
randvoorwaarde wordt gesteld dat de boven- en onderzijde parallel aan elkaar blijven.

b
Figuur 4: SCHEMATISERING KOPPLAAT
Vd

Horizontale kracht t.g.v. schijfwerking, deze volgt uit berekening = Fh

Md
W2
max

Moment t.g.v. Vd
= Vd x h /2
2
Weerstandsmoment plaat 2
= 1/6 t2 b
2
Maximaal optredende spanning = M / W N/mm

Toets 4:

als max < fy

kNm
3
mm

voldoet

Vervorming is verwaarloosbaar klein zodat vervormingeis niet relevant is. Bovenstaande


berekeningen zijn getoetst middels een Eindige Elementen Berekening.

PreFab Limburg BV. Kelperheide 50 6037 SZ Kelpen-Oler


tel: 0031 (495) 652335 fax 0031 (495) 652336 e-mail info@prefab-limburg.nl

14

59
PreFab Limburg
J u l i 2 002

MAXIMALE DRAAGKRACHT
In NEN 6702, art. 9.2 staat dat bij brand een belasting moet worden aangenomen volgens de
incidentele combinatie zoals is weergegeven in NEN 6702, art. 6.4.2.2. Hierbij worden alle
belastingfactoren op 1,0 gesteld en dient van alle veranderlijke belastingen de momentane
waarde te worden meegenomen.
f;g x Grep + f;q x i x Qi;rep
Met behulp van deze belasting wordt het moment berekend in de maatgevende doorsnede.
Hier wordt vervolgens met het weerstandsmoment van de verzwakte doorsnede, zie bijlage 3,
de spanning in de uiterste vezel berekend.
= Md / W el;gat
Uit brandtesten is bekend wat de temperatuurontwikkeling is ter plaatse van de onderflens
van het stalen profiel op verschillende momenten van de brandproef.
Tabel 1, maximale toelaatbare staalspanningen onderflens
Tijdduur [min]
30
60
90
120

Temperatuur [ C] Max staalspanning [N/mm ]


342
235
519
174
639
85
713
52

De in tabel 1 weergegeven waarden zijn de maatgevende resultaten, gemeten bij de


brandproef uitgevoerd door TNO, rapportnummer 006.00743/01.01. november 2000

PreFab Limburg BV. Kelperheide 50 6037 SZ Kelpen-Oler


tel: 0031 (495) 652335 fax 0031 (495) 652336 e-mail info@prefab-limburg.nl

15

60
PreFab
PreFab Limburg
Limburg
9
9

J u l i 2 002
J u l i 2 002

BEREKENEN VAN SCHIJFWERKING.


BEREKENEN VAN SCHIJFWERKING.

9.1
9.1

PreFab Limburg berekent voor de


PreFab
Limburg
berekent
voor de
benodigde
gegevens
aangeleverd
benodigde
gegevens
gegevens ingevoerd
en aangeleverd
verwerkt.
gegevens ingevoerd en verwerkt.

constructeur de schijfwerking en krijgt


constructeur
de schijfwerkingVervolgens
en krijgt
door
de hoofdconstructeur.
door de hoofdconstructeur. Vervolgens

hiervoor
hiervoor
worden
worden

de
de
de
de

Principe werking van de schijfwerking


Principe werking van de schijfwerking
De windbelasting wordt via de stalen profielen of direct via de betonschil ingeleid. Deze
De
windbelasting
via de stalen
profielen
via de betonschilDeingeleid.
Deze
belasting
wordt viawordt
schijfwerking
afgevoerd
naarofdedirect
stabiliteitselementen.
afzonderlijke
belasting
wordtworden
via schijfwerking
stabiliteitselementen.
De afzonderlijke
betonschijven
door middelafgevoerd
van de innaar
het de
werk
te storten koppelingen
aan elkaar
betonschijven
worden
door middel
van
de in het werk tekunnen
stortenworden
koppelingen
elkaar
gekoppeld, zodat
de krachten
naar de
stabiliteitselementen
geleid.aan
Eventueel
gekoppeld,
zodat worden
de krachten
naar de
stabiliteitselementen
kunnen
worden geleid.
kan er gebruik
gemaakt
van
een trek/drukband
die gevormd
wordt Eventueel
door de
kan
er gebruik worden gemaakt van een trek/drukband die gevormd wordt door de
hoofddraagconstructie.
hoofddraagconstructie.

