Anda di halaman 1dari 9

Enkele essentiële punten van het islamitische geloof

toegelicht aan de hand van al-ʿAqīdah al-Tawḥīdiyyah van


imam al-Dardīr
geschreven door sidi Harun Verstaen

In de naam van Allah, de Meest Barmhartige, de Meest Genadevolle

Uit de tekst (matn) al-ʿAqīdah al-Tawḥīdiyyah1 van de bekende Egyptische imam al-
Dardīr (d. 1201 AH / 1786; raḥmatullahi ʿalayhi)2 kunnen we onder andere negen
essentiële punten van het islamitische geloof (credo3) afleiden.4 Deze negen essentiële
punten zullen hieronder stuk voor stuk kort toegelicht worden:

1.) Kennis (maʿrifah)

Een geloofsovertuiging zonder het hebben van kennis (maʿrifah)5 is moeilijk. Om te


geloven dien je te leren en studeren. Kennis over Allah en Zijn namen en eigenschappen

1
Zie voor de Nederlandse vertaling van de tekst die is uitgegeven (2018) door Al-Husayn Qur’an Instituut en
vertaald door shaykh Mohamed Yaseen Khan al-Azhari:
https://alhusayn.nl/wp-content/uploads/2018/10/Dardeers-al-Aqeedah.pdf
Deze vertaling is grotendeels gebaseerd op het commentaar van shaykh al-ʿUqbāwī (d. 1221 AH) op de tekst.
Online lessen m.b.t. de tekst (op YouTube) worden gegeven door de volgende geleerden:
- shaykh Hishām al-Kāmil Ḥāmid Mūsā, zie: https://www.youtube.com/watch?v=QRe0kU_QBRc
- shaykh Walīd b. Abī al-Qāsim al-Qūwādir al-Ashʿarī al-Mālikī al-Tūnisī, zie:
https://www.youtube.com/watch?v=aLNK44ag0iA&list=PLjh6GOTI6DSG842ruSqX8OTTwww1DA_SH
- shaykh ʿAbd al-ʿAzīz Sayf al-Naṣr, zie:
https://www.youtube.com/watch?v=WABWuwkuSwo&list=PLGrJQVLFsooC7L5hb6cF7POArqhr2lUAi
2
Voor zijn biografie zie: https://wordpress.com/post/baytulhikma.wordpress.com/2009
3
ʿAqīdah.
4
Voor dit artikel is als naslagwerk o.a. gebruik gemaakt van het boek van ustādh S. Van Exaerde, Geloofsleer
van Ahl Assunna, uitgegeven (2018) door ’t Kennishuys. Dit boek is een vertaling en uitleg van de tekst al-
ʿAqā’id al-Sharnūbiyyah van de Egyptische imam al-Sharnūbī (d. 1348 AH). Ook is gebruik gemaakt van de
Engelse vertaling van de tekst, inclusief commentaar, van imam Suhaib Webb met de titel Essentials of Islamic
Faith, uitgegeven in 2017 (SWISS).
5
Een ander woord dat in de plaats van maʿrifah gebruikt kan worden is ʿilm. Maʿrifah ziet op hoe iemand
gelooft. Het gaat om een absolute overtuiging, zonder ruimte voor twijfel. Het hebben van absolute overtuiging
alleen is echter niet voldoende, het accepteren daarvan is ook vereist. Zo wisten de joden ook dat de Profeet
Muḥammad (‫ )ﷺ‬de boodschapper van Allah was maar accepteerden zij dat niet. Let op: maʿrifah kan ook
verkregen worden zonder de bewijzen/argumenten te kennen, dit wordt taqlīd (volgzaamheid) genoemd.
Volgens de meerderheid der geleerden is de volgeling (muqallid) niet ongelovig en is zijn/haar geloof (īmān)
acceptabel/geldig, maar met de zonde omwille van zijn/haar tekortkoming in de bewijsvoering en onderzoek als
(dit betreft de zgn. ilāhiyyāt)6, Zijn profeten (dit betreft de zgn. nubuwwāt7)8 en Zijn
nobele Engelen, is individueel verplicht voor iedere morele en wettelijk
verantwoordelijke persoon (mukallaf)9 10. Dit wordt door geleerden (zoals Ibn ʿĀshir11
en imam al-Nawawī12) de “eerste verplichting” (awwalu wājibin) genoemd.13 Hieronder
vallen ook de zogenoemde samʿiyyāt (‘gehoorde’14 d.w.z. overgeleverde zaken).15

• Fiqhi nuktah (opmerking) in dit verband: Hierboven werd gesproken over de


mukallaf. Dit is een begrip uit de wetenschap van fiqh (jurisprudentie). Met begrip en
kennis16 komt morele en wettelijke verantwoordelijkheid (taklīf). Praktisch gezegd
houdt taklīf in dat iemand verantwoordelijk is voor het doen wat Allah hem/haar
opdraagt en laat wat Hij verbiedt.

