Anda di halaman 1dari 12

Waarom moet iemand een Madhhab

volgen? Het Debat met een La Madhhabi Sheikh Muhammad Sa`id Ramadan al-Buti
Ik zei: Wat is uw methode om de regels van Allah (Hoog en Verheven is Hij!) te begrijpen?
Leidt u ze af van de Koran en Sunnah, of neemt u het over van de Imams van de ijtihād?

Hij zei: “Ik onderzoek de standpunten van de Imams en hun bewijs ervoor, en dan neem ik
het standpunt over wat het meest met de Koran en Sunnah overeenkomt.”

Ik zei: Stel u heeft vijfduizend Syrische pond die u in zes jaar tijd heeft gespaard. Daarna

koopt u koopwaar en begint te handelen. Wanneer betaalt u zakāt op de handelswaar, na zes


maanden of na een jaar?

(Hij dacht na, en zei:) “Uw vraag geeft de indruk dat u gelooft dat er zakāt over
handelskapitaal betaald dient te worden.”

Ik zei: Ik vraag het alleen maar. U zou op uw eigen manier moeten antwoorden. Voor u

bevindt zich een bibliotheek aan boeken met Koranexegese, Hadīth, en de werken van mujtahid
Imams.

(Hij dacht voor een ogenblik na, en antwoordde toen:) “Broeder, dit is de dīn en geen
eenvoudige zaak. Iemand zou zo uit zijn hoofd kunnen antwoorden, maar het vergt nadenken,
onderzoek en studie; dit alles kost tijd. Bovendien zijn we hier gekomen om iets anders te
bespreken.”

(Ik liet de vraag voor wat het was, en zei:) Goed. Is het voor iedere Moslim verplicht om de
bewijzen voor de standpunten van de Imams te onderzoeken, en dat standpunt over te nemen
dat zich het dichtst bij de Koran en Sunnah bevindt?

Hij zei: “Ja.”

Ik zei: Dat betekent dat iedereen hetzelfde vermogen voor de ijtihād bezit als de Imam van de
madhhabs; of zelfs een nog groter vermogen, aangezien iemand die de standpunten van de Imams
kan beoordelen en evalueren aan de hand van de Koran en Sunnah, ongetwijfeld meer moet
weten dan hen allemaal.

Hij zei: “In werkelijkheid zijn er drie categorieën van mensen: de muqallid, de volger van een
gekwalificeerde geleerde, zonder de primaire bewijzen te kennen; de muttabi`, de volger van de
primaire bewijzen; en de mujtahid, de geleerde die de regelgeving direct uit de primaire teksten
bewijzen kan afleiden (ijtihād). Diegene die de madhhabs met elkaar vergelijkt en datgene kiest wat
het dichtste bij de Koran is, is een muttabi`, een volger van primaire bewijzen. Dit is een
tussenrang tussen het volgen van geleerden (taqlīd) en het afleiden van regelgeving vanuit de
primaire teksten (ijtihād).”

Ik zei: Wat is dan een volger van geleerden (muqallid) verplicht te doen?

Hij zei: “De mujtahid te volgen waar hij het mee eens is.”

Ik zei: Is er een probleem voor die persoon om er slechts één te volgen, hem aan te houden en
niet te veranderen?

Hij zei: “Ja dat is er. Het is verboden (harām).”

Ik zei: Wat is het bewijs dat het verboden is?

Hij zei: “Het bewijs is, dat hij zichzelf iets verplicht te doen waar Allah (Hoog en Verheven is
Hij!) hem niet toe verplicht heeft.”

Ik zei: Met welke van de 7 gebruikelijke manieren van recitatie (qira’āt) reciteert u de Koran?

Hij zei: “Die van Hafs.”

Ik zei: Reciteert u alleen maar op deze manier, of reciteert u iedere dag op een andere manier?

Hij zei: “Nee, ik reciteer alleen op deze manier.”