9.1.1

Gegevens schematisering schijfwerking

9.1.1

x:
rekenkundige
afstandschijfwerking
tussen platen
50 mm
Gegevens
schematisering
y:
rek. lengte uitstekende profielen
50 mm
x:
rekenkundige
afstand tussen platen
50 mm
indien van toepassing
y:
rek.
uitstekende profielen
50
d:
diktelengte
betonplaat
70 mm
mm
indien
van toepassing
Betonkwaliteit
B25
d:
dikte
betonplaat
70
Koppelingen
150 x 300
B15mm
(minimaal)
Betonkwaliteit
B25
Koppelingen
150 x 300 wordt ingevoerd B15
(minimaal)in het EEM Rekenpakket EsaWeergegeven
schematisering
en berekend
Prima Win van Scia Software.
Weergegeven schematisering wordt ingevoerd en berekend in het EEM Rekenpakket EsaPrima Win van
Scia Software.
Gegevens
schematisering

9.1.2

9.1.2

Betonschijven:
Gegevens
schematisering
Deze
worden geschematiseerd door schijfelementen met een dikte van 70 mm,
betonkwaliteit B25.
Betonschijven:
Koppelingen:
Deze worden geschematiseerd door schijfelementen met een dikte van 70 mm,
Deze worden geschematiseerd
door staven met de eigenschappen van een betonnen
betonkwaliteit
B25.
van 150 x 30 mm en betonkwaliteit B15. De lengte bedraagt 50 mm. In
staaf
Koppelingen:
werkelijkheid
de plaatnaden
aan.
beschreven van
schematisering
is
Deze
worden sluiten
geschematiseerd
doorexact
staven
metDe
dehier
eigenschappen
een betonnen
een veilige
aanname.
staaf
van 150
x 30 mm en betonkwaliteit B15. De lengte bedraagt 50 mm. In
Profielen:
werkelijkheid sluiten de plaatnaden exact aan. De hier beschreven schematisering is
De in
werkelijkheid
een
veilige
aanname. gebruikte profielen worden geschematiseerd als uitstekende
profielen
Profielen: met een lengte van 50 mm. Dit schematiseert de invloed van de
opleggingen.
De in werkelijkheid gebruikte profielen worden geschematiseerd als uitstekende
Hoofddraagconstructie:
profielen met een lengte van 50 mm. Dit schematiseert de invloed van de
De
gebruikte profielen worden in het model gebruikt.
opleggingen.

Hoofddraagconstructie:
De gebruikte profielen worden in het model gebruikt.

PreFab Limburg BV. Kelperheide 50 6037 SZ Kelpen-Oler


tel: 0031 (495) 652335 fax 0031 (495) 652336 e-mail info@prefab-limburg.nl

16

PreFab Limburg BV. Kelperheide 50 6037 SZ Kelpen-Oler


tel: 0031 (495) 652335 fax 0031 (495) 652336 e-mail info@prefab-limburg.nl

16

61
PreFab Limburg
J u l i 2 002

De belasting wordt aangebracht op de plaatrand als een gelijkmatig verdeelde belasting. Als
uitvoer worden de krachten in de koppelingen bepaald.
9.1.3

Koppeling d.m.v. in het werk aangestorte inkassing

In de plaat wordt een inkassing aangebracht waar standaard 3 8 stekeinden in uitkomen. In


het werk wordt dan koppelwapening aangebracht, die de koppeling tussen de verschillende
platen waarborgt. De wapening in de koppeling wordt aangepast op de berekende krachten,
maar is minimaal 3 10 per koppeling.
Vu = 3 x 78 x 435 / 2 3
Nu = 3 x 78 x 435 /2

29,0
50,0

kN
kN

Toets: Vd / Vu + Nd / Nu < 1

9.1.4

Koppeling d.m.v. ingestorte hoekstalen + lasplaat

Een hoekstaal met aangelaste wapening wordt in de plaat ingestort. De aangelaste wapening
wordt berekend op de optredende krachten maar is minimaal 2 8 ophangwapening + 2 8
ankers. Wanneer nodig kan deze wapening verzwaard worden.
De lasplaat moet een moment overbrengen dat ontstaat door de dwarskracht.
Md = Vd x arm
Toets: Md / (W el x fy ) < 1

PreFab Limburg BV. Kelperheide 50 6037 SZ Kelpen-Oler


tel: 0031 (495) 652335 fax 0031 (495) 652336 e-mail info@prefab-limburg.nl

17

62
PreFab Limburg
J u l i 2 002

9.1.5

Trekband in beton
Indien de trekkrachten in de trekband zodanig groot zijn dat de standaard in de vloer
aanwezige wapening niet toereikend is, dan wordt er d.m.v. bijlegwapening een trekband
gevormd. De benodigde wapening wordt aangepast aan de optredende trekkracht.

