Anda di halaman 1dari 6

Competentie 1

Leerjaar 1

Ingevuld door: Emmy Groen


Datum: 5 juni 2017
Beroepscompetentie 1 Oriënteren
Omschrijving
Een Pedagoog beschikt over het vermogen om situaties en achtergronden van diverse cliënten
(individuen, groepen en samenlevingsverbanden) op micro, meso en macro niveau te beschrijven,
te analyseren en te interpreteren.

Bij
het beschrijven, analyseren en interpreteren van situaties en achtergronden van diverse cliënten

Gaat het om:

Generieke indicatoren 0 1 2 3 4 5 6

Waarnemen en contact leggen


1. het onderzoeken van het probleemoplossend
vermogen van het cliëntsysteem
2. het peilen van behoeften van individuen en groepen

3. bij het leggen van contact het duidelijk maken van de


positie, intenties en overwegingen van de werker
4. het erkennen van de positie van de cliënt/groep in
woord en gebaar.
5. het formuleren van onderzoeks- en observatievragen

Beschrijven
6.het tonen van adequate schriftelijke en mondelinge
uitdrukkingsvaardigheid.
7. mondeling en schriftelijk vastleggen
onderzoeksgegevens en plaatsen binnen een
theoretisch kader
Analyseren en interpreteren
8. het maken van een analyse van de processen in
organisaties en samenlevingsverbanden
9. het hanteren van een systematisch model bij het
onderzoek van de specifieke situatie
10. het analyseren van de wisselwerking tussen
individu/groep en sociale, economische, politieke en
juridische omgeving op verschillende niveaus
11. het analyseren van de wisselwerking tussen materiële
en immateriële aspecten van problemen
12. het maken van analyses die vrij zijn van persoonlijke
waarden en normen
13. het uitleggen en betekenis geven aan verkregen
informatie en non-verbaal gedrag
14. het trekken van zinvolle conclusies uit de veelheid aan
gegevens
15. het ethische verantwoorden van het handelen

Specifieke indicatoren op het gebied van opvang en opvoeden


van kinderen
16. het oriënteren op een pedagogische situatie in alle
mogelijke vormen

17. het signaleren van pedagogische hulpvragen


18. het analyseren van een pedagogische situatie met
gebruik van een theoretisch kader.
19. het toepassen van integrerend inzicht omtrent
ontwikkelingspsychologie, ontwikkeltrajecten en
ontwikkelingsopgaven in een specifieke situatie

0 1 2 3 4 5 6
Specifieke indicatoren op het gebied van pedagogische
hulpverlening
20. het signaleren, oriënteren op en benoemen van de
essentiële aspecten van een opvoedingssituatie
21. het tonen van inzicht in de specifieke verhouding
draagkracht/draaglast in de specifieke pedagogische
relatie
22. het benoemen van beschermende en risicofactoren in
de specifieke pedagogische situatie
23. het onderscheiden van te beïnvloeden en moeilijk te
beïnvloeden factoren binnen een pedagogische situatie
24. Het formuleren van pedagogische hulpvragen

25. Het hanteren van een diagnostisch onderzoeksmodel

26. toepassing van actuele theoretische kennis en


begrippen van de pedagogiek

Zodat:

een verantwoorde en professionele basis gelegd wordt voor het opstellen, uitvoeren en
evalueren van behandel- en /of activiteitenplannen.

Beoordelingsschaal: Propedeutisch niveau Major niveau Afstudeerniveau


0 = geen aandacht 1 = georiënteerd op 3= toegepast in niet- 5= zelfstandig toegepast in
gehad kennisniveau complexe situatie complexe situatie
2 = geoefend 4 = zelfstandig toegepast in 6 = creatief vernieuwend
niet-complexe situatie. toegepast
Competentie 1
Leerjaar 2

Ingevuld door: Emmy Groen


Datum: 02-11-2017
Beroepscompetentie 1 Oriënteren
Omschrijving
Een Pedagoog beschikt over het vermogen om situaties en achtergronden van diverse cliënten
(individuen, groepen en samenlevingsverbanden) op micro, meso en macro niveau te beschrijven,
te analyseren en te interpreteren.

Bij
het beschrijven, analyseren en interpreteren van situaties en achtergronden van diverse cliënten

Gaat het om:

Generieke indicatoren 0 1 2 3 4 5 6

Waarnemen en contact leggen


1. het onderzoeken van het probleemoplossend
vermogen van het cliëntsysteem
2. het peilen van behoeften van individuen en groepen

3. bij het leggen van contact het duidelijk maken van de


positie, intenties en overwegingen van de werker
4. het erkennen van de positie van de cliënt/groep in
woord en gebaar.
5. het formuleren van onderzoeks- en observatievragen

Beschrijven
6.het tonen van adequate schriftelijke en mondelinge
uitdrukkingsvaardigheid.
7. mondeling en schriftelijk vastleggen
onderzoeksgegevens en plaatsen binnen een
theoretisch kader
Analyseren en interpreteren
8. het maken van een analyse van de processen in
organisaties en samenlevingsverbanden
9. het hanteren van een systematisch model bij het
onderzoek van de specifieke situatie
10. het analyseren van de wisselwerking tussen
individu/groep en sociale, economische, politieke en
juridische omgeving op verschillende niveaus
11. het analyseren van de wisselwerking tussen materiële
en immateriële aspecten van problemen
12. het maken van analyses die vrij zijn van persoonlijke
waarden en normen
13. het uitleggen en betekenis geven aan verkregen
informatie en non-verbaal gedrag
14. het trekken van zinvolle conclusies uit de veelheid aan
gegevens
15. het ethische verantwoorden van het handelen

Specifieke indicatoren op het gebied van opvang en opvoeden


van kinderen
16. het oriënteren op een pedagogische situatie in alle
mogelijke vormen

17. het signaleren van pedagogische hulpvragen


18. het analyseren van een pedagogische situatie met
gebruik van een theoretisch kader.
19. het toepassen van integrerend inzicht omtrent
ontwikkelingspsychologie, ontwikkeltrajecten en
ontwikkelingsopgaven in een specifieke situatie

0 1 2 3 4 5 6
Specifieke indicatoren op het gebied van pedagogische
hulpverlening
20. het signaleren, oriënteren op en benoemen van de
essentiële aspecten van een opvoedingssituatie
21. het tonen van inzicht in de specifieke verhouding
draagkracht/draaglast in de specifieke pedagogische
relatie
22. het benoemen van beschermende en risicofactoren in
de specifieke pedagogische situatie
23. het onderscheiden van te beïnvloeden en moeilijk te
beïnvloeden factoren binnen een pedagogische situatie
24. Het formuleren van pedagogische hulpvragen

25. Het hanteren van een diagnostisch onderzoeksmodel

26. toepassing van actuele theoretische kennis en


begrippen van de pedagogiek

Zodat:

een verantwoorde en professionele basis gelegd wordt voor het opstellen, uitvoeren en
evalueren van behandel- en /of activiteitenplannen.

Beoordelingsschaal: Propedeutisch niveau Major niveau Afstudeerniveau


0 = geen aandacht 1 = georiënteerd op 3= toegepast in niet- 5= zelfstandig toegepast in
gehad kennisniveau complexe situatie complexe situatie
2 = geoefend 4 = zelfstandig toegepast in 6 = creatief vernieuwend
niet-complexe situatie. toegepast