Anda di halaman 1dari 40

Kind Centrum

Westerbreedte
CASUS OUDERBETROKKENHEID

Elke Jansegers, Esmee van Mook 2458926, Gemma van Merkestijn


2450542, Soraya Karimbaksh 2218530, Pieter Verbruggen
2365499 | Casus Ouderbetrokkenheid |
1 Voorwoord

Dit adviesplan wordt geschreven naar aanleiding van een opdracht rondom de Minor Leiderschap in
een IKC van Fontys Hogescholen Kind & Educatie in Den Bosch. Voor de opdracht zijn alle groepsleden
gekoppeld aan een casus met een bijbehorende begeleider uit het werkveld. De groep bestaat uit 5
groepsleden, waaronder twee PABO-studenten, twee studenten van Pedagogisch Management
Kinderopvang en n Erasmus-student uit Belgi Pedagogie van het jonge kind. De groepsleden
hebben gezamenlijk over een periode van drie maanden aan het adviesplan gewerkt en presenteren
de uitkomsten hiervan uiteindelijk op IKC Westerbreedte.

Wij willen als groepsleden onze dank uitspreken naar de begeleiding die wij hebben ontvangen vanuit
zowel de Minor als IKC Westerbreedte. Specifiek naar begeleider vanuit de opleiding leiderschap in
het IKC Liesbeth Vonk en vanuit het IKC Westerbreedte Marion Leenders. Hartelijk dank!

KC WEESTERBREEDTE, CASUS OUDERBETROKKENHEID


FONTYS HOGESCHOLEN, S-HERTOGENBOSCH, MINOR LEIDERSCHAP IN HET IKC
ELKE JANSEGERS, GEMMA VAN MERKESTIJN, ESMEE VAN MOOK, SORAYA KARIMBAKSH, PIETER VERBRUGGEN
PAGINA 1
2 Inhoudsopgave
1 Voorwoord......................................................................................................................................1
2 Inhoudsopgave...............................................................................................................................2
3 Situatieschets.................................................................................................................................4
4 Probleemstelling.............................................................................................................................4
5 Theoretisch kader...........................................................................................................................5
5.1 Wat is en IKC?.........................................................................................................................5
5.2 Geschiedenis...........................................................................................................................6
5.3 Hoe nu?..................................................................................................................................7
5.4 Communicatie.........................................................................................................................9
5.4.1 Wat is communicatie?.....................................................................................................9
5.4.2 Verbale communicatie....................................................................................................9
5.4.3 Non-verbale communicatie.............................................................................................9
5.4.4 Belang van communicatie.............................................................................................10
5.4.5 Het communicatieproces..............................................................................................10
5.5 Social Media.........................................................................................................................12
5.5.1 Social media door de jaren heen..................................................................................12
5.5.2 Social media op school..................................................................................................12
5.5.3 Het digitaal pesten:.......................................................................................................13
5.5.4 Website/ bereiken van ouders..................................................................................13
5.6 Ouderparticipatie.................................................................................................................15
6 Advies...........................................................................................................................................17
6.1 Aanbevelingen vanuit het basisonderwijs...........................................................................17
6.2 Aanbevelingen vanuit pedagogisch management kinderopvang........................................18
6.3 Aanbevelingen vanuit pedagogie van het jonge kind: Belgi..............................................19
6.4 Gezamenlijk advies...............................................................................................................21
7 Reflectie........................................................................................................................................22
7.1 Peerfeedback........................................................................................................................22
7.2 Persoonlijke reflectie verslagen............................................................................................27
8 Bijlage...........................................................................................................................................30
8.1 Tekst presentatie...................................................................................................................30
8.2 Notulen.................................................................................................................................34
8.3 Foto poster...........................................................................................................................36
KC WEESTERBREEDTE, CASUS OUDERBETROKKENHEID
FONTYS HOGESCHOLEN, S-HERTOGENBOSCH, MINOR LEIDERSCHAP IN HET IKC
ELKE JANSEGERS, GEMMA VAN MERKESTIJN, ESMEE VAN MOOK, SORAYA KARIMBAKSH, PIETER VERBRUGGEN
PAGINA 2
9 Bron- en literatuurlijst..................................................................................................................38

KC WEESTERBREEDTE, CASUS OUDERBETROKKENHEID


FONTYS HOGESCHOLEN, S-HERTOGENBOSCH, MINOR LEIDERSCHAP IN HET IKC
ELKE JANSEGERS, GEMMA VAN MERKESTIJN, ESMEE VAN MOOK, SORAYA KARIMBAKSH, PIETER VERBRUGGEN
PAGINA 3
3 Situatieschets
Dit adviesplan zal worden geschreven voor Kind Centrum Westerbreedte, het plan is gericht op de
ouderbetrokkenheid binnen deze organisatie. Kind Centrum Westerbreedte neemt plan binnen de
wijk de Kruiskamp, het centrum is middelgroot met ongeveer 400 leerlingen. Samen met basisschool
Kruisboelijn en basisschool Nour maakt het kind centrum ook nog deel uit van de Brede Bossche
School de Kruiskamp. Het kind centrum maakt onderdeel uit van het schoolbestuur Signum
Onderwijs, ATO-scholenkring en Kanteel kinderopvang (Kindcentrum Westerbreedte, z.j.).

De school is een echte ontmoetingsplaats voor alle kinderen uit de samenlevingen, diverse
geloofsovertuigingen ontmoeten elkaar waarbij begrip en respect belangrijk is. De visie van de
organisatie luidt als volgt: Het kind centrum is een rijke dynamische leeromgeving, staat midden in de
samenleving en de buurt. Het kind staat dan ook centraal. Kinderen ontwikkelen
(mede)verantwoordelijkheidsgevoel en krijgen de mogelijkheden om extra te leren. Er is n
pedagogische kind visie, deze wordt gedreven door talent en ambitie en niet door achterstanden.
Leren kenmerkt zich door onderwijs op maat, zelfstandig en actief leren. Er is binnen het kind
centrum aandacht voor creativiteit en experimenteren. Leerkrachten, assistenten en pedagogisch
medewerkers werken in teams in gezamenlijke verantwoordelijkheid. Iedereen is en voelt zich
welkom. Ouders zijn partner in opvoeding en onderwijs (http://kcwesterbreedte.nl/paus-
joannes/Kindcentrum Westerbreedte, z.j.).

Omdat de ouders partner zijn in opvoeding en onderwijs, is er een medezeggenschapsraad binnen de


school. De MR (medezeggenschapsraad) neemt standpunten in over datgene wat de directie doet of
wilt doen. En van de belangrijkste instrumenten van de MR is de instemming- en
adviesbevoegdheid. De MR streeft dan ook naar een continue kwaliteitsverbetering van de school
voor ouders, leerlingen en personeel. De MR bestaat uit 3 ouders en 3 personeelsleden, de directeur
is adviserend lid. De vergaderingen van de MR worden altijd openbaar gesteld (Kindcentrum
Westerbreedte, z.j.).

4 Probleemstelling
Hoe kan Kind Centrum Westerbreedte gezinnen die minimaal de Nederlandse taal beheersen er voor
zorgen dat deze gezinnen alle informatie meekrijgen die de school geeft via de website, e-mail en
social media om de ouderbetrokkenheid te verhogen?

KC WEESTERBREEDTE, CASUS OUDERBETROKKENHEID


FONTYS HOGESCHOLEN, S-HERTOGENBOSCH, MINOR LEIDERSCHAP IN HET IKC
ELKE JANSEGERS, GEMMA VAN MERKESTIJN, ESMEE VAN MOOK, SORAYA KARIMBAKSH, PIETER VERBRUGGEN
PAGINA 4
5 Theoretisch kader
5.1 Wat is en IKC?
IKC, integraal kindcentrum, voor sommigen een vage term, voor steeds meer, een bekend begrip.
Voor velen zal de vergelijking worden gemaakt met een Brede School, maar hier tussen zijn
weldegelijk belangrijke verschillen, met name in het aanbod en de visie op ontwikkelen en leren.

De definitie van een IKC is dat het een maatschappelijke onderneming is waarin alle betrokkenen de
ontwikkeling van kinderen als centraal uitgangspunt hebben. Dit wordt opgesplitst in twee
kenmerken:

Een IKC is een voorziening voor kinderen van 0 tot 13 jaar, waar zij gedurende de dag komen
om te leren, te spelen, zich te ontwikkelen en anderen te ontmoeten.
Het IKC biedt een totaalpakket op het gebied van educatie, opvang, ontwikkeling, zorg,
welzijn en vrije tijd.

In een IKC ligt de focus van de onderneming niet alleen op winst maken maar ook op het vervullen
van een maatschappelijke rol. Deels wordt een IKC vanuit de overheid gefinancierd, en maakt deels
omzet door het aanbieden van kinderopvang. Het is een plek waar kinderen van 0 tot 13 jaar zich
kunnen ontwikkelen vanuit n visie, n plan en n team. Alle neuzen staan dezelfde kant op
waardoor er een doorgaande lijn ontstaat.

KC WEESTERBREEDTE, CASUS OUDERBETROKKENHEID


FONTYS HOGESCHOLEN, S-HERTOGENBOSCH, MINOR LEIDERSCHAP IN HET IKC
ELKE JANSEGERS, GEMMA VAN MERKESTIJN, ESMEE VAN MOOK, SORAYA KARIMBAKSH, PIETER VERBRUGGEN
PAGINA 5
5.2 Geschiedenis
Ouderbetrokkenheid is een thema wat tegenwoordig flink in de belangstelling staat. Niet alleen
wordt er vanuit het ministerie aandacht aan besteedt, ook de scholen zijn actief bezig om hier
stappen in te zetten en het te integreren in het dagelijkse schoolleven. Veel scholen hebben hiervoor
ook een ouderbetrokkenheidsplan geschreven. De aandacht voor de ouderbetrokkenheid is lang niet
altijd zo groot geweest (Stigt, 2013).

Vroeger was de overstap voor kinderen vanaf het basisonderwijs naar het voortgezet onderwijs een
bijna onmogelijke stap. Dit was alleen beschikbaar voor de kinderen uit de hogere sociale klasse. De
rest van de kinderen verliet de basisschool rond hun 12 e of 14e levensjaar en gingen vaak thuis of in
een (familie)bedrijf aan het werk. Ouders kwamen eigenlijk alleen op school als er echt iets mis was.
Van communicatie was er enkel sprake van eenrichtingsverkeer. Als er een mededeling gedaan moest
worden dan gaf de leerkracht dit door aan de ouders en hier bleef het vervolgens bij. Het onderwerp
ouders heeft vanaf de jaren 70 een steeds grotere rol gekregen binnen het onderwijs. Dit uitte zich
voornamelijk in de vorm van ouderparticipatie. Zowel bij professionals als bij ouders veranderde de
rol van het onderwijs en daarmee ook de sfeer op school. Het feit of de kinderen wel gelukkig waren
en goed in hun vel zaten werd steeds belangrijker en het aandeel van de ouders werd hierin zeker
niet onderschat (Stigt, 2013).

Niet alleen de klaslokalen van de scholen veranderde, maar ook de aanwezigheid van ouders nam
toe. Er kwamen voorleesmoeders, knutselvaders, etc. Hoewel het in de huidige tijd het
geluk/welbevinden van de kinderen nog steeds heel belangrijk is, zijn er weldegelijk veranderingen in
de rol van de ouders. Niet alleen zijn er in de huidige maatschappij in Nederland steeds meer
verschillende nationaliteiten, ook de carrires van de ouders veranderen. Zowel de vaders als de
moeders hebben vaak een belangrijke baan, die veel tijd inneemt. Kinderen gaan naar de
kinderopvang en werkende ouders hebben weinig tot geen tijd om te helpen met activiteiten op
school. Vroeger was dit heel anders. Moeders waren voornamelijk thuis om voor het huishouden en
de kinderen te zorgen, waardoor zij ook tijd hadden om aanwezig te zijn voor schoolse activiteiten.
Tegenwoordig zie je dat dit vaak de moeders van buitenlandse afkomst zijn, die het soms ook nog
moeilijk vinden om te integreren. In de jaren 80 stopte twee derde van de vrouwen met werken bij
de geboorte van hun eerste kind, en werkten moeders gemiddeld 5,7 uur per week. Nu werkt bijna
80% van de moeders, gemiddeld 16,7 uur per week. Moeders werken ook nog eens bij voorkeur
tijdens schooluren zodat ze buiten de school tijd en aandacht aan hun kinderen kunnen besteden
(Stigt, 2013).

