Anda di halaman 1dari 3

Bijlage 2 Format Toelichting lesontwerp

Student: Sverre Verbeeten Docent: Harm Litjens


Vakgebied: Levensbeschouwing Stagegroep: 5/6
Klas: PEH16VD
Welke keuzes heb ik hier gemaakt en waarom? (denk hierbij met name kernbegrippen uit
(vak-) specifieke theorie)
Kennis over (kinderen in) de Om een goede beginsituatie te kunnen formuleren heb ik gebruik gemaakt
groep is nadrukkelijk
van resultaten van de sociogram, observaties en gesprekjes met mijn
verwerkt in de omschrijving
van de beginsituatie van de mentor.
groep, zowel in
pedagogische zin (gedrag, Ik heb kennis over de kinderen in pedagogische zin verwerkt in de
groepsverhoudingen,
beginsituatie:
groepsdynamiek) als in
didactische zin - Uit de resultaten van het sociogram blijkt dat niet alle kinderen
(vakspecifieke graag met elkaar samenwerken. Groep 5 en 6 zijn ook niet echt
beginsituatie). een geheel als groep. Hierom ga ik de les met de hele klas
uitvoeren. Ik ga met de hele klas in een kring zitten zodat de
kinderen goed naar elkaar kunnen luisteren en op elkaar kunnen
reageren.
- Uit het sociogram blijkt dat er twee kinderen worden verstoten
(Sometics) uit de groep. Ze worden vaak negatief gekozen.
Hierom ga ik ervoor zorgen dat ook deze twee kinderen goed
betrokken blijven bij de les.

In vakspecifieke zin heb ik ook kennis over de kinderen verwerkt in de


beginsituatie:
- De kinderen krijgen volgens een soort methode genaamd samen
leven vaker een les. Het gaat over verschillende onderwerpen
waar ze dan over gaan filosoferen. Hierbij gaan de kinderen ook
zelf dingen uitproberen.

In de vorige lessen heb ik gemerkt dat de samenwerking tussen groep 5


en 6 goed verloopt wanneer ik ze bij elkaar zet. Het groepsgevoel kan nog
verbeteren. Hierom probeer ik de groepen bij zo veel mogelijk lessen te
mixen, dus als het vakinhoudelijk ook bij beide klassen op niveau aansluit,
zoals bij deze les.

De kinderen bevinden zich in een ontwikkelingsfase. Hierbij komen


gebruik ik de theorien van Kohlberg, Fowler en Erikson om dit te
onderbouwen.

Kohlberg:
Een gedeelte van de kinderen bevindt zich nog duidelijk in het eerste
stadium, het preconventioneel niveau. Vooral de jongere kinderen uit
groep 5 laten dit duidelijk zien. De kinderen zijn erg gehoorzaam en
ontwijken straf. De kinderen begrijpen de regels nog niet echt, maar zijn
ermee bezig om deze te proberen toe te passen. De kinderen denken
veel vanuit het eigenbelang.
De wat oudere kinderen in de klas, dus met name de kinderen uit groep 6
bevinden zich al in het tweede stadium, het conventioneel niveau. De
kinderen zijn erg gericht op regels, deze zijn het belangrijkste. De regels
worden gezien als handvat voor de omgang met elkaar en iedereen moet
zich hier dan aan houden. De kinderen hebben vooral de eigen relaties en
de klas voor ogen.
Fowler:
De kinderen bevinden zich in fase 2: mythisch-letterlijke
levensbeschouwing, 6/7-11/12 jaar. Verhalen zorgen voor samenhang en
geven zin aan het leven. Symbolische verhalen worden door de kinderen
letterlijk en concreet opgevat. Deze zijn horend bij een aparte wereld die
onderscheiden wordt van de eigen ervaringswereld. Dit zag ik
bijvoorbeeld goed terug toen de kinderen een fantasieverhaal moesten
schrijven bij een les stellen. De kinderen maken duidelijk dat ze helemaal
overtuigd zijn van hun eigen verhaal en dat ze deze zien als een soort
werkelijkheid. De belevingswereld van de kinderen komt duidelijk naar
boven.

Erikson:
De kinderen bevinden zich in de vierde fase, de arbeidzaamheid-
minderwaardigheid (6-12 jaar). Door contact met leeftijdsgenoten kan de
eigen voortgang door het kind zelf, door ouders of door de leerkracht
vergeleken worden met anderen. Nieuwe vaardigheden leiden tot een
positieve houding ten opzichte van leren en werk, of tot faalangst en
gevoelens van minderwaardigheid (De Schepper, 2015).
De lesdoelen zijn Aan het einde van de les zijn de kinderen in staat om:
afgestemd op de
Productdoelen:
beginsituatie. In de
formulering ervan wordt - Te vertellen hoe ze het filosoferen hebben ervaren.
zichtbaar dat kennis van - Na te vertellen wat ze hebben geleerd over de vieringen van een
vakdidactiek en leerlijnen bepaalde geestelijke stroming (Tule, kerndoel 38).
op een logische manier is
- Te vertellen wat ze geleerd hebben over gewoontes en gebruiken
verwerkt.
binnen het Hindoesme (Tule, kerndoel 38).

