Anda di halaman 1dari 2

Europa ziet meer bos door de bomen

“Wereldwijd bekeken is er nog altijd sprake van ontbossing, maar die gaat elk jaar trager.” Dat zegt bio-ingenieur
Steven Vanonckelen, die voor zijn doctoraat aan de Afdeling Geografie de bossen van de Roemeense Karpaten
in kaart bracht. Daar neemt het bosgebied verrassend genoeg zelfs toe. Maar er zijn ook kanttekeningen bij het
goede nieuws.

Een voorbeeld van de grootschalige kappingen in de Roemeense Karpaten die Steven Vanonckelen met
zijn collega's bezocht.
© ingezonden

De Karpaten vormen een bosrijke bergketen die zich uitstrekt over Oost-Europa. Het grootste deel ligt in
Roemenië, en daar trok Steven Vanonckelen verschillende keren naartoe. “In die bergen vind je nog stukken
oerbos: ongerepte bossen waar je op beren, wolven en lynxen kan botsen. Het verschil met de bewoonde
wereld, de hoofdstad Boekarest bijvoorbeeld, is enorm. Met de val van het communisme is het landgebruik in
Roemenië sterk veranderd: het land dat in handen was van de staat werd geprivatiseerd. Toen is er veel bos
gekapt: er heerste een economische crisis en de mensen waren ook bang dat de bossen opnieuw
genationaliseerd zouden worden.”

De monitoring van bossen gebeurt met satellietbeelden, maar dat brengt een aantal problemen met zich mee: “In
berggebieden heb je door de stand van de zon altijd één onderbelichte flank. Bovendien kan het weer ook roet in
het eten gooien met wolken, nevel en mist. Je moet de satellietbeelden daarvoor dus corrigeren. In de
Roemeense Karpaten zijn we meermaals met een huurwagen naar afgelegen gebieden getrokken om gps-
punten te registreren en te noteren om welk type bos het daar ging, zoals een loofbos of naaldbos. Daardoor kan
je vergelijken met satellietbeelden en de correctiemethodes perfectioneren. ”

Verplicht herbebossen

Vanonckelen analyseerde satellietbeelden van de periode tussen 1985 en 2010. “Misschien verrassend voor het
brede publiek, maar we stelden een lichte toename vast van de bossen in de Karpaten. Dat valt onder andere te
verklaren door een wet die verplicht te herbebossen als de natuur zich na twee jaar niet spontaan herstelt.
Bovendien is er na de val van het communisme veel landbouwgebied verdwenen: het land werd verlaten en de
natuur kon het opnieuw overnemen. Op zich dus positief nieuws voor de bossen, al moet er wel een kanttekening
bij gemaakt worden: met satellietbeelden is het moeilijk om in kaart te brengen of er oerbossen gekapt zijn en
later weer herbebost. Als dat zo is, is de ecologische waarde van die oerbossen verloren.”

“Niet alleen in Roemenië, maar in heel Europa zien we een toename van bossen. We zijn andere
energiebronnen dan hout gaan gebruiken en bossen worden meer en meer beschermd. Onze landbouw is ook
intensiever geworden, waardoor we er minder plaats voor nodig hebben. Maar we moeten wel eerlijk zijn: wij
importeren hout uit andere delen van de wereld, zoals Brazilië en Oeganda. In die landen daalt het bosbestand
nog steeds. Wereldwijd bekeken is er nog altijd sprake van ontbossing, al gaat die ontbossing elk jaar trager.”

"We moeten ook investeren in bossen in andere landen. Anders is houtimport gewoon een
verplaatsing van ons eigen probleem."

Verzoenen

In België is een uitbreiding van het bosgebied moeilijk: “Onder andere omdat je concurreert met woongebieden.
Je kan wel het bestaande bos goed beheren door de verschillende bestemmingen – recreatie, kappen of
beschermen – goed te verzoenen. Daarnaast moet je ook investeren in bossen in andere landen; anders
betekent houtimport in feite een verplaatsing van ons probleem.”
Ondertussen blijft de enthousiaste Vanonckelen professioneel bezig met bossen: “Ik werk nu voor het
Agentschap Natuur en Bos. Mijn dagelijkse werkterrein is het Zoniënwoud: dat bos wordt door verschillende
wegen en spoorwegen doorkruist. We willen het ontsnipperen voor dieren door middel van een ecoduct,
boombruggen en ecotunnels. Je kan niet alles veranderen, maar wel kleine stapjes zetten.”

Ilse Frederickx

De aarde heeft weinig te vrezen, de


mens des te meer
Wist u dat de zeeën rond de Noordpool 55 miljoen jaren geleden ‘genoten’ van Middellandse Zeetemperaturen?
Wist u dat de mens zo’n 70.000 jaar geleden bijna van de aardbodem verdween ten gevolge van de uitbarsting
van een supervulkaan op Sumatra? Aardwetenschappers weten dat wel en willen hun kennis met u delen.
Aardwetenschappers, zei u?

“Aardwetenschappers, dat zijn bijvoorbeeld geologen, geografen of bio-ingenieurs die op de een of andere
manier bezig zijn met de studie van de aarde”, zegt professor Manuel Sintubin, zelf geoloog. Omdat die planeet
aarde — voorlopig — onze enige thuis is, is onze toekomst onlosmakelijk verbonden met de toekomst van onze
planeet. Aardwetenschappers zijn het best geplaatst om zich op basis van hun kennis van het verleden te wagen
aan voorspellingen voor die toekomst. En die zijn nogal geruststellend… voor de aarde… minder voor de mens.

Mens is voetnoot
“De laatste 3 miljard jaar is het globale klimaat op aarde relatief constant gebleven”, zegt Sintubin. “Af en toe een
ijstijd, ja, maar dat zijn slechts relatief kleine schommelingen. Wij maken ons nu druk om de stijging van de
temperatuur met 1 of 2 graden. Voor de aarde is dat nauwelijks een probleem, voor ons leefmilieu echter des te
meer. De mens zal misschien van de aardbodem verdwijnen omdat hij zichzelf vergiftigt. Maar de aarde heeft in
het verleden al bewezen dat ze veel grotere rampen aankan. Na de grootste ramp heeft de aarde slechts enkele
honderdduizenden jaren nodig om zichzelf te herstellen. De doortocht van de mens op aarde, zal in het licht van
die tijd slechts een voetnoot zijn. Zelfs de superramp die het einde van de dinosauriërs betekende, was voor de
aarde niet onoverkomelijk.”

Bottleneck
Het jaar 2008 is door de Verenigde Naties uitgeroepen tot het International Year of Planet Earth. De Leuvense
aardwetenschappers dragen hun steentje bij door een lezingenreeks te organiseren over actuele thema’s als
klimaat, milieu, biodiversiteit, exploitatie van natuurlijke rijkdommen, bevolkingsgroei. Sintubin: “Door terug te
kijken in het diepe verleden, vindt de aardwetenschapper mogelijk de sleutel voor de toekomst.
Misschien mogen we wel van heel veel geluk spreken dat we nog bestaan. De genetica heeft immers
aangetoond dat de huidige wereldbevolking slechts van een heel beperkte groep mensen afstamt. Die
genetische bottleneck situeren wetenschappers zo’n 70.000 jaar geleden. In diezelfde periode werd de mens ook
voor de enige keer in zijn kortstondig bestaan geconfronteerd met een extreem natuurgebeuren, namelijk de
explosie van de supervulkaan Toba in Indonesië. Een opvallende samenloop van omstandigheden die de moeite
waard is om verder te onderzoeken.”