Ook op het gebied van communicatie is er veel veranderd sinds de jaren 70. Was het vroeger nog
eenrichtingsverkeer en alles op papier, tegenwoordig gaat het grootste gedeelte digitaal en hebben
ouders veel mogelijkheden om te reageren. Er zijn nieuwsbrieven, info op de website, mail, Facebook,
Twitter, Instagram, er zijn zelfs scholen die gebruik maken van apps waarin ze informatie
communiceren met de ouders. Het is voor ouders niet eens meer nodig om daadwerkelijk naar school
te komen als ze ergens op willen reageren of ze iets willen vragen of vertellen. Ze kunnen gemakkelijk
via Social Media ergens op reageren of een mailtje sturen. Allemaal hulpmiddelen die vroeger niet
beschikbaar waren voor ouders (Stigt, 2013).

KC WEESTERBREEDTE, CASUS OUDERBETROKKENHEID


FONTYS HOGESCHOLEN, S-HERTOGENBOSCH, MINOR LEIDERSCHAP IN HET IKC
ELKE JANSEGERS, GEMMA VAN MERKESTIJN, ESMEE VAN MOOK, SORAYA KARIMBAKSH, PIETER VERBRUGGEN
PAGINA 6
5.3 Hoe nu?
Binnen Kindcentrum Westerbreedte is de opvoeding en de educatie van kinderen een gezamenlijke
verantwoordelijkheid van de pedagogisch medewerker, manager kinderopvang, leerkrachten,
directeur basisschool en de ouders van de kinderen. Ouders kunnen op verschillende manieren
betrokken worden bij het onderwijs en ontwikkeling van hun kind. Dit wordt vaak ingedeeld in
meeleven, meedoen, meedenken en meebeslissen. Het kindcentrum heeft een pedagogisch doel,
namelijk de afstemming tussen de pedagogische aanpak van het kindcentrum en thuis. Een
organisatorisch doel, namelijk ouderparticipatie door praktische hulp van ouders. Een didactisch doel,
namelijk ouderbetrokkenheid van ouders bij activiteiten van het kindcentrum, waarbij inzicht wordt
ontwikkeld om de ontwikkeling van het kind positief te benvloeden. En als laatste een relationeel
doel, namelijk een positieve relatie tussen ouders en kindcentrum om het kind te kunnen begeleiden
in de ontwikkeling, communicatie over de ontwikkeling van het kind bespreekbaar te maken, een
wederzijds respect te ontwikkelen ten aanzien van de verantwoordelijkheid van beide professionals
(KindcentrumWesterbreedte, 2016).

Bij inschrijving en tijdens de intake wordt genformeerd naar de thuistaal van het kind. Het
kindcentrum heeft het uitgangspunt dat in principe in de Nederlandse taal gecommuniceerd wordt.
Brochures die in andere taal uitgegeven worden, worden op aanvraag gegeven. Met elke ouder
wordt persoonlijk afgestemd welke mogelijkheden benut kunnen worden om ervoor te zorgen dat zij
informatie tot zich kunnen nemen om zodoende op de hoogte te zijn van de ontwikkeling van hun
kind en praktische informatie. Ook wordt er wel eens gebruik maken van familieleden die de thuistaal
en Nederlandse taal beheerst. Bij voorkeur zijn dit volwassenen. Ook is er persoonlijke ondersteuning
van de beroepskracht bij informatieverstrekking, navraag of informatie is overgekomen. In het
ouderbetrokkenheidsplan staat bijvoorbeeld dat er gebruik kan worden gemaakt van een tolk, terwijl
in de presentatie van Liesbeth naar voren kwam dat dit niet wordt gedaan in verband met de kosten
die er aan verbonden zijn (KindcentrumWesterbreedte, 2016).

Kindcentrum Westerbreedte heeft een aantal streefdoelen gesteld, zij willen namelijk datminstens
80% van de ouders naar de algemene informatieavond komen, dat 100% naar de oudergesprekken
komen, dat 40% actief is in de vorm van ouderhulp, dat 60% deel neemt aan de bijeenkomsten VVE
thuis en via de facebookgroepen wilt het kindcentrum 80% van de ouders bereiken. In schooljaar
2013-2014 zijn 5 koffieochtenden georganiseerd, hierbij zijn geen ouders aanwezig geweest. Voor
schooljaar 2015-2016 zijn er op verzoek toch een aantal koffieochtenden met de directeur ingepland.
Iedere groep verzorgt minimaal eenmaal per jaar een afsluiting voor de ouders door middel van een
presentatie in de theaterzaal. Deze data staan op de kalender en worden via Facebook verspreid. In
zowel het peuterarrangement als in de groepen 1 en 2 van de basisschool is er een spelinloop voor de
kinderen met hun ouders. In het lokaal staan materialen en activiteiten klaar die de kinderen samen
met hun ouders kunnen doen. Ouderhulp wordt ingeschakeld indien nodig, bij themas vinden
incidentele uitstapjes plaats waarbij ouders worden gevraagd te ondersteunen. Lees Voor Lees Mee
brengt kinderen door middel van voorlezen intensief in aanraking met geschreven en gesproken
Nederland. Het laat kinderen en ouders zien hoe leuk boeken (samen) lezen kunnen zijn
(KindcentrumWesterbreedte, 2016).

KC WEESTERBREEDTE, CASUS OUDERBETROKKENHEID


FONTYS HOGESCHOLEN, S-HERTOGENBOSCH, MINOR LEIDERSCHAP IN HET IKC
ELKE JANSEGERS, GEMMA VAN MERKESTIJN, ESMEE VAN MOOK, SORAYA KARIMBAKSH, PIETER VERBRUGGEN
PAGINA 7
Beroepskrachten hebben doelstellingen opgesteld die van de beroepskrachten worden verwacht;

Alle medewerkers van het kindcentrum verwelkomen de ouder;


Bij informatieavonden en ouder gesprekken worden ouders door medewerkers persoonlijk
gevraagd naar hun afwezigheid;
VVE thuisactiviteiten staan vermeld op de kalender, in de nieuwsbrief en er wordt een bericht
op Facebook geplaatst. De ouders worden op dagen van VVE thuis bijeenkomsten door de
leerkrachten persoonlijk benaderd;
Medewerkers attenderen nieuwe ouders persoonlijk op informatievoorzieningen, zoals de
website, de facebookgroepen en de nieuwsbrief.

(KindcentrumWesterbreedte, 2016)

Binnen het kindcentrum is ook een medezeggenschapraad actief conform de Wet medezeggenschap
op scholen. Op de website hebben zij een pagina waar informatie en notulen staan. Elk jaar wordt
ook de schoolgids en het jaarplan ter goedkeuring voorgelegd aan de MR. Het locatiewerkplan van de
kinderopvang wordt jaarlijks goedgekeurd door de oudercommissie. Ook zijn er regiegroepen waarin
hulpouders meehelpen met bijvoorbeeld activiteiten (KindcentrumWesterbreedte, 2016).

De oudertevredenheid wordt 1 keer in de 2 jaar gemeten door Primair Onderwijs Monitor. Hierin
worden ouders, kinderen en leerkrachten bevraagd. Bij de kinderopvang wordt jaarlijks het Klant
Tevredenheids Onderzoek afgenomen, deze wordt alleen bij de ouders afgenomen
(KindcentrumWesterbreedte, 2016).

KC WEESTERBREEDTE, CASUS OUDERBETROKKENHEID


FONTYS HOGESCHOLEN, S-HERTOGENBOSCH, MINOR LEIDERSCHAP IN HET IKC
ELKE JANSEGERS, GEMMA VAN MERKESTIJN, ESMEE VAN MOOK, SORAYA KARIMBAKSH, PIETER VERBRUGGEN
PAGINA 8
5.4 Communicatie
5.4.1 Wat is communicatie?
De definitie van communicatie luidt: Bedoeld of onbedoeld een bepaalde boodschap overbrengen
op iemand anders. Deze boodschap bevat informatie, die bestaat uit gedachten, gevoelens en/of
gedrag.Dus eigenlijk communiceer je altijd, ook als je niets zegt (SchoolTV, z.j.).

Communicatie is volgens Van Dale: informatie uitwisselen.

Communicatie vereist minstens twee partijen. En bovendien twee partijen die zich van elkaars directe
aanwezigheid bewust zijn. Het is tweerichtingsverkeer: informatie geven informatie ontvangen. Het
gaat dus over elkaar informeren.Er zijn twee vormen van communicatie: non-verbaal (lichaamstaal)
en verbaal (mondeling, schriftelijk) (Jansen, 2006).

5.4.2 Verbale communicatie


Alle communicatie waarbij je woorden gebruikt, is verbale communicatie. Als je praat, gebruik je als
communicatiemiddel je stem en woorden. Als je een brief schrijft, schrijf of typ je woorden. Mensen
die niet of moeilijk kunnen spreken, kunnen toch verbale communicatie hanteren. Die gebaren geven
woorden weer. Ook dat is verbale communicatie (Profi-leren SAW, 2011).

Communicatie die niet via woorden verloopt, noemen we non-verbale communicatie. De grens
tussen verbale en non-verbale communicatie is niet altijd makkelijk te trekken. In een krant verbale
communicatie staan ook fotos en tekeningen. De notulen van een vergadering bevatten tekst
(verbale communicatie) maar soms ook grafieken en schemas (non-verbale communicatie) (Profi-
leren SAW, 2011).

Mondelinge communicatie is zoals gezegd alle communicatie waarbij je woorden uitspreekt. Een
uitleg van de leerstof is net zo goed mondelinge communicatie als een sollicitatiegesprek, of een
vergadering. Vaak ondersteun je je woorden met gebaren of plaatjes (Profi-leren SAW, 2011). Onder
schriftelijke communicatie valt alles wat jij of iemand anders opschrijft, typt, uitprint, smst of als e-
mail verstuurt. De keuze voor een communicatiemiddel is heel belangrijk (Profi-leren SAW, 2011).

Mondelinge en schriftelijke communicatie hebben allebei hun eigen voor- en nadelen.Het voordeel
van schriftelijke communicatie is dat je de feiten nog eens kunt nalezen. Je kunt ze laten bezinken, er
nog eens je gedachten over laten gaan. Bij schriftelijke instructies heb je zwart op wit wat je moet
doen. Je kunt in je eigen tempo de aanwijzingen opvolgen.Maar iets opschrijven in plaats van iets
vertellen kan ook heel onpersoonlijk overkomen. Als jouw leraar een briefje voor je neerlegt waarin
staat wat je fout hebt gedaan, zou je het fijner hebben gevonden als deze het persoonlijk had
gezegd.Schriftelijke communicatie kan overigens zowel verbaal als non-verbaal zijn, of een
communicatie van beide (Profi-leren SAW, 2011).

5.4.3 Non-verbale communicatie


Wanneer je mondelinge communicatie gebruikt, gebruik je altijd ook non-verbale communicatie. Dat
gaat vanzelf en is onvermijdelijk.Maar je kunt ook bewust alleen maar gebruik maken van non-
verbale communicatie (Profi-leren SAW, 2011).

KC WEESTERBREEDTE, CASUS OUDERBETROKKENHEID


FONTYS HOGESCHOLEN, S-HERTOGENBOSCH, MINOR LEIDERSCHAP IN HET IKC
ELKE JANSEGERS, GEMMA VAN MERKESTIJN, ESMEE VAN MOOK, SORAYA KARIMBAKSH, PIETER VERBRUGGEN
PAGINA 9
5.4.4 Belang van communicatie
Het belang van communicatie als vakgebied voor organisaties is toegenomen. Tegenwoordig
beschouwen bijna alle organisaties communicatie als een belangrijke factor voor het behalen van hun
organisatiedoelen. Wel verschilt het belang dat organisaties eraan hechten (Michels, 2013).

We zien in de maatschappij een enorme verschuiving van offline naar online. Het gevolg daarvan is
dat de communicatie veel sneller gaat. Bovendien ligt de drempel om online te delen laag. Deze
ontwikkeling heeft een grote impact op het werk van communicatieprofessionals. Conversaties over
organisaties vinden openbaar plaats en organisaties hebben niet langer de controle over wat er
online over hun gepubliceerd wordt (Michels, 2013).

5.4.5 Het communicatieproces


Men spreekt van communicatie, wanneer iemand via informatieoverdracht iemand anders
benvloedt. Een simpele manier om communicatie te verhelderen, is het hiervoor is het volgende
schema van Lasswell (1952). Laswell stelt voor, om communicatieproblemen te doordenken vanuit
vanuit vijf kernvragen: wie? Zegt wat? Hoe? Tegen wie? Met welk effect?

Met behulp van deze vijf vragen kunnen we communicatief gedrag weergeven in het volgende
schema:

In 1952 voegt Shannon nog twee begrippen aan dit schema toe, namelijk encodering en decodering.
Met encodering wordt bedoeld dat de zender zijn boodschap vertaalt in een daartoe geigende
symbolische vorm, meestal de spreektaal, maar ook gebarentaal en dergelijke. Met decodering wordt
het omgekeerde bedoel: de symboolvorm wordt ontcijferd en hertaald in een bepaalde betekenis.

