Anda di halaman 1dari 18

6.

Stabiliteit van de atmosfeer


Adiabatisch proces:
Proces waarbij stijgende lucht afkoelt t.g.v. uitzetting, zonder
dat er warmte-uitwisseling met de omgeving plaatsvindt
Stijgende lucht koelt af bereikt dauwpunt condensatie
bewolking neerslag

Toestandskromme(TSK)

=> T/Td

=> bepalen welk


adiabatisch proces mogelijk is

Stabiliteit = vertikaal evenwicht atmosfeer


Stabiel = lucht die niet uit zichzelf kan stijgen
Onstabiel = lucht die uit zichzelf kan stijgen (thermiek)
Diepte onstabiliteit bepaalt of lucht licht onstabiel of
zeer onstabiel is
Dalende lucht levert compressie op en temperatuur
stijging => oplossen bewolking

Adiabatisch proces
Proces waarbij stijgende lucht afkoelt door
uitzetting van die lucht, waarbij de energie die
voor dat uitzetten nodig is aan die stijgende
lucht ontrokken wordt.

Droge lucht:
1C/100m

Vochtige lucht:
0,65 C/100m

radiosonde
temperatuur T TSK
vocht Td
luchtdruk
wind

zender

Thermodynamisch diagram (TEMP)


500

600

natadiabaat
700

temperatuur
droog adiabaat

800

luchtdruk

900
1000

mengverhouding
2

4
0 C

10
10 C

20
20 C

30 g/kg
30 C

-10

10

20

30

300

400

500

600

700

800
900

1000
0

10

20

30

Stability
Stabiliteit in de atmosfeer

stabiel

luchtdeeltje
keert terug

onstabiel

neutraal

luchtdeeltje
stijgt
tto riseto r

stabiel

unstable

neuraal

Stabiel voor droogadiabatisch proces

Neem luchtbel op
TSK
beweeg luchtbel omhoog
langs droogadiabaat
Luchtbel
kouder(zwaarder) dan
TSK
luchtbel keert terug
naar begin

500

600

700

800

TSK
900
1000

lucht is stabiel

Onstabiel voor droog-adiabatisch proces


500

neem luchtbel op
TSK
beweeg luchtbel
langs droogadiabaat

600

700

luchtbel is warmer(lichter)
dan TSK

800

luchtbel blijft doorstijgen

900
1000

4
0

10
10

20
20

30
30

lucht is onstabiel

Neutraal voor droogadiabatisch proces


500

neem luchtbel op TSK

600

beweeg luchtbel omhoog


langs de droogadiabaat

700

luchtbel houdt dezelfde


temperatuur als TSK

800

luchtbel blijft op
hetzelfde nivo

900
1000
2

4
0

10
10

20
20

30
30

lucht is neutraal
voor droge lucht

Stabiel voor natadiabatisch proces


500

neem luchtbel op TSK

600

beweeg luchtbel omhoog


langs natadiabaat

700

luchtbel is kouder
(zwaarder) dan TSK

800

luchtbel keert terug


naar uitgangspositie

900
1000
2

4
0

10
10

20
20

30
30

lucht is stabiel voor


verzadigde lucht

Onstabiel voor verzadigde lucht


500

neem luchtbel op TSK

600

beweeg luchtbel omhoog


langs natadiabaat

700

luchtbel is warmer (lichter)


dan TSK

800

luchtbel beweegt
verder omhoog

900
1000
2

4
0

10
10

20
20

30
30

lucht is onstabiel
voor verzadigde
lucht

Neutraal voor verzadigde lucht


500

neem luchtbel op TSK

600

beweeg luchtbel omhoog


langs natadiabaat

700

luchtbel houdt dezelfde


temperatuur(gewicht) als
TSK
luchtbel blijft op
hetzelfde nivo

800

900
1000
2

4
0

10
10

20
20

30
30

lucht is neutraal
voor verzadigde
lucht

oefening
Op TEMP-formulier nemen we verschillende temperaturen op verschillende nivos. Zoek uit of de lucht tussen
twee nivos stabiel, onstabiel of neutraal is voor droge en natte lucht.
1.

1000 hPa: 18C)


>

2.

900 hPa: 20C)


>

3.

laag 4

600 hPa: -9C)


>

6.

laag 3

700 hPa: -2C)


>

5.

laag 2

800 hPa: 8C)


>

4.

laag 1

laag 5

500 hPa: -20C)


>

7.

400 hPa: -40C)


>

8.

laag 6
laag 7

300 hPa: -40C

-10

10

20

30

laag 1:

stabiel voor droge lucht

stabiel voor verzadigde lucht


absoluut stabiel

300

laag 2:

onstabiel voor droge lucht

onstabiel voor verzadigde lucht

laag 7

absoluut onstabiel

400

laag 3: neutraal voor droge lucht

laag 6

onstabiel voor verzadigde lucht

500

laag 4: stabiel voor droge lucht

laag 5

600

neutraal voor verzadigde lucht


laag 5: stabiel voor droge lucht

laag 4

700

laag 3

800

laag 6: onstabiel voor droge lucht

laag 2

900

onstabiel voor verzadigde lucht

laag 1
1000

onstabiel voor verzadigde lucht


absoluut onstabiel
laag 7: stabiel voor droge lucht
stabiel voor verzadigde lucht

10

20

30

absoluut stabiel