Anda di halaman 1dari 4

Bijlage 2 Format Toelichting lesontwerp

Student: Lisa Bos Docent: K. van L.


Vakgebied: Natuur en Techniek Stagegroep: groep 1/2
Klas: PEH16VD
Welke keuzes heb ik hier gemaakt? Toelichting/ onderbouwing van keuzes
(denk hierbij met name kernbegrippen uit (vak-)
specifieke theorie)
Kennis over (kinderen in) de De kinderen van groep 1 en Ik weet door gesprekken met mijn mentor
groep is nadrukkelijk
2 weten wat plantjes zijn, waar de kinderen staan rondom natuur en
verwerkt in de omschrijving
van de beginsituatie van de maar sommige weten nog techniek. Via tule.slo.nl weet ik waar de
groep, zowel in niet dat een plantje uit een kinderen moeten staan en wat zij moeten
pedagogische zin (gedrag, zaadje komt of ook wel een leren. Ik heb dit vergeleken met de
groepsverhoudingen,
boon. De kinderen weten niet informatie die ik heb gekregen van mijn
groepsdynamiek) als in
didactische zin hoe plantjes groeien en wat mentor om de beginsituatie goed te
(vakspecifieke je hier nodig voor hebt. De kunnen inschatten.
beginsituatie). kinderen weten dat er
worteltjes zijn, maar zij Vanuit de sociogram en het klimaatschaal
hebben nog niet ingezien dat die ik heb afgenomen heb ik
deze uit de boon of het geconstateerd dat de kinderen goed met
zaadje komen. elkaar kunnen omgaan. Er zijn een aantal
kinderen die zowel speel als werk
Uit de typering blijkt dat de gerelateerd, negatief gekozen worden. Zij
kinderen goed met elkaar veroorzaken ook vaak de negatieve sfeer
kunnen omgaan, maar dat die er ontstaat in de klas.
kiezen op basis van eigen De leerlingen die sneller zijn als de
voordeel. Er vallen een andere lopen op bepaalde aspecten voor
aantal kinderen buiten de als de rest. De kinderen die minder snel
groep. Zij veroorzaken vaak zijn krijgen in deze les de kans om zich
ruzies en of problemen in de ook te laten horen.
klas. Een aantal kinderen zijn
sneller dan anderen en
geven vaker antwoord op de
vraag. Zij komen dan ook
vaak aan de beurt.
De lesdoelen zijn de kinderen weten aan het Door naar de beginsituatie te kijken weet
afgestemd op de
eind van de les dat ze een ik dat de kinderen nog niet weten hoe een
beginsituatie. In de
formulering ervan wordt bonenplant kunnen planten. plantje ontstaat. De kinderen weten
zichtbaar dat kennis van De kinderen weten aan het ongeveer hoe een plantje groeit maar nog
vakdidactiek en leerlijnen eind van de les hoe ze een niet direct hoe het proces verloopt en wat
op een logische manier is
boon kunnen planten. De je hiervoor nodig hebt. Als laatste weten
verwerkt.
kinderen weten welke veel kinderen niet waar een plantje
benodigdheden ze nodig allemaal uit bestaat en welke functie deze
hebben. hebben. Door een boon te planten met de
kinderen kan ik meerdere doelen in n
kerndoel 41 keer behandelen. Ik moet deze doelen
- onderdelen van een echter wel in twee lessen behandelen. De
plant: bloem, kinderen zien hoe de boon/het plantje
stengel, blad en groeit. Ze bespreken in de kring wat zij
wortel hiervoor nodig hebben en beredeneren
- ontkiemen van hoe dit gaat verlopen. Na de les
zaden bespreken we dit nogmaals. De volgende
(Ik begin in deze les met de les kijken we naar het resultaat. Ik laat de
doelen maar kom hier de kinderen onderzoeken wat er is gebeurd,
volgende les op terug wat er bij is gekomen en welke functies
wanneer de plantjes zijn deze onderdelen hebben. Ik laat de
gegroeid. Ik kan dan dieper kinderen dit in de kring bespreken met
ingaan op de stof) elkaar omdat ze op deze manier van
elkaars ontdekkingen leren. Na de
bespreken leg ik zelf ook het nodige uit
van het ontstaan van een plantje. Als dit al
is uitgelegd vat ik alles samen bij de
nabespreking en benoem ik er ook bij
welke kinderen dit hadden ontdekt. Door
het zelf ontdekken kunnen de kinderen
zelf alle lesdoelen behalen.
Werk- en De kinderen beginnen in de Door in de kring te beginnen kan ik het
groeperingsvormen zijn
kring, halverwege de kring onderwerp inleiden (er komt iets binnen).
afgestemd op specifieke
kenmerken van de groep n gaan de kinderen in groepjes Ik laat een plantje zien van een boon en
op specifieke kenmerken zitten en een plantje planten. een droge boon. Door dit in de kring te
van vakdidactiek. Aan het eind komen de doen kunnen alle kinderen het plantje
kinderen weer terug in de goed zien, ik loop ook een rondje met het
kring. plantje, ondertussen bespreken de
kinderen wat zij zien. Hierna krijgt elk kind
een droge boon, dit is de aanrommelfase.
Er worden vragen opgewekt die de
kinderen ook bespreken met elkaar. Zo
hadden vele kinderen de vraag: Komen
die sliertjes dan uit dat witte puntje van de
boon? Hier werd flink over
gediscussieerd. In de kring is dit mogelijk
omdat elk kind wordt betrokken en het
geeft een opensfeer. Hierna gingen de
kinderen in groepjes de boon planten.
Door dit in groepjes te doen kunnen de
kinderen elkaar helpen wanneer iets niet
lukt. Dit werd ook veel gedaan. Hiermee
stimuleer je samenwerkend gedrag. Als
laatst kwamen de kinderen terug in de
kring om hun bevindingen te bespreken
en te bespreken wat zij zonet hadden
gedaan. Door dit in de kring te doen
krijgen alle kinderen de informatie mee.