Ik zei: Waarom reciteert u het alleen op deze manier als Allah (Hoog en Verheven is Hij!) u
niets anders heeft verplicht dan de Koran te reciteren zoals het is overgeleverd, met de zekerheid
van tawātur (overgeleverd zijn door een dermate groot aantal getuigen in iedere fase van de
overlevering, dat hun alleen al het grote aantal het vervalsen of wijzigen uitsluit) van de Profeet
(Allah zegene hem en geve hem vrede)?

Hij zei: “Omdat ik de kans niet heb gekregen om de andere gebruikelijke manieren van

recitatie te bestuderen, of om de Koran anders dan op deze manier te reciteren.”

Ik zei: Maar de persoon die de fiqh van de Shāfi`ī school bestudeert, heeft ook de mogelijkheid
niet gehad om de andere madhhabs te bestuderen, of om de regelgeving van zijn religie te
begrijpen behalve dan door middel van deze Imam. Dus als u zegt dat hij al de ijtihāds van de
Imams moet kennen, om zodoende hen allemaal te kunnen overwegen, dan volgt hieruit dat u
ook alle manieren van reciteren moet leren, om zodoende op al deze manieren te kunnen
reciteren. En als u uzelf hiervan excuseert omdat u er niet toe in staat bent, dan moet u hem ook
excuseren. Hoe dan ook, wat ik zeg is: waar heeft u het vandaan dat het verplicht is voor een
volger van een geleerde (muqallid) om alsmaar te veranderen van de ene madhhab naar de andere,
als Allah (Hoog en Verheven is Hij!) hem dat niet verplicht heeft? Dus, zoals hij niet verplicht is
om aan een bepaalde madhhab vast te houden, zo is hij ook niet verplicht deze steeds te
veranderen.

Hij zei: “Wat er verboden voor hem is, is dat hij er aan vasthoudt met de overtuiging dat
Allah (Hoog en Verheven is Hij!) hem dat verplicht heeft.”

Ik zei: Dat is wat anders, en dat is zonder enige twijfel waar en zonder enig meningsverschil
tussen de geleerden. Maar is er een probleem om een bepaalde mujtahid te volgen, gelovend dat
Allah (Hoog en Verheven is Hij!) hem dat niet heeft verplicht”?

Hij zei: “Dat is geen probleem.”

Ik zei: Maar de karrās [van al-Khajnādī], waar u uit onderwijst, spreekt u tegen: het zegt dat

dit verboden is. Op sommige plaatsen wordt zelfs gesuggereerd dat diegene die één bepaalde
Imam aanhoudt en geen andere, een ongelovige (kāfir) is.

Hij zei: “Waar”? (en hij begon toen in de karrās te kijken, de tekst en uitlatingen bekijkend,
concentrerend op de woorden van de auteur) “Diegene die één bepaald iemand van hen volgt in alle
zaken is een blinde, imiterende, zich vergissende onwetende fanaticus, en ‘Behorend tot degenen die hun godsdienst
hebben opgesplitst en tot groepen zijn geworden’” [Koran, Sūrat al-Rūm 30:32] (Hij zei:) “Met ‘volgt’
bedoeld hij iemand die gelooft dat het wettelijk verplicht is voor hem om dit te doen. De
bewoording komt een beetje tekort.”

Ik zei: Welk bewijs is er dat hij dat bedoelde? Waarom geeft u niet gewoon toe dat de auteur
zich heeft vergist? (Hij stond erop dat de uitdrukking correct was, en dat deze begrepen moest
worden als iets dat een onuitgedrukte voorwaarde bevat [namelijk, “wanneer iemand gelooft dat
het verplicht is te doen”] en hij sprak de auteur vrij van enige vergissing erin. Ik zei:) Maar als het
bekeken wordt vanuit dat oogpunt, slaat de uitdrukking op niemand of heeft geen enkele
betekenis. Geen enkele Moslim is zich ervan onbewust dat het volgen van die en die bepaalde
Imam niet wettelijk verplicht is. Geen enkele Moslim doet dit, anders dan uit zijn eigen vrije wil
en keuze.