In dit tweede schema komt echter het verschil tussen boodschap en kanaal niet helder genoeg naar
voren. Daarom wordt de voorkeur gegeven aan onderstaande schema.

KC WEESTERBREEDTE, CASUS OUDERBETROKKENHEID


FONTYS HOGESCHOLEN, S-HERTOGENBOSCH, MINOR LEIDERSCHAP IN HET IKC
ELKE JANSEGERS, GEMMA VAN MERKESTIJN, ESMEE VAN MOOK, SORAYA KARIMBAKSH, PIETER VERBRUGGEN
PAGINA 10
De zender wil bepaalde informatie te communiceren; hij is de bron van de boodschap. De informatie
wordt gencodeerd, dat wil zeggen: vertaald in bepaalde symbolen (bijvoorbeeld taal). Deze
boodschap brengt de zender over via een bepaald medium dat tevens het kanaal bepaald en dat de
signalen overbrengt.Terwijl de signalen het kanaal passeren, zijn ze gevoelig voor storende invloeden.
Zon storing wordt meestal aangeduid met de term ruis.De ontvanger neemt de signalen inclusief de
ruis waar. Hij decodeert (ontcijfert) de signalen. Er wordt een bepaalde betekenis aan de signalen
gegeven. Dit noem je interpretatie van de boodschap (Schellens, 2002).

KC WEESTERBREEDTE, CASUS OUDERBETROKKENHEID


FONTYS HOGESCHOLEN, S-HERTOGENBOSCH, MINOR LEIDERSCHAP IN HET IKC
ELKE JANSEGERS, GEMMA VAN MERKESTIJN, ESMEE VAN MOOK, SORAYA KARIMBAKSH, PIETER VERBRUGGEN
PAGINA 11
5.5 Social Media
Vroeger gebeurde overdracht naar ouders vooral mond mond of via de schoolagenda
met een brief hierin. Vandaag de dag is dit veel veranderd. Er bestaat nog steeds pen en
papier, uiteraard. Maar vaak gaat men communiceren met ouders via platforms, dit zijn
dan de vele mails of de nieuwste trends Facebook of Twitter, Heel wat voorziening
vergroten de ouderbetrokkenheid aan de hand van social media.

5.5.1 Social media door de jaren heen


De computer bestaat al sinds 1953. Dit was zon oud toestel wat je helemaal niet kon vasthouden met
twee handen en ook nog eens heel zwaar. De daarop volgende jaren werd de computer alleen maar
sneller, kleiner en lichter (Cruysberghs, 1999). In 1997 begon het allemaal, social media wordt uit de
grond gestampt. Jorn Barger start voor het eerst met een weblog op internet. Kort daarna in 1998
start Google met de eerste zoekmachine op het wereld wijde web. Razendsnel wordt sociale media
ontplooit en in het leven geroepen. Amper 6 jaar later komt Facebook tot leven en de trein met social
media is razendsnel vertrokken. Vandaag de dag kan je het nog niet zo gek bedenken of je kan het
terugvinden via de social media. Wat de toekomst ons gaat brengen met social media weten we
uiteraard nog niet. Maar dit beloofd veel te zijn. (Leaders Online, 2012)

5.5.2 Social media op school


Social media wordt vaak ingezet tijdens de lessen bij kinderen in de klas. Zo kan er gebruik gemaakt
worden van filmpjes om iets te laten zien, artikels om in te spelen op wat er gebeurd. Vandaag de dag
wordt men bijna verplicht om met social media om te gaan en dit te integreren binnen de
schoolomgeving. Niet enkel om de kinderen hier waakzaam op te maken maar ook om hen allerlei
dingen bij te laten brengen. (Craenen, Schut, Smit & Wester. 2011)

Maar ook van ouderbetrokkenheid wordt er social media ingezet. Zo bestaan er al Facebook paginas
voor ouders en leerkrachten. Hierop kunnen ouders communiceren met elkaar om adviezen uit te
wisselen of fotos en filmpjes te plaatsen. Zo leren ouders elkaar beter kennen maar ook de
begeleiders hebben hier de kans om actief mee te communiceren met de ouders en hen zo ook beter
te leren kennen. Ook zijn de ouders veel sneller ingelicht bijvoorbeeld via een mailtje. Het kind kan
de brief niet kwijtgeraken of vergeten af te geven want de ouder heeft het digitaal altijd op zak. Alle
informatie gaat rechtstreeks van de school naar de ouder. (Opleidingsteam PJK, 2012) Er is geen
tussenpersoon zoals het kind aanwezig in dit opzicht.

Zo is er bewezen dat de relatie tussen de ouders onderling hechter wordt maar ook die met de school
verloopt vlotter. Ook melden ouders zich sneller aan voor activiteiten. (Pijpers, 2012)

KC WEESTERBREEDTE, CASUS OUDERBETROKKENHEID


FONTYS HOGESCHOLEN, S-HERTOGENBOSCH, MINOR LEIDERSCHAP IN HET IKC
ELKE JANSEGERS, GEMMA VAN MERKESTIJN, ESMEE VAN MOOK, SORAYA KARIMBAKSH, PIETER VERBRUGGEN
PAGINA 12
De gevaren/ nadelen:

Het nadeel aan social media is dat anderstalige ouders het vaak niet begrijpen. Vaak worden mails of
tweets in n taal verzonden. Zo bestaat de kans dat anderstalige ouders deze mails zelfs niet openen
of nauwelijks lezen. Ook is men zich er van bewust dat er minder persoonlijk contact is met de
voorziening. Ouders hoeven niet rechtstreeks meer te communiceren met de leerkracht of de
voorziening. Alles wordt toch via de social media gecommuniceerd. Dit is echt een actuele valkuil.
(Diva, zj.)

5.5.3 Het digitaal pesten:


Of ook wel cyberpesten genoemd. Het is een vorm van pesten via het sociale net. Dit is de negatieve
kant van het social media gebeuren. (Dulmers,R. 2014)

De signalen van digitaal pesten zijn vele moeilijker op te merken. Kinderen houden het vaak
verborgen voor de opvoeders. Zowel voor de ouders als de leerkrachten. Vandaag in de 21 e eeuw is
internet niet meer weg te denken uit ons leven. Daarom zou het misschien goed zijn dat ouders actief
betrokken geraken wat de social media allemaal te bieden heeft. Maar ook dat ze betrokken geraken
wat het kind allemaal doorstaat in zijn leven en vooral dan op het vlak van internet. Zowel de
positieve punten als de gevaren van het sociale net. (Gielen, G. zj)

Om het dan terug te trekken naar sociale media in het onderwijs en wat dit juist te maken heeft met
ouderbetrokkenheid. Uit onderzoek is er al gebleken dat waar de ouders betrokken zijn bij het kind
zijn school dat de onderwijseducatie positief benvloed wordt. Zodat de cognitieve alsook de
sociaalfunctionering van het kind vooruitgang boekt op
ontwikkelingsvlak. Deze betrokkenheid wordt vaak
gestimuleerd of vergemakkelijkt door het gebruik van social
media. (Leeuwen, L.M.K., 2013)

5.5.4 Website/ bereiken van ouders


Heel wat voorziening hebben een online website. Hierop delen
ze heel wat informatie met de buitenwereld. Dit is vaak de
eerste vorm van social media waar ouders mee in contact komen. Vaak is de eerste kennismaking met
school een online gebeuren. Iedereen zoekt iets op via internet. Het is leuk om de laatste nieuwtjes
te vinden via Twitter. Zo bestaan er scholen waar leerkrachten ouders dagelijks informeren en Twitter
als medium gebruiken. (Dulmers. 2014)

De social media bied een voorziening om makkelijker met ouders te communiceren niet enkel om
informatie in te winnen en uit te wisselen. Maar zo ook leren ouders omgaan met social media, zo
begrijpen ze wat het kind doet en dat alles kan met social media in dit tijdperk. (Steeman, G. 2012)

Waarom zou nu een Twitter account goed zijn om de ouderbetrokkenheid te vergroten? De leerkracht
of bevoegde schrijft telkens kort een informatief berichtje naar de ouders. Zo zien de ouders welke
activiteiten er gedaan worden, lezen ze informatie over de afgelopen dagen wat hen dichter bij de
educatie van hun kind brengt. Waardoor ze dit enorm waarderen en zo meer te weten komen over
wat het kind allemaal doet op school. Dit verhoogt uiteraard de ouderbetrokkenheid. (Baert L. 2015)

KC WEESTERBREEDTE, CASUS OUDERBETROKKENHEID


FONTYS HOGESCHOLEN, S-HERTOGENBOSCH, MINOR LEIDERSCHAP IN HET IKC
ELKE JANSEGERS, GEMMA VAN MERKESTIJN, ESMEE VAN MOOK, SORAYA KARIMBAKSH, PIETER VERBRUGGEN
PAGINA 13
Voorziening die met een zeer uiteenlopend publiek zitten weten soms niet hoe ze hun ouders kunnen
bereiken. Hier wringt het schoentje al voor ouderbetrokkenheid. Anderstalige ouders, druk bezette
ouders, armoede, verschillende andere problematiek. Er is geen pasklaar antwoord dat kan bieden
om een perfect ouder betrokkenheidplan uit te schrijven. Ieder ouder moet op zijn gepaste manier
benaderd worden, zoals de druk bezette ouder die weinig of geen tijd heeft. Is social media een
ideaal aanknopingspunt. Maar of dit dezelfde insteek bevat als de mensen in kansarmoede? Minder
is waar. Vandaag de dag is men nog steeds op onderzoek hoe ze dit kunnen aanpassen. Elke
voorziening individueel is hier zelf verantwoordelijk voor. (VCOV, zj)

KC WEESTERBREEDTE, CASUS OUDERBETROKKENHEID


FONTYS HOGESCHOLEN, S-HERTOGENBOSCH, MINOR LEIDERSCHAP IN HET IKC
ELKE JANSEGERS, GEMMA VAN MERKESTIJN, ESMEE VAN MOOK, SORAYA KARIMBAKSH, PIETER VERBRUGGEN
PAGINA 14
5.6 Ouderparticipatie
In Nederland wordt onderscheid gemaakt tussen ouderbetrokkenheid en ouderparticipatie. Om
verwarring te voorkomen is het belangrijk dat je deze 2 begrippen van elkaar kunt onderscheiden.

Er is sprake van ouderbetrokkenheid als uit het gedrag van ouders blijkt dat zij zich gedeeld
verantwoordelijk voelen voor de schoolontwikkeling van hun kinderen (Vries, 2010). Het gaat om
betrokkenheid bij de ontwikkeling van hun kind, bij de school en de leraar. De ouders tonen
belangstelling, scheppen voorwaarden voor het huiswerk maken en begeleiden hun kind daarbij zo
nodig. Maar ook bezoeken zij ouderavonden, en tonen zij respect voor de leraar. Kortom:
ouderbetrokkenheid gebeurt vooral thuis, maar er vindt ook een deel op school plaats.
Bij ouderparticipatie gaat het om actieve deelname van ouders aan activiteiten op school (Smit et al.,
2007). Enerzijds gaat het om niet-genstitutionaliseerde vormen van ouderparticipatie, zoals
meedoen aan onderwijsondersteunende activiteiten (organisatie van ouder- of kijkavonden,
meewerken aan de schoolkrant), hand- en spandiensten verrichten (schoolreisjes, toezicht houden
tijdens pauzes) en hulp bij de lessen (als leesouder of bij remedial teaching). Anderzijds gaat het om
genstitutionaliseerde vormen van ouderparticipatie, zoals zitting hebben in de ouderraad,
medezeggenschapsraad of het schoolbestuur.

De ouders willen door middel van ouderparticipatie meer verantwoordelijkheid over de opvoeding
van hun kinderen. Vanuit deze verantwoordelijkheid voelen zij zich betrokken bij alles wat hun
kinderen aangaat. Ze volgend met belangstelling hun eigen kind in waar het gaat en staat. Ze willen
weten, wat hun kind doet, of het zich prettig voelt en hoe het zich ontwikkelt. Door middel van hun
deelname aan schoolactiviteiten willen ouders het werk van de leerkrachten ondersteunen en hopen
zij op een leukere en prettigere schooltijd voor hun kinderen en een verbetering van hun
schoolprestaties.
Vanuit de school, het team en de directie, zijn er andere motieven om ouders bij het onderwijs te
betrekken. Dit kan een maatschappelijk motief worden genoemd: door ouders bij het onderwijs te
betrekken kunnen de thuissituatie en de schoolsituatie beter op elkaar worden afgestemd, waardoor
kinderen beter gaan presteren. Daarnaast wordt de school voor ouders meer vertrouwd en ook dit
kan stimulerend werken naar de kinderen. Om de motieven om ouderparticipatie te bevorderen
concreet te onderscheiden zijn ze verdeeld in de volgende categorien.