Hierna volgen de belangrijkste ʿaqā’id (geloofsartikelen)17.

2.) Allah () kennen

Volgens de sharīʿah is het een individuele verplichting (farḍ/wujūb ʿayn) dat iemand -die
mukallaf is- de ʿaqā’id (geloofsartikelen) kent middels al-dalīl al-ijmālī (algemene
bewijsvoering). Voor wat betreft de gedetailleerde bewijsvoering (al-dalīl al-tafṣīlī) is dit

hij/zij hier de bekwaamheid voor had. Zie pp. 31,32 van het boek Geloofsleer van Ahl Assunna van S. Van
Exaerde. Zie ook de verzen 11-13 in dit verband van de tekst Jawharah al-Tawḥīd van imam al-Laqqānī (d.
1631).
6
Dit zijn de zaken die noodwendig (wājib), onmogelijk (mustaḥīl) en mogelijk (jā’iz) zijn m.b.t. Allah. In deze
tekst komen alleen de wājibāt aan de orde.
7
Of: nabawiyyāt.
8
Dit zijn de zaken die noodwendig (wājib), onmogelijk (mustaḥīl) en mogelijk (jā’iz) zijn m.b.t. de profeten en
boodschappers.
9
Iemand is volgens de sharīʿah kort gezegd mukallaf wanneer hij/zij volwassen (bulūgh d.w.z. de puberteit
bereikt heeft) is, volledig over zijn/haar verstandelijke vermogens (ʿaql) beschikt en de boodschap van de islam
hem/haar bereikt heeft. Zie Muḥammad b. Aḥmad b. Muḥammad al-Mālikī al-Fāsī, Mukhtaṣar al-Durr al-
Thamīn wa’l-Mawrid al-Muʿīn, ed. Muḥammad Ṣāliḥ al-ʿAsilī, Beirut: Dār Maktabah al-Maʿārif, 1434/2013,
derde druk, pp. 25, 26. Mukallaf wordt ook wel vertaald als religieus aansprakelijke.
10
Taklīf komt van het woord kulfah, hetgeen letterlijk een last betekent. Het is echter een mooi woord in het
Arabisch omdat het een last is die met liefde gedragen wordt. Een mukallaf is m.a.w. iemand die door Allah
belast is met de sharīʿah.
11
Imam ʿAbd ul-Wāḥid b. ʿĀshir (d. 1042 AH / 1631 na Chr.), afkomstig uit Marokko.
12
In zijn werk al-Maqāṣid. Imam al-Nawawī was afkomstig uit Syrië en overleed in 676 AH / 1277 na Chr..
13
In vers 10 van zijn tekst al-Murshid al-Muʿīn. Zie verder Muḥammad b. Aḥmad Mayyārah al-Mālikī, al-Durr
al-Thamīn wa’l-Mawrid al-Muʿīn, ed. ʿAbdullah al-Minshāwī, Cairo: Dār al-Ḥadīth, 1429/2008, pag. 29.
14
Ook wel vertaald als meegedeelde.
15
Dit zijn zaken die rationeel weliswaar mogelijk zijn maar die slechts geaccepteerd worden vanwege de
berichtgeving hierover in de Qur’an en door de Profeet Muḥammad (‫)ﷺ‬. (Zie noot 68, pag. 23 van de
Nederlandse vertaling van de tekst) Ze worden soms ook aangeduid als mughayyibāt / ghayyibāt.
16
Gegeven uiteraard dat iemand de mogelijkheid heeft om die kennis op te doen.
17
Deze ʿaqā’id vormen de basis van het geloof, zowel bij de Ashāʿirah als de Māturīdiyyah.
een gemeenschappelijke verplichting (farḍ kifāyah),18 d.w.z. een verplichting voor de
geleerden in een bepaald gebied. Als er in een bepaald gebied een aantal geleerden zijn
die de ʿaqā’id middels gedetailleerde bewijsvoering kennen dan wordt aan deze
gemeenschappelijke verplichting voldaan. Zo niet, dan zijn de mensen in dat hele gebied
zondig. Dit wil overigens niet zeggen dat, indien er geleerden in dat gebied zijn, het niet
toegestaan of niet goed zou zijn voor mensen die geen geleerden zijn om de ʿaqā’id
middels gedetailleerde bewijsvoering te kennen en bestuderen.19