Hij zei: “Hoe kan dat dan, als ik van vele gewone mensen en sommige geleerden hoor dat het
verplicht is om een bepaalde rechtsschool te volgen en dat een persoon niet de ene school voor
de andere school mag wisselen?”

Ik zei: Noem één persoon van de mensen of geleerden die dat tegen u gezegd heeft. (Hij zei
niets en leek verrast dat hetgeen ik zei waar kon zijn. Hij bleef herhalen dat hij dacht dat veel
mensen het verboden achten om van de ene madhhab naar de andere te veranderen. Ik zei:) U zult
vandaag de dag niemand vinden die in dit misverstand gelooft, hoewel het overgeleverd wordt
vanuit het laatste deel van de Ottomaanse periode, dat ze het veranderen van de Hanafī
rechtsschool naar een andere als een slechte daad beschouwden. En zonder enige twijfel, indien
waar, dan was dit totale onzin; een blinde, onaangename fanatisme. (Daarna zei ik:) Waar heeft u

dit onderscheid tussen de muqallid, ‘volger van een geleerde’ en de muttabi`, ‘volger van bewijs’
vandaan? Is er een origineel, lexicaal onderscheid [in het Arabisch] of is het slechts terminologie?
`Hij zei: “Er is een lexicaal verschil.”

(Ik bracht hem woordenboeken waarmee het lexicale verschil tussen de twee woorden
duidelijk zou moeten worden. Hij kon niets vinden. Toen zei ik:) Abū Bakr (Moge Allah
tevreden met hem zijn) zei tegen een Arabische bedoeïen, die bezwaar maakte tegen de voor hem
door de Moslim opgelegde landverdeling, “Als de emigranten het maar accepteren, jullie zijn slechts
volgers”, het woord ‘volgers’ (tabi`īn) gebruikende met de betekenis: zonder twijfel aan het
ondergeschikt zijn, vragen of discussie. [Vergelijkbaar hiermee is het woord van Allah (Hoog en
Verheven is Hij!) “Wanneer degenen die gevolgd werden (uttubi`ū) zich los verklaren aan degenen die hen
volgen (attaba`ū); en zij zagen de bestraffing en (dat) de banden met hen verbroken waren.” (Koran, Sūrat al-
Baqara 2:166), die gebruik maakt van ‘volgt’ (ittba`) voor de meest simpele blinde navolging.]

Hij zei: “Laat dit dan een technisch verschil zijn; heb ik het recht niet om een terminologisch
gebruik vast te stellen?”

Ik zei: Uiteraard, maar uw terminologie verandert de feiten niet. De persoon die u muttabi`
noemt zal een expert zijn in de bewijzen en in het afleiden daaruit, wat hem een mujtahid maakt.
Of, als hij geen expert is en niet in staat is af te leiden uit de bewijzen, dan is hij een muqallid. En
als hij één hiervan is bij sommige vraagstukken, en de andere bij andere vraagstukken, dan is hij
een mujtahid bij die vraagstukken en een muqallid bij de andere. In ieder geval is het een ‘of-of’
onderscheid, en de regelgeving voor ieder van deze is helder en duidelijk.

Hij zei: “Een muttabi` is iemand die onderscheid kan maken tussen de posities van de

geleerden en hun bewijzen ervoor, en die kan beoordelen welke sterker is dan de andere. Dit is
een rang die verschilt van slechts het overnemen van de conclusies van geleerden.”

Ik zei: Als u hiermee bedoelt, het onderscheid maken tussen standpunten, verschil makend
ertussen in overeenstemming met de sterkte of zwakte van de bewijzen ervoor, dan is dit de
hoogste rang van ijtihad. Bent u hier persoonlijk toe in staat?

Hij zei: “Ik doe zo goed als ik kan.”