Het pedagogische aspect


Het onderwijskundig aspect
Democratisch doel
Sociale en emancipatorische doelstelling

Er is gesteld dat ouders het beste voor hun kind willen. Desondanks klagen veel scholen over het
weinig betrokkenheid van ouders. Wat kun je doen om die ouders te bereiken?
Ouders van de school kun je op verschillende manieren indelen. Nu onderscheiden wij:

1. Nieuwe ouders
2. Ouders die moeilijk bereikbaar zijn
3. Allochtone ouders
4. Hulpouders
5. Meebeslissers

KC WEESTERBREEDTE, CASUS OUDERBETROKKENHEID


FONTYS HOGESCHOLEN, S-HERTOGENBOSCH, MINOR LEIDERSCHAP IN HET IKC
ELKE JANSEGERS, GEMMA VAN MERKESTIJN, ESMEE VAN MOOK, SORAYA KARIMBAKSH, PIETER VERBRUGGEN
PAGINA 15
De allochtone ouders horen ook tot deze moeilijk bereikbare groep. Dit heeft niets te maken met de
interesse van de ouders of van de school, maar met de eigen culturele achtergrond. Deze groep
ouders moeten een hogere drempel over en ook verstaan ze soms de taal niet. Het kan worden
gesteld dat de ouders niet naar de school gaan, maar de school naar de ouders moet gaan. De school
moet deze ouders proberen te betrekken bij het onderwijs door:

1. Ouders tegemoet komen in hun eigen taal


2. Aandacht geven aan de verschillende culturen. Via lessen of projecten kunnen deze ouders
iets laten zien of laten maken uit de eigen cultuur. Ouders zullen hier graag aan willen
meewerken als ze respectvol benaderd worden. Tenslotte is aandacht voor verschillende
culturen erg belangrijk.
3. In school cursussen organiseren voor de ouders. Denk hierbij aan een cursus Nederlands
o.i.d.. Dit kun je dan gebruiken om de toegankelijkheid van de school te vergroten en zo
indirect van invloed te zijn op andere mogelijkheden voor ouderparticipatie.

KC WEESTERBREEDTE, CASUS OUDERBETROKKENHEID


FONTYS HOGESCHOLEN, S-HERTOGENBOSCH, MINOR LEIDERSCHAP IN HET IKC
ELKE JANSEGERS, GEMMA VAN MERKESTIJN, ESMEE VAN MOOK, SORAYA KARIMBAKSH, PIETER VERBRUGGEN
PAGINA 16
6 Advies
6.1 Aanbevelingen vanuit het basisonderwijs
Liesbeth heeft in haar presentatie aangegeven dat er niet tot nauwelijks gebruik wordt gemaakt van
een tolk. In principe denk ik ook niet dat dit vereist is om te communiceren met ouders. Via Google
Translate bijvoorbeeld kan je volledige zinnen invoeren en worden deze nog hardop voorgelezen ook.
Je zou er voor kunnen kiezen om nmalig in verschillende talen een instructieblad met hoe Google
Translate werkt rond te sturen, zodat ouders de nieuwsbrieven etc. thuis kunnen vertalen voor
zichzelf. Maar ook met gebruik van een woordenboek, handen en voeten of symbolen kan je met een
paar simpele woorden een makkelijk bericht goed overbrengen als je de ouders persoonlijk zou
spreken.

Voornamelijk in een oudergesprek is het belangrijk dat de informatie goed overkomt naar ouders. Dat
zij weten hoe het met hun kind gaat en welke stappen er mogelijk ondernomen moeten worden. Mij
lijkt dit belangrijk genoeg om er voor te kiezen om bij deze gesprekken een tolk aanwezig te laten zijn.
Mogelijk kan dit met andere ouders, uiteraard moet er hierbij wel gezorgd worden voor een vorm van
geheimhouding die mogelijk zelfs zwart op wit staat. Ik denk dat gebruik van een tolk ten behoeve is
van het kind, en daardoor ook belangrijk genoeg om in te investeren.

Er zou voor gekozen kunnen worden om enkele leerkrachten bij te scholen op het gebied van taal.
Uiteraard hoeven zij niet een taal volledig onder de knie te hebben en vloeiend te spreken, maar vaak
kom je met wat basiswoorden en wat specifieke woorden voor bijvoorbeeld een oudergesprek al heel
ver.

Omdat de kans erg groot is dat de ouders moeilijk bereikbaar zijn niet door desinteresse komt, maar
door de culturele achtergrond is het belangrijk dat de drempel voor deze ouders met een
taalachterstand kleiner gemaakt gaat worden. Uit colleges is gebleken dat er niet tot weinig gebruik
wordt gemaakt van tolken. D.m.v. een tolk kun je de ouder tegemoet komen in de eigen taal en zal de
eerder genoemde barrire al een stuk kleiner zijn. Ook zou je gebruik kunnen maken van cursussen
Nederlandse taal. Hierdoor vergroot je de toegankelijkheid van de school voor de ouders met een
taalachterstand, je aan het Nederlands van deze ouders en zo ben je dus indirect van invloed op de
mogelijkheden voor ouderparticipatie.

KC WEESTERBREEDTE, CASUS OUDERBETROKKENHEID


FONTYS HOGESCHOLEN, S-HERTOGENBOSCH, MINOR LEIDERSCHAP IN HET IKC
ELKE JANSEGERS, GEMMA VAN MERKESTIJN, ESMEE VAN MOOK, SORAYA KARIMBAKSH, PIETER VERBRUGGEN
PAGINA 17
6.2 Aanbevelingen vanuit pedagogisch management kinderopvang
Om te voorkomen dat anderstalige ouders informatie niet meekrijgen, moet er meer gehandeld
worden naar wat in het ouderbetrokkenheidsplan staat. Hierin staat beschreven dat wanneer nodig
er wordt gecommuniceerd door middel van een tolk. Tijdens de presentatie van Liesbeth werd echter
aangegeven dat er helemaal geen gebruik gemaakt wordt van een tolk. Wanneer de situatie het
toelaat en er geen familielid is die de thuistaal en de Nederlandse taal beheerst, moet er dan toch
voor gekozen worden om een tolk in te schakelen. Ook wordt er in het ouderbetrokkenheidsplan
aangegeven dat brochures op aanvraag in andere talen worden gegeven, in de presentatie van
Liesbeth kwam naar voren dat dit niet het geval is en alles in het Nederlands wordt gepresenteerd.

Kindcentrum Westerbreedte is een kindcentrum, maar in het ouderbetrokkenheidsplan lees je vooral


over ouderbetrokkenheid binnen het basisonderwijs. De kinderopvang ontbreekt hierin.

Ook komt er naar voren dat er 1 keer per jaar per groep (basisschool) een afsluiting voor ouders
wordt georganiseerd, ook hierin wordt de kinderopvang niet bij betrokken. Om de
ouderbetrokkenheid te kunnen verhogen, zou er ook een maandelijkse afsluiting kunnen worden
georganiseerd met zowel de kinderopvang als het basisonderwijs.

Het ouderbetrokkenheidsplan geeft aan dat ouders worden geattendeerd op


informatievoorzieningen, zoals de nieuwsbrief of Facebook. Wordt dit in de praktijk ook
daadwerkelijk gedaan en hoe weet de leerkracht of de informatie ook juist is aangekomen bij de
ouder of verzorger? Binnen het kindcentrum kan aan ouders worden gevraagd of zij misschien
interesse hebben om andere ouders te helpen op het gebied van informatieverstrekking die de
Nederlandse taal minimaal beheersen. Wanneer er kindcentrum-breed wordt gekeken, zou het een
idee kunnen zijn om informatieavonden samen met de kinderopvang te organiseren. Dit geldt ook
voor ouderavonden.Het ouderbetrokkenheidsplan moet nauwkeurig onder de loep worden
genomen, omdat er meerdere dingen zijn beschreven die niet kloppen in de praktijk.

KC WEESTERBREEDTE, CASUS OUDERBETROKKENHEID


FONTYS HOGESCHOLEN, S-HERTOGENBOSCH, MINOR LEIDERSCHAP IN HET IKC
ELKE JANSEGERS, GEMMA VAN MERKESTIJN, ESMEE VAN MOOK, SORAYA KARIMBAKSH, PIETER VERBRUGGEN
PAGINA 18
6.3 Aanbevelingen vanuit pedagogie van het jonge kind: Belgi
Aanvulling op het advies vanuit pedagogisch management kinderopvang;
Er kan eventueel gebruik gemaakt worden van personeelsleden die beschikken over meertaligheid.
Hierbij kan er dus gesproken worden dat er nood is aan een divers personeelsaanbod. Positief hieraan
is meerder inzichten. Drempelverlagend werken voor ouders met verschillende culturen. Kostprijs
voor een tolk moet niet uitgegeven worden. Directe en evidente communicatie met de ouders.

Daarnaast kan er ook gebruik gemaakt worden van ouders die eventueel bereid zijn om mede als tolk
kunnen ingeschakeld worden. Uiteraard moet dit in alle discretie gedaan worden. Deze ouders zijn
niet genoodzaakt om elkaar te kennen. Maar dienen vooral om een verbinding te zijn tussen
Westerbreedte en de ouders die de Nederlandse taal niet machtig zijn.

Hieraan kan ook gekoppeld worden dat ouders die de Nederlandse taal machtig zijn als
aanspreekpunt kunnen vormen voor de school. Een voorstel hiervan is dat n of meerder ouders
aangesteld worden als communicatiepunt voor alle ouders die de Nederlandse taal niet machtig zijn
van bijvoorbeeld 1 dezelfde cultuurachtergrond. Deze ouder gaat de brieven als boodschappen
vertalen voor de andere ouders. Natuurlijk is dit niet zwart wit. De ouders die de Nederlandse taal
niet machtig zijn worden uiteraard nog steeds door het school aangesproken en gestuurd. Maar er
wordt op deze manier een drempel verlaagd. En dan weet westerbreedte ook dat de inhoud van de
brieven zeker goed aankomen en begrepen worden.

Positief:

Laagdrempelig
Ouderbetrokkenheid vergroten
Kostprijs tolk verminderen
Samenwerking

Mogelijke valkuilen:

Geen enthousiaste ouders vinden


Vormen van groepen
Verkeerde informatieoverdracht

Computerlokaal voor de ouders openstellen waar dat er de mogelijkheid is dat ouders de verzonden
facebook berichten, tweets alsook mails kunnen lezen. Aangezien misschien enkele ouders niet de
mogelijk hebben om hun social media te bekijken thuis. Een mogelijkheid hierbij is dat er ook steeds
een personeelslid aanwezig is tijdens deze openingsuren om mogelijke vragen/ bedenkingen te
beantwoorden. Deze persoon gaat dan ook het eerste aansprekingpunt zijn bij de ouders. Hieruit kan
men opmaken dat de betrokkenheid van de ouders verhoogt wordt.

Dit kan een personeelslid zijn die een springuur heeft of even niet voor de klas staat op dat moment.
Zodat er geen extra uren gerekend moeten worden. De openingsuren zouden wel moeten aangepast
worden naar de noden van de ouders. Hierbij is een voorstel om eventueel dit juist voor de start van
de dag te doen (8u-8u30) of eventueel juist na de schooluren zoals 15u-17u.

KC WEESTERBREEDTE, CASUS OUDERBETROKKENHEID


FONTYS HOGESCHOLEN, S-HERTOGENBOSCH, MINOR LEIDERSCHAP IN HET IKC
ELKE JANSEGERS, GEMMA VAN MERKESTIJN, ESMEE VAN MOOK, SORAYA KARIMBAKSH, PIETER VERBRUGGEN
PAGINA 19
Plan van aanpak

Navragen of er een ruimte met verschillende computers vrij gemaakt kunnen worden. Dit zal via
beheer gebeuren of zoals vermeld door de gemeente. Daarnaast zou een leerkracht met
pedagogische taken dan ingeroosterd worden in deze ruimte. Het is mogelijk dat de leerkracht
zijn/haar werk gewoon blijft doen maar dat het dan wel belangrijk is dat deze aanwezig is in deze
ruimte voor eventuele vragen van de ouders zodat deze correct kunnen beantwoord worden.

Mogelijke openingstijden aansluitend maken met de schooltijden: 8u-8u30 en/of 15u-17u

Het is uiteraard belangrijk dat er afspraken gemaakt worden over deze ruimte. In samenspraak met
de school als met de ouders is zn lijst met afspraken handig. Zo weten de ouders wat ze kunnen
verwachten. Wat fijn zou zijn dat deze lijst eventueel in verschillende talen zou opgemaakt kunnen
worden. Hierbij is de mogelijkheid dat de school gaat participeren met de anderstalige ouders. Zo
kunnen zij helpen met het vertalen is er betrokkenheid alsook weten deze ouders dat er een
computerruimte is voorzien voor hen.