Geleerden hebben uit de Qur’an en Sunnah (al-naql) o.a. twintig eigenschappen afgeleid
die iemand kunnen helpen om Allah () te (leren) kennen. Deze eigenschappen zijn niet
in strijd met het intellect20 van de mens (al-ʿaql). Iedere mukallaf dient (yajibu), d.w.z.
het is verplicht voor hem/haar, de volgende twintig eigenschappen (ṣifāt) van Allah ()
te kennen die hieronder in een tabel worden weergegeven.

Tabel. De 20 Ṣifāt van Allah

1. al-wujūd: het bestaan21 11. al-samʿ: het gehoor

2. al-qidam: de beginloosheid 12. al-baṣar: het zicht

3. al-baqā: de eindeloosheid22 13. al-kalām: de spraak

4. al-mukhālafatu li’l-ḥawādith: 14. ḥayy: levend


de tegenovergesteldheid aan de
schepping23
5. al-qiyāmu bi’l-nafs: zelfbestaand24 15. ʿalīm: wetend/kennend

18
Zie de Nederlandse vertaling van de Risālah fī ʿIlm al-Tawḥīd van imam al-Bājūrī, uitgegeven (2017) door Al-
Husayn Qur’an Instituut en vertaald door shaykh Mohamed Yaseen Khan al-Azhari, pag. 1, noot 4.
19
Denk o.a. aan studenten van kennis.
20
D.w.z. het logische verstand.
21
Ook wel vertaald als de aanwezigheid.
22
Ook wel vertaald als het voortbestaan.
23
Anders en simpeler gezegd: anders zijn dan de schepping.
24
Ook wel vertaald als absolute onafhankelijkheid. Allah is niet afhankelijk van iets of iemand en evenmin heeft
Hij iets nodig van iets of iemand om te bestaan. Allah is niet afhankelijk van een plek (maḥall) en onderscheider
(mukhaṣṣis).
6. al-waḥdāniyyah: de 16. murīd: willend
enigheid/uniekheid25

7. al-ḥayāh: het leven 17. qādir: almachtig

8. al-ʿilm: de kennis 18. samīʿ: horend

9. al-irādah: de wil 19. baṣīr: alziend

10. al-qudrah: de almacht26 20. mutakallim: sprekend

Deze twintig eigenschappen zijn zogenoemde wājibāt (vereiste zaken)27 m.b.t. Hem (fī
ḥaqqihi), d.w.z. Allah (). Het is verplicht dat de mukallaf deze eigenschappen in detail
erkent, voor zover mogelijk. Het is niet verplicht dat men deze twintig eigenschappen
memoriseert. Het is belangrijk om te weten en beseffen dat Allah () naast deze twintig
eigenschappen oneindig veel voortreffelijkheden (kamālāt28 lā nihāyata lahā)29 kent,
sterker nog: het is zelfs verplicht om dit te erkennen.30

3.) De toepassing van tawḥīd

De geleerden hebben de hierboven genoemde twintig eigenschappen van Allah ()


onderverdeeld in vier categorieën:

- Nafsiyyah (wezenlijk)31: de 1e eigenschap;

- Salbiyyah (ontkennend/verwerpend): de eigenschappen 2 t/m 6;

25
Vandaar dat dit vak ook wel ʿilm al-tawḥīd wordt genoemd.
26
Ook wel omnipotentie genoemd.
27
D.w.z. die zaken waarvan het niet-bestaan onmogelijk is.
28
Dit kan i.p.v. voortreffelijkheden ook vertaald worden met perfecties.
29
Zie de tekst Tījān al-Darārī van imam al-Nawawī al-Jāwī, pag. 10, de sharḥ van de Risālah fī ʿIlm al-Tawḥīd
van imam al-Bājūrī.
30
Zie noot 14, pag. 5 van de Nederlandse vertaling van de tekst.
31
Deze eigenschap wordt zo genoemd omdat zij betrekking heeft op de nafs, het wezen, van Allah.
- Maʿānī (essentieel)32: de eigenschappen 7 t/m 13, en

- Maʿnawiyyah (afgeleid)33: de eigenschappen 14 t/m 20.