Ik zei: Ik ben me ervan bewust dat u de fatwa uitvaardigt dat een drievoudige

scheidingsuitspraak op één enkele gelegenheid, slechts als één keer telt. Heeft u voordat u deze
fatwa van u uitvaardigde, de posities van de Imams en hun bewijzen ervoor nagetrokken en
beoordeeld volgens hun sterkte, om zo de fatwa aan de hand daarvan uit te kunnen vaardigen? Nu
is het zo dat `Uwaymir al-`Ajlānī een drievoudige scheidingsuitspraak in één keer deed in het
bijzijn van de Profeet (Allah zegene hem en geve hem vrede), nadat hij haar openlijk had
beschuldigd van overspel (li`ān), met de woorden, “als ik aan haar vasthoud O Boodschapper van
Allah, dan zou ik tegen haar gelogen hebben: zij is [hierbij] drievoudig gescheiden.” Wat weet u over deze
Hadīth, zijn verband met deze vraag, en zijn geschiktheid als bewijs voor de positie van het
merendeel van de geleerden [namelijk dat een drievoudige scheidingsuitspraak op één
gelegenheid, bindend is], in tegenstelling tot het standpunt van Ibn Taymiya [namelijk dat een
drievoudige scheidingsuitspraak op één gelegenheid, slechts als éénmalig geldt]?

Hij zei: “Ik kende deze Hadīth niet.”

Ik zei: Hoe kon u dan een fatwa uitvaardigen over deze kwestie, die indruist tegen datgene
waar de vier madhhabs unaniem in overeenstemmen, zonder ook maar hun bewijs of de sterkte
ervan te kennen? Daar zit u dan, het principe dat u zegt na te volgen en ons wil doen navolgen
naast u neerleggend, het principe van ittiba`, ‘het volgen van het bewijs van de geleerden’, in de
betekenis die u terminologisch eraan heeft toegeschreven.

Hij zei: “Toentertijd beschikte ik niet over genoeg boeken om de standpunten van de Imams
en hun bewijzen te onderzoeken.”

Ik zei: Wat zette u er dan toe aan om zo gehaast een fatwa uit te vaardigen die ingaat tegen de
meerderheid van de Moslims, terwijl u hun bewijzen niet eens heeft gezien?

Hij zei: “Wat had ik anders kunnen doen? Ik had het nagevraagd en ik had maar een klein
aantal bronnen tot mijn beschikking.”

Ik zei: U had datgene kunnen doen wat alle geleerden en Imams hebben gedaan, namelijk

zeggen: “Ik weet het niet.” Of u had de vrager de standpunten van zowel alle vier de Imams als van

diegenen die hen tegenspreken kunnen geven; zonder een fatwa uit te vaardigen voor één ervan.
U had dit kunnen doen, beter gezegd dit was verplicht voor u om te doen, helemaal gezien het
niet uw persoonlijke probleem was zodat u uzelf zou moeten dwingen om tot de ene of de
andere oplossing te komen. Door een fatwa uit te vaardigen die tegen de consensus (ijma`) van de
vier Imams ingaat, zonder hun bewijzen te kennen zoals u zelf heeft toegegeven, enkel in
navolging van de voldoening in uw hart met de bewijzen van de oppositie, begaat u het uiterste
voorbeeld van fanatisme waar u ons juist van beschuldigd.

Hij zei: “Ik heb de meningen van de Imams gelezen in [nā’iil al-awtār, van] Shawkāni, subūl al-
salām [van al-Amīr al-San`ānī] en fiqh us-sunnah van Sayyid Sābiq.”

Ik zei: Dat zijn de boeken van de tegenstanders van de vier Imams op dit punt. Zij spreken
allen vanuit één kant van het verhaal, en vermelden alleen bewijzen die hun standpunt ten goede
komt. Zou u een beschuldigde willen vrijspreken enkel vanwege zijn eigen woorden en dat van
zijn getuigen en familieleden?