Belgi
In Belgi wordt er vooral gebruik gemaakt in grootsteden van het advies rond ouders inschakelen als
aanspreekpunt tussen de voorziening en de verschillende ouders. We zien dat hier vaak de
verschillende culturen samenklitten. Deze ouders ontmoeten elkaar en kunnen zo ook hun sociaal
netwerk vergroten. Daarnaast wordt de juiste informatie met elkaar gedeeld en is de voorziening
beter betrokken bij de ouders en omgekeerd.

Ook is het niet de bedoeling dat deze vrijwillige ouder steeds zijn vrije uren moet opofferen. Er wordt
voor deze ouder tijd voorzien binnen de voorziening. Zoals elke morgen kunnen deze ouders bij
elkaar komen, onder begeleiding van de directie bijvoorbeeld met een tas koffie en een koekje.
Tijdens dit gesprek dit kan n keer per week zijn maar ook n keer per maand. Deze ouders hebben
tijdens dit moment kans om met elkaar te praten maar ook om informatie uit te wisselen. Zn gesprek
moet niet lang duren vaak op 15 30 minuten zijn de ouders terug buiten en hebben ze alle
informatie gekregen alsook uitgewisseld.

Alle ouders moeten zich welkom voelen. Daardoor wordt er met een welkomsmuur gewerkt. Alle
landen waarvan de ouders afkomstig zijn worden aangeduid. Zo is er de mogelijkheid dat de ouders
zo merken welke gelijkenissen er zijn en bijvoorbeeld welke andere ouders hier ook vandaan komen.
Het is een middel om in gesprek te gaan met elkaar maar ook bijvoorbeeld om te zien wie welke taal
kan spreken.

KC WEESTERBREEDTE, CASUS OUDERBETROKKENHEID


FONTYS HOGESCHOLEN, S-HERTOGENBOSCH, MINOR LEIDERSCHAP IN HET IKC
ELKE JANSEGERS, GEMMA VAN MERKESTIJN, ESMEE VAN MOOK, SORAYA KARIMBAKSH, PIETER VERBRUGGEN
PAGINA 20
6.4 Gezamenlijk advies
Binnen de vier verschillende adviezen hebben we enkele gezamenlijke gedachtegangen. Er komt
telkens tolk terug naar boven. Onder deze tolk hebben we enkele tips die hierbij kunnen helpen om
bijvoorbeeld een tolk niet in te schakelen maar de middelen te gebruiken die er zijn. Zoals een
werkgroep oprichten van ouders die telkens andere gezinnen ondersteunen (wel is waar een soort
van mantelzorg uitoefenen over elkaar). Daarnaast kan er gebruik gemaakt worden van een
woordenboek waarbij de persoon die met de ouders in contact staat woorden kan opzoeken in de
ouders hun taal als omgekeerd om de communicatie vlotter te laten verlopen. Naast het gebruik van
de papieren woordenboek is er ook nog Google- translate. Hierbij kan de communicatie ondersteund
worden door enkele woorden of zelfs zinnen te vertalen.

Ook zou het kindcentrum een cursus Nederlands kunnen aanbieden aan de ouders die de taal niet
machtig zijn. Zo leren ze de taal en geraken ze meer betrokken bij het kindcentrum. Ook dachten we
aan een mogelijkheid om diversiteit in het team te brengen van het kindcentrum door werknemers
aan te nemen met verschillende diversiteiten, afkomst, taal,.. waarbij deze mensen ingeschakeld
kunnen worden als communicatiemiddel bij brieven, gesprekken.

Aangezien dat het woord tolk bij ieder groepslid aan het woord kwam hebben we hier een eigen
betekenis aan gekoppeld. Zo zouden wij tolk afkorten als taal, ouderbetrokkenheid, leerkracht en
kennis. Hierbij willen we meegeven dat de taal heel belangrijk is als communicatiemiddel naar
anderstalige ouders maar ook naar Nederlandstalige ouders. Dat ouderbetrokkenheid daardoor
alleen maar vergroot en bevorderd. Daarnaast kunnen ook medewerkers, leerkrachten, ingezet
worden om hierbij hun steentje bij te dragen zoals de diversiteit, hen een taal aan te leren. Als laatste
kennis hierbij verwijzen we dat de ouders kennis en informatie moet verspreid worden.

KC WEESTERBREEDTE, CASUS OUDERBETROKKENHEID


FONTYS HOGESCHOLEN, S-HERTOGENBOSCH, MINOR LEIDERSCHAP IN HET IKC
ELKE JANSEGERS, GEMMA VAN MERKESTIJN, ESMEE VAN MOOK, SORAYA KARIMBAKSH, PIETER VERBRUGGEN
PAGINA 21
7 Reflectie
7.1 Peerfeedback
Feedback van Gemma van Merkestijn:

Soraya

Je hebt een actieve werkhouding en toont goede inzet bij de samenwerking. Ik merk dat je erg veel
hooi op je vork neemt en taken snel naar je toe trekt. Het is ook prima om anderen wat werk te laten
doen, zo blijft het een goede verdeling en wordt het voor jezelf ook niet te veel. Verder heel fijn om
met je samen te werken!

Tip: Zeg niet overal ja op, maar laat anderen hun deel van het werk ook opnemen.

Top: Je werkt vanuit een open houding en staat open voor suggesties en ideen van anderen.

Esmee

Ik heb het als prettig ervaren om met je samen te werken. Je kunt vanuit een kritische blik naar
onderwerpen kijken en denkt ook na over wat het beste zou zijn om te doen. Tegelijkertijd respecteer
je de meningen/visies van anderen.

Tip: Laat wat meer van jezelf horen, ook jouw eigen mening telt.

Top: Tijdens het werken ben je heel relaxed en straal je rust uit. Je hebt je werk op tijd af waardoor je
betrouwbaar bent om mee samen te werken.

Elke

Je bent een hele fijne partner om mee samen te werken. Je straalt veel rust uit en aan je werk is te
zien dat je goed over dingen nadenkt en er ook tijd aan besteedt om er een mooi product van te
maken. Je denkt kritisch na over het onderwerp en stelt vragen over dingen.

Tip: Twijfel niet aan het werk wat je aanlevert. Ook al is iets de eerste keer niet meteen perfect, hier
leer je alleen maar van. Je kan meer dan je denkt.

Top: Je hebt een hele actieve houding waarmee je binnen een samenwerking veel kunt bereiken. Je
gaat ergens voor en dat is te zien,

Pieter

Het was fijn om samen met jou vanuit de invalshoek PABO naar de casus te kijken. Je deelt je kennis
en brengt regelmatig nieuwe ideen in. Je stelt je flexibel op en neemt ook taken op je. Tijdens de
presentatie kon ik zien dat je je goed had voorbereid en je vertelde heel enthousiast over hetgeen
waar we aan gewerkt hebben.

Tip: Flexibel zijn is goed, maar probeer ook wel te staan voor wat je wil. Je mag een keuze of voorkeur
best duidelijk aangeven, in plaats van te zeggen dat het je niet uitmaakt.

Top: Je bent heel enthousiast, ook al waren er momenten dat je qua energie/motivatie soms
misschien wat minder had, je bleef er enthousiast aan werken en zette je er iedere keer weer voor in.
KC WEESTERBREEDTE, CASUS OUDERBETROKKENHEID
FONTYS HOGESCHOLEN, S-HERTOGENBOSCH, MINOR LEIDERSCHAP IN HET IKC
ELKE JANSEGERS, GEMMA VAN MERKESTIJN, ESMEE VAN MOOK, SORAYA KARIMBAKSH, PIETER VERBRUGGEN
PAGINA 22
Peerfeedback van Elke Jansegers:

Soraya

Soraya, in het begin van het groepswerk heb je het voortouw genomen, door tijdens de eerste
bijeenkomst afspraken te maken en de notulen te starten. Zeer fijn was dat. Graag had ik dit nog
doorgetrokken gezien naar de andere bijeenkomsten. Door bijvoorbeeld samen in overleg te gaan en
zo duidelijkheid creren om als n groep aan deze casus te werken.

Ik vond het fijn dat je tijdens n van de laatste overlegmomenten zelf voorstelde om de poster te
ontwikkelen alsook dat je dit last minute wou aanpassen, goed initiatief. Je zorgde daarnaast dat de
afspraken nagekomen werden en dat jouw opdrachten op tijd af waren.

Tip voor volgende groepswerken: probeer een open houding te hebben naar andere hun mening
alsook laat iedereen dan aan het woord om samen tot een brainstorm te komen, dit zorgt voor meer
diepgang in het proces.

Gemma

Gemma, je kwam afspraken op tijd na en gaf ook aan als deze bijvoorbeeld niet haalbaar waren. Zo
bezorgde je iedereen, zoals afgesproken, feedback op de theoretische kaders en adviezen. Zeer fijn!
Je gaf jezelf bijvoorbeeld op voor een voorwoord te schrijven alsook dat je het stuk wou schrijven
over een IKC, goed initiatief. Je hebt zeer aangenaam gepresenteerd in kindcentrum Westerbreedte.

Tip om mee te nemen naar een volgend groepswerk: probeer wat meer het voortouw te nemen en
lok hierdoor discussies uit, dit zorgt voor een waardevollere casus.

Esmee

Esmee, je was tijdens het groepswerk aan de stillere kant. Je hebt wel alle gemaakte afspraken
nagekomen alsook op tijd ingediend. Het was fijn dat je alle momenten die er voorzien waren
aanwezig was tijdens het groepswerk. Daarnaast heb je ook actief meegeholpen met de presentatie
in elkaar te zetten, de tekst uitgetypt, knap!

Een tip om mee te nemen naar volgende groepswerken: probeer zelf initiatief te nemen tijdens een
groepswerk. Ook jouw mening is van groot belang, laat deze gerust horen.

Pieter

Pieter, ik vond het zeer spijtig dat je de afspraken niet bent nagekomen. Theoretisch kader niet op tijd
online zetten alsook niet nauwkeurig afgewerkt in verband met bronvermelding. Advies niet zoals
afgesproken op de juiste datum online gezet, geen feedback bezorgd op andere hun advies.
Daarnaast was je ook ettelijke keren afwezig tijdens onze bijeenkomsten. Hierdoor ging samenwerken
met jou, vond ik, niet vlot.

Ik vond het wel zeer aangenaam hoe je hebt gepresenteerd in kindcentrum Westerbreedte, je nam
de feedback ten harte en zorgde dat deze duidelijk overkwam in de tweede presentatie.

Tip om mee te nemen: je hebt een duidelijke mening maar probeer ook eens te luister naar ander
hun mening dit kan soms tot meerdere inzichten komen. Probeer zo veel als mogelijk aanwezig te zijn
tijdens de voorziene overlegmomenten en probeer alles op tijd af te hebben.

KC WEESTERBREEDTE, CASUS OUDERBETROKKENHEID


FONTYS HOGESCHOLEN, S-HERTOGENBOSCH, MINOR LEIDERSCHAP IN HET IKC
ELKE JANSEGERS, GEMMA VAN MERKESTIJN, ESMEE VAN MOOK, SORAYA KARIMBAKSH, PIETER VERBRUGGEN
PAGINA 23
Peerfeedback van Esmee van Mook:

Soraya
Je bent een fijne student om mee samen te werken. Je hebt een actieve houding en laat duidelijk je
mening horen. Daarnaast luister je naar iedereen zijn mening en laat je ook jou mening horen.

Tip: Je top kan zowel als een tip gezien worden. Je zegt snel dat je het wel even snel doet. Soms is het
voor jou beter om even afstand te houden en het een keer iemand anders te laten doen.

Top: Wanneer er iets gedaan moet worden laat jij altijd van je horen.

Elke
Je bent een rustig persoon en brengt dit ook over op de groep. Je luistert goed naar iedereen zijn
meningen maar bekijkt deze wel door een kritische bril. Daarnaast ben je ook niet bang om jou
mening te geven en andere studenten te ondersteunen wanneer zij dit nodig hebben.

Tip: Je bekijkt alles heel kritisch en trekt hier meteen je eigen oordeel over. Soms is het beter
wanneer je hier eerst over praat voordat je al een oordeel hebt.

Top: Je bent heel perfectionistisch en wil alles nog een keer nalezen. Dit laat een actieve houding zien.
Daarna bekijk je alles heel kritisch en neem je niet zomaar iets van iemand aan.

Pieter
Je laat duidelijk zien waarom je gekozen hebt voor de opleiding en wat je hierbij belangrijk vind. Ook
haal je vaak voorbeelden uit de praktijk naar boven. Dit zorgt ervoor dat mensen ook een beeld bij
dingen krijgen.