Werk- en De kinderen bespreken in de Door in de kring te bespreken wat de


groeperingsvormen zijn
kring welke middelen zij kinderen nodig hebben om de boon te
functioneel ondersteunend
bij het behalen van de nodig hebben om een boon laten groeien, kunnen alle kinderen
lesdoelen. te laten groeien. In de meedenken en meedoen. Als ik dit in
groepjes planten ze onder groepjes had gedaan of aan tafeltjes
begeleiding een boon. Aan hadden niet alle kinderen dit
het eind in de kring meegekregen. Ik doe dit in losse beurten
bespreken de kinderen zodat meerdere kinderen de kans krijgen
nogmaals wat ze hebben om iets te zeggen. De kinderen die dit nog
gedaan en waarom zij deze niet weten krijgen de informatie van de
middelen nodig hadden om andere kinderen. Hierna vat ik het
de boon te planten. Ook nogmaals samen en benoem ik wat de
bespreek ik met hen waarom kinderen hebben gezegd. In de groepjes
ik de bonen bij het raam heb gaan de kinderen aan het werk om de
gezet. plantjes te laten groeien. Dit doe ik in
groepjes zodat de kinderen elkaar kunnen
helpen. De kinderen kunnen elkaar
uitleggen waarom zij dit op deze volgorde
doen en ik leg dit ook uit wanneer de
kinderen een nieuw middel krijgen om de
boon te planten. Aan het eind komen de
kinderen terug in de kring zitten om hun
bevindingen te bespreken. De kinderen
vertellen in de kring wat ze hebben
gedaan. Ik vraag door om erachter te
komen of ze ook weten waarom ze dit
hebben gedaan. Hierna benoem ik dit
nogmaals kort. Als laatste vraag ik de
kinderen waarom ik de planten op de
vensterbank heb gezet. Vele kinderen
weten nog niet waarom. De kinderen die
dit wel weten steken hun vinger op en
leggen dit uit. Ik benoem nogmaals
waarom dit is zodat de kinderen die dit
nog niet wisten dit ook meekrijgen.
Een aanzet tot Toen ik de les had ontworpen Door de kinderen samen een boon te
samenwerkend leren krijgt
wilde ik de kinderen laten laten planten leren ze om samen ergens
op een logische wijze plek in
het lesontwerp.* werken in tweetallen. Per voor te zorgen. De kinderen moeten
tweetal mochten de kinderen samenwerken om de boon te planten,
een boon planten. Om dit omdat zij er maar n krijgen. Een leerling
verder te stimuleren moesten hield het bekertje vast en de ander kon zo
de kinderen samen voor de de watten plaatsen. Ze konden dit om de
boon zorgen en de volgende beurt doen. Na het planten moet de boon
les samen kijken naar het ook water krijgen. De kinderen kijken
resultaat. In de kring samen wanneer de boon verder in de
bespreken de kinderen wat week water nodig heeft en hoeveel. Bij de
zij hebben gezien en hoe ze vervolg les zouden de kinderen samen in
dit hebben gezien. Mijn tweetallen gaan kijken naar het plantje.
mentor vond echter dat ik De kinderen gingen dan kijken wat er is
nog niet klaar was om een gebeurd en welke onderdelen erbij zijn
coperatieve werkvorm uit te gekomen. De kinderen beredeneren welk
voeren. Om deze reden heb onderdeel water opneemt maar ook hoe