Hij zei: “Ik zie niets wat mij verweten kan worden. Ik was verplicht de
vrager een antwoord te geven, en dit was zoveel als ik kon bereiken mijn
begrip.”
Ik zei: U zegt dat u een ‘volger van bewijzen van geleerden’ (muttabi`) bent, en dat wij dat ook
zouden moeten zijn. U heeft ‘het volgen van bewijs’ uitgelegd als het onderzoeken van de
standpunten van alle madhhabs, het bestuderen van hun bewijzen en datgene ervan over te nemen
wat in overeenstemming is met het correcte bewijs. Terwijl met hetgeen u gedaan heeft, u dit hele
principe naast u neer heeft gelegd. U weet dat er een unanieme consensus van de vier madhhabs
bestaat over het feit dat een drievoudige scheidingsuitspraak in één geval als een drievoudige,
volbrachte scheiding geldt. U weet ook dat zij hier bewijzen voor hebben waar u niet specifiek
van op de hoogte bent. Desondanks keert u zich van hun consensus af, naar de mening die uw
persoonlijke voorkeur verlangt. Was u er op voorhand al zeker van dat het bewijs van de vier
Imams het verdiende om verworpen te worden?

Hij zei: “Nee, maar ik was er niet van op de hoogte aangezien ik niet eens referentiewerken
van hun had.”

Ik zei: Waarom wachtte u er dan niet mee? Waarom haasten als Allah (Hoog en Verheven is
Hij!) u nooit verplicht heeft om zoiets te doen? Was uw onwetendheid van de bewijzen van de
meerderheid van de geleerden, een bewijs dat Ibn Taymiyya het bij het rechte eind had? Is dit iets
anders dan het fanatisme waar u ons van beschuldigd?

Hij zei: “Ik heb de bewijzen gelezen in de boeken die tot mijn beschikking stonden, en die mij
overtuigden. Allah (Hoog en Verheven is Hij!) heeft mij niet genoten om meer dan dat te doen.”

Ik zei: Als een Moslim ergens een bewijs voor ziet in een boek dat hij leest, geeft dat

voldoende reden om de madhhabs die zijn standpunt tegenspreken te negeren, ook al kent hij hun
bewijzen niet?

Hij zei: “Het is voldoende.”

Ik zei: Een jongeman, net bekeerd en zonder enige Islamitische studie, leest het woord van
Allah (Hoog en Verheven is Hij!): “En aan Allah behoren het Oosten en het Westen. Waarheen jullie je
ook wenden, daar is het Aangezicht van Allah. Voorwaar, Allah is Alomvattend en Alwetend.” (Koran, Sūrat
al-Baqara 2:115) Hij maakt hieruit op dat een Moslim in iedere richting die hij wil mag bidden,
aangezien de blijkbare bedoeling van dit vers dit met zich mee lijkt te brengen. Maar hij heeft
gehoord dat de vier Imams het er unaniem over eens zijn dat het nodig is om in de richting van
de Ka’ba te bidden, en hij weet dat zij hier bewijzen voor hebben waar hij niet van op de hoogte
is. Wat moet hij doen wanneer hij wil bidden? Moet hij zijn overtuiging volgen die hij heeft
afgeleidt uit het voor hem beschikbare bewijs, of moet hij de Imams volgen die unaniem zijn
over het tegenovergestelde van wat hij zelf heeft begrepen?

Hij zei: “Hij zou zijn eigen overtuiging moeten volgen.”

Ik zei: En naar het Oosten bidden bijvoorbeeld? En zijn gebed zou geldig zijn?

Hij zei: “Ja. Hij is verantwoordelijk om zijn persoonlijke overtuiging te volgen.”


Ik zei: Wat als zijn persoonlijke overtuiging hem ertoe leidt om te geloven dat het niet erg is
om de liefde te bedrijven met de vrouw van zijn buurman, of zijn buik te vullen met wijn of
onrechtmatig andermans in te nemen? Zal dit alles minder erg worden bij de afrekening van
Allah (Hoog en Verheven is Hij!) vanwege ‘persoonlijke overtuiging’?

(Voor een ogenblik was hij stil, en zei toen:) “Hoe dan ook, de voorbeelden waar u over
vraagt zijn allemaal fantasieën die niet voorkomen.”