9.1.6

Splijtwapening
In de rand wordt splijtwapening opgenomen ter plaatse van de koppelingen. Deze wordt per
situatie bepaald.

9.2

Schijfwerking met behulp van vastgezette liggers

De weergegeven schematisering wordt ingevoerd en berekend in het: EEM Rekenpakket


Esa-Prima Win van Scia Software.
9.2.1

Gegevens schematisering

Betonschijven:
Deze worden geschematiseerd door schijfelementen met een dikte van 70 mm,
betonkwaliteit B25.
Profielen:
De in werkelijkheid gebruikte profielen worden geschematiseerd als uitstekende
profielen met een lengte van 50 mm. Dit schematiseert de invloed van de
opleggingen. Deze worden momentvast aan de hoofddraagconstructie gemodelleerd.
Meestal zijn dit elementen met 4 liggers per plaat waardoor de onderlinge afstand
klein is.
Hoofddraagconstructie:
De gebruikte profielen worden in het model gebruikt.

De belasting wordt aangebracht op de plaatrand als een gelijkmatig verdeelde belasting. Als
uitvoer worden de krachten in de koppelingen met de hoofddraagconstructie bepaald.

PreFab Limburg BV. Kelperheide 50 6037 SZ Kelpen-Oler


tel: 0031 (495) 652335 fax 0031 (495) 652336 e-mail info@prefab-limburg.nl

18

63
PreFab Limburg
J u l i 2 002

9.3

Schijfwerking bij brand


In NEN 6702, art 9.2 staat dat bij brand een belasting moet worden aangenomen volgens de
incidentele combinatie zoals is weergegeven in NEN 6702, art. 6.4.2.2. Hierbij worden alle
belastingfactoren op 1,0 gesteld en dient van alle veranderlijke belastingen de momentane
waarde te worden meegenomen.
De veranderlijke belasting die van belang is voor schijfwerking is de windbelasting. Hiervoor
geldt een aanvullende bepaling. De momentaanfactor voor de windbelasting bij brand is 0,2.
f;g x Grep + f;q x i x Qi;rep
Aangezien de berekening voor schijfwerking een lineair elastische berekening is, geldt dat de
krachten t.g.v. schijfwerking 0,2 / f;q = q bedragen.
Tabel 2, maximale toelaatbare staalspanningen wapening
Tijdduur [min]
30
60
90
120

Temperatuur [ C] Max staalspanning [N/mm ]


342
435
519
324
639
157
713
96

Uit de waarden gegeven in tabel 2 kan bepaald worden of de wapening voldoet bij de
gereduceerde belasting. Hiertoe wordt de mate van afname van de belasting vergeleken met
de mate van afname van de toelaatbare staalspanning, wap.
q/wap x U.C. wind < 1
Gemeten bij de brandproef uitgevoerd door TNO, rapportnummer 006.00743/01.01.
november 2000.

PreFab Limburg BV. Kelperheide 50 6037 SZ Kelpen-Oler


tel: 0031 (495) 652335 fax 0031 (495) 652336 e-mail info@prefab-limburg.nl

19

64

65
Ribben omhoog

Ribben omlaag

BOUWFASE
Montage elementen

Het monteren van leidingen en kabels in


de vloer kan worden uitgevoerd door een
persoon, zonder trap of rolsteiger.

Het monteren van leidingen aan het plafond


moet minimaal met twee personen gebeuren.
Dankend aan vasthouden en doorvoeren van
kabels

Montage leidingen

Alle leidingen kunnen door middel van


geen of met een beperkte bevestiging
geplaatst worden. (liggen op steunvlak)

Leidingen moeten worden opgehangen.


Vanuit de toepassing in kruipruimten is bekend
dat rioleringen hierdoor extra lekkagerisicos
lopen. Ze worden daarom ook vaak op de vloer
gelegd.

E-kabels kunnen op de vloer worden


gelegd. In combinatie met een
stekkerverbinding wordt extra grote mate
van flexibiliteit geboden.

E-kabels dienen opgehangen te worden,


waardoor zij in kabelgoten dienen geplaatst te
worden.

E- en communicatieleidingen zitten in of
vlak boven de vloer (m.u.v. verlichting).
Het aansluiten van een Bureau is
derhalve eenvoudig.

E- en communicatieleidingen dienen van


onderuit op de juiste plaats naar boven te
worden doorgevoerd.