Tawḥīd34 is een begrip waarvan we de betekenis dienen te kennen omdat het de


geloofsvoorstellingen, beginselen en concepten over Allah (), zoals o.a. aangetroffen in
de twintig eigenschappen, van ons geloof uitdrukt. Letterlijk of taalkundig betekent
tawḥīd eenheid of enigheid.35 De kern van tawḥīd is dat Allah () niet zoals Zijn
schepping is en dat de schepping niet zoals Hem is (al-mukhālafatu li’l-ḥawādith).36
Tawḥīd is uiteraard niet beperkt tot deze ṣifah (eigenschap) alleen.

4.) Geloof in de Profeten (ʿiṣmah en tablīgh)

Het is vereist voor een mukallaf om in de Profeten (ʿalayhimu al-ṣalātu wa al-salām)37 te


geloven.38 Het is verplicht om te geloven dat de Profeten (anbiyā)39 werden beschermd
door Allah (tegen het kwaad40 en het begaan van zonden). Zij waren maʿṣūm
(onfeilbaar).41 Al-ʿiṣmah geldt ook met betrekking tot de Engelen.42

Onderdeel van Allah’s bescherming van de Profeten is dat zij alles overbrachten
(balaghū)43 en onderwezen aan de schepping dat Allah () aan hen opdroeg, waarmee
de regelgeving (aḥkām) en overige zaken bedoeld worden. De Profeten (anbiyā) waren,

32
D.w.z. bestaand met Zijn Wezen (qā’imatun bi-dhātihi); zie voetnoot 42 op pag. 11 van de Nederlandse
vertaling van de tekst. Het gaat om feitelijk bestaande eigenschappen waarmee het Wezen van Allah is
geattribueerd. Ze worden door anderen ook wel kwalitatieve en bevestigende eigenschappen genoemd. Volgens
imam Suhaib Webb geven deze eigenschappen betekenis (maʿnā) aan Zijn Wezen/Essentie (pag. 23).
33
D.w.z. afgeleid van en samenhangend met de maʿānī eigenschappen. Deze eigenschappen kennen een
relatie/betrekking met de eerdergenoemde eigenschappen.
34
Merk op dat dit woord ook in de titel van de tekst voorkomt als een ṣifah (al-tawḥīdiyyah).
35
Soms ook vertaald als monotheïsme, uniekheid of uniciteit van Allah.
36
De vierde eigenschap. Zie Qur’an 42:11.
37
D.w.z.: zegengebeden en vrede zij met hen.
38
Zie Qur’an 2:285.
39
Enkelvoud: nabī.
40
ʿIṣmah heeft te maken met bescherming tegen alles wat zijn vertegenwoordiging namens Allah zou schaden.
Het gaat dus om bescherming tegen innerlijke en uiterlijke kwalen. Zie noot 52 (pp. 11,12) van de Nederlandse
vertaling van de Risālah fī ʿIlm al-Tawḥīd van imam al-Bājūrī.
41
In de tekst wordt gesproken vanʿiṣmah, hetgeen onder andere goddelijke bescherming maar ook onfeilbaarheid
betekent.
42
Zie Qur’an 66:6.
43
Van het woord tablīgh, hetgeen o.a. overdracht en verkondiging van de (Goddelijke) boodschap (risālah)
betekent.
naast het feit dat enkelen van hen boodschappers44 (rusul)45 en onderwijzers waren, ook
voorbeelden voor de mensen. Allah () heeft vijfentwintig Profeten in de Qur’an met
naam genoemd. Als een mukallaf dien je -d.w.z. het is wājib- met deze vijfentwintig
Profeten bekend te zijn.46

5.) De Engelen (al-malā’ikah47)

Geloof in de Engelen is een verplichting.48 Je dient in hen te geloven en wat zij doen
zodat jouw geloofsovertuiging compleet is. Engelen zijn door Allah () gecreëerd uit
licht, zoals de Profeet (‫ )ﷺ‬zei in een authentieke overlevering (Ṣaḥīḥ Muslim).49 Engelen
kunnen niet worden aangeduid als zijnde man of vrouw, ze hebben geen geslacht.
Niemand weet hoeveel engelen er zijn. Hun aantal is extreem groot. Specifiek zijn er acht
Engelen50 wiens namen je dient te kennen51 en waarover je iets dient te weten omdat de
details over hen bekend zijn.52