Ik zei: Het zijn geen fantasieën, hoe vaak komen ze wel niet voor, of hoe vaak komen nog
vreemdere zaken wel niet voor? Een jongeman zonder enige kennis van de Islam, het Boek en de
Sunnah, hoort of leest toevallig dit vers en begrijpt datgene eruit wat iedere Arabier eruit zou
begrijpen uit de blijkbare bedoeling ervan, namelijk dat het niet erg is dat iemand maar in iedere
richting bidt die hij wilt, ondanks dat hij ziet dat anderen in de richting van de Ka’ba bidden in
plaats van in een iedere andere richting. Dit is een allerdaagse kwestie, zowel in theorie als in de
praktijk, zolang er Moslims bestaan die niets van de Islam weten. Hoe dan ook, u heeft over deze
zaak, denkbeeldig of reëel, een oordeel vervaardigd die niet denkbeeldig is, en heeft beoordeeld
dat ‘persoonlijke overtuiging’ het beslissende criterium in alle gevallen is. Dit is in tegenspraak
met uw onderverdeling van mensen in drie groepen mensen: volgers van geleerden zonder het
bewijs kennend (muqallids), volgers van het bewijs van geleerden (muttabi`s) and mujtahids.

Hij zei: “Zo’n persoon is verplicht te onderzoeken. Heeft hij dan geen enkele Hadīth of

andere Koranvers gelezen?”

Ik zei: Hij had geen enkel referentiewerk tot zijn beschikking, net zoals u dat niet had toen u
uw fatwa uitvaardigde over de vraag naar de [drievoudige] scheiding. En hij had niet de
mogelijkheid iets anders te lezen dan dit vers, in relatie tot het bidden richting de qibla en de
verplichting ervan. Houdt u nog steeds vol dat hij zijn persoonlijke overtuiging moet volgen en
het consensus van de Imams moet negeren?

Hij zei: “Ja. Als hij niet in staat is om verder te evalueren en te


onderzoeken, dan wordt hij geëxcuseerd en is het genoeg voor hem om
op zijn eigen conclusies te vertrouwen waartoe zijn onderzoek en
evaluatie leidde.”
Ik zei: Ik ben van plan deze opmerkingen van u te publiceren. Ze zijn gevaarlijk en vreemd.

Hij zei: “Publiceer wat u wilt. Ik ben niet bang.”

Ik zei: Hoe zou u bang voor mij kunnen zijn als u niet eens bang bent voor Allah (Hoog en
Verheven is Hij!), en nadrukkelijk de volgende woorden van Allah (Hoog en Verheven is Hij!)
negeert: “Vraag het aan de bezitters van kennis, indien jullie het niet weten.” (Koran, Sūrat al-Nahl 16:43)

Hij zei: Mijn broeder, die Imams zijn niet goddelijk beschermd van fouten (ma`sūm). Wat betreft
het vers dat de persoon volgde [met zijn bidden in een willekeurige richting], dat is het woord van
Hij die beschermd is van alle fouten, Hoog en Verheven is Hij! Hoe kan hij [de persoon] het
goddelijk beschermde verlaten en zich binden aan diegene die niet goddelijk beschermd is?

Ik zei: Beste man, goddelijk beschermd van fouten is de ware betekenis die Allah (Hoog en
Verheven is Hij!) bedoelde met, “Aan Allah behoort het Oost en het Westen”, en niet het begrip van
de jongeman die zo onwetend als maar mogelijk is van de Islam, de regelgeving en de aard van de
Koran. Hiermee bedoel ik te zeggen dat de vergelijking die ik u vraag te maken, een vergelijking is
tussen twee begrippen: het begrip van deze onwetende jeugdige, en het begrip van de mujtahid
Imams. Geen van beiden zijn goddelijk beschermd van fouten, maar één ervan is gevestigd in

onwetendheid en oppervlakkigheid, en de ander is gevestigd in onderzoek, kennis en


nauwkeurigheid.

Hij zei: “Allah (Hoog en Verheven is Hij!) maakt iemand niet verantwoordelijk voor meer dan
waar hij toe in staat is.”