Afwerkvloer

Vloerplaten kunnen eenvoudig worden


neergelegd over de liggers

De betonschil dient uiterst strak te liggen,


waarbij

Verlichting

Centraaldoos is mogelijk. De sparing


hiervoor hoeft niet altijd door en door te
zijn.

Centraaldoos is mogelijk maar zal worden


toegepast in de plafondafwerking.

Leidinggeluid dringt moeilijk door naar


onderliggende en bovenliggende ruimte.

Leidinggeluid dringt makkelijker door naar


beneden tenzij voor een zwaarder plafond
wordt gekozen.

Contactgeluidisolatie is zeer goed en


beduidend beter dan traditioneel
uitgevoerde vloeren.

Contactgeluid is matig doordat de vloer


rechtstreeks wordt aangestoten. Het plafond
beweegt mee met de vloer waardoor het geluid
veel directer wordt doorgegeven. Resultaat is
slechter dan bij een traditionele vloer.

Condensatie

Condenswater van een koude


waterleiding kan geen kwaad.

Condenswater zal in geval van gipsplaten


schade aan kunnen richten.

Mutaties korte termijn

De aansluitingen bevinden zich nabij de


vloer. Dit is relatief eenvoudig aan te
passen.

Aansluitingen dienen dicht bij de vloer te zitten.


Dit is moeilijk te realiseren. (plafond open in de
onderliggende ruimte en door de betonschil
boren.)

Flexibel door mogelijkheid


stekkeroplossing.

Flexibel door mogelijkheid stekkeroplossing


alleen mogelijk i.c.m kabelgoten

Leidingen makkelijk te verslepen. De


mutatie vindt plaats in de ruimte zelf.

Bijv. verplaatsen van de badkamer leidt tot


werkzaamheden in de woonkamer..

Rigoureuze verbouwingen incl.


verplaatsing trap blijft mogelijk door
balkafstand 1200 mm. De betonschil
mag worden verwijderd. Bij doorbreking
balk kunnen raveelbalk en eventuele
slapers worden ingebracht.

idem

GEBRUIKSFASE
Leidinggeluid

Mutaties lange termijn

66

67
Flexibele plattegronden met het INFRA+
vloersysteem
Door
gebruik
te
maken
van
een
kolommenstructuur in combinatie met een
flexibel vloersysteem is het mogelijk om
indelingen van gebouwen aanpasbaar te
maken.
Constructieve opzet
Naast de stabiliteit die doorgaans mede uit
de massieve vloerconstructie wordt gehaald,
zijn de bouwfysische knopen maatgevend
om aan de regelgeving en speciaal aan het
nieuwe Bouwbesluit te voldoen.
Door de (zwevende) topvloer en het plafond
ter plaatse van de woningscheiding te
dilateren, wordt een akoestische ontkoppeling
bereikt.
De (stalen) draagconstructie is opgenomen
in de woningscheidende constructie en
voorzien van een betonschil of brandwerende
bekleding.
Om schijfwerking van de vloer te realiseren
wordt een vakwerk aangebracht in de vorm
van relatief dunne stalen strippen, diagonaal
over de IPE-profielen van de INFRA+
vloerelementen.
Door deze opzet blijft de maximale flexibiliteit
van het gebouw bestaan, omdat de leidingen
bereikbaar blijven.
Door de INFRA+ vloerelementen evenwijdig
aan de stalen liggers los te houden bij
de stramienmaten, kunnen hier ook in de
toekomst woningscheidende constructies
worden gerealiseerd.
Geluidsisolatie
De geluidsisolerende eigenschappen worden
niet alleen door vloeren en wanden bereikt.
De voorgestelde schematische opzet geeft
een principe aan. Afhankelijk van type
binnenwanden, gevels en aansluitdetails
zal de uiteindelijke detaillering moeten
worden
vastgesteld.
Oplegmateriaal
alsmede geluidsabsorberende en isolerende
voorzieningen kunnen er op basis van het
doos in doos-principe voor zorgdragen dat

aan de gewenste geluidsisolatieklasse wordt


voldaan.

Topvloer op basis van plaatmateriaal;


tevens oplossing mogelijk met geprofileerde
staalplaat voorzien van gietvloer (als
zwevende dekvloer), zonder omegaprofielen.

68

Figuur 1: opzet casco draagstructuur van kolommen en balken,


eventueel in combinatie met dragende buitenwanden.

Figuur 2: topvloer met dilatatie bij woningscheidende wanden; zwevend


opgelegd.

Figuur 3: dubbele woningscheidende wanden, akoestisch ontkoppeld.