Tip: Wanneer je er even geen zin in hebt is het toch fijn voor je medestudenten om een actieve
werkhouding aan te nemen.

Top: Je kunt goed presenteren en mensen meenemen in je verhaal. Mensen luisteren aandachtig
naar jou.

Gemma
Je bent een enthousiaste gedreven student. Je vindt het leuk om dingen te doen en uit te zoeken en
doet alles met plezier. Hierdoor kun je ook andere studenten meenemen in je enthousiasme.

Tip: Je hebt een hele duidelijke mening. Soms is het fijn om eerst te observeren en andere hun
mening te laten horen voordat jij die van jou geeft.

Top: Je bent heel goed in presenteren. Je straalt rust uit en verteld alles heel gemakkelijk. Ook
luisteren mensen aandachtig naar jou.

Peerfeedback van Pieter Verbruggen:

Soraya
Je bent fijn in de samenwerking en je hebt ook een duidelijke mening, hierdoor heb je goed kunnen
bijdragen aan deze casus!

KC WEESTERBREEDTE, CASUS OUDERBETROKKENHEID


FONTYS HOGESCHOLEN, S-HERTOGENBOSCH, MINOR LEIDERSCHAP IN HET IKC
ELKE JANSEGERS, GEMMA VAN MERKESTIJN, ESMEE VAN MOOK, SORAYA KARIMBAKSH, PIETER VERBRUGGEN
PAGINA 24
Tip: Jij bent vaak de gene die snel nog even iets doet voor de groep. Dat is voor de groep heel fijn,
maar het is ook eens goed om andere aan het werk te zetten.

Top: Je staat altijd klaar voor de groep.

Elke
Je bent iemand die tussen de groep staat, maar toch uiteindelijk met de kritische bril naar de
meningen van anderen kijkt.

Tip: Je staat tussen de groep, maar soms mag je wel wat meer voor je mening uitkomen.

Top: Je bent erg goed voor de groep geweest met je perfectionistische blik. Ook laat je zien erg veel
kennis te beschikken

Esmee
Je stond een beetje op de achtergrond, maar toch hebben we je mening wel kunnen horen. Fijn om
met je samen te werken en je bent iemand die goed naar de mening van de ander luistert.

Tip: Probeer ervoor te zorgen dat je af en toe ook iets meer de leiding neemt in werkgroepjes als
deze.

Top: Je luistert goed naar de meningen van de anderen en zorgt ervoor dat je daarna je eigen mening
goed brengt. Dat is erg fijn.

Gemma
Je bent echt een heel gedreven student die erg goed kan samenwerken met anderen. Je kunt het
goed brengen als iemand iets wat minder heeft gedaan of juist iets goed heeft gedaan.

Tip: Je bent erg nuchter, maar dit kan ook nonchalant overkomen.

Top: Je hebt een hele duidelijke mening en toch luister je goed naar de mening van anderen
persoonlijk vind ik dat erg fijn werken.

Peerfeedback van Soraya Karimbaksh:

Esmee
Ik vond het fijn om met je samen te werken, je luisterde naar ieder zijn of haar deel en was hier zelf
ook actief in.

Top: Je bent een bescheiden persoon die hard werkt en afspraken goed nakomt.

Tip: Durf confrontaties aan te gaan en probeer initiatief te nemen.

Elke
Ik vond het fijn om met je samen te werken, je weet wat je zegt en kan dit zeer goed onderbouwen.
Je bent rustig, maar kritisch en wijst andere studenten erop wanneer er aanpassingen moeten
worden verricht.

Top: Je bent erg actief en geeft goede feedback, je bent daarin perfectionistisch.
KC WEESTERBREEDTE, CASUS OUDERBETROKKENHEID
FONTYS HOGESCHOLEN, S-HERTOGENBOSCH, MINOR LEIDERSCHAP IN HET IKC
ELKE JANSEGERS, GEMMA VAN MERKESTIJN, ESMEE VAN MOOK, SORAYA KARIMBAKSH, PIETER VERBRUGGEN
PAGINA 25
Tip: Wanneer mensen het niet met je eens zijn, is het goed om soms iets los te laten en je te richten
op iets anders positiefs. Het is goed om ook andere meningen en visies van harte te nemen.

Pieter
Ik vond het fijn om met je samen te werken, je bent iemand met een frisse blik en hebt een andere
kijk op bepaalde zaken. De presentatie heb je erg goed en enthousiast overgebracht.

Top: Je hebt een frisse kijk op punten en kan iets enthousiast overbrengen.

Tip: Wanneer je niet aanwezig bent geweest, probeer bij te blijven en gemaakte afspraken na te
komen.

Gemma
Ik vond het fijn om met je samen te werken, je kwam je afspraken na en wanneer iets niet haalbaar
was gaf je dit ook netjes aan. Je hebt heel natuurlijk en super gepresenteerd. Het kwam
geloofwaardig en enthousiast over op de kijker.

Top: Je presenteert fijn en enthousiast. Ook zie ik je enthousiasme terug in het werk dat je verricht.

Tip: Eerder hebben wij jouw nuchterheid besproken, op mij komt dit niet negatief over, omdat ik zelf
ook vrij nuchter ben. Maar op andere mensen kan dit verkeerd over komen.

KC WEESTERBREEDTE, CASUS OUDERBETROKKENHEID


FONTYS HOGESCHOLEN, S-HERTOGENBOSCH, MINOR LEIDERSCHAP IN HET IKC
ELKE JANSEGERS, GEMMA VAN MERKESTIJN, ESMEE VAN MOOK, SORAYA KARIMBAKSH, PIETER VERBRUGGEN
PAGINA 26
7.2 Persoonlijke reflectie verslagen

Gemma van Merkestijn:

Situatie:
Voor de minor Leiderschap in een IKC zijn er vanuit IKC Westerbreedte in Den Bosch verschillende
casussen aangeleverd waarmee wij als studenten in groepjes aan moesten gaan werken in de vorm
van het schrijven van een adviesplan. Ik heb een groepje gevormd met Pieter, Soraya, Elke en Esmee
en samen hebben wij gekozen voor de casus van Ouderbetrokkenheid. We zijn op bezoek geweest bij
het IKC, hebben op het Fontys in Den Bosch gastlessen gehad en hebben zowel op de opleiding, onze
stageplaatsen en thuis gewerkt aan het schrijven van de inhoud voor het adviesplan. Wij hebben hier
over een periode van ongeveer 15 weken aan gewerkt, vanaf de groepsvorming tot aan het
inlevermoment.

Taak:
Binnen ons groepje hebben we niet gewerkt volgens een bepaalde rolverdeling. Iedereen was gelijk
en alles is gedaan in overleg. Dit heeft goed gewerkt voor ons en iedereen kon zich hier ook in vinden.
Wat ik voor mijzelf wilde bereiken was dat ik niet alles op mij zou nemen. Ik ben vaak geneigd om
maar alle taken uit te voeren en de leiding te nemen, maar dit kan vaak tegen je gaan werken zo heb
ik ervaren. Hierdoor heb ik mijzelf iets afwachtender opgesteld dan dat ik normaal zou doen.

KC WEESTERBREEDTE, CASUS OUDERBETROKKENHEID


FONTYS HOGESCHOLEN, S-HERTOGENBOSCH, MINOR LEIDERSCHAP IN HET IKC
ELKE JANSEGERS, GEMMA VAN MERKESTIJN, ESMEE VAN MOOK, SORAYA KARIMBAKSH, PIETER VERBRUGGEN
PAGINA 27
Actie:
Er zijn verschillende momenten geweest waarop we als groepje hebben samen gezeten om wat te
kunnen overleggen en afspraken te maken. Op deze momenten heb ik mijn stem laten horen als er
ideen nodig waren en heb ik aangegeven hoe we de taken zouden kunnen verdelen. Ik heb
vervolgens bij het uitvoeren van het werken er voor gezorgd dat ik mijn taken op tijd af had en deze
ook juist uitvoerde.

Resultaat:
Als ik er achteraf op terug kijk ben ik erg trots op het resultaat. Ik vind dat we als groep goed hebben
samengewerkt en dat we ook echt allemaal hebben gestreefd naar het beste resultaat. Ik denk dat
we een goed advies hebben kunnen neerzetten en ik denk dat onze intenties ook juist zijn
overgekomen tijdens de presentaties.

Reflectie:
De samenwerking is naar mijn mening erg fijn verlopen. Het niet vaststellen van rollen is in mijn ogen
geen belemmering geweest voor het volbrengen van het adviesplan. Wat ik jammer vond, maar wat
noodzakelijk is als je met een groter groepje werkt, is dat we het werk echt hebben moeten ophakken
in delen. Hierdoor wist ik veel van mijn gedeelte af omdat ik mij hier in verdiept had, maar kreeg ik
weer wat minder mee van de gedeeltes van de rest. Uiteraard heb ik de stukken van de rest wel
doorgelezen, maar toch krijg je er dan minder van mee. Bij een andere keer zou ik er misschien voor
kiezen om toch wat meer in bijvoorbeeld twee of drietallen te werken. Maar over het algemeen vindt
ik dat we een mooi proces en product hebben laten zien.

Esmee van Mook:

Situatie:
Vanuit de minor Leiderschap in IKC hebben we de opdracht gekregen om een casus voor
Westerbreedte op te lossen. Hierbij heb ik samengewerkt met Gemma, Soraya, Elke en Pieter. Onze
casus ging over het onderwerp ouderbetrokkenheid. De casus moest uitgewerkt worden in een
product waarbij zowel een theoretisch kader als advies aan de orde moest komen. Voor de casus zijn
we op bezoek geweest bij Westerbreedte en daarnaast hebben we een gastles van de directeur
gehad over Westerbreedte. Vanuit hier konden we aan de slag met de casus. Daarnaast hebben we
nog enkele documenten vanuit Westerbreedte ontvangen over de ouderbetrokkenheid op dit
moment.

Taak:
Tijdens het maken van de casus hebben we niet echt taken of rollen verdeeld. Het was alleen
belangrijk als er afspraken werden gemaakt dat ook uitgevoerd werden. Tijdens elke les over de casus
zijn we even samengaan zitten maakte we nieuwe afspraken en vanuit daar kon iedereen weer alleen
verder werken.
Ik vond het persoonlijk een erg fijne manier van werken. Je wist wat je op dat moment kon doen.
Daarna werd alles met elkaar besproken en bekeken waar nog eventueel verbeteringen zaten en
daarna kon je verder met het volgende deel. Ik vond het in het begin wel spannend om met helemaal
nieuwe mensen samen te werken. Deze mensen kende ik nog helemaal niet. Maar eigenlijk verliep de
samenwerking in een keer helemaal goed. Iedereen was vaak aanwezig en de afspraken werden door
iedereen nagekomen. Dit was een erg prettige manier van werken.

Actie:
KC WEESTERBREEDTE, CASUS OUDERBETROKKENHEID
FONTYS HOGESCHOLEN, S-HERTOGENBOSCH, MINOR LEIDERSCHAP IN HET IKC
ELKE JANSEGERS, GEMMA VAN MERKESTIJN, ESMEE VAN MOOK, SORAYA KARIMBAKSH, PIETER VERBRUGGEN
PAGINA 28
Tijdens het samenzitten met het groepje heb ik naar mijn idee wel goed mijn mening laten horen. Ik
was wel degene die eerst luisterde en daarna me mening verwoorde. In het groepje was een fijne
sfeer waarbij iedereen naar elkaar luisterde en ook elkaars mening respecteerde en er gezamenlijk
naar een oplossing werd gezocht. Dit heb ik ervaren als een fijne manier van werken. Tijdens het
uitvoeren van de taken heb ik ervoor gezorgd dat ik op tijd mijn deel af had.

Resultaat:
Kijkend naar het product wat we hebben gemaakt ben ik erg tevreden. Ik denk dat Westerbreedte
een hoop aan onze adviezen heeft en hier goed mee aan de slag kan gaan. Ik vind dat wij een goed
product hebben neergezet wat er netjes en verzorgd uitziet maar wat zeker ook goed bruikbaar is in
de praktijk.

Reflectie:
Ik ben zeer tevreden over mijn het verloop van de casus en mijn rol hierbij. Iedereen hield zich aan
zijn afspraken en zorgde dat alles er goed uit zag. Doordat we de taken niet van tevoren hadden
verdeeld kon dit tot eventueel miscommunicatie leiden maar dit was niet het geval. De volgende keer
zou ik het daarom ook op dezelfde manier te werk willen gaan. Door tussentijds afspraken te maken
en deze na te komen. Hierdoor heeft iedereen een deadline zodat het gehele product op tijd
ingeleverd kan worden. Ook kan je tussentijds dan feedback geven op elkaars taken die deze heeft
gedaan.