6.) Geloof in het ongeziene (al-īmānu bi al-ghayb)

Als een moslim dien je te geloven dat de Profeten53 door Allah () werden opgedragen
om de mensen te onderwijzen over het ongeziene (al-ghayb). Het ongeziene is een

44
D.w.z. brengers van goed nieuws en waarschuwingen. Een ander woord voor boodschapper is gezant.
45
Let op: niet alle profeten waren boodschappers (rusul; ev. rasūl)!
46
Zie pag. 19 (en noot 87) van de Nederlandse vertaling van de Risālah fī ʿIlm al-Tawḥīd van imam al-Bājūrī.
47
Enkelvoud: malak. In de tekst al-Kharīdah al-Bahiyyah van imam al-Dardīr (vers 56) wordt gesproken van al-
amlāk als meervoud van malak.
48
Het is verplicht om in algemene zin te geloven in de engelen over wie we geen details kennen.
49
Hadith nr. 7495 (pag. 1295) in de uitgave van Dār ul-Salām, tweede druk 2000.
50
Zie pag. 110 van het boek Tanwīr al-Qulūb fī Muʿāmalah ʿAllām al-Ghuyūb van shaykh Amīn al-Kurdī al-
Irbilī al-Shāfiʿī (d. 1332 AH), uitgave door Dār al-Qalam al-ʿArabī, Aleppo, eerste druk 1991.
51
D.w.z. indien er naar hen gevraagd wordt dan dien je ze te beamen.
52
In de Nederlandse vertaling van de tekst worden er acht genoemd (zie pp. 23, 24, noot 71). Imam al-Marzūqī
in zijn ʿAqīdah al-ʿAwwām (verzen 22 en 23) noemt er tien, evenals imam Aḥmad b. ʿUmar al-Shāṭirī in Nayl
al-Rajā, (pp. 65, 66), een commentaar op de tekst Safīnatu’l-Najā (uitgegeven door Dār al-Minhāj, Beirut,
tweede druk, 2007). Het verdient echter opmerking dat raqīb en ʿatīd (kirāman kātibīn, zie Qur’an 50:17-18 en
82:9-12) geen namen maar beschrijvingen van engelen zijn die de goede en slechte daden opschrijven zoals
imam al-Nawawī al-Jāwī (d. 1897) zei in zijn sharḥ van al-ʿAqīdah al-ʿAwwām. Zie ook pag. 96 van al-Bahjah
al-Sanniyyah Sharh al-Kharīdah al-Bahiyyah van shaykh Ḥassan al-Mashshāṭ (uitgeverij Dār al-Ṣāliḥ, Cairo,
eerste druk 2017).
53
Let op: Iedere boodschapper is een profeet maar niet iedere profeet is een boodschapper.
belangrijk onderdeel van jouw geloof.54 Tot het ongeziene behoort onder andere geloof
in het Hiernamaals. Imam al-Dardīr vermeldt expliciet:

- de Laatste Dag;

- de berechting;

- de bestraffing;

- de brug;

- de weegschaal;

- het Paradijs;

- de Hel;

- de Troon,55 en

- al-Kursī.56

Deze zaken behoren allemaal tot de samʿiyyāt.

7.) Boeken of geopenbaarde57, heilige geschriften en Profeten

Als moslim dien je op de hoogte te zijn van jouw boek, de Qur’an. Geloof in andere aan
Profeten geopenbaarde, heilige geschriften [zoals de Torah (al-Tawrah), de Psalmen (al-
Zabūr) en het Evangelie (al-Injīl)]58 en de perkamenten van Ibrāhim en Mūsā59 is ook
een centraal onderdeel van jouw geloof als moslim.60

54
Zie Qur’an 2:3.
55
Zie Qur’an 7:54.
56
Zie Qur’an 2:255.
57
Ook wel vertaald als hemelse.
58
Dit is niet (het nieuwe testament in) de Bijbel met zijn canonieke evangeliën zoals we die nu kennen. Het
betreft de goddelijke openbaringen van Allah aan de profeet Jezus (ʿĪsā), vrede zij met hem. Zie bijvoorbeeld:
Ali, Abdullah Yusuf (1938). The Holy Qur-an: Text, Translation & Commentary (3rd ed.). Kashmiri Bazar,
Lahore: Shaik Muhammad Ashraf, pag. 287.
59
Zie pag. 31, noot 84, van de Nederlandse vertaling van de tekst. Zie ook vers 26 van ʿAqīdah al-ʿAwwām.
60
Zie Qur’an 5:48 en 5:13.
Geloof in de Profeten is een component van ons geloof.61 Als moslims dienen we te
geloven in de wonderen (muʿjizāt)62 van de Profeten.