Ik zei: Beantwoord mij dan deze vraag. Een man heeft een kind dat lijdt aan bepaalde

infecties, en onder behandeling is bij alle dokters in de stad die er over eens zijn dat hij bepaalde
medicijnen nodig heeft, en zijn vader waarschuwen om hem geen penicilline-injectie te geven en

dat als hij dat wel doet hij het leven van het kind blootstelt aan de ondergang. Nu weet de vader
door het lezen van een medisch artikel dat penicilline in het geval van een infectie helpt. Dus hij

vertrouwt op zijn eigen kennis over penicilline, negeert het advies van de dokters aangezien hij
het bewijs niet kent voor wat zij beweren, volgt zijn persoonlijke overtuiging en dient het kind
penicilline toe, waardoor het kind komt te overlijden. Zou een dergelijk persoon vervolgd moeten
worden en is hij schuldig aan een onrecht voor hetgeen hij gedaan heeft, of niet?

(Hij dacht voor een ogenblik na, en zei toen:) “Dit is niet hetzelfde als dat.”

Ik zei: “Het is precies hetzelfde. De vader heeft het unanieme oordeel van de doktoren

gehoord, net zoals de jongeman het unanieme oordeel van de Imams heeft gehoord. De één
volgt één enkele tekst die hij las in een medisch artikel, en de ander volgt één enkele tekst die hij
las in Het Boek van Allah (Hoog en Verheven is Hij!). Dit was volgens persoonlijke overtuiging,
en dat ook.

Hij zei: “Broeder, de Koran is Licht. Licht. Zowel in zuiverheid als bewijs. Is licht hetzelfde als
andere woorden?”

Ik zei: En wordt het licht van de Koran begrepen door ieder willekeurig persoon die erin kijkt
en ervan reciteert, zodat hij het begrijpt als licht, zoals Allah (Hoog en Verheven is Hij!) het
bedoelde? Wat is dan het verschil tussen de ‘bezitters van kennis’ en alle anderen, als ze allemaal dit
licht kunnen benutten? De twee gegeven voorbeelden zijn daarom vergelijkbaar, er is totaal geen
verschil tussen hen. U moet mij antwoorden: volgt de onderzoekende persoon, in beide
voorbeelden, zijn eigen persoonlijk overtuiging of volgt hij de specialisten?

Hij zei: “Persoonlijke overtuiging is de basis.”

Ik zei: Hij gebruikte zijn persoonlijke overtuiging en dat resulteerde in de dood van het kind.
Draagt dit enige verantwoordelijkheid met zich mee, moreel of wettelijk?

Hij zei: “Het draagt geen enkele verantwoordelijkheid met zich mee.”

Ik zei: Laat wij dan het onderzoek en de discussie hier stoppen met deze laatste opmerking
van u, daar het de weg naar een gedeeld uitgangspunt tussen ons om er een discussie op te

baseren, afsluit. Het is voldoende met dit bizarre antwoord van u, dat u het consensus van de

gehele Islamitische religie heeft verlaten. Bij Allah, er is geen betekenis op de gehele aarde voor
afschuwelijk fanatisme, als het niet datgene is wat jullie mensen bezitten.

Ik begrijp dan ook niet waarom deze mensen ons niet onze eigen ‘persoonlijke overtuiging’ laten gebruiken,
namelijk dat iemand die onwetend is over de regels van de religie en de bewijzen hiervoor, zich moet vasthouden aan
één van de mujtahid Imams en hem moet navolgen, omdat de laatstgenoemde zich meer bewust is van het Boek van
Allah (Hoog en Verheven is Hij!) en de Sunnah van Zijn Profeet (vrede en zegeningen zij met hem) dan hijzelf.
Wat de fout dan ook moge zijn in deze mening volgens hen, laat het dan het algemene excuus van ‘persoonlijke
overtuiging’ gegeven worden, zoals in het voorbeeld van diegene die zijn rug keert naar de qibla en zijn gebed dan
geldig blijft, of diegene die een kind doodt en het doden is dan ‘ijtihād’ en ‘medische behandeling’.