KC WEESTERBREEDTE, CASUS OUDERBETROKKENHEID


FONTYS HOGESCHOLEN, S-HERTOGENBOSCH, MINOR LEIDERSCHAP IN HET IKC
ELKE JANSEGERS, GEMMA VAN MERKESTIJN, ESMEE VAN MOOK, SORAYA KARIMBAKSH, PIETER VERBRUGGEN
PAGINA 29
8 Bijlage
8.1 Tekst presentatie
Voorstelling

Gemma, Esmee, Pieter, Soraya en Elke. Studenten minor Leiderschap in een IKC. We hebben elk een
andere achtergrond. Onderwijs, kinderopvang en pedagogie van het jonge kind waardoor deze casus
met verschillende brillen bekeken is.

Probleemstelling

Tijdens het onderzoek zijn we vooral aan de slag gegaan met de cijfers die we gekregen hadden
alsook de nodige protocollen. Deze hebben we doorgenomen alsook de probleemstelling op
gebaseerd. Tijdens deze casus zijn we tot de probleemstelling gekomen:

Hoe kan Kind Centrum Westerbreedte gezinnen die minimaal de Nederlandse taal beheersen er voor
zorgen dat deze gezinnen alle informatie meekrijgen die de school geeft via de website, e-mail en
social media om de ouderbetrokkenheid te verhogen?

Theorie:

Communicatie
Ouderparticipatie
Social media
Ouderbetrokkenheidsplan

Bij het uitvoeren van onze casus over ouderbetrokkenheid hebben we theorie opgezocht over
communicatie, ouderparticipatie, social media en ouderbetrokkenheid. Deze onderwerpen vonden we
het best passen bij de casus en komen ook terug in ons advies.

Feiten:

Kinderopvang wordt niet betrokken bij het plan.


Beleid geeft aan dat er gebruik wordt van gemaakt (tolk), dit is volgens Liesbeth niet zo.
Beleid geeft aan dat brochures meer talen worden gegeven, volgens Liesbeth is dit niet zo.

Wij hebben een aantal feiten op een rijtje gezet. Dit waren dingen die ons opvielen tijdens de gastles,
het bezoek en tijdens het zoeken naar theorie. Het viel ons op dat kinderopvang niet wordt betrokken
in het ouderbetrokkenheidsplan. Daarnaar geeft het ouderbetrokkenheidsplan aan dat er gebruik
wordt gemaakt van een tolk maar tijdens de gastles gaf Liesbeth aan dat dit niet het geval is. Ook
staat er in het beleid dat de brochures in meerdere talen mee worden gegeven maar ook hierbij
hoorde we tijdens de gastles dat dit niet het geval blijkt te zijn.

KC WEESTERBREEDTE, CASUS OUDERBETROKKENHEID


FONTYS HOGESCHOLEN, S-HERTOGENBOSCH, MINOR LEIDERSCHAP IN HET IKC
ELKE JANSEGERS, GEMMA VAN MERKESTIJN, ESMEE VAN MOOK, SORAYA KARIMBAKSH, PIETER VERBRUGGEN
PAGINA 30
Adviezen:

1.Basisonderwijs

Google translate voor instructies & nieuwsbrieven


Woordenboek, handen & voeten, tolk
Andere ouders
Leerkrachten bijscholen
Symbolen

Onze aanbevelingen vanuit het basisonderwijs luidt als volgt. Wij vinden dat ervoor gekozen kan
worden om gebruik te maken van Google translate voor instructies en de nieuwsbrief. Daarnaast kan
er ook gebruik gemaakt worden van een woordenboek, handen & voeten, tolk of symbolen. Dit zijn
allemaal manieren om op een simpele weg toch met anderstalige ouders te kunnen communiceren.

Daarnaast kan je in plaats van gebruik te maken van een tolk, gebruik maken van andere ouders die
deze taal machtig zijn. Hierbij moet uiteraard wel gezorgd worden voor een vorm van
geheimhouding.

Daarnaast zou ervoor gekozen kunnen worden om enkele leerkrachten bij te scholen op het gebied
van taal. Uiteraard hoeven zij niet een taal volledig onder de knie te hebben en vloeiend te spreken,
maar vaak kom je met wat basiswoorden en wat specifieke woorden al heel ver.

Als laatste kunnen er cursussen Nederlands worden aangeboden op school. Hierdoor wordt de
toegankelijkheid van de school voor de ouder vergroot. En draag je bij aan de taalachterstand van
deze ouders. Hierdoor is het voor de leerkrachten ook makkelijk om met deze ouders te
communiceren als zij een cursus Nederlands hebben gevolgd.

2. Kinderopvang:

Meer handelen naar plan


Tolk
Ouders meer betrekken & elkaar helpen
Informatievoorzieningen
Ouderbetrokkenheidsplan: kritisch bekijken/herschrijven

De aanbevelingen vanuit pedagogisch management kinderopvang luidt als volgt. Om te voorkomen


dat anderstalige ouders informatie niet meekrijgen, moet er meer gehandeld worden naar wat er in
het ouderbetrokkenheidsplan staat beschreven. Hierin staat dat wanneer nodig er gecommuniceerd
wordt vanuit een tolk. Het zou dus ook fijn zijn dat wanneer dit nodig is, er ook echt gebruik van een
tolk wordt gemaakt.

Daarnaast vinden wij het belangrijk dat de ouders van de kinderopvang meer betrokken worden bij
school. Zo staat er in het ouderbetrokkenheidsplan dat er 1 keer per jaar per groep een afsluiting voor
ouders wordt georganiseerd. Het zou mooi zijn als dit ook voor de kinderopvang het geval is. Ook zou
er voor de ouderbetrokkenheid, een maandelijkse afsluiting kunnen worden georganiseerd.

Daarnaast kan er aan ouders gevraagd worden of zij interesse hebben om andere ouders te helpen et
betrekking tot informatieverstrekking. Hierin kunnen de anderstalige ouders samen met andere
ouders kunnen kijken naar de nieuwsbrief en het gebruik van Facebook.

KC WEESTERBREEDTE, CASUS OUDERBETROKKENHEID


FONTYS HOGESCHOLEN, S-HERTOGENBOSCH, MINOR LEIDERSCHAP IN HET IKC
ELKE JANSEGERS, GEMMA VAN MERKESTIJN, ESMEE VAN MOOK, SORAYA KARIMBAKSH, PIETER VERBRUGGEN
PAGINA 31
Als laatste denken wij dat het ouderbetrokkenheidsplan kritisch bekeken moet worden en eventueel
herschreven moet worden.

3.Pedagogie van het jonge kind

Personeelsleden inzetten: diversiteit


Computerlokaal
Tolk
Ouders elkaar helpen/vertalen
Welkomsmuur
Werkgroepje
Tijd

Bij de aanbevelingen vanuit de pedagogie van het jonge kind komen de volgende punten naar voren.
Er kan eventueel gebruik worden gemaakt van personeelsleden die beschikken over meertaligheid.
Hierbij kan er dus gesproken worden van diversiteit in het personeel.

Daarnaast kan er ook gebruik gemaakt worden van ouders die eventueel bereid zijn om mede als tolk
ingeschakeld worden. Deze ouders dienen vooral om een verbinding te zijn tussen Westerbreedte en
de ouders die de Nederlandse taal niet machtig zijn. Hieraan kan ook gekoppeld worden dat ouders
die de Nederlandse taal machtig zijn als aanspreekpunt kunnen zijn voor de school. Hierbij kunnen zij
aangesteld worden als communicatiepunt en kunnen zij bijvoorbeeld de nieuwsbrieven vertalen voor
anderstalige ouders.

Het computerlokaal kan ook voor de ouders opengesteld worden. Hierbij kunnen ouders gebruik
maken van de computers wanneer zij de facebook berichten, tweets maar ook hun mail kunne lezen.
Hierbij kan nog aan toegevoegd worden dat er iedere keer een personeelslid aanwezig is om vragen
te beantwoorden. Dit is dan meteen een aanspreekpunt voor de ouders en zo wordt de
ouderbetrokkenheid ook verhoogt.

Er kan ook gebruik gemaakt worden van een werkgroep, hierbij kunnen de ouders ongeveer 15 30
minuten samen zitten en kunnen zij gezamenlijk informatie uitwisselen en elkaar helpen.

Als laatste denken wij dat het belangrijk is dat ouders zich welkom voelen. Dit moet ook zo gelden
voor anderstalige ouders. Wanneer je er bijvoorbeeld gebruik wordt gemaakt van een welkomsmuur,
voelen ouders zich welkom maar kan je ook zien uit welke landen iedereen afkomstig is en dit is ook
weer een middel om een gesprek aan te gaan.Daarnaast kan deze samen met/door de ouders
gemaakt worden en voelen ouders zich ook weer hierbij betrokken.

Gezamenlijk advies

Tolk:
Mantelzorg/werkgroep
Woordenboek
Cursus Nederlands
Leerkrachten bijscholen taal: diversiteit
Andere ouders/volwassene

Google

KC WEESTERBREEDTE, CASUS OUDERBETROKKENHEID


FONTYS HOGESCHOLEN, S-HERTOGENBOSCH, MINOR LEIDERSCHAP IN HET IKC
ELKE JANSEGERS, GEMMA VAN MERKESTIJN, ESMEE VAN MOOK, SORAYA KARIMBAKSH, PIETER VERBRUGGEN
PAGINA 32
Uit ons gezamenlijk advies komt het woord tolk naar voren. Een tolk kan op verschillende manieren
in de praktijk gebracht worden. Er kan gebruik gemaakt worden van mantelzorg/werkgroep waarbij
de ouders elkaar helpen. Daarnaast kan een woordenboek dienenen als tolk. Kunnen er cursussen
Nederland gegeven worden aan anderstalige ouders. Kunnen leerkrachten bijgeschoold worden en
kan er gezorgd worden voor meer diversiteit onder de leerkrachten. Kunnen andere ouders of
volwassenen in gezet worden als tolk en kan Google translate dienen als tolk.

Tolk

Taal
Ouderbetrokkenheid
Leerkracht
Kennis

Een tolk staat dus voor Taal: anderstalige ouders maar ook Nederlandse ouders. Ouderbetrokkenheid.
Hierbij gaat het over het begroten van de ouderbetrokkenheid. Leerkrachten, deze kunnen hierbij aan
bij dragen maar ook andere ouders of volwassenen en als laatste Kennis. Het gaat over het delen van
kennis en het verspreiden van kennis en informatie.

KC WEESTERBREEDTE, CASUS OUDERBETROKKENHEID


FONTYS HOGESCHOLEN, S-HERTOGENBOSCH, MINOR LEIDERSCHAP IN HET IKC
ELKE JANSEGERS, GEMMA VAN MERKESTIJN, ESMEE VAN MOOK, SORAYA KARIMBAKSH, PIETER VERBRUGGEN
PAGINA 33
8.2 Notulen
Wie Wanneer Wat
Elke, Esmee, 8 feb17
Vandaag hebben wij Kind Centrum Westerbreedte bezocht en zijn
Gemma, Pieter,
de opdrachten uitgelegd vanuit school. Ons groepje zal zich gaan
Soraya
verdiepen in de ouderbetrokkenheid binnen deze organisatie en zal
hierover een advies geven aan de organisatie.
Ieder groepslid zorgt ervoor dat hij of zij de documenten heeft
gelezen.

Afspraken
Soraya schrijft de probleemstelling en houdt de notulen bij.
Het theoretisch kader is gesplist in onderwerpen, deze zijn
als volgt verdeeld;
Social Media > Elke
Ouderparticipatie > Pieter
Communicatie > Esmee
Geschiedenis > Gemma
Hoe nu? > Soraya
Het theoretisch kader moet 22 februari af zijn.
Soraya 8 feb17 Ik heb een document aangemaakt met het begint van het
adviesplan voor KC Westerbreedte. Hierin heb ik een situatieschets
en probleemstelling beschreven. Vanuit hier wordt het theoretisch
kader geschreven door alle groepsleden.
Ook heb ik een document aangemaakt voor de notulen.
Elke, Esmee, 15 feb17
Vandaag hebben wij overleg gehad met elkaar en hebben we
Gemma, Pieter,
gebrainstormd over het onderwerp ouderbetrokkenheid.
Soraya
Verder heeft iedereen gewerkt aan zijn of haar theoretisch kader.
Elke heeft ook een mail opgesteld en verstuurd naar Marion waarin
de vraagstelling wordt bevraagd of dit echt een problematiek is
waar er een adviesplan over geschreven wordt, er zijn ook extra
bijvragen opgesteld (volgt later meer).
De link met Belgi werd kort aangehaald, wat Belgi reeds al doet
aan ouderbetrokkenheid in de praktijk.