8.) Berouw (tawbah)

Iedereen begaat zonden en niemand is er vrij van. Het is verplicht voor jou als moslim
om te geloven in de acceptatie van jouw berouw door Allah (). Indien je oprecht
berouw toont voor een begane zonde, dan heeft Allah () beloofd jou te vergeven.63
Geen zonde is te groot voor Allah’s genade. Vraag Allah () oprecht om jou te vergeven
voor je zonde(n). In de islam betekent berouw (tawbah): “Je zonde erkennen en
toegeven64, er spijt van hebben, de zonde verlaten en vastbesloten zijn er niet meer in te
vervallen.” (al-Muʿjam al-Wasīṭ) Berouw kent aan de hand van deze (taalkundige)
definitie vier65 voorwaarden (shurūṭ)66:

1. Erkenning en toegeven van je zonde (ʿitarāf al-dhanb);

2. Spijt (nadam);

3. Verlaten van de zonde (iqlāʿ), en

4. Voornemen (ʿazm) om de zonde niet meer te begaan.

Merk op dat de auteur spreekt over tajdīd al-tawbah, het vernieuwen van berouw.67
Imam al-Ghazālī zei (in zijn Iḥyā ʿUlūm al-Dīn68): “Net zoals jij het terugkeren tot zonden
een gewoonte hebt gemaakt, maak dan ook het terugkeren (d.w.z. vernieuwen) tot
tawbah als een gewoonte, omdat jij middels tawbah jouw begane zonden uitwist en het
is heel goed mogelijk dat jij het geluk hebt te overlijden in een staat van tawbah.”

61
Zie voor meer detail over de Profeten de tekst ʿAqīdah al-ʿAwwām (verzen 16-19) van imam al-Marzūqī (d.
1262 AH), waarin ze alle vijfentwintig met naam genoemd worden.
62
D.w.z. een wonder is datgene wat onmogelijk is voor een mens om te doen volgens een definitie van de
ʿulamā. De profeten verrichtten deze wonderen ter beaming van hun profeetschap.
63
Zie Qur’an 9:104.
64
Of: erkennen.
65
Dit is puur taalkundig. In veel teksten worden slechts drie basisvoorwaarden genoemd, die overeenkomen met
de voorwaarden 2 t/m 4. Zie bijvoorbeeld pag. 108 van al-Bahjah al-Sanniyyah Sharh al-Kharīdah al-Bahiyyah
van shaykh Ḥassan al-Mashshāṭ.
66
Sommigen spreken over arkān i.p.v. shurūṭ. Zie verder o.a. imam al-Nawawī in zijn boek Riyāḍ al-Ṣāliḥīn
(Bāb al-tawbah) over de voorwaarden van berouw en ook de pp. 224, 225 van het hierboven aangehaalde werk
Mukhtaṣar al-Durr al-Thamīn wa’l-Mawrid al-Muʿīn.
67
Evenals in zijn tekst al-Kharīdah al-Bahiyyah (vers 61).
68
In Kitāb al-tawbah (nr. 31).
9.) Het lot: qaḍā en qadar

Het is een verplichting om te geloven in het (nood)lot of de lotsbeschikking. Over de


inhoud van deze twee begrippen bestaat verschil van mening. Volgens Ibn Ḥajar al-
ʿAsqalānī (d. ) in Fatḥ al-Bārī69, de uitleg van Ṣaḥīḥ al-Bukhārī, bestaat het lot in de islam
uit twee zaken:

- de lotsbeschikking van Allah (al-qaḍā), en

- hoe die lotsbeschikking zich uit in onze levens (al-qadar70).

Alles, goed en slecht, wordt bepaald door Allah () volgens de Qur’an71 en een
authentieke overlevering in Ṣaḥīḥ Muslim.72

EINDE

69
Zie vol. 11, pag. 486, (Kitāb al-Qadr), uitgave Dār al-Rayyān li’l-Turāth, Cairo, eerste druk 1987.
70
Ook wel weergegeven als qadr.
71
Zie vers 4:78.
72
Hadith nr. 1 (pag. 25) in de uitgave van Dār ul-Salām, tweede druk 2000.