ik de werkvorm niet kunnen het plantje gegroeid is. De kinderen
uitvoeren. werken dan samen en zou kan ik de
samenhorigheid stimuleren. Vooral omdat
ze samen voor het plantje zorgen.
Een aanzet tot ontdekkend Ik heb bij deze les gebruik De kinderen planten zelf een boon,
leren krijgt op een logische
gemaakt van zelf ontdekkend hierdoor ontdekken ze hoe een boon
wijze plek in het
lesontwerp** leren. De kinderen gaan zelf groei. De kinderen kijken in de vervolg les
een boon planten en na een naar het resultaat. Ze kijken hoe de boon
week ontdekken wat er met is gegroeid, welke onderdelen erbij zijn
de boon is gebeurd. De gekomen en wat deze doen. Door de
kinderen vertellen elkaar in kinderen dit in de kring aan elkaar te laten
de kring wat zij gezien vertellen, leren de kinderen van elkaars
hebben en ontdekt hebben. ontdekkingen. Ik leid het gesprek alleen
en laat hen zelf vertellen. Aan het eind
geef ik nog de nodige informatie over het
plantje en vertel ik wat er nog niet is
besproken. Door de kinderen zelf te laten
kijken en zelf pas aan het eind te vertellen
wat er is gebeurd, kijken de kinderen zelf
al heel anders naar het plantje. Ze gaan
ontdekkend en nieuwsgierig aan het werk.
Zij leggen hierdoor zelf al conclusies en
vergelijken deze in de kring met elkaar.
De proces- en De kinderen vatten aan het Door de kinderen aan het eind van de les
productdoelen worden
eind samen waar we naar zelf te laten samen vatten wat zij hebben
expliciet gevalueerd met
de kinderen. gekeken hebben bij het gedaan, weet ik of de lesdoelen zijn
planten van de boon, wat er behaald. Door dit aan meerdere kinderen
is ontstaan en hoe dit is te vragen zorg ik ervoor dat de lesdoelen
ontstaan. Ook bespreken de die bij sommige kinderen niet zijn
kinderen wat de functies zijn doorgekomen alsnog doorkomen. Ik vraag
van de onderdelen van de namelijk door aan de leerlingen en laat
plant. hen ook redeneringen geven waarom het
plantje zo is gegroeid ect. Als er vragen
zijn opgewekt bij het zelf ontdekkend
kijken naar de plantjes, kunnen zij deze
alsnog vragen. Hierdoor kan ik ook zien
welke lesdoelen nog niet duidelijk zijn. Als
laatst geef ik nog extra informatie over het
groeien van de plantjes zodat ik zeker
weet dat alle informatie is gegeven. Ik stel
vragen tussendoor om de lesdoelen terug
te koppelen. Ik zie hierdoor of de kinderen
de lesstof begrijpen.
De werkvormen die worden De lesdoelen worden De kinderen zijn gewend om de lesdoelen
gehanteerd bij evaluatie
klassikaal besproken in de te bespreken in de kring. Ik heb ervoor
zijn passend bij
vakdidactiek en sluiten aan kring. gekozen om dit ook te doen. De doelen
op specifieke kenmerken worden dan nogmaals behaald en alle
van de groep. leerlingen kunnen elkaar horen en zien.
De kinderen zijn zo meer betrokken bij de
lesdoelen. Ik herhaal de lesdoelen op
meerdere manieren zodat ik zeker weet
dat de lesstof duidelijk is.
*bij tenminste 3 lesontwerpen
** bij tenminste 1 lesontwerp