69

Figuur 4: casco 1e verdieping vloer/plafond met dilatatie.

Figuur 5: versprongen dilatatie t.o.v. onderverdieping in plafond/vloer.

Figuur 6: woningscheidende binnenwanden akoestisch ontkoppeld.

70

71
Prestaties INFRA+ vloersysteem
In verband met vragen, die tijdens de
evaluatie van verschillende vloersystemen
als toepassing in een kantoorgebouw zijn
gerezen, is een overzicht met onderbouwing
opgesteld met betrekking tot INFRA+ in
relatie tot milieu en in combinatie met de
functie als klimaatplafond.
Voor gedetailleerde berekeningen; referenties
etc. en de filosofie achter de ontwikkeling
van INFRA+ vloer wordt verwezen naar
www.prefab-limburg.nl en www.slimbouwen.nl
.

Constructieve
aspecten:
schijfwerking/
stabiliteit etc.
Door het koppelen van de betonplaten
onderling en het bevestigen van de profielen
aan de hoofddraagconstructie wordt volledige
schijfwerking aan de vloer ontleend.(rapport:
R.01.029 TU/e juni 2001)
Milieutechnische beoordeling:
De ontwikkeling van het INFRA+ vloersysteem
is gestart bij de Technische Universiteit
Eindhoven, met als doelstelling om een
bouwsysteem te introduceren op basis van
industrieel, flexibel en variabel bouwen.
In eerste instantie werd een volledig stalen
drager gepresenteerd : het zgn. ISB concept.
De proefmodule in Eindhoven bleek nog een
aantal beperkingen op te leveren o.a. met
betrekking tot de maximale overspanningen.
Uiteindelijk is de INFRA+ vloer van
volledig beton of de combinatie staal/beton
ontwikkeld. Alleen staal, of alleen beton, sluit
meestal niet aan bij het streven naar
optimaal materiaalgebruik en is ook
economisch minder interessant. Zeker indien
het gehele proces integraal wordt beoordeeld
en de levensduur van het gebouw mee wordt
gewogen.
Als gevolg van deze aanpak zijn in het
Nationaal
Pakket
Duurzaam
Bouwen
van het Ministerie van VROM door de
Stichting Bouwresearch, op ons initiatief de

72
maatregelen S118 en U118 opgenomen:
met een flexibel vloersysteem kan bij
veranderende huisvestingsbehoeften de
ruimte met geringe inspanning anders
ingedeeld worden, waardoor een langere
levensduur van een gebouw wordt
gerealiseerd
Het gaat daarbij niet alleen om wisselende
kantoorfuncties. Een kantoor kan bijv. ook
een woonbestemming krijgen.
Het is bovendien mogelijk de vloerelementen,
na de verlengde levensduur van het gebouw,
als vloerplaat opnieuw te gebruiken. Ook de
scheiding stalen balken en betonschil is in de
praktijk goed realiseerbaar, waardoor alleen
een relatief kleine hoeveelheid te recyclen
beton overblijft.
Met een gewicht van ca. 250 kg/m2 van
de totale INFRA+ vloer wordt een forse
gewichtsbesparing gerealiseerd ten opzichte
van de meest gangbare vloertypes. Bedenk
daarbij dat vloeren in de praktijk vaak 50 70
% van het totale gebouwgewicht uitmaken.
Dit heeft natuurlijk ook een direct effect op de
dimensionering van de draagconstructie en
de fundering.

Door de Dienst Weg- en Waterbouwkunde


van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat
is een rapport uitgebracht in maart 2002
Materiaalarm Bouwen Een marktverkenning
naar de besparingsmogelijkheden van
beton- en metselzand in de Nederlandse
bouwsector.
Uit de analyse blijkt, dat er interessante
besparingen mogelijk zijn, bijvoorbeeld bij de
A+ woning die 50 % lichter is dan een
traditionele woning. Essentieel onderdeel
daarvan is de INFRA+ vloer die volledig
voldoet aan het programma van eisen ook
m.b.t. geluidsisolatie en brandwerendheid.
Met betrekking tot geluid kan zelfs klasse I (=
hoog comfort) gehaald worden.