Procesdoelen:
- Op elkaar te reageren en elkaars ideen over iets te accepteren.
- Met elkaar als groep te filosoferen over een bepaald onderwerp.
Werk- en Ik ga de les met de hele klas samen uitvoeren. Ik ga met de hele klas in
groeperingsvormen zijn
een kring zitten zodat de kinderen goed naar elkaar kunnen luisteren en
afgestemd op specifieke
kenmerken van de groep n op elkaar kunnen reageren. Hierdoor krijgen de kinderen de kans om op
op specifieke kenmerken elkaar te reageren en om als groep meer n geheel te worden. De
van vakdidactiek. Werk- en kinderen van groep 5 en 6 kunnen op elkaar reageren en elkaars mening
groeperingsvormen zijn
respecteren. Ze leren de verhalen van anderen kennen, waardoor ze
functioneel ondersteunend
bij het behalen van de elkaar ook beter kunnen begrijpen. Tijdens de les gaan we filosoferen, dus
lesdoelen. is de kring een goed bijpassende werkvorm. De kinderen kunnen elkaar
zo goed aankijken en op elkaar reageren. Hierna mogen de kinderen hun
eigen hand overtrekken en hier tekeningetjes in maken zoals bij echte
henna. Helaas kan ik geen echte henna gebruiken. Ik heb hiervoor alleen
de hennapoeder in bezit, maar een aantal andere ingredinten ontbreken.
Hiernaast is er ook niet echt de tijd voor. Het proces van het in laten
trekken van de henna duurt zon 12 uur. Het is niet realistisch om dit dus
tijdens de les te doen, aangezien dit er vervolgens uren op moet blijven
zitten. Ik leg aan de kinderen uit waarom het niet gaat lukken tijdens deze
les.
Een aanzet tot De kinderen gaan op elkaar reageren en elkaar aanvullen.
samenwerkend leren krijgt
op een logische wijze plek in
het lesontwerp.*

Een aanzet tot ontdekkend n.v.t.


leren krijgt op een logische
wijze plek in het
lesontwerp**
De proces- en Aan het einde van de les:
productdoelen worden
Productdoelen:
expliciet gevalueerd met
de kinderen. - Kunnen de kinderen vertellen wat ze hebben geleerd over de
vieringen van een bepaalde geestelijke stroming.
- Kunnen de kinderen vertellen wat ze hebben geleerd over
gewoontes en gebruiken binnen het Hindoesme.
Procesdoelen:
- Vertellen de kinderen wat ze van het onderwerp vonden.
- Vraag ik aan de kinderen hoe ze het filosoferen hebben ervaren.
We praten hier met de hele groep over.
- Bespreek ik met de kinderen hoe ze de werkvorm ervaren
hebben.
De werkvormen die worden De evaluatie gebeurt ook in de kring. De kinderen kunnen hun vinger
gehanteerd bij evaluatie
opsteken om te reageren op de nabespreking. De kinderen kunnen
zijn passend bij
vakdidactiek en sluiten aan antwoord geven op reflectievragen en kunnen hun mening geven over de
op specifieke kenmerken les. Iedereen kan elkaar goed aankijken, waardoor iedereen goed
van de groep. betrokken blijft en de kinderen zich ook betrokken voelen bij dingen die
een ander verteld. De kinderen hebben niet het gevoel dat ze
afgezonderd zijn van de rest, dus is alles wat verteld wordt voor iedereen
even belangrijk. De kinderen van groep 5 en 6 kunnen samen nadenken
over het verloop van de les.
*bij tenminste 3 lesontwerpen
** bij tenminste 1 lesontwerp

Bronnenlijst:
Beker, T., Graft, M. van, Greven, J., Kemmers, P., Tank, M. K., Verheijen, S. (2009).
Kerndoel 38, groep 5 en 6. Geraadpleegd op 28 januari 2017, van
http://tule.slo.nl/OrientatieOpJezelfEnWereld/F-L38.html
De Schepper, J. (2015). Levensbeschouwing ontwikkelen. Didactiek voor
levensbeschouwing in het primair onderwijs. Amersfoort: Kwintessens uitgevers.