Afspraken:
Ieder groepslid werkt verder aan het theoretisch kader
tegen woensdag 22 februari.
Volgende bijeenkomst wordt er ieders theoretisch kader
'voorgesteld' en uitgewisseld. Daarnaast wordt er gekeken
naar de probleemstelling.
Esmee 16 feb17 Theorie over communicatie geschreven en literatuurlijst aangevuld.
Soraya 16 feb17 Theorie over hoe nu geschreven. Hierin wordt beschreven hoe KC
Westerbreedte momenteel werkt aan de ouderbetrokkenheid en
ouderparticipatie.
Soraya, Elke en 8 Overlegd met Liesbeth over mailtje dat is gestuurd naar Marion &
Esmee Maart17 Esther. Liesbeth gaf aan dat we telefonisch contact moesten
KC WEESTERBREEDTE, CASUS OUDERBETROKKENHEID
FONTYS HOGESCHOLEN, S-HERTOGENBOSCH, MINOR LEIDERSCHAP IN HET IKC
ELKE JANSEGERS, GEMMA VAN MERKESTIJN, ESMEE VAN MOOK, SORAYA KARIMBAKSH, PIETER VERBRUGGEN
PAGINA 34
opnemen.
Elke neemt contact op met Marion en plant eventueel een afspraak.
Aankomende maandag wordt er verwacht dat iedereen elkaars
theoretisch kader heeft doorgelezen zodat we hierover met elkaar in
gesprek kunnen gaan.
Soraya, Elke en 13 Theoretisch kader besproken. Eventuele aanpassingen kunnen nog
Esmee Maart17 gedaan worden. Dit moet eind van de week klaar zijn. Afbeelding is
toegevoegd met feedback, graag deze verwerken.
Iedereen kan daarnaast nog nadenken over eventuele
toevoegingen.
Elke neemt nog een keer contact op met Westerbreedte als ze
vandaag nog niks van hun hoort.
Soraya&Esmee 14 Feedback verwerkt.
Maart17
Elke 14 Terug een mail gestuurd naar Westerbreedte (3e mail). Met Liesbeth
Maart17 Vonk in cc gericht naar Esther Poos. Wanneer Esther hier niet op
reageert gaat Liesbeth hier verder contact met opnemen (wordt
vervolgd). 17 maart 2017 heeft Marion geantwoord op de mail.
Soraya, Elke, 20 Soraya zet alles in 1 document. Iedereen schrijft 1 aanbeveling voor
Pieter, Gemma en Maart17 de casus. Deze kan aansluiten bij het theoretisch kader van ieder
Esmee persoon. Aanbevelingen voor woensdag 29 maart af. 30 maart
feedback geven aan elkaar.
Soraya past probleemstelling aan.
Soraya en Esmee zetten de PowerPoint in elkaar (11 april).
Elke stuurt een mail naar Westerbreedte voor meer duidelijkheid te
creren van de voorafgestelde vragen. (Antwoord volgt nog)
Esmee 21 Aanbeveling geschreven en toegevoegd aan adviesplan.
Maart17
Soraya 3 april17 Alles in 1 document gezet, probleemstelling aangepast, advies
geschreven. Helaas niet aan de afspraak kunnen houden om dit
eerder te doen ivm ziekte.
Gemma, Pieter, 12
13u00 samenkomen voor groepswerk.
Soraya, Esmee en april17
Elke Praktische organisatie. Adviezen overlopen en aanvullen waar nodig.
Tijdens de presentatie op 8 en 9 mei wordt er verteld wat de feiten
zijn binnen Westerbreedte alsook hieraan wordt een advies
gekoppeld vanuit de 3 invalshoeken. De adviezen worden
onderbouwd met theorie.
Poster gezamenlijk maken + tekst opbouwen.

Afspraken:
Soraya werkt poster af (afbeeldingen toevoegen)
Esmee schrijft tekst uit.
Gemma schrijft voorwoord
Elke leest deze tekst na + eventuele aanvullingen + lay-out
document + gezamenlijk advies uitschrijven.
Gemma en Pieter presenteren op 9 mei adviezen.
Iedereen beantwoord de vragen op 9 mei.

KC WEESTERBREEDTE, CASUS OUDERBETROKKENHEID


FONTYS HOGESCHOLEN, S-HERTOGENBOSCH, MINOR LEIDERSCHAP IN HET IKC
ELKE JANSEGERS, GEMMA VAN MERKESTIJN, ESMEE VAN MOOK, SORAYA KARIMBAKSH, PIETER VERBRUGGEN
PAGINA 35
Esmee 13 apri17 Tekst voor presentatie uitgetypt en toegevoegd aan dropbox.
Gemma, Pieter, 8 mei
Generale repetitie presentatie. Feedback ontvangen van
Soraya, Esmee en 2017
klasgenoten. We zijn hiermee aan de slag gegaan.
Elke
Soraya gaat presentatie/poster scannen zodat het duidelijk zichtbaar
is.
Elke past de laatste zaken toe in het adviesplan die naar voor zijn
gekomen.
Gemma en pieter voegen de laatste aangepaste feedback toe in de
presentatie mondeling.

Afspraak:
Deze week bezorgd iedereen feedback (peerfeedback) in dit
document.
Gemma, Pieter, 9 mei17 Presentatie op Westerbreedte. Gemma en Pieter hebben
Soraya, Elke en gepresenteerd. En we hebben gezamenlijk de vragen beantwoord.
Esmee
Gemma 11 mei17 Peerfeedback gegeven op medestudenten.
Esmee 11 mei17 Peerfeedback geschreven.
Elke 11 mei17 Peerfeedback gegeven aan medestudenten.

8.3 Foto poster

KC WEESTERBREEDTE, CASUS OUDERBETROKKENHEID


FONTYS HOGESCHOLEN, S-HERTOGENBOSCH, MINOR LEIDERSCHAP IN HET IKC
ELKE JANSEGERS, GEMMA VAN MERKESTIJN, ESMEE VAN MOOK, SORAYA KARIMBAKSH, PIETER VERBRUGGEN
PAGINA 36
KC WEESTERBREEDTE, CASUS OUDERBETROKKENHEID
FONTYS HOGESCHOLEN, S-HERTOGENBOSCH, MINOR LEIDERSCHAP IN HET IKC
ELKE JANSEGERS, GEMMA VAN MERKESTIJN, ESMEE VAN MOOK, SORAYA KARIMBAKSH, PIETER VERBRUGGEN
PAGINA 37
9 Bron- en literatuurlijst

Boeken

Berg van den I. e.a. (2013). Succes! Met ouders. Barcelona:Eduforce

Cox, H., Galjaard, H., Heldoorn, G. & Vries, de, P. (2012). Ouderbetrokkenheid voor elkaar. In tien
stappen naar een goede samenwerking tussen school en ouders. Amersfoort: CPS

Craenen, Schut, Smit, Wester. (2011) De visie van leraren ouders en leerlingen op de kwaliteit van
onderwijs p 15. Randboud Universiteit Nijmegen.

Janssen, H. (2015). Samen opvoeden (2e ed.). Bussum, Nederland: Coutinho.

Michels, W (2013) Communicatie Handboek. Groningen: Noordhoff uitgevers.

Ontstenk, J. (2011). Pedagogiek in de onderwijspraktijk een gentegreerde


benadering. Bussum, Nederland: Coutinho.

Opleidingsteam PJK. (2012). Moduleboek Samen opvoeden. Cursus, Arteveldehogeschool Gent:


Bachelor pedagogie van het jonge kind.

Prins, D., Wienke, D., & van Rooijen, K. (2013). Ouderbetrokkenheid in het onderwijs. Van
http://www.nji.nl/nl/Download-NJi/Ouderbetrokkenheid-in-het-onderwijs.pdf

Profi-leren SAW (2011). Communicatie en organisatie; SAW 3/4. Velp: Uitgeverij Angerenstein.
Roozenbeek, J., Roozenbeek, T. (2016). Integrale Kindcentra, handvat voor professionals. Uitgeverij:
Context media

Schellens, P. (2002). Communicatiekundig ontwerpen. Assen: Van Gorcum


Smit, F., Driessen, G. Sluiter, R. en Brus, M. (2007). Ouders, scholen en diversiteit. Ouderbetrokkenheid
en participatie op scholen met veel en weinig achterstandsleerlingen. Nijmegen: ITS, Radboud
Universiteit Nijmegen

Vries, P. de (2010). Handboek ouders in de school. Amersfoort: CPS Onderwijsontwikkeling en advies

Websites

Baert,L. (2015) Sociale media de ouderbetrokkenheid vergroten aan de hand van. Geraadpleegd op 12
februari 2017 via http://slideplayer.nl/slide/2158361/

CPS (z.j.). Ouderbetrokkenheid 3.0.Binnengehaald van: http://www.cps.nl/e-bookouderbetrokkenheid

Cruysberghs, S. (1999). Geschiedenis van de computer. Geraadpleegd op 14 februari 2017 via


http://www.scip.be/PDF/Geschiedenisvan_de_computer.pdf

KC WEESTERBREEDTE, CASUS OUDERBETROKKENHEID


FONTYS HOGESCHOLEN, S-HERTOGENBOSCH, MINOR LEIDERSCHAP IN HET IKC
ELKE JANSEGERS, GEMMA VAN MERKESTIJN, ESMEE VAN MOOK, SORAYA KARIMBAKSH, PIETER VERBRUGGEN
PAGINA 38
Diva, (zj). Taalbarrires overbruggen. Geraadpleegd op 20 februari 2017 via
http://www.diversiteitinactie.be/themas/communicatie-met-ouders/professionalisering/taalbarri
%C3%A8res-overbruggen

Dulmers, R. (2014). Profileren met social media. Geraadpleegd op 19 februari 2017 via http://wij-
leren.nl/social-media-school.php

Gielen, G. (zj.) Cyberpesten. Geraadpleegd op 14 februari 2017 via http://www.cyberpesten.be/

Facebook (z.j.).Ouders en school samen. Binnengehaald


van:https://www.facebook.com/oudersenschoolsamen

Kerpel, A. (2014). Ouderbetrokkenheid.Geraadpleegd op 10-03-2017 van


http://wij-leren.nl/ouderbetrokkenheid-artikel.php

Kindcentrum Westerbreedte (2016). Ouderbetrokkenheidsplan. Binnengehaald via:


www.kcwesterbreedte.nl

Leaders Online. (2012). De geschiedenis van social media: alle hoogtepunten in een infographic!
Geraadpleegd op 12 februari 2017 via http://www.leadersonline.nl/social-media-timeline/

Leeuwen, L.M.K. (2013). Ouders en professionals over de activiteiten van ouderbetrokkenheid bij
naschoolse onderwijsprogramma playingforsuccess. Geraadpleegd op 18 februari 2017 via
https://dspace.library.uu.nl/handle/1874/286093

Mondomijn. (z.d.). Wat is een IKC?Geraadpleegd op 16-02-2017 van http://www.mondomijn.nl/over-


mondomijn/wat-is-een-ikc/

NJI (z.j.). Ouderbetrokkenheid in het onderwijs.


Binnengehaaldvan:http://www.nji.nl/nl/Ouderbetrokkenheid-in-het-onderwijs.pdf

Pijpers, R (2012). Inspiratieboek Sociale media op de basisschool. De leerkracht maakt het

verschil. p38. Geraadpleegd op 14 februari 2017 viahttp://www.nji.nl/nl10/Download-


NJi/Ouderbetrokkenheid-in-het-onderwijs.pdf

Rijksoverheid (z.j.) Ouders en school samen. Geraadpleegd op 14 februari 2017 via


http://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/ouders-en-school-samen

Schooltv (z.j.). Communicatie. Binnengehaald via: www.schooltv.nl

Steenman, G. (2012). Basisschool sociale media hogere betrokkenheid van de ouders.Geraadpleegd


op 12 februari 2017 viahttp://www.42bis.nl/2012/07/basisschool-social-media-hogere-
betrokkenheid-ouders/

Stigt van, M. (2013) Geschiedenis van de ouderbetrokkenheid. Geraadpleegd op 09-02-2017 van


http://miekevanstigt.blogspot.nl/2013/07/een-kleine-geschiedenis-van.html

VCOV. (zj). Betrekken van moeilijk bereikbare ouders.Geraadpleegd op 14 februari 2017


viahttp://www.vcov.be/VCOV/Portals/0/VCOVParentInfoStore/34/brochure%20moeilijk
%20bereikbare%20ouders%2026.06.pdf

KC WEESTERBREEDTE, CASUS OUDERBETROKKENHEID


FONTYS HOGESCHOLEN, S-HERTOGENBOSCH, MINOR LEIDERSCHAP IN HET IKC
ELKE JANSEGERS, GEMMA VAN MERKESTIJN, ESMEE VAN MOOK, SORAYA KARIMBAKSH, PIETER VERBRUGGEN
PAGINA 39