Deze ontwikkeling, met name op het gebied


van duurzaamheid, is in april jl. beloond met
de Nationale Bouwprijs tijdens de BOUWRAI
te Amsterdam.
Ook in de kantoren sector wordt gestreefd
naar een materiaalreductie; in opdracht van
het Ministerie van EZ is door TNO in aug.
2001 onderzocht hoe een factor 20 minder
milieubelasting in de kantoorbouw mogelijk
is. Vooral gewichtsreductie en gebruik van
duurzame installatietechnieken zijn van
doorslaggevend belang.
Historisch is het gebruik van zware
constructies ingeburgerd en ingebed in alle
bouwkundige opleidingen. Het blijkt dat in
het kader van duurzaam bouwen, alsmede
de toename van de interne warmtelast een
benadering van lichter bouwen een groter
milieuvoordeel oplevert terwijl toch een goed
binnenklimaat realiseerbaar is. De massa is
voldoende aanwezig in de aardkorst, en met
de integratie van koel/verwarmingsleidingen
wordt de massa van de aarde op het
gewenste moment geactiveerd ten behoeve
van het gebouw.
Om een systeem snel te laten reageren op
verschillende omstandigheden (buiten zowel
als binnen) dient het geactiveerd bouwdeel,
in dit geval de vloer juist niet te zwaar te zijn.
Het is niet voor niets dat bij de traditionele
vloerverwarming onder de dekvloer een
isolatielaag wordt geadviseerd.
Door TNO is het effect van betondikte in relatie
tot de thermische accumulatie onderzocht
bij staalplaatbetonvloeren. Hieruit bleek dat
door de dag/nachtcyclus er alleen aan de
oppervlakte (tot enkele cms diepte) een
significante temperatuurswijziging optreedt.
Met betrekking tot duurzaam bouwen wordt
internationaal gezien een sterke relatie
gelegd tussen het bouwen met een skelet
en lichte vloeren. In bijv. Engeland wordt veel
met een (staal) skelet gebouwd. Dit hangt
samen met een sterke trend naar sustainable
buildingmethods waarbij wordt gezocht naar

73
optimaal gebruik van schaarse grondstoffen
en energie. Voor meer info www.worldsteel.org
en www.isec-02rome.com

Bij de keuze van de leidingvloer is er geen


verlaagd plafond nodig en de installaties in de
INFRA+ vloer, zijn afhankelijk van de topvloer
in principe overal bereikbaar en wijzigingen
zijn relatief eenvoudig te verwezenlijken.
Hierdoor is er met een minimum aan
materiaal, een op de wensen van de gebruiker
afgestemd flexibiliteitsniveau mogelijk.

Installatieconcept:
De INFRA+ vloer is zodanig ontworpen
dat door sparingen in de staalprofielen een
groot aantal relatief grote leidingdoorvoeren
mogelijk zijn. Ook diagonaal oversteken,
aftakkingen, voorzieningen voor isolatie
leveren geen wezenlijke belemmeringen op.
Afhankelijk van de afmetingen van de (lucht)
kanalen wordt de profielhoogte bepaald.
Hierbij kan om economische redenen een
afweging gemaakt worden
tussen een
groot kanaal of meerdere kleine kanalen
ten opzichte van een hoger vloerpakket en
dus hogere kosten voor alle verticale delen
(gevels, binnenwanden, trappen etc.)
Op basis van de integrale uitgangspunten van
het ontwerp kan een verdere optimalisatie
worden gevonden door bijv. de vloer als
plenum te gebruiken, een extra schacht op te
nemen eventueel bij een toch noodzakelijke
brandscheiding, of plaatselijk (bv. bij
toiletzones) toch een verlaagd plafond toe te
passen.
De betonschil van de INFRA+ vloer is tijdens
de (zoveel mogelijk prefab) bouw, beschikbaar
als werkvloer en indien de installateur goed
gebruik maakt van de mogelijkheden, levert
de montage een kostenbesparing op. (zie
ook bijlage uit symposium Ontwerpen
op veranderbaarheid van Stork 14-121998 door ir. P. Frints met de : top 5 niet

montageactiviteiten bij montage tegen het


plafond.)
Ook op E-gebied zijn er spectaculaire
verbeteringen mogelijk (zie bijlage Nieuwsbrief
05 de installateur en INFRA+ )
De toepassing van INFRA+ als klimaatplafond
is gebaseerd op de bekende techniek van
betonkern- activering. Door Kanters &
Partners zijn de technische en economische
aspecten onderzocht rapportage en
capaciteiten zijn in de bijlage opgenomen.
De INFRA+ vloer als koelplafond is
inmiddels bij een groot aantal projecten in
het bestek opgenomen. (er is momenteel
nog de mogelijkheid om de open vloer met
leidingen te bezichtigen bij het project Raab
Karcher Nijmegen).
Met betrekking tot de beschikbare massa van
de vloer verwijzen wij naar bijgaand artikel:
Use of embedded waterpipes to provide
thermal comfort in steel framed buildings
may 2002 van Prof. R.G. Ogden van OCSD
technology, Oxford Brookes University.
Een vloerelement met niet constante
doorsnede
(pag.98) levert volgens het
onderzoek, een grote variatie in het
temperatuurverloop en hierdoor wordt de
prestatie benvloedt !
Bij het ontwikkelen van INFRA+ is hiermee
rekening gehouden!

Garanties:
De INFRA+ vloer is de enige (leiding)vloer
die op alle relevante aspecten volledig is
getest door o.a. TNO (brandwerendheid
incl. installatiedoorvoeringen, geluidsisolatie
met verschillende topvloeren, stabiliteit,
schijfwerking etc.) Deze ontwikkeling is
ondersteund door het Ministerie van EZ
(Senter) in het kader van het MPO programma
( Milieu gerichte Produktontwikkeling) en de
belangrijkste toeleveranciers.
ARCELOR, onze leverancier van de
staalprofielen, is de grootste staalfabrikant

74

van de wereld;
de productie van de elementen vindt plaats
bij de fabrieken van de Hoop in Terneuzen of
Oosterhout.
Voor de leveringen en garantie van de slangen,
bij de toepassing van het klimaatplafond
wordt samengewerkt met Nathan import/
export UPONOR groep met afzet in meer
dan 100 landen. (zie www.unipipe.de).
Draagstructuur en vloersysteem kunnen
desgewenst als totaallevering worden
gerealiseerd; daarvoor wordt met diverse
grote gerenommeerde (staal) constructieof prefab (beton) bedrijven en aannemers
samengewerkt om een goed geplande en
soepele montage te waarborgen.
(referenties beschikbaar).

Esthetische afwerking:
Met de techniek van breedplaatvloeren,
waarop INFRA+ een variant is, bestaat bij
De Hoop veel ervaring en worden de vloeren,
als betonelement ook met KOMO-certificaat
geleverd.
Betonvloeren kennen door kruip het fenomeen
van doorbuiging achteraf. Binnenwanden
sluiten hierdoor later niet meer goed aan,
tenzij hier vooraf specifieke maatregelen voor
worden getroffen. Bij voorgespannen beton
zijn deze effecten vaak nog sterker. Voorts
veroorzaakt ongelijkmatige kruip wisselingen
tussen elementen.
Staal kruipt niet en het INFRA+ element
derhalve ook niet. Bovendien is de vloer
voorzien van een speciale randafwerking
waardoor een blijvend strakke naad ontstaat.
Aansluitingen met dragende elementen zijn
zeer maatvast uit te voeren en door de droge
bouwmethode beter beheersbaar.

Bouwkosten:
De INFRA+ vloer is zeer concurrerend; door
de Nederlandse Vereniging van Bouwkosten-

deskundigen is voor een standaard


kantoorgebouw een kostenbesparing van
ca.10 % berekend.
Met name de integrale benadering; besparing
op verdiepingshoogte, de lichtere constructie
en het verwijderen van het verlaagde plafond
en de snelle bouwtijd zijn van belang.
In combinatie met een klimaatplafond zijn de
verschillen nog groter, deze laatste gegevens
zijn opgenomen in de studie van Kanters &
Partners, in de bijlage.

Beleving/geluidsisolatie:
De INFRA+vloer kan worden afgewerkt
met verschillende topvloeren. De optie met
een
cementgebonden vezelplaat in de
A+ woningen is o.a. door de SEV en de
VAC beoordeeld en de bewoners zijn zeer
tevreden ( zie o.a. ref. op Nieuwsbrief 06
achterzijde.) Overige referenties van kantoren
zijn beschikbaar.
De topvloer kan worden uitgevoerd als :
de
genoemde
cementgebonden
houtvezelplaat
- lichte geprofileerde staalplaat met een
cement of anhydriet gietvloer. Hierin kunnen
luiken en/of
uitneembare zones worden opgenomen
- computervloer zonder pootjes.
De constructief benodigde belasting wordt
net als bij elke andere vloer vastgesteld op
basis van de vereiste gebruiksbelasting;
waarbij rekening wordt gehouden met de
relevant nuttige belasting volgens NEN 6702.
De topvloer is gedimensioneerd op basis van
dezelfde norm waarbij rekening is gehouden
met punt- en lijnlasten, zoals archiefrekken,
kasten. enz.
Zie ook bijgaand productinformatie van
Reppel: zwaluwstaartplaten op INFRA+.
In relatie tot flankerend geluidonder
scheidingswanden is uit onderzoek van

Zowel de bovenzijde van een vloer als de


onderzijde van een vloer (plafond) kunnen
gebruikt worden om een (kantoor)ruimte te
koelen. Er zijn inmiddels diverse internationale
studies uitgevoerd naar de specifieke
verschillen tussen de beschikbare vermogens
bij beide toepassingen. Onderstaande
vermogens zijn gebaseerd op uitgebreide
theoretische en praktische onderzoeken
van R. Meierhans, Dr. Bjarne Olesen en P.O.
Fanger in Zwitserland en Duitsland.

warmtetransmissie-cofficint
W/m K
verwarmen
vloer
woonruimte

koelen

75

(koude voeten) de vloer-

Vloerkoeling versus plafondkoeling

oppervlaktetemperatuur minimaal circa 20 C


dient te bedragen.
Bij plafondkoeling bedraagt het beschikbare
koelvermogen circa 100 W/m. Dit is
aanzienlijk hoger dan bij vloerkoeling. De
oppervlaktetemperatuur aan de onderzijde
van de vloer is nog voldoende hoog om
oppervlaktecondensatie te voorkomen.
Het beschikbare verwarmingsvermogen bij
plafondverwarming is beperkt tot circa 40

oppervlakte-temperatuur
C
Max.
verwarmen

Min.

koelen

maximaal vermogen
W/m
verwarmen

koelen

11

29

20

99

42

wand

~ 40

17

160

72

plafond

11

~ 27

17

42

99

Tabel: Warmtetransmissiegetal en maximaal vermogen voor vloer-, wand- en


plafondverwarming-/koelsystemen. [Olesen, 1995 en 1997]

De grote verschillen in beschikbare


koel- en verwarmingsvermogens worden
veroorzaakt door de grootte van de warmteoverdrachtscofficinten. Bij verwarming
is deze bij een vloer (vloerverwarming) het
gunstigste (11 W/m.K). Daarmee kan een
verwarmingsvermogen tot circa 100 W/m2
worden gerealiseerd. Bij de toepassing van
vloerkoeling blijft het maximaal beschikbare
vermogen beperkt tot circa 40 W/m. Dit
als gevolg van een beperkte warmteoverdrachtscofficint van circa 7 W/m.K.
Daarnaast treedt een beperking op, vanwege
het feit dat uit oogpunt van thermisch comfort

W/m.
In moderne kantoren bestaat echter
steeds
meer
behoefte
aan
koelen.
Verhoogde interne belastingen in de winter
reduceren de verwarmingsbehoefte. In
de overgangsseizoenen en in de zomer
is echter een steeds grotere koelbehoefte
noodzakelijk.
Bij de toepassing van vloerkoeling dient
aanvullend rekening te worden gehouden
met de keuze van vloerbedekking. Tapijten
of hoogpolige vloerbedekking kunnen
niet toegepast worden. Door het isolerend

76

vermogen van deze vloerafwerkingen wordt


het koelvermogen aanzienlijk gereduceerd.

Uitgegaan dient te worden van steenachtig


materiaal, linoleum of een vergelijkbaar
materiaal. Grote hoeveelheden inrichting
kunnen eveneens de afgifte van de vloer
beperken.

Slotopmerking.
Geconcludeerd kan worden dat bij de
toepassing van plafondkoeling aanzienlijk
grotere koelvermogens dan bij vloerkoeling
beschikbaar zijn.
De onderzoeksresultaten van de beschikbare
verwarmingsen
koelvermogens
van
de Infra + vloer stemmen overeen met
bovengenoemde bevindingen. De in de
samenvatting van onderzoeksrapportage
genoemde waarden hebben betrekking op
een gemiddelde watertemperatuur van 17
C. De oppervlaktetemperatuur ligt daarbij
aanzienlijk boven de condensatietemperatuur.
In feite kan de gemiddelde watertemperatuur
verder gereduceerd worden, waardoor
het beschikbare koelvermogen aanzienlijk
toeneemt.
Hiervoor
wordt
verwezen
naar de resultaten van de uitgebreide
onderzoeksrapportage.

77

bijlage
B
verdiepingbouw in
staal en beton
overgenomen uit: verdiepingbouw in staal en beton; staalskelet met geintegreerde liggers en kanaalplaten,
A. van de Bogaard en C. van Eldik, (1995), Rotterdam: Staalbouw Instituut

78

79

80

81

82

83

84

85

86

87

88

89

90

91

92

93

94

95

96

97

98

99

100

101

102

103

104

105

106

107

108

109

110

111

112

113

114

115

116

117